RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
beschikking
Cluster I Civiele kantonzaken
Bergen op Zoom
zaaknummer: 12103962 / OV VERZ 26-346
Beschikking van 13 maart 2026
in de zaak van
1. [verzoeker 1] ,
2. [verzoeker 2],
beiden te [plaats],
verzoekers,
hierna samen verder te noemen: [verzoekers] ,
procederende in persoon,
tegen
JLE VASTGOED B.V.,
te Vinkeveen,
hierna verder te noemen: JLE Vastgoed,
verweerder.
1. Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties per e-mail ontvangen op 15 februari 2026
de aanvullingen op het verzoekschrift per e-mail ontvangen op 23 februari en 6 maart 2026.
2. Het verzoek
De kantonrechter begrijpt uit het verzoekschrift dat tussen partijen een huurovereenkomst bestaat met betrekking tot de woning gelegen aan [adres] te [plaats]. [verzoekers] verzoeken de kantonrechter om de huurovereenkomst tussen partijen per 1 juni 2026 te beëindigen en te bepalen dat [verzoekers] recht hebben op huurprijsvermindering over een periode van één jaar.
3. De beoordeling
De kantonrechter begrijpt uit het verzoekschrift dat [verzoekers] het verzoek met betrekking tot de beëindiging van de huurovereenkomst op artikel 6:265 in samenhang met artikel 6:267 lid 2 BW en met betrekking tot de huurprijsvermindering op artikel 7:207 lid 1 BW gronden.
De kantonrechter overweegt dat ten aanzien van verzoekschriftenprocedures een gesloten systeem bestaat (MvT, Parl. Gesch. Herz. Rv, p. 434). De kantonrechter is slechts op grond van een concrete wetsbepaling bevoegd - en verplicht - tot het geven van een beschikking op een verzoekschrift (HR 15 maart 1991, LJN ZC0177 (C./Staat).
[verzoekers] hebben geen grondslagen aangevoerd die erop duiden dat de procedure bij verzoekschrift dient te worden aangebracht. De verzoeken van [verzoekers] zijn kennelijk gegrond op artikel 6:267 lid 2 en 7:207 BW. Uit deze wetsartikelen volgt dat de rechter een beslissing dient te nemen op een vordering. Dit betekent dat [verzoekers] hun vorderingen dienen in te stellen door middel van een dagvaarding.
Conform artikel 69 Rv is de rechtbank verplicht, ook zonder een daartoe strekkend verweer, te onderzoeken of de procedure met het juiste procesinleidend stuk aanhangig is gemaakt. Indien de kantonrechter vervolgens constateert dat de zaak op het verkeerde ‘spoor’ zit, dient zij de wissel om te zetten en ervoor zorg te dragen dat de procedure wordt doorgeleid naar het juiste spoor.
Gelet op het bepaalde in artikel 69 Rv zal de kantonrechter bevelen dat onderhavige zaak wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, een en ander zoals in de beslissing vermeld. Voor het uitbrengen van het exploot van de oproeping dienen [verzoekers] een deurwaarder in te schakelen.
4. De beslissing
De kantonrechter
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 15 april 2026 te 10.00 uur (locatie Bergen op Zoom, Zuid-Oostsingel 41, 4611 BC Bergen op Zoom) teneinde [verzoekers] de gelegenheid te bieden hun stellingen zo nodig aan de op de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels aan te passen;
beveelt [verzoekers] om JLE Vastgoed, met in achtneming van de wettelijke termijnen en de voor dagvaarding geldende vormvoorschriften, tegen de hiervoor genoemde datum en tijd op te roepen onder betekening van het verzoekschrift (en de daarbij behorende producties/bijlagen) en deze beslissing;
bepaalt dat [verzoekers] het exploot van de oproeping met producties/bijlagen uiterlijk één dag voor voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie (via Postbus 5015, 4330 KA Middelburg) dienen aan te bieden.
Deze beschikking is gegeven door mr. Swaanen en uitgesproken op 13 maart 2026.