Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800014-18
Beslissing van de meervoudige kamer van 05 maart 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
gedetineerd in de PI [locatie] ,
hierna: betrokkene,
raadsvrouw mr. C.G.J.E. Lut, advocaat te Eindhoven.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 6 maart 2019 is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs)
met voorwaarden van betrokkene gelast. De tbs is gelast ter zake van vernieling, bedreiging
met enig misdrijf tegen het leven gericht, zware mishandeling en mishandeling.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 20 maart 2019.
Bij beslissing van deze rechtbank van 26 maart 2025 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van één jaar. Daarbij heeft de rechtbank de voorwaarde met betrekking tot het reizen naar het buitenland gewijzigd.
Sindsdien gelden als voorwaarden dat betrokkene:
zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
meewerkt aan reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder andere in;
o dat hij meewerkt aan huisbezoeken;
o dat hij zich meldt op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
o dat hij een of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen;
o dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
o dat hij de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
o dat hij de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleidingen/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
o dat hij zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
o dat hij meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;
als de reclassering dat nodig vindt en de betrokkene daarmee instemt, kan de betrokkene voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de betrokkene deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar;
dat de betrokkene niet zonder toestemming van de reclassering naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden gaat;
zich laat opnemen in een forensische klinische zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Totdat die plaatsing mogelijk is, laat betrokkene zich eventueel ter overbrugging opnemen in een soortgelijke forensische, klinische zorginstelling. De opname start aansluitend op detentie. De opname duurt de gehele duur van de maatregel of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen en/of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
zich ambulant laat behandelen door een nader te bepalen forensische polikliniek of soortgelijke instelling. De behandeling start aansluitend op de klinische opname. De behandeling duurt de gehele maatregel of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
verblijft in een nader te indiceren instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang. Het verblijf start aansluitend op de klinische opname. Het verblijf duurt de gehele maatregel of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
geen harddrugs gebruikt en meewerkt aan controle op dit verbod. De controle gebeurt met urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd;
zich op het gebied van softdrugsgebruik dient te houden aan de aanwijzingen en richtlijnen van de behandelaars van de kliniek en de reclassering, ook als dit inhoudt volledige abstinentie. De controle op naleving van deze voorwaarde zal ondersteund worden door middel van urineonderzoeken en/of blaastesten of anderszins. Betrokkene dient daaraan zijn volledige medewerking te verlenen;
geen alcohol gebruikt en meewerkt aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest);
op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met [persoon 1] . De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
op geen enkele wijze - direct of indirect - contact heeft of zoekt met [persoon 2] , zolang de reclassering dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
zich gedurende de maatregel niet in [plaats] bevindt, zolang de reclassering dit verbod nodig vindt. Betrokkene werkt mee aan elektronische controle op dit locatieverbod;
meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan budgetbeheer, beschermingsbewind of schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
zich actief inzet om een passende dagbesteding te verkrijgen en behouden welke door de reclassering is goedgekeurd.
Hierbij is aan de reclassering de opdracht gegeven betrokkene bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.
Bij beslissing van deze rechtbank van 14 oktober 2025 is bevolen dat betrokkene alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Tegen deze beslissing is door betrokkene hoger beroep ingesteld.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 28 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 5 maart 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. M.A.M. Dekkers, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw C.G.J.E. Lut, advocaat te Eindhoven. Voorts is als deskundige gehoord [deskundige] namens de reclassering.
3. Adviezen
Advies reclassering
De reclassering heeft in het rapport van 16 januari 2026 geadviseerd de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaren. Als in hoger beroep wordt beslist dat de tbs met voorwaarden wordt gecontinueerd, dan is de termijn van twee jaren zeker nodig om de resocialisatie van betrokkene vorm te geven. Het traject dient dan van voren af aan opgebouwd te worden, omdat het betrokkene ontbreekt aan stabiliteit op vrijwel alle leefgebieden. In de afgelopen periode is het bijzonder lastig gebleken om gedegen risicomanagement uit te voeren. De reclassering ziet grote risico’s in de beperkte mate van emotieregulatie en agressieregulatie, die betrokkene voorafgaand, maar ook ten tijde van zijn tbs in de problemen heeft gebracht. Hij kan verbaal en fysiek grensoverschrijdend reageren bij oplopende spanning. Het ontbreekt betrokkene aan copingvaardigheden om spanning op adequate wijze te reguleren. Verslaving blijft een aanwezig risico. Ook de dynamische relatie met zijn partner wordt als risicofactor gekenmerkt. De reclassering ziet een reële kans op opnieuw oplopende spanningen bij betrokkene hieromtrent, hetgeen door de gebrekkige emotieregulatie en copingvaardigheden tot een verhoogd risico leidt. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog, evenals het risico op onttrekken aan voorwaarden. De maatregel kenmerkt zich door het rumoerig verloop, waarbij de houding van betrokkene heeft geleid tot meerdere overplaatsingen, nieuwe behandelpogingen en incidenten, waarvoor hij vervolgens aanwijzingen en officiële waarschuwingen kreeg. Betrokkene heeft zich reeds vanaf het begin niet gehouden aan diverse voorwaarden, zoals het drugs- en alcoholverbod, de meldplicht, de behandelverplichting en de dagbesteding. Hoe meer betrokkene op de huid wordt gezeten, hoe meer weerstand hij laat zien. Hij saboteert daarmee zijn eigen resocialisatie; het lukt hem zelf niet, maar hij laat zich ook niet helpen. Het verblijf van betrokkene in diverse klinieken en ambulante woonvoorzieningen is als gevolg van de houding van betrokkene negatief beëindigd. Het is van essentieel belang dat betrokkene zelf verantwoordelijkheid gaat nemen voor het bewerkstelligen van gedragsverandering.
Ter zitting heeft de deskundige daaraan nog het volgende toegevoegd. Bij betrokkene worden steeds dezelfde patronen gezien, waarbij hij verbaal grensoverschrijdend gedrag laat zien. Bij de inschatting van het recidiverisico heeft de reclassering in ogenschouw genomen dat betrokkene altijd intern heeft gezeten en veel gekaderd werd. Er wordt veel aan gedaan om te voorkomen dat de spanningen bij betrokkene volledig escaleren. Veel dagelijkse lasten en zorgen worden bij betrokkene weggenomen. Indien dit niet het geval is, zal de draaglast voor hem enorm toenemen en het recidiverisico hoog zijn. Wat goed gaat is dat betrokkene langere tijd abstinent is van middelen.
Advies psycholoog
Uit het rapport van [psycholoog] van 19 november 2025 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vormvan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline trekken. Daarnaast is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een stoornis in het gebruik van alcohol, een anxiolyticum en cannabis. De kans op ernstig gewelddadig gedrag wordt als laag-matig ingeschat, mits betrokkene abstinent blijft van alcohol, zeker in combinatie met het gebruik van benzodiazepine. De kans op verbaal agressief gedrag en vernieling van goederen, alsmede op overtredingen van voorwaarden(zoals het niet nakomen van afspraken), kan als hoog worden ingeschat. Betrokkene heeft weinig controle over zijn agressieve impulsen en neemt weinig verantwoordelijkheid voor zijn leven. Het niet op afspraken verschijnen bij de reclassering, behandelaren en dagbesteding, ruzies met zijn vriendin, het gebruik van cannabis en een algehele passieve houding, maken de uitvoering van het toezicht door de reclassering erg moeilijk. De psycholoog ziet echter nog interventiemogelijkheden binnen het kader van de tbs met voorwaarden (binnen een klinische setting). Het feit dat betrokkene sinds 2019 niet gekomen is tot fysiek gewelddadig gedrag en omdat er nog gedragsinterventies mogelijk zijn, zou pleiten voor het voortzetten van de maatregel tbs met voorwaarden, waarbij gestart wordt met een intensieve klinische fase (opname in een FPK), gevolgd door een vorm van beschermd of begeleid wonen. Geadviseerd wordt om de maatregel terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Dit geldt zowel voor de situatie dat de maatregel tbs wordt omgezet in dwangverpleging (vanwege de lange wachtlijst voor opname in een FPC, waar eerst gestart wordt met observaties, diagnostiek, risicotaxatie en het opstellen van een behandelplan), als voor de situatie dat de tbs met voorwaarden wordt gecontinueerd (een periode van twee jaar is zeker nog nodig om tot resocialisatie te komen).
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven. Daarbij is opgemerkt dat het thans gaat om verlenging van de tbs met voorwaarden (en dus niet tot verlenging van de tbs met bevel tot verpleging zoals in de vordering is vermeld), nu nog niet is beslist op het hoger beroep tegen het bevel dat betrokkene alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Aan de wettelijke criteria voor verlenging van de tbs is voldaan, gelet op de rapporten van de reclassering en de psycholoog. Verlenging van de tbs met slechts een jaar is niet aan de orde, omdat aannemelijk is dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsvrouw hebben verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar. Betrokkene heeft een ontwikkeling doorgemaakt. Hij heeft verdovende middelen uitgebannen en zal nu – na de operatie aan zijn galblaas – het gebruik van medicatie af gaan bouwen. Hoewel emotieregulatie nog steeds lastig is, is deze wel verbeterd. Van daadwerkelijke recidive is geen sprake geweest. Er is geen sprake van een dusdanig hoog recidiverisico dat het noodzakelijk is de tbs met twee jaar te verlengen. Verlenging met twee jaar zou disproportioneel zijn, temeer nu onduidelijk is of het bevel tot verpleging in hoger beroep gehandhaafd blijft. Betrokkene moet perspectief blijven houden en na een jaar kan geëvalueerd worden waar betrokkene op dat moment staat. De vraag is of het systeem van tbs aansluit bij betrokkene en of niet reeds het maximaal haalbare is bereikt in dat kader, ook gelet op alle zorgtrajecten die hij voordien heeft doorlopen.
5. Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs met voorwaarden eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.
Gelet op de adviezen van de reclassering en de psycholoog wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. Bij betrokkene is sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline trekken. Daarnaast is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van een stoornis in het gebruik van alcohol, een anxiolyticum en cannabis. Het recidiverisico, voortvloeiend uit de hiervoor genoemde stoornissen, wordt als hoog ingeschat indien de tbs-maatregel zou komen te vervallen. Dit betekent dat de tbs kan en zal worden verlengd.
Wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met een termijn van één jaar is het vaste rechtspraak dat de tbs in principe verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden kan in een dergelijke situatie toch voor slechts één jaar wordt verlengd. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een dergelijke bijzondere omstandigheid, omdat thans nog onduidelijk is of de tbs met voorwaarden door blijft lopen of dat het bevel tot het alsnog verplegen van betrokkene in hoger beroep gehandhaafd blijft.
Hoewel de termijn van twee jaren nodig lijkt om de behandeling van betrokkene verder vorm te geven, zowel in het geval van tbs met voorwaarden als in het geval van tbs met verpleging, zal de rechtbank – gelet op deze bijzondere omstandigheid – de tbs met slechts één jaar verlengen. De rechtbank acht vanwege de onduidelijkheid over de vorm waarin de tbs het komende jaar wordt gegoten een tussentijds toetsmoment van belang om te kunnen bezien waar verdachte na een jaar staat in zijn behandeling. Dit betekent overigens niet dat door betrokkene hieraan nu de verwachting kan worden ontleend dat de tbs na een jaar wordt beëindigd.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met voorwaarden van betrokkene wordt verlengd met één jaar.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met 1 (één) jaar;
wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.
Deze beslissing is genomen door mr. L.W. Boogert, voorzitter,
en mr. R. Combee en mr. A.R. van Triest, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 19 maart 2026.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.