ECLI:NL:RBZWB:2026:1998

ECLI:NL:RBZWB:2026:1998

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-02-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer C-02-443478 - JE RK 25-2314
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/443478 / JE RK 25-2314

Datum uitspraak: 2 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat mr. I. de Dobbelaere-Woets uit Terneuzen,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat mr. L.A.E. Bregonje-Voermans uit Terneuzen,

Fam. [de pleegouders mz] , hierna te noemen de pleeg-/grootouders moederszijde,

wonende te [woonplaats 1] ,

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 december 2025;

de brief van de Raad van 16 januari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader met zijn advocaat;

- de moeder met haar advocaat;

- een vertegenwoordiger van de GI;

- de pleegouder(s).

2. De feiten

[minderjarige] is erkend door de vader.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 16 februari 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 augustus 2025 de machtiging [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd tot 16 februari 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI, zo de kinderrechter begrijpt, de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van een jaar, waarvan 6 maanden toe te wijzen, onder aanhouding van de beslissing op het restant van het verzoek voor de duur van 6 maanden.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI verwijst voor de onderbouwing van het verzoek naar het verzoekschrift en heeft tijdens de zitting aanvullend nog het volgende naar voren gebracht. De samenwerking tussen de ouders en de vorige jeugdbeschermer is niet goed verlopen. De huidige jeugdbeschermer staat in goed contact met de ouders. De GI verzoekt een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van 6 maanden, onder aanhouding van het restant van het verzoek. Het is van belang dat binnen de komende 6 maanden meer duidelijk wordt over het perspectief van [minderjarige] . Daarvoor moet meer zicht komen op de opvoedcapaciteiten van beide ouders.

De vader voert geen verweer tegen de verzoeken van de GI.

De moeder voert geen verweer tegen de verzoeken van de GI.

De pleegouders voeren ook geen verweer tegen de verzoeken van de GI.

Uit de brief van 16 januari 2026 blijkt dat de Raad adviseert om de verzoeken van de GI toe te wijzen. Gebleken is dat [minderjarige] op dit moment nog niet bij zijn ouders kan wonen en dat nog onderzocht moet worden wat het definitieve opvoedperspectief van [minderjarige] is. De Raad merkt op dat het belangrijk is dat de GI aandacht heeft voor de aanvaardbare termijn voor [minderjarige] .

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

[minderjarige] wordt nog steeds in zijn ontwikkeling bedreigd. Ondanks dat de samenwerking tussen de GI en de ouders en ook de omgang tussen [minderjarige] en zijn ouders goed verloopt moeten er nog stappen gezet worden om duidelijkheid te krijgen rondom het perspectief van [minderjarige] . Daarvoor is het van belang dat er een traject van ouderschapsbemiddeling wordt ingezet en dat wordt toegewerkt naar een traject van Parallel Solo Ouderschap. Ook is het van belang dat de GI zicht blijft houden op de behandeling van de moeder bij Emergis. De kinderrechter vindt het nodig dat de GI de komende periode goed zicht krijgt op de opvoedcapaciteiten van de ouders en de GI moet oog blijven hebben voor de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] . Het is in het belang van [minderjarige] dat op korte termijn duidelijkheid ontstaat over waar hij verder zal opgroeien.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat het de ouders zonder de hulp van de GI niet lukt om de hulpverlening aan te gaan die voor hen en voor [minderjarige] nodig is. De hiervoor genoemde trajecten moeten worden geborgd door de GI.

De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Het gaat goed met [minderjarige] bij de pleegouders en de kinderrechter vindt het van belang dat [minderjarige] de komende 6 maanden bij de pleegouders blijft wonen. De kinderrechter zal de beslissing op het restant van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing aanhouden tot een nader te bepalen zitting in [maand] 2026. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de zitting een briefrapportage bij de rechtbank in te dienen en zich daarin uit te laten over de stand van zaken en over het door de GI gewenste verdere procesverloop.

De beslissing tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 16 februari 2026 tot 16 februari 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 16 februari 2026 tot 16 augustus 2026;

houdt de beslissing op het restant van het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing aan tot een nader te bepalen zitting in [maand] 2026;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de nog te plannen zitting een briefrapportage bij de rechtbank in te dienen waaruit de stand van zaken en het door de GI gewenste verdere procesverloop blijkt;

verklaart de beslissing onder 6.1 en 6.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. Van de Merbel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Duerink-Bottinga als griffier, en op schrift gesteld op 24 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Duerink-Bottinga als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?