[belanghebbende] , uit [woonplaats] (Luxemburg), belanghebbende,
en
De heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 30 april 2024.
2. Het beroep ziet op de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2023 voor de woning gelegen aan de [adres] .
De rechtbank heeft het beroep op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Partijen zijn, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen.
Belanghebbende is via het systeem Digitale Toegang op 3 december 2025,
11:13 uur, onder vermelding van plaats, datum en tijdstip uitgenodigd de zitting bij te wonen. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Belanghebbende komt in beroep omdat hij het niet eens is met de aanslag forensenbelasting voor het jaar 2023. Belanghebbende is van mening dat de heffingsambtenaar de aanslag forensenbelasting ten onrechte heeft opgelegd omdat de woning minder dan 90 dagen per jaar aan belanghebbende ter beschikking staat voor eigen gebruik.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar op 12 december 2025 de aanslag forensenbelasting 2023 heeft vernietigd. Belanghebbende is daarop gevraagd om het beroep in te trekken, de rechtbank heeft geen reactie ontvangen op dit verzoek. De zaak is daarom op zitting behandeld.
De heffingsambtenaar heeft de aanslag forensenbelasting 2023 vernietigd en toegezegd dat het bedrag van de aanslag volledig zal worden gerestitueerd. Dit betekent dat belanghebbende voor deze aanslag geen te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat er geen procesbelang meer is.
De rechtbank verklaart daarom het door belanghebbende ingestelde beroep wegens gebrek aan belang niet-ontvankelijk.
In gevallen waarin een beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard, omdat het bestuursorgaan geheel aan de klachten van de belanghebbende tegemoet is gekomen, behoort de heffingsambtenaar tot vergoeding van het griffierecht te worden gelast. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, omdat niet aannemelijk is dat belanghebbende kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan belanghebbende moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M.P. Dees, griffier op 19 januari 2026.
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.