Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-182242-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 maart 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1983,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting gedetineerd in de PI [locatie] ,
raadsman mr. J. Schenkels, advocaat te Hoorn.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 4 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1: op 13 juni 2025 samen met iemand anders 2,98 kilogram heroïne heeft uitgevoerd of aanwezig heeft gehad.
Feit 2: op 13 juni 2025 samen met iemand anders voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor de handel in heroïne door 19,92 kilogram paracetamol vermengd met coffeïne in een auto met verborgen ruimte en valse/onjuiste kentekenplaten aanwezig te hebben, alsmede telefoons en simkaarten.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat het voorbereidend onderzoek wordt gekenmerkt door meerdere onherstelbare vormverzuimen die in onderlinge samenhang een zodanig ernstige inbreuk hebben gemaakt op het recht van verdachte op een eerlijk proces dat niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dient te volgen. Het gaat om vier vormverzuimen, te weten (1) de onrechtmatige doorzoeking van het voertuig van verdachte, (2) het niet voldoen aan de verbaliseringsplicht, (3) het niet onverwijld wijzen van verdachte op de aard van zijn verdenking en (4) het kwijtraken van de opname van het verhoor.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is van mening dat er geen sprake is van vormverzuimen.
Het oordeel van de rechtbank
Tolk Frans
Aan een aantal verweren is ten grondslag gelegd dat verdachte bij de politie en
later bij de rechter-commissaris ten onrechte met een tolk Frans is gehoord terwijl hij de Franse taal onvoldoende beheerste. Hierdoor zijn er volgens de verdediging onvolkomenheden en onjuistheden in de verhoren opgenomen. De rechtbank zal dit verweer voorafgaand aan de overige verweren bespreken.
Verdachte is bij de politie en bij de rechter-commissaris in totaal viermaal verhoord, elke keer met een andere beëdigde tolk in de Franse taal. Geen van deze tolken heeft opgemerkt dat verdachte hem of haar niet of onvoldoende begreep en/of dat er sprake was van een taalbarrière tussen de tolk en verdachte. Het is evenmin door verdachte zelf kenbaar gemaakt en ook de rechters is het niet opgevallen. Het is de rechtbank bovendien gebleken dat verdachte antwoord heeft gegeven op gestelde vragen tijdens de verschillende verhoren en dat dat logische antwoorden op de vragen waren. Verdachte heeft het merendeel van deze antwoorden later niet betwist. Ook daaruit blijkt dus niet dat er sprake is geweest van enige taalbarrière. De rechtbank ziet niet in dat de belangen van verdachte op enige wijze zijn geschaad omdat de verhoren in het Frans hebben plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook niet gebleken van onvolkomenheden en onjuistheden in de verhoren van verdachte vanwege een taalprobleem.
Onrechtmatige doorzoeking van het voertuig
Blijkens het door hen op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal zagen de verbalisanten rond 19.40 uur een Mercedes-Benz Citan met een Frans kenteken rijden op de Rijksweg A29. Zij checkten het voertuig en zagen dat het kenteken op deze Citan bij een ander type voertuig hoorde. [verbalisant] vermeldde in zijn proces-verbaal dat verdachte op de vraag of hij ook verdovende middelen bij zich had, verklaarde dat hij een blokje hashish bij zich had. Voorts verklaarde verdachte dat hij op weg was naar Antwerpen. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan dit op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal te twijfelen. Dit betekent dat er sprake was van ontdekking op heterdaad van twee strafbare feiten, zodat de politie op grond van artikel 96b Sv bevoegd was de auto van verdachte te doorzoeken.
Anders dan de verdediging heeft betoogd, is de rechtbank dan ook van oordeel dat de
doorzoeking van het voertuig rechtmatig is geweest..
Het niet voldoen aan de verbaliseringsplicht
Om te voldoen aan de verbaliseringsplicht dient de politie de feitelijke gang van zaken zo
volledig mogelijk weer te geven. Beschreven is dat verdachte rond 19.40 uur voor het eerst
is gezien en dat er om 19.57 uur een zoekslag naar de kentekenplaten werd gedaan.
Vervolgens werd de hasj aangetroffen en werd besloten tot doorzoeking van het voertuig. In
hetgeen de verdediging heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen reden te twijfelen aan de
volgorde en beschrijving van gebeurtenissen zoals die door de politie in de processen-
verbaal zijn omschreven.
