Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-228827-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 maart 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
wonende te [adres] ,
raadsvrouw mr. F.J. Poppelaars-Hoogenraad, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 03 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. H.E. de Haze en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feiten 1, 2 en 3: zich samen met een ander driemaal schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak bij twee vestigingen van Primera in Breda .
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht alle drie de feiten wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft deze feiten ook bekend.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft, gelet op de bekennende verklaring van verdachte, geen bewijsverweer gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank acht alle drie de feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van de aangiftes, de beelden en de bekennende verklaring van verdachte.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Feit 1 op 10 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een ander rookwaren die aan Primera toebehoorden heeft weggenomen, met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
Feit 2 op 16 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een ander rookwaren die aan Primera toebehoorden heeft weggenomen, met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;
Feit 3 op 28 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een ander rookwaren die aan Primera toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 136 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Daarnaast vordert zij aan verdachte op te leggen een taakstraf van 100 uur, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 50 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging kan zich vinden in de door de officier van justitie gevorderde straf.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich drie keer samen met een ander schuldig gemaakt aan inbraak bij twee vestigingen van Primera. Bij deze drie inbraken hebben zij meer dan tienduizend pakjes sigaretten gestolen. Ook hebben zij enorme schade aangericht bij de winkels doordat de deuren en deel van de pui met fors geweld zijn geforceerd en vernield. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met zijn handelen geen enkel respect heeft getoond voor de eigendommen van anderen. Verdachte heeft daarbij uitsluitend oog gehad voor zijn eigen financieel gewin en de bekostiging van zijn verslaving, zonder zich rekenschap te geven van de gevolgen voor de benadeelden. Dit soort feiten levert telkens weer overlast en schade op voor de winkeliers en geven een gevoel van verloedering en onrust in de omgeving.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij eerder voor vermogensfeiten is veroordeeld. Dit zal de rechtbank in het nadeel van verdachte meewegen.
In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank de proceshouding van verdachte mee. Verdachte heeft openheid van zaken gegeven, verantwoordelijkheid genomen en excuses aangeboden aan de aangevers. Daarnaast houdt de rechtbank in sterke mate rekening met het reclasseringsrapport dat over verdachte is opgemaakt. Uit dit rapport van 2 februari 2026 blijkt dat verdachte in de periode van de bewezenverklaarde feiten weer drugs gebruikte. Verdachte beschikt niet altijd over adequate copingvaardigheden. Bij problemen vlucht verdachte in middelengebruik. Het psychosociaal functioneren van verdachte en het middelengebruik worden dan ook als risicofactoren gezien.
Er zijn ook beschermende factoren aanwezig, zoals zijn eigen woonsituatie, een zinvolle dagbesteding en een steunend netwerk. Verdachte staat open voor reclasseringstoezicht en behandeling. Bij een veroordeling wordt dan ook geadviseerd aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling met een mogelijke kortdurende opname, deelname aan gedragsinterventie verdovende middelen, een verbod op alcohol en verdovende middelen, dagbesteding en het meewerken aan het aflossen van schulden. De reclassering ziet enige contra-indicaties voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Verdachte loopt bij een langdurige detentie het risico dat hij zijn woning kwijtraakt en dat zijn schuldenlast oploopt. Ook zou dit het huidige reeds ingezette behandeltraject doorkruisen.
Gelet op bovenstaande persoonlijke omstandigheden van verdachte is de rechtbank van oordeel dat verdachte niet meer terug hoeft naar de gevangenis. Verdachte staat onder toezicht van de reclassering en volgt nu een behandeling. De rechtbank vindt het belangrijk dat dit traject wordt voortgezet. Een terugkeer van verdachte naar de gevangenis zou dit doorkruisen. Het voortzetten van het reclasseringstoezicht is van belang om herhaling van strafbare feiten te voorkomen.
