RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444536 / FA RK 26-503
Datum uitspraak: 16 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat: mr. N. Schuerman te Rotterdam.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 27 januari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 22 augustus 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 22 februari 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene vertelt tijdens de mondelinge behandeling dat het wel goed met hem gaat. Hij vindt het wonen in de beschermde woonvorm wel prettig, maar kijkt er naar uit om op een andere plek te gaan wonen waar er niet continu begeleiding aanwezig is, het wat rustiger is en er meer ruimte is. Volgens betrokkene kan hij binnenkort naar deze plek verhuizen. De zorgmachtiging vindt betrokkene niet meer zo nodig, omdat hij nu al een lange tijd stabiel is en niet meer psychotisch is ontregeld. Hij vindt het ook vervelend dat de medicatie hem nu wordt opgelegd. Daarbij benoemt betrokkene dat hij de medicatie op vrijwillige basis alsnog zou blijven innemen, want hij ervaart er geen bijwerkingen van.
De advocaat van betrokkene bepleit primair afwijzing van het verzoek. In het verleden is het weliswaar niet goed gegaan met betrokkene in het vrijwillig kader, maar het gaat nu wel al een hele lange tijd goed met hem. Betrokkene vindt een zorgmachtiging daarom niet langer nodig en is van mening dat hem uiteindelijk perspectief moet worden geboden. Daarbij komt dat er tijdens de vorige zitting sprake was van precies dezelfde situatie als nu; de zorgmachtiging werd toen ook nog nodig geacht als stok achter de deur vanwege de beoogde verhuizing van betrokkene. Subsidiair verzoekt de advocaat de zorgmachtiging te verlenen voor een kortere periode van bijvoorbeeld zes maanden, en enkel voor de zorgvorm het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, zodat er zicht op betrokkene blijft en er indien nodig kan worden ingegrepen. De zorgvormen het toedienen van medicatie en het verrichten van medische controles moeten worden afgewezen, omdat betrokkene geen bezwaar heeft tegen zijn medicatie en deze op vrijwillige basis inneemt. Ook de zorgvormen het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid moeten worden afgewezen, omdat betrokkene op vrijwillige basis in de beschermde woonvorm verblijft totdat hij kan doorstromen naar een vervolgplek.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige benoemt dat het op dit moment goed gaat met betrokkene, maar dat hij in het verleden, zonder verplichte zorg, meermaals is gestopt met de voor hem noodzakelijk geachte medicatie. Ook in de afgelopen periode heeft betrokkene deze medicatie een keer geweigerd waardoor deze gedwongen moest worden toegediend. De situatie is op dit moment dus nog te kwetsbaar om in het vrijwillig kader voort te zetten en het is zeker gelet op de beoogde verhuizing van betrokkene belangrijk dat er een stok achter de deur is om ervoor te zorgen dat het goed met hem blijft gaan.
De verpleegkundig specialist benoemt in aanvulling op de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat het behoorlijk lang geleden is sinds betrokkene voor het laatst is opgenomen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel is gelegen in ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt daarbij in overweging dat betrokkene ten tijde van een psychotische ontregeling dreigend en provocerend gedrag vertoont, waarbij hij eerder de muren van het politiebureau heeft behangen met provocerende teksten, zonder kleding buiten heeft rondgelopen, heeft gedreigd met een bomaanslag en hoogwaardigheidsbekleders heeft bestookt met dreigbrieven. Ook is ten tijde van een ontregeling sprake van ernstige zelfverwaarlozing en agressief gedrag bij betrokkene.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat hoewel betrokkene aangeeft op vrijwillige basis mee te werken aan de benodigde medicamenteuze behandeling, hij in het verleden diverse malen, waaronder een keer zeer recent, is gestopt met het innemen van de benodigde medicatie, hetgeen in het verleden heeft geleid tot (acute) psychotische ontregelingen. Gelet daarop acht de rechtbank de situatie van betrokkene – ook gelet op de aanstaande verhuizing – op dit moment nog te kwetsbaar om geheel in het vrijwillig kader voort te zetten.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank ziet gelet op de huidige ontwikkelingen en in de motivatie van betrokkene om de medicatie consistent in te blijven nemen aanleiding om de zorgmachtiging voor een kortere duur te verlenen, onder aanhouding van het resterende deel, zodat betrokkene de komende tijd kan laten zien dat de benodigde zorg in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend voor de duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 16 augustus 2026, onder aanhouding van het restant. De rechtbank verwacht uiterlijk op 16 juli 2026 een schriftelijke update van de officier van justitie met de stand van zaken en de huidige ontwikkelingen in de situatie van betrokkene, waarna een nieuwe zitting zal worden gepland.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 augustus 2026;
houdt de beslissing op het resterende deel van het verzoek aan tot een nader te plannen mondelinge behandeling, gelegen vóór 16 augustus 2026, met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 5.10. is bepaald;
behoudt zich iedere nadere beslissing voor.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.