Het niet onverwijld meedelen van de aard van de verdenking
Naar het oordeel van de rechtbank is gebleken dat aan verdachte onverwijld en in
een voor hem begrijpelijke taal is meegedeeld wat de verdenking tegen hem was.
Om 20.20 is verdachte bij zijn aanhouding in de Franse taal medegedeeld dat hij werd verdacht van het uitvoeren van verdovende middelen en is hij op zijn rechten gewezen. De rechtbank ziet dit als een onverwijlde mededeling aan de verdachte in een voor hem begrijpelijke taal.
Ontbreken van opname van verhoor
De rechtbank stelt vast dat het slordig is dat de opname van het verhoor van verdachte bij de politie niet meer voorhanden is. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte daarmee niet in enig belang geschaad. Hij heeft alleen betwist dat hij heeft verklaard dat hij onderweg was naar Antwerpen. Dat heeft hij echter ook bij zijn aanhouding en bij zijn verhoor door de rechter-commissaris verklaard.
Conclusie:
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft vrijspraak bepleit van beide ten laste gelegde feiten, omdat de aangetroffen drugs en versnijdingsmiddelen, gelet op de genoemde vormverzuimen, van het bewijs dienen te worden uitgesloten.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Op grond van de bewijsmiddelen in het dossier staat vast dat verdachte op 13 juni 2025 in Steenbergen als bestuurder van een bestelauto Mercedes Benz werd aangehouden en dat bij doorzoeking van dit voertuig in een verborgen ruimte 2,98 kilogram heroïne en 19,92 kilogram paracetamol vermengd met coffeïne werden aangetroffen. Ook lagen in de auto simkaarten en telefoons.
Het is vaste rechtspraak dat de bestuurder van een auto wordt verondersteld te weten wat er in de auto aanwezig is en daarover te kunnen beschikken, behoudens contra-indicaties. De verdediging heeft hierover ook geen verweer gevoerd. Verdachte heeft verklaard dat ene [persoon] cbd-olie in de auto zou hebben gelegd en dat verdachte deze tegen betaling van
€ 500,- zou vervoeren. Zijn verklaring is vaag, wisselend en niet te verifiëren en kennelijk afgelegd met het doel om zijn betrokkenheid te verhullen. Het is ook niet aannemelijk dat iemand zonder medeweten van verdachte goederen met een dergelijke hoge waarde aan hem zou meegeven. Daarbij komt dat in de iPhone van verdachte foto’s van verdovende middelen zijn aangetroffen. Ook lag er een zogenoemde Redmi (pgp-)telefoon in de auto die veelal gebruikt wordt voor criminele activiteiten.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte wetenschap van en de beschikkingsmacht over de aangetroffen goederen gehad.
Verdachte heeft zowel bij de politie als bij de rechter-commissaris verklaard dat hij onderweg was naar Antwerpen. Pas op zitting kwam hij met de lezing dat dit niet klopte, dat hij onderweg was naar Bergen op Zoom, en dat dit door de taalbarrière met de Franse tolk verkeerd moet zijn geïnterpreteerd. De rechtbank verwijst naar haar overweging onder 3.3.3 over de tolken. De rechtbank acht een onjuiste vertaling op dit punt niet aannemelijk. Om die reden houdt de rechtbank verdachte aan de bij de politie en bij de rechter-commissaris identiek afgelegde verklaring dat hij onderweg was naar Antwerpen. De verlengde uitvoer naar België is dan ook wettig en overtuigend te bewijzen.
Medeplegen:
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onderdeel medeplegen, omdat dit op basis van het dossier niet kan worden bewezen. Er zijn weliswaar aanknopingspunten dat er sprake kan zijn geweest van een samenwerking, waaronder telefoongesprekken, maar dat acht de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
1.