Alles afwegende acht de rechtbank – evenals de verdediging – de eis van de officier van justitie passend. Zij zal dan ook conform de eis van de officier van justitie aan verdachte opleggen een gevangenisstraf van 240 dagen, met aftrek van het voorarrest, waarvan 136 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 100 uur, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 50 dagen hechtenis
7. De vorderingen van de benadeelde partijen
De benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert voor feit 2 een schadevergoeding € 36.000,-. Op de zitting heeft de benadeelde partij de vordering (gedeeltelijk) gewijzigd tot een bedrag van in totaal € 24.919,90, bestaande uit materiële schade, namelijk:
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
Sigaretten (€ 13.882,48)
De rechtbank is van oordeel dat het bedrag van € 13.882,48 onvoldoende is onderbouwd. Ter onderbouwing van dit bedrag is door de benadeelde op zitting een overzicht overgelegd waaruit, gelet op het verschil in de voorraad voor en na de inbraak, volgens benadeelde blijkt hoeveel sigaretten zijn gestolen en wat de waarde daarvan is. De rechtbank constateert echter dat uit het overgelegde overzicht blijkt dat naast verschillen die lijken te duiden op een afname van de voorraad, ook verschillen zijn opgenomen die wijzen op een toename van de voorraad. Zij is daarom van oordeel dat de exacte waarde van de gestolen sigaretten onvoldoende kan worden vastgesteld uit dit overzicht. Nu uit het dossier wel duidelijk blijkt dat de benadeelde partij door de inbraak schade heeft geleden, zal de rechtbank gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid. Gelet op de eigen verklaring van verdachte op zitting dat de waarde van de weggenomen sigaretten een bedrag van € 6.000,00 zou kunnen zijn, begroot de rechtbank deze schade op een bedrag van € 6.000,00. Voor het overige deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Schuifdeur en noodvoorziening (€ 11.031,42)
De verdediging heeft deze kosten betwist, nu als bewijs een offerte is overgelegd hetgeen geen bewijs is dat dat werk is uitgevoerd en dit bedrag is betaald. Ter zitting heeft de [benadeelde 1] de vordering toegelicht en gemeld dat de schuifdeur is vervangen conform de offerte. Naar het oordeel van de rechtbank is deze schade voldoende onderbouwd en staat ook in voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank acht de gevorderde schadepost dan ook volledig toewijsbaar.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal het toegekende bedrag (totaal € 17.031,42) vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening, en tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
De benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert voor feit 1 een schadevergoeding van € 12.443,10, bestaande uit materiële schade, namelijk:
Sigaretten en sigaren (€ 11.236,90)
De rechtbank is van oordeel dat het bedrag van € 11.236,90 onvoldoende is onderbouwd. Op grond van de door de benadeelde partij overgelegde stukken kan de rechtbank namelijk niet vaststellen wat de voorraad is geweest voor en na de inbraak, zodat zij ook niet kan vaststellen wat de waarde van de gestolen goederen is. De rechtbank zal gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid, nu uit het dossier wel duidelijk blijkt dat de benadeelde partij door de inbraak schade heeft geleden doordat er sigaretten en sigaren zijn gestolen. Gelet op de eigen verklaring van verdachte op zitting dat de schade een bedrag van € 6.000,00 zou kunnen zijn, begroot de rechtbank deze schade op een bedrag van € 6.000,00. Voor het overige deel zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Schade aan de glasdeuren (€ 270,00) en schade aan de voordeur (€ 598,70)
De verdediging heeft deze kosten niet betwist. Deze schade staat ook in voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank acht de gevorderde schadeposten dan ook volledig toewijsbaar.
Uren personeel opruimen (€ 337,50)
De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is komen vast te staan of en zo ja, op welke wijze deze kosten zijn gemaakt. Deze schade is dan ook onvoldoende onderbouwd. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom voor dit deel niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal het toegekende bedrag (totaal € 6.868,70) vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening, en tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, 2 en 3: telkens diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 136 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
1. dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij reclassering Novadic-Kentron, op [locatie];
2. dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijl 24/7 van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op verslaving / middelengebruik, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
3. dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door forensische verslavingszorg van Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek en sociale vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie / stabilisatie / observatie / diagnostiek / crisisbehandeling noodzakelijk is, kan dreclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
4. dat verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek, ademonderzoek en speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
5. dat verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek en ademonderzoek.
De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
6. dat verdachte zich inspant in voor het vinden en behouden van een zinvolle dagbesteding met als voorkeur deelname aan de arbeidsmarkt, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
7. dat verdachte meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
van rechtswege gelden de volgende voorwaarden:
8. dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
9. dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 100 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 dagen;
Benadeelde partij [benadeelde 1]
T.a.v. feit 2
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van € 17.031,42 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 1] € 17.031,42 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 110 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Benadeelde partij [benadeelde 2]
T.a.v. feit 1
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van € 6.868,70 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 10 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] € 6.868,70 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 10 augustus 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 59 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, en mr. M.E.I. Beudeker en mr. H. Faouzi rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C.L.J. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 17 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij, op of omstreeks 10 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, rookwaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2hij op of omstreeks 16 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, rookwaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3hij, op of omstreeks 28 augustus 2025 te Breda tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, rookwaren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Primera, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;