Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02.220451.25
Vonnis van de meervoudige kamer van 19 maart 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Oeganda) op [geboortedag] 2006,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gehecht in [verblijfplaats] ,
raadsman mr. J. Looman, advocaat te Wassenaar.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. S. van de Wilt-Withfield en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 1 augustus 2025 diverse goederen bij de Action te [plaats] heeft gestolen.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting
Tijdens de beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Op 12 maart 2026, na het sluiten van het onderzoek ter terechtzitting, heeft de officier van justitie per e-mail nieuwe informatie aangaande de verblijfsrechtelijke status van verdachte aan de rechtbank en de raadsman van verdachte toegezonden. Daaruit blijkt onder meer dat verdachte onlangs op 27 januari 2026 opnieuw asiel in Nederland heeft aangevraagd en dat hij door de lopende asielprocedure, anders dan door de verdediging ter zitting is gesteld, op dit moment niet verwijderbaar is als verdachte in vrijheid zou gaan. De rechtbank acht deze nieuwe informatie van belang voor de beoordeling. De verdediging is niet in de gelegenheid geweest om hierop te reageren. Om die reden zal de rechtbank het onderzoek heropenen en schorsen en bevelen dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat voor een standpuntenwisseling ter zitting.
De rechtbank zal de verkeerstoren opdracht geven om de agenda’s van de betrokkenen op elkaar af te stemmen, ter planning van de nadere zitting binnen één maand na heden.
5. De beslissing
De rechtbank:
- heropent en schorst het onderzoek en beveelt dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;
- beveelt de oproeping van verdachte en diens raadsman mr. Looman, dhr. [deskundige] als deskundige namens de reclassering en een tolk in de Engelse taal tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat;
- beveelt dat de benadeelde partij - indien deze dat wenst - van het tijdstip waarop het onderzoek ter zitting zal worden hervat in kennis wordt gesteld;
- bepaalt dat het onderzoek in deze zaak zal worden hervat binnen een periode van één maand na heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, en mr. H. Skalonjic en mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Vork, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 19 maart 2026.
Mr. Van der Wal is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.