ECLI:NL:RBZWB:2026:2197

ECLI:NL:RBZWB:2026:2197

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 23-02-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer C/02/422322 / FA RK 24-2203
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verstoorde verhouding tussen ouders. Verwijzing UHA.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/422322 / FA RK 24-2203

Datum uitspraak: 23 februari 2026

Nadere beschikking betreffende het gezamenlijk gezag en de vaststelling van een zorg- dan wel omgangsregeling

in de zaak van

[de man] ,

hierna te noemen: de man,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. A.A. Broekman-de Feijter te Terneuzen,

tegen

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de vrouw,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. D.J.A. Burlet te Oostburg,

over

[minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2022.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1. Het nadere procesverloop

De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:

- de beschikking van 26 juni 2025 en alle daarin vermelde stukken;

- het aanvullende verzoekschrift van de man, ontvangen op 18 juli 2025;

- het F9-formulier van mr. Burlet van 26 september 2025 met bijlage;

- het F9-formulier van mr. Broekman – de Feijter van 26 september 2025;

- het F9-formulier van mr. Broekman – de Feijter van 13 oktober 2025.

- het F9-formulier van mr. Burlet van 3 februari 2026, met bijlage;

- het F9-formulier van mr. Broekman – de Feijter van 3 februari 2026, met bijlage;

- het F9-formulier van mr. Broekman – de Feijter van 17 februari 2026.

De verzoeken zijn nader mondeling behandeld op 9 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Tevens was een vertegenwoordigster namens de Raad aanwezig.

2. De verdere beoordeling

Bij beschikking van 26 juni 2025 heeft de rechtbank aan de man – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de vrouw – toestemming verleend om [minderjarige] te erkennen. De man heeft [minderjarige] op 10 oktober 2024 erkend.

Tevens heeft de rechtbank bij diezelfde beschikking bepaald dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot omgang met elkaar éénmaal per twee weken op vrijdag na de opvang tot zondag 17:00 uur, althans een keer per veertien dagen op woensdag 11.00 uur tot donderdag 17:00 uur als de man die dagen niet dient te werken. De rechtbank heeft de beslissing op het verzoek betreffende het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling voor wat betreft de vakanties en feestdagen aangehouden in afwachting van nader bericht van (de advocaten van) partijen over de erkenning en de stand van zaken.

Op 18 juli 2025 heeft de rechtbank van de man een aanvullend dan wel gewijzigd verzoek ontvangen inhoudende dat de man verzoekt, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

II. de man gezamenlijk met de vrouw te belasten met het gezag over [minderjarige] ;

III. tussen de man een zorg-/omgangsregeling vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige] een keer per veertien dagen van op vrijdag na de opvang tot zondag 17.00 uur, althans een keer per veertien dagen op woensdag 11.00 uur tot donderdag 17:00 uur als de man die dagen niet dient te werken, alsmede de helft van de vakanties en feestdagen bij de man zal verblijven, waarbij de man [minderjarige] bij aanvang van de contactmomenten zal ophalen bij de vrouw en/of de opvang en de vrouw [minderjarige] na afloop van de contactmoment zal ophalen bij de man, althans een door uw rechtbank in goede justitie te bepalen zorg-/omgangsregeling vast te stellen.

De vrouw heeft zich bij brief van 26 september 2025 verweert tegen het aanvullende c.q. gewijzigde verzoek van de man. In aanvulling daarop heeft de vrouw de rechtbank op 3 februari 2026 bericht dat zij nog steeds van mening is dat van gezamenlijk gezag en een verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte geen sprake kan zijn.

Verwijzing naar het Uniform Hulpaanbod (UHA)

Gelet op de voorliggende stukken en hetgeen tijdens de nadere zitting is besproken stelt de rechtbank vast dat de onderlinge verhoudingen tussen partijen ernstig verstoord zijn geraakt. De ouders uiten, al dan niet vanwege het ontbreken van zicht op de anders opvoedsituatie, over en weer zorgen en verwijten naar elkaar, waarbij er sprake is van wantrouwen en spanningen tussen partijen. Dit maakt dat zij er onvoldoende in slagen om op een constructieve wijze met elkaar te communiceren en in het belang van [minderjarige] samen te werken en afspraken te maken. Partijen lijken elkaar te diskwalificeren en niet althans onvoldoende te begrijpen, waardoor er sprake blijft van een aanhoudende strijd en voortdurende conflicten tussen partijen. Dit acht de rechtbank niet in het belang van [minderjarige] .

Het is partijen de afgelopen periode zonder de inzet van hulpverlening niet gelukt om de problemen tussen hen op te lossen. Hier zijn alle partijen het over eens. De rechtbank vindt het, net als de Raad, daarom nodig dat voor deze ouders en hun minderjarige kind een passend (jeugd)hulpverleningstraject bij een zorgaanbieder wordt ingezet. De rechtbank vindt het belangrijk dat erover en weer zicht wordt verkregen op de opvoedsituatie van de andere ouder en dat er – overeenkomstig het advies van de Raad – wordt ingezet op parallel solo ouderschap, waarbij de ouders leren om te focussen op het eigen ouderschap en vanuit vertrouwen de situatie bij de andere ouder kunnen loslaten en op een zakelijke manier met elkaar gaan communiceren. De ouders staan achter de inzet van een dergelijk hulpverleningstraject, ten einde de problematiek tussen hen in het belang van [minderjarige] op te lossen.

Aan het einde van de mondelinge behandeling zijn partijen uiteengegaan met de afspraak dat de Raad en de advocaten van partijen de rechtbank binnen één week na de zitting zullen berichten omtrent de zorgaanbieders die op korte termijn iets kunnen bieden in het kader van het inzetten van IPT dan wel een traject gericht op ouderschapsbemiddeling (in de vorm van parallel solo ouderschap). Daarbij heeft mr. Broekman-de Feijter op 17 februari 2026 namens partijen verzocht om middels een verwijzing naar het UHA mevrouw [persoon 1] ([hulpverlening]) aan te stellen als ouderschapsbemiddelaar. Daarnaast is de inzet van mevrouw [persoon 2] als IPT-er om onder meer observaties van [minderjarige] in de opvoedsituaties bij beide ouders uit te voeren gewenst. Tot slot verzoeken partijen om een derde hulpverlener aan te stellen als casusregisseur, die in dat kader kan beoordelen of meer hulpverlening wenselijk is.

Ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling ermee ingestemd dat de rechtbank hen en hun minderjarige kind voor (jeugd)hulpverlening verwijst naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Zeeland. De verwijzing heeft op 13 februari 2026 plaatsgevonden met het verzenden van het verwijzingsformulier naar het loket. Deze beschikking geldt als bevestiging dat ouders met de doorverwijzing en de voorwaarden daarvan hebben ingestemd.

Met de inzet van het (jeugd)hulptraject gaan de ouders, zo is met hen afgesproken, in ieder geval werken aan het behalen van de volgende resultaten:

- de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;

- het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.

Gebleken is dat ouders daarnaast ook op andere onderdelen hulp en ondersteuning nodig hebben. Daarom heeft de rechter na overleg met de ouders besloten dat zij samen met een zorgaanbieder ook gaan werken aan het behalen van de volgende resultaten:

- de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind;

- het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;

- er is inzicht in de mogelijkheden/belemmeringen van beide ouders en de hulp die nodig is om een stabiele opvoedsituatie voor het kind te realiseren (binnen de scheidingssituatie).

De resultaten heeft de rechtbank ook vastgelegd in een resultatenlijst. Deze lijst is bij deze beschikking gevoegd (bijlage 1).

Na afloop van het (jeugd)hulpverleningstraject maakt de zorgaanbieder een rapportage op over het verloop en het resultaat van het traject. Deze rapportage wordt als bijlage bij het door de gemeente/toegang op te maken rapport gevoegd. De rechtbank verzoekt het loket om de volledige UHA rapportage uiterlijk op 25 augustus 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank in te dienen.

Als de hulp heeft geleid tot een positief resultaat, stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage uit te laten of een mondelinge behandeling nodig is. De advocaten maken in hun reactie kenbaar wat het resultaat van de hulpverlening betekent voor de verzoeken met betrekking tot het kind.

Als de hulp niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat verzoekt de rechtbank het loket de volledige UHA rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad. De Raad toetst en beoordeelt dan of een onderzoek of interventie zal worden verricht. De Raad informeert de rechtbank binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage of er aanleiding is een onderzoek of interventie te starten.

Wanneer de Raad geen aanleiding ziet voor een onderzoek of interventie, maar op grond van de UHA rapportage direct een advies kan geven, stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich over dit advies, alsmede over het verdere procesverloop uit te laten.

Wanneer de Raad een onderzoek wel noodzakelijk vindt, dan verzoekt de rechtbank de raad dit onderzoek te verrichten en daarover bij de rechtbank een rapport en advies in te dienen ter beantwoording van de volgende vragen:

- Bestaat er, bij toewijzing van het gezag aan de ouders gezamenlijk, een onaanvaardbaar risico dat de minderjarige klem of verloren zal raken tussen de ouders en is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of is het anderszins in het belang van de minderjarige te achten om af te wijken van het in de wet neergelegde uitgangspunt dat de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen?

- Welke omgangsregeling c.q. welke verdeling van de zorg- en opvoedingstaken door de ouders komt het meest tegemoet aan de belangen van de minderjarige?

- Hoe dient de regeling qua vorm en frequentie in het belang van de minderjarige vorm te worden gegeven?

- Zijn er andere feiten en omstandigheden die de rechtbank bij haar oordeel moet betrekken?

Deze beschikking is een verzoek aan de Raad om dit onderzoek te verrichten, indien het traject niet is gestart of niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.

Na een onderzoek of interventie van de Raad stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid op de rapportage van de Raad te reageren en zich uit te laten over het verdere procesverloop.

De ouders zijn tijdens de mondelinge behandeling geïnformeerd over de privacy aspecