2. Het verzoek
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank doorhaling van voormelde akte zal gelasten.
3. De beoordeling
In voormelde akte, opgemaakt op 14 oktober 2025, is opgenomen dat op [datum] 2025 in [plaats] is overleden de heer [naam] .
Het openbaar ministerie verzoekt voormelde akte van overlijden door te halen omdat is gebleken dat een overlijdensakte is opgemaakt terwijl dit een akte van lijkvinding had moeten zijn.
De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge heeft middels voormelde instemmingsverklaring bericht in te kunnen stemmen met het verzoek van het openbaar ministerie.
Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien het verzoekschrift is ingediend door voormeld openbaar ministerie. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd omdat het verzoek ziet op doorhaling van een akte die is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.
Uit de overgelegde stukken, waaronder het ‘proces-verbaal aangifte lijkvinding’ van
11 oktober 2025, op ambtsbelofte opgemaakt door [inspecteur] , inspecteur tevens hulpofficier van justitie, blijkt dat op [datum] 2025 om 15:56 uur bij de politie melding is gemaakt dat binnen de gemeente Halderberge het lijk is gevonden van de heer [naam] .
Gelet op het bepaalde in artikel 1:19f, tweede lid, BW juncto artikel 1:19h, zesde lid, BW diende, omdat sprake is van lijkvinding, door de ambtenaar van de burgerlijke stand een akte van overlijden te worden opgemaakt op schriftelijke aangifte van de hulpofficier van justitie. De akte waarvan doorhaling wordt verzocht voldoet hier niet aan. De desbetreffende akte is door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakt, kennelijk op de voet van het bepaalde in artikel 1:19f, eerste lid, BW juncto artikel 1:19h, eerste lid, BW, zonder de schriftelijke aangifte van de hulpofficier van justitie en derhalve op basis van een aangifte van overlijden door een daartoe niet bevoegd persoon.
Dit brengt met zich dat de akte [nummer 1] van het jaar 2025 ten onrechte is opgemaakt. Het verzoek tot doorhaling van deze akte zal worden toegewezen.
Ten overvloede overweegt de rechtbank dat op 31 oktober 2025 een akte van overlijden met [nummer 2] is opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge, zulks op schriftelijke aangifte door de hulpofficier van justitie.
4. De beslissing
De rechtbank
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Halderberge om de akte met [nummer 1] van het jaar 2025 van het onder hem berustende register van overlijden door te halen.
Deze beschikking is gegeven door mr. van Leuven en in tegenwoordigheid van mr. Schröder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch