ECLI:NL:RBZWB:2026:2130

ECLI:NL:RBZWB:2026:2130

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 02-092242-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van bankhelpdeskfraude en het medeplegen van diefstal door middel van valse sleutels. Geen toepassing ASR. Gevangenisstraf 18 maanden met aftrek van voorarrest. Vorderingen benadeelde partijen toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-092242-23

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 maart 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

uit anderen hoofde gedetineerd in [verblijfplaats] ,

raadsman mr. N. Claassen, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. R. in ’t Veld, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen in de periode van 1 februari 2022 tot en met 18 juli 2022:

feit 1: 18 personen heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;

feit 2: geld heeft gestolen van 17 personen met de door oplichting verkregen bankpassen met bijbehorende pincodes.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en baseert zich daarbij op de deels bekennende verklaring van verdachte, de aangiftes, herkenningen en overige bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de oplichting in de zaken 5 en 9, zoals onder feit 1 en feit 2 ten laste is gelegd. De stills van de camerabeelden zijn van zodanig slechte kwaliteit dat deze geen betrouwbare (gezichts)herkenning kunnen opleveren. Daarnaast verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van de onderdelen van de tenlastelegging die zien op het wegnemen van de sieraden onder feit 1, nu het bewijs daarvoor ontbreekt en verdachte een ontkennende verklaring heeft afgelegd. Voor de overige feiten wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, nu verdachte deze feiten heeft bekend.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Gelet op de grotendeels bekennende verklaring van verdachte zal de rechtbank zich beperken tot de vraag of er voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde oplichting in de zaken 5 en 9 en voor het wegnemen van de sieraden zoals tenlastegelegd onder feit 1.

Feit 1, zaak 5

Uit de aangifte van [slachtoffer 1] volgt dat zij op 16 mei 2022 is opgebeld door een medewerker van de Rabobank die haar vertelt dat er fraude is gepleegd en dat er geld afgeschreven gaat worden. Om dat te voorkomen, heeft de medewerker haar bankpas nodig. Een vrouw, die zich voordoet als mevrouw [naam] , komt de bankpas met pincode bij aangeefster in Vlissingen ophalen. In Vlissingen wordt vervolgens met die pinpas een groot geldbedrag gepind. Op de beelden is te zien dat de pinner zwarte schoenen, een spijkerbroek, zwarte bovenkleding en een zwarte hoofddoek met een blauwkleurig mondkapje draagt. Op basis van deze beelden herkent de politie verdachte.

Diezelfde dag, nog geen twee uur later, wordt in Vlissingen mevrouw [slachtoffer 2] op eenzelfde wijze opgelicht (zaak 6). Ook hier wordt de bankpas met pincode opgehaald door een vrouw die zich voordoet als [naam] . Op de beelden van het appartementencomplex waar [slachtoffer 2] woont, wordt een vrouw gezien met hetzelfde signalement als even daarvoor bij aangeefster [slachtoffer 1] . Ook aan de hand van deze camerabeelden wordt verdachte herkend.

Gelet op deze omstandigheden stelt de rechtbank vast dat de persoon aan de deur bij aangeefster [slachtoffer 1] dezelfde persoon is geweest als die bij aangeefster [slachtoffer 2] , te weten verdachte. Aan die overtuiging draagt bij dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard zich te herkennen op de stills van de camerabeelden in zaak 6. Voorgaande omstandigheden in samenhang bezien maken dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de oplichting van [slachtoffer 1] en aan de daaropvolgende gekwalificeerde diefstal van een bedrag van € 1180,-.

Feit 1, zaak 9

Ten aanzien van zaak 9 stelt de rechtbank vast dat uit de aangifte van [slachtoffer 3] volgt dat zij op 17 mei 2022 is opgelicht. Er zijn bij haar twee bankpassen opgehaald, waarna er tweemaal een aankoop is gedaan bij de BCC in Terneuzen. Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt dat zij die dag in Terneuzen is geweest en daarnaast is een screenshot van de website van BCC aangetroffen. Hoewel de stills van de camerabeelden van de BCC van beperkte kwaliteit zijn, is daarop wel een bruin geblokte tas te zien. Met een soortgelijke tas staat verdachte meermaals op de foto, zo blijkt eveneens uit het onderzoek aan haar telefoon. Daarnaast blijkt uit de stills dat de persoon schoenen met een witte zool draagt, waarover verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat zij in die tijd soortgelijke schoenen had. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook betrokken is geweest bij deze oplichting, zodat het medeplegen van de oplichting van aangever [slachtoffer 3] en de daaropvolgende gekwalificeerde diefstal van het bedrag van € 2248,- wettig en overtuigend is bewezen.

Wegnemen van sieraden

De enkele verklaring van verdachte dat zij zich niet kan herinneren dat zij bij de betreffende aangevers ook sieraden heeft meegenomen en zij zich niet in die verdenking herkent, is op zichzelf onvoldoende om te twijfelen aan de meerdere aangiftes waarin gedetailleerd en op vergelijkbare wijze over het afgeven van sieraden wordt verklaard. De rechtbank acht het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het wegnemen van de sieraden dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Conclusie

Gelet op wat hiervoor is overwogen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1 in de periode van 1 februari 2022 tot en met 18 juli 2022 te Oisterwijk, Dongen, Vlissingen, Deventer, Oosterwolde, Terneuzen, Middelburg, Koudekerke, Boxtel, Volkel, Uden, Heeswijk-Dinther, Harderwijk, Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, meer personen, te weten slachtoffers [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] heeft bewogen tot de afgifte van enig goeden het ter beschikking stellen van gegevens, te weten het ter beschikking stellen van pincodes en de afgifte van betaalpassen en de afgifte van een telefoon (te weten een Swissvoice) en tablet (te weten een Samsung tablet) en de afgifte van sieraden (te weten kettingen, ringen, armbanden, manchetknopen, horloges, hangertjes, een zakje met zwarte gitte, oorbellen), en de afgifte van contante geldbedragen en munten, door - telefonisch contact op te nemen met die slachtoffers en- zich voor te doen als bankmedewerker van de Rabobank en/of de ABN Amro en/of de ING Bank, en- die slachtoffers te vertellen dat er geprobeerd is een geldbedrag van hun rekening af te schrijven en/of- die slachtoffers te vertellen dat er een of meer (ongewenste) transacties plaatsvonden vanaf de rekeningen van aangevers en/of- die slachtoffers te vertellen dat hij de transacties heeft kunnen tegenhouden en/of- die slachtoffers te vertellen dat in verband met veiligheidsredenen de bankpas vervangen/geblokkeerd moet worden en/of- die slachtoffers te verzoeken hun pincodes in te spreken en/of in te typen en- die slachtoffers te vertellen dat een bankmedewerker de pinpassen zou komen ophalen en- die slachtoffers te verzoeken hun bankpassen in een envelop te doen en- zich naar de woning van die slachtoffers te begeven en- (vervolgens) de bankpassen, sieraden, telefoon en tablet toebehorende aan die slachtoffers in ontvangst te nemen en mee te nemen en- zich naar betaalautomaten te begeven en- (vervolgens) (grote) geldbedragen met behulp van betaalpassen en pincodes van de rekeningen van die slachtoffers op te nemen;

feit 2 in de periode van 1 februari 2022 tot en met 18 juli 2022 te Oisterwijk, Dongen, Vlissingen, Deventer, Oosterwolde, Terneuzen, Middelburg, Oost-Souburg, Koudekerke, Boxtel, Volkel, Heeswijk-Dinther, Harderwijk, Amersfoort, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geldbedragen, te weten- 1.580 euro, toebehorende aan [slachtoffer 4] (zaak 2),- 4.500 euro, toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak 3),- 3.580 euro, toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak 1),- 1.800 euro, toebehorende aan [slachtoffer 7] (zaak 10),- 2.000 euro, toebehorende aan [slachtoffer 8] (zaak 11),- 1.180 euro, toebehorende aan [slachtoffer 1] (zaak 5),- 2.250 euro, toebehorende aan [slachtoffer 2] (zaak 6),- 2.980 euro, toebehorende aan [slachtoffer 9] (zaak 7),- 2.249 euro, toebehorende aan [slachtoffer 10] (zaak 8),- 2.248 euro, toebehorende aan, [slachtoffer 3] (zaak 9),- 500 euro, toebehorende aan [slachtoffer 11] (zaak 16),- 3.850 euro, toebehorende aan [slachtoffer 12] (zaak 13),- 1.180 euro, toebehorende aan [slachtoffer 13] (zaak 17),- 4.890 euro, toebehorende aan [slachtoffer 15] (zaak 15),- 1.960 euro, toebehorende aan [slachtoffer 16] (zaak 21),- 1.680 euro, toebehorende aan [slachtoffer 17] (zaak 22),- 2.580 euro, toebehorende aan [slachtoffer 18] (zaak 23)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en haar mededaders die weg te nemen geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door meermalen, - gebruik te maken van bankpassen en bijbehorende pincodes van voornoemde slachtoffers en- (vervolgens) met die bankpassen en bijbehorende pincodes (grote) geldbedragen op te nemen bij betaalautomaten en/of- (grote) uitgaven en/of overschrijvingen en/of transacties te doen/uit te voeren met de bankpassen en bijbehorende pincodes van die aangevers, waartoe verdachte en haar mededader(s) niet gerechtigd of gemachtigd of bevoegd waren.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht en te volstaan met een werkstraf. Verder verzoekt de verdediging om bij de strafoplegging rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in een periode van ongeveer vijf maanden samen met anderen schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. De slachtoffers – steeds oudere mensen – werden gebeld door een mededader die zich voordeed als bankmedewerker. De slachtoffers werd wijsgemaakt dat hun banktegoed gevaar liep en op slinkse en geraffineerde wijze werden zij gemanipuleerd om hun bankpas met bijbehorende pincode mee te geven. Terwijl de mededader nauw contact met verdachte onderhield, deed verdachte zich aan de deur van de slachtoffers voor als bankmedewerker waarbij de slachtoffers haar hun bankpassen en in sommige gevallen ook sieraden en andere waardevolle spullen hebben meegegeven. Daarna werden zo snel mogelijk grote bedragen van de bankrekeningen gepind, van de spaarrekening naar de lopende rekening overgemaakt of werden er dure aankopen gedaan. Zodoende heeft verdachte ook tientallen keren gepind met een bankpas die niet van haar was.

Verdachte heeft moedwillig en op schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in haar hadden. Bij de ontmoetingen moet het voor haar duidelijk zijn geweest dat het ging om kwetsbare, oudere mensen. Verdachte heeft hen ook sieraden afhandig gemaakt die een grote emotionele waarde vertegenwoordigen. Zelfs na een aanhouding zette verdachte haar handelen voort. Dat verdachte hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens diep heeft geschaad, blijkt ook uit de aangiftes, de schriftelijke slachtofferverklaring van [slachtoffer 17] en de door [slachtoffer 10] ter terechtzitting gegeven toelichting. De rechtbank rekent verdachte haar berekenende en enkel op geld beluste handelen zwaar aan.

Daarnaast is bankhelpdeskfraude een misdrijf dat het vertrouwen ondermijnt dat rekeninghouders in het algemeen in het betalingsverkeer en het bankwezen mogen hebben. Dit vertrouwen is van groot belang voor het maatschappelijk en economisch verkeer. Ook leidt bankhelpdeskfraude tot hoge kosten voor de banken. Verdachte heeft zich niet bekommerd om de gevolgen van haar handelen, maar alleen gedacht aan haar eigen financiële gewin: een makkelijke manier om snel aan veel geld te komen.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 27 januari 2026, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Verder blijkt daaruit dat verdachte na de onderhavige feiten in 2024 in Zweden is veroordeeld voor het vervoeren van harddrugs, waarvoor zij op dit moment in detentie verblijft.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 25 februari 2026. Hieruit blijkt dat bij verdachte ten tijde van de bewezen verklaarde feiten sprake was van schuldenproblematiek en een lachgasverslaving. Daarnaast verkeerde zij in een sociaal netwerk waarin sprake was van het negatief beïnvloeden van elkaar. In mei 2023 kreeg verdachte haar leven terug op de rit. Zij vond werk, kreeg een relatie en een eigen huurappartement. Toch zit verdachte momenteel een gevangenisstraf uit voor de duur van vijf jaren vanwege een drugsgerelateerd feit in Zweden. Op 23 september 2027 zou verdachte in aanmerking kunnen komen voor de voorwaardelijke invrijheidsstelling. Haar gedrag tijdens detentie is goed en zij zet zich in voor re-integratie. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld-hoog, waarbij het psychosociaal functioneren en het tekort aan vaardigheden worden beschouwd als criminogene factor. Hoewel toezicht en interventies noodzakelijk worden geacht, wordt geadviseerd aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Toezicht en interventies zullen aan de voorwaardelijke invrijheidstelling worden verbonden. Daarnaast wordt geadviseerd om het volwassenenstrafrecht toe te passen. Het uitgebreid wegingskader is toegepast. In de tussentijd hebben zich diverse gebeurtenissen voorgedaan en heeft er een dusdanige ontwikkeling plaatsgevonden dat afdoening volgens het jeugdstrafrecht niet langer passend is.

Adolescentenstrafrecht?

Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten negentien jaar en dus meerderjarig. Het uitgangspunt is dan de toepassing van het volwassenenstrafrecht. Op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht kan de rechtbank het jeugdstrafrecht (het adolescentenstrafrecht) toepassen voor verdachten tussen de 18 en 23 jaar, als de persoonlijkheid van de dader en/of de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan daartoe aanleiding geven. De rechtbank overweegt dat het adolescentenstrafrecht dient te worden toegepast als dit gelet op de ontwikkelingsfase van de jongvolwassenen de meest effectieve manier is om het gedrag positief te beïnvloeden, om zo ook de adolescent te stimuleren een verantwoorde rol in de samenleving op zich te nemen.

De rechtbank ziet in de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd weliswaar aanknopingspunten om het adolescentenstrafrecht toe te passen, maar van een pedagogisch doel bij de toepassing van het adolescentenstrafrecht is de rechtbank niet langer gebleken. Verdachte zit momenteel een langdurige gevangenisstraf uit. Op het moment dat zij in dat verband werd aangehouden, woonde zij op zichzelf. Na detentie is zij van plan daarheen terug te keren en te trouwen met haar huidige partner. De rechtbank zal daarom aansluiten bij het advies van de reclassering en – conform uitgangspunt – het volwassenstrafrecht toepassen. De rechtbank zal in strafmatigende zin wel rekening houden met de jonge leeftijd en kwetsbaarheid van verdachte en het feit dat zij haar handelen ten tijde van de feiten niet voldoende adequaat overzag.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, eerste lid, van het EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Overschrijding van de redelijke termijn wordt in beginsel gecompenseerd door vermindering van de straf die zou zijn opgelegd als de redelijke termijn niet zou zijn overschreden. Na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen – waaronder de mate van overschrijding van de redelijke termijn – kan in bepaalde gevallen worden volstaan met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, eerste lid, EVRM.

Verdachte is op 20 juni 2022 in verzekering gesteld. Hoewel de overschrijding van de redelijke termijn grotendeels verschoonbaar is door de overlevering naar Zweden, is de rechtbank van oordeel dat ook daarmee rekening houdend sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn met 10 maanden. De rechtbank zal de overschrijding in strafmatigende zin meewegen.

Strafoplegging

De rechtbank stelt voorop dat voor de straftoemeting van het delict oplichting geen landelijke oriëntatiepunten bestaan. Gelet op de omvang, hoeveelheid en ernst van de feiten, het schadebedrag en de kwetsbaarheid van de slachtoffers kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur van die gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die worden opgelegd in soortgelijke zaken, de jeugdige leeftijd van verdachte en het tijdsverloop. Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte op een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen

Benadeelde partij [slachtoffer 10] (feit 1 en 2, zaak 8)

De benadeelde partij [slachtoffer 10] vordert een schadevergoeding van in totaal € 1.500,00 als gevolg van feit 1 en feit 2, waarvan € 1.000,00 voor geleden materiële schade en € 500,00 voor geleden immateriële schade.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De verdediging heeft de gevorderde bedragen niet betwist.

Voor wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. Bij de oplichting is ingespeeld op het vertrouwen en de bijzondere kwetsbaarheid van de ouderen ten opzichte van het digitaal bankieren. De benadeelde partij heeft niet alleen haar bankpas afgestaan, maar ook de trouwring van haar overleden man en erfstukken van haar moeder. Het is de rechtbank gebleken dat de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij groot zijn geweest. De rechtbank overweegt daarom dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat de nadelige gevolgen daarvan voor benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank acht het gevorderde bedrag aan immateriële schade billijk.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank dan ook volledig toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, te weten 17 mei 2022.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met een ander/anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

Benadeelde partij [slachtoffer 18] (feit 1, zaak 23)

De benadeelde partij [slachtoffer 18] vordert een schadevergoeding van € 204,95 als gevolg van feit 1, bestaande uit geleden materiële schade.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De verdediging heeft het gevorderde bedrag niet betwist.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank dan ook volledig toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 18 juli 2022.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met een ander/anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

Benadeelde partij [slachtoffer 13] (feit 1 en 2, zaak 17)

De benadeelde partij [slachtoffer 13] vordert een schadevergoeding van in totaal

€ 300,00 als gevolg van feit 1 en feit 2, waarvan € 50,00 voor geleden materiële schade en

€ 250,00 voor geleden immateriële schade. Daarnaast zijn ter terechtzitting de proceskosten bestaande uit reiskosten gevorderd.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De verdediging heeft de gevorderde bedragen niet betwist.

Voor wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. Bij de oplichting is ingespeeld op het vertrouwen en de bijzondere kwetsbaarheid van de ouderen ten opzichte van het digitaal bankieren. De benadeelde partij heeft niet alleen haar bankpas afgestaan, maar ook meerdere sieraden waaronder de trouwring van haar overleden man en een ketting waar de trouwring van haar moeder in is verwerkt. Ook heeft zij een geldkistje afgegeven met daarin een oude liefdesbrief. Het is de rechtbank gebleken dat de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij groot zijn geweest. De rechtbank overweegt daarom dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat de nadelige gevolgen daarvan voor benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank acht het gevorderde bedrag aan immateriële schade billijk.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank dan ook volledig toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, te weten 16 juni 2022.

Proceskosten

De gevorderde reiskosten zijn niet betwist. De rechtbank acht deze kosten volledig toewijsbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met een ander/anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

Benadeelde partij [slachtoffer 17] (feit 1 en 2, zaak 22)

De benadeelde partij [slachtoffer 17] vordert een schadevergoeding van in totaal € 6.924,00 als gevolg van feit 1 en feit 2, waarvan € 6.324,00 voor geleden materiële schade en

€ 600,00 als gevolg van immateriële schade.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De verdediging heeft de gevorderde bedragen niet betwist.

Voor wat betreft de gevorderde immateriële schadevergoeding is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak sprake is van aantasting in de persoon op andere wijze. Bij de oplichting is ingespeeld op het vertrouwen en de bijzondere kwetsbaarheid van de ouderen ten opzichte van het digitaal bankieren. De benadeelde partij heeft niet alleen haar bankpas afgestaan, maar ook meerdere sieraden. Het is de rechtbank gebleken dat de gevolgen hiervan voor de benadeelde partij groot zijn geweest. De rechtbank overweegt daarom dat de aard en de ernst van de normschending met zich brengt dat de nadelige gevolgen daarvan voor benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon. De rechtbank acht het gevorderde bedrag aan immateriële schade billijk.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank volledig toewijsbaar. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van de bewezenverklaarde feiten.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop de feiten werden gepleegd, te weten 18 juli 2022.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met een ander/anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de vordering en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer mededaders is betaald, en andersom.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2: diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde

personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

[slachtoffer 10] (feit 1 en 2, zaak 8)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 10] van € 1.500,00, waarvan € 1.000,00 aan materiële schade en € 500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 17 mei 2022 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 10] , € 1.500,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 17 mei 2022 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 15 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 18] (feit 1 en 2, zaak 23)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 18] van

€ 204,95 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 juli 2022 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 18] , € 204,95 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 juli 2022 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 2 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 13] (feit 1 en 2, zaak 17)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 13] van

€ 300,00, waarvan € 50,00 aan materiële schade en € 250,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 juni 2022 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, te weten € 59,40;

- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 13] , € 300,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 16 juni 2022 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 3 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

[slachtoffer 17] (feit 1 en 2, zaak 22)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 17] van € 6.924,00, waarvan € 6.324,00 aan materiële schade en € 600,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 juli 2022 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- bepaalt dat verdachte met de mededader(s) hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 17] , € 6.924,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 18 juli 2022 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 59 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat verdachte met de mededader/mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, en mr. L.E. Verschoor-Bergsma en mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 maart 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1zij in of omstreeks de periode van 1 februari 2022 tot en met 18 juli 2022 teOisterwijk, Dongen, Vlissingen, Deventer, Oosterwolde, Terneuzen, Middelburg,Oost-Souburg, Koudekerke, Boxtel, Volkel, Uden, Heeswijk-Dinther, Harderwijk,Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal met het oogmerk om zichen/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valsenaam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door eensamenweefsel van verdichtsels,een of meer personen, te weten slachtoffer(s) [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5][slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 9] ,[slachtoffer 10] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13][slachtoffer 13] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 16] , [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18][slachtoffer 18]heeft/hebben bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, hetter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het tenietdoen van eeninschuld,te wetenhet ter beschikking stellen van een of meer pincode(s) en/ofde afgifte van een of meer betaalpas(sen) en/ofde afgifte van een of meer telefoon(s) (te weten een Swissvoice) en/of tablet(s) (teweten een Samsung tablet) en/ofde afgifte van een of meer siera(a)d(en) (te weten kettingen, ringen, armbanden,manchetknopen, horloges, hangertjes, een zakje met zwarte gitte, oorbellen), en/ofde afgifte van een of meer contanten geldbedragen en/of munten,door- telefonisch contact op te nemen met dat/die slachtoffer(s) en/of- zich voor te doen als bankmedewerker van de Rabobank en/of de ABN Amro en/ofde ING Bank, althans een financiële instelling en/of- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat er geprobeerd is een geldbedrag vanzijn/haar/hun rekening af te schrijven en/of- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat er een of meer (ongewenste) transactie(s)plaatsvonden vanaf de rekening(en) van aangever(s) en/of- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat hij de transactie(s) heeft kunnentegenhouden en/of- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat in verband met veiligheidsredenen debankpas vervangen/geblokkeerd moet worden en/of- dat/die slachtoffer(s) te verzoeken zijn/haar/hun pincode(s) in te spreken en/of inte typen en/of- dat/die slachtoffer(s) te vertellen dat een bankmedewerker de pinpas(sen) zoukomen ophalen en/of- dat/die slachtoffer(s) te verzoeken hun bankpas(sen) in een envelop te doen en/of- zich naar de woning van dat/die slachtoffer(s) te begeven en/of- (vervolgens) de bankpas(sen), siera(a)d(en), telefoon(s) en/of tablet(s)toebehorende aan dat/die slachtoffer(s) in ontvangst te nemen en/of mee te nemenen/of- zich naar een of meer betaalautoma(a)t(en) te begeven en/of- (vervolgens) een of meer (grote) geldbedrag(en) met behulp van betaalpas(sen)en/of pincode(s) van de rekening(en) van dat/die slachtoffer(s) op te nemen;(art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2zij in of omstreeks de periode van 1 februari 2022 tot en met 18 juli 2022 teOisterwijk, Dongen, Vlissingen, Deventer, Oosterwolde, Terneuzen, Middelburg,Oost-Souburg, Koudekerke, Boxtel, Volkel, Heeswijk-Dinther, Harderwijk,Amersfoort, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meeranderen, althans alleen, een of meer geldbedragen, in elk geval enig goed, te weten- 1.580 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] (zaak 2),- 4.500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] (zaak 3),- 3.580 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] (zaak 1),- 1.800 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] (zaak 10),- 2.000 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] (zaak 11),- 1.180 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] (zaak 5),- 2.250 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] (zaak 6),- 2.980 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] (zaak 7),- 2.249 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] (zaak 8),- 3.248 euro, geheel of ten dele toebehorende aan, [slachtoffer 3] (zaak 9),- 500 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] (zaak 16),- 3.850 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12] (zaak 13),- 1.180 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] (zaak 17),- 4.890 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 15] (zaak 15),- 1.960 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] (zaak 21),- 1.680 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 17] (zaak 22),- 2.580 euro, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 18] (zaak 23)althans enig geldbedrag dat in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of haarmededader(s) toebehoorde(n)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl verdachte en/of haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van hetmisdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onderhaar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, doormeermalen, althans eenmaal- gebruik te maken van (een) bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) vanvoornoemde slachtoffer(s) en/of- (vervolgens) met die bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) een of meer vandie (grote) geldbedrag(en) op te nemen bij betaalautoma(a)t(en) en/of- een of meer (grote) uitgaven en/of overschrijvingen en/of transacties te doen/uitte voeren met de bankpas(sen) en/of bijbehorende pincode(s) van die aangever(s),waartoe verdachte en/of haar mededader(s) niet gerechtigd en/of gemachtigd en/ofbevoegd was/waren;(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?