op 13 juni 2025 te Steenbergen opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet 2,98 kilogram heroïne, in elk geval een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne, een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I,
2.op 13 juni 2025 te Steenbergen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
- het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, en - bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of - vervaardigen van heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten- een voertuig (met verborgen ruimte en valse/onjuiste kentekenplaten),- telefoons,- simkaarten,- 19,92 kilogram paracetamol vermengd met coffeïne.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 2.500,=, bij niet betalen te vervangen door 25 dagen vervangende hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
Gelet op de verweren dient geen straf te worden opgelegd. Indien het toch tot een strafoplegging komt, wordt verzocht in strafmatigende zin rekening te houden met het feit dat verdachte ter zitting openheid van zaken heeft gegeven en hem onnodig handboeien zijn aangedaan tijdens zijn vervoer naar het politiebureau.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte was met 2,98 kilogram heroïne en bijna 20 kilogram versnijdingsmiddel op weg naar België. Heroïne is een stof die ernstig verslavend en schadelijk is voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Bovendien heeft de handel in harddrugs veel gerelateerde vermogens- en andere criminaliteit tot gevolg. Door de uitvoer van harddrugs naar het buitenland worden de internationale handel in verdovende middelen en alle nadelige effecten daarvan in stand gehouden. Daarbij gaat het onder meer om criminele geldstromen die verweven raken met de reguliere economie en fysiek geweld als gevolg van conflicten tussen criminele personen en/of groepen. Bovendien is het plegen van deze delicten schadelijk voor de reputatie van Nederland in het buitenland. Verdachte kan als vervoerder van de harddrugs mede medeverantwoordelijk worden gehouden voor deze gevolgen.
De rechtbank heeft acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten en straffen die normaliter voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Het uitgangspunt voor de uitvoer van 3 kilogram heroïne is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 tot 36 maanden. Voor de voorbereidingshandelingen zijn geen oriëntatiepunten voorhanden. Verdachte is vaker veroordeeld voor Opiumwetdelicten zowel in Nederland als in Frankrijk. Verdachte liep daarbij nog in een proeftijd. Hiermee houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening.
Verdachte heeft ter zitting voorts geen openheid van zaken gegeven over de ten laste gelegde feiten noch over zijn beweegredenen, en daarmee geen verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen.
In het aanleggen van handboeien bij verdachte voor transport ziet de rechtbank geen onrechtmatigheid en dus geen aanleiding om de straf te matigen. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat in de drugswereld geweld niet wordt geschuwd.
Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
7. Het beslag
De verbeurdverklaring
De in beslag genomen iPhone (STK Telefoontoestel | Omschrijving: PL2000-2025152469-2871713, Zilverkleurig, merk: Apple) wordt verbeurd verklaard. Dit voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat de bewezen feiten met behulp van dit voorwerp zijn begaan.
De onttrekking aan het verkeer
De overige in beslag genomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
Beslag
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de
Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen, en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- verklaart verbeurdhet volgende voorwerp:
* 1 STK Telefoontoestel | Omschrijving: PL2000-2025152469-2871713, Zilverkleurig, merk: Apple;
- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:
* 2 KG Heroïne (Omschrijving: PL2000-2025152469-G2871687 2,98 kg, Bruin);
* 9 KG Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2025152469-G2871692 9,92 kilogram onbekende stof, Beige);
* 10 KG Verdovende Middelen (Omschrijving: PL2000-2025152469-G2871693
onbekende stof, Bruin);
*1 STK [bestelauto] (Omschrijving: PL2000-2025152469-G2871712,
Mercedes-Benz);
*4 GR Hashish (Omschrijving: PL2000-2025152469-2871706, Bruin)
* 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL2000-2025152469-2871711, Blauw,
merk: Redmi).
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter, en mr. D.H. Hamburger en
mr. J.C.A.M. Los, rechters, in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1. hij op of omstreeks 13 juni 2025 te Steenbergentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, alsbedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, althans opzettelijk aanwezigheeft gehad, ongeveer 2,98 kilogram heroïne, in elk geval een of meerhoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende heroïne, zijnde heroïne,een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, ( art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 13 juni 2025 te Steenbergen,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, omeen feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van deOpiumwet,voor te bereiden en/of te bevorderen,te weten- het opzettelijk-buiten het grondgebied van Nederland brengen, en/of- bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of- vervaardigen van heroïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voorwerpen, vervoermiddelen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/ofzijn mededaders, wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden datzij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten- een voertuig (met verborgen ruimte en valse/onjuiste kentekenplaten),- een of meer telefoon(s),- een of meer simkaart(en),- 19,92 kilogram paracetamol (vermengd) met coffeïne; ( art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 1 Opiumwet, art 11b lid 1 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet )