ECLI:NL:RBZWB:2026:205

ECLI:NL:RBZWB:2026:205, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-01-2026, BRE 24/6928

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-01-2026
Datum publicatie 22-01-2026
Zaaknummer BRE 24/6928
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

8:54; Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht.

Uitspraak

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende over de aanslag erfbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer] .

2. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader

4. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.

Betalingsonmacht

5. De rechtbank heeft belanghebbende op 8 oktober 2024 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen. Bij bericht van 15 oktober 2024 heeft belanghebbende aangegeven dat zij niet in staat is het griffierecht te voldoen wegens betalingsonmacht. Bij bericht van 22 oktober 2024 is belanghebbende in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken het beroep op betalingsonmacht te onderbouwen. Hier is niet op gereageerd. De griffier heeft vervolgens bij bericht van 8 november 2024 het beroep op betalingsonmacht afgewezen.

6. Bij bericht van 16 mei 2025 heeft belanghebbende nogmaals een beroep gedaan op betalingsonmacht. Bij bericht van 13 oktober 2025 heeft de rechtbank kenbaar gemaakt het verzoek om betalingsonmacht niet in behandeling te nemen. Het beroep op betalingsonmacht was reeds op 8 november 2024 afgewezen. Belanghebbende is daarbij nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen. Belanghebbende heeft op 24 november 2025 nogmaals gereageerd dat zij niet in staat is het griffierecht te betalen.

Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?

7. De griffier heeft belanghebbende bij brief van 15 oktober 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 13 november 2025 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 18 november 2025 om 15:05 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend.

8. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.

Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?

9. Belanghebbende heeft als reden voor dit verzuim gegeven dat het griffierecht niet kan worden betaald. Zoals hiervoor is overwogen is het beroep op betalingsonmacht afgewezen. Dit is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van

mr. W. Dekkers, griffier, op 20 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.H.W. Steijn

Griffier

  • mr. W. Dekkers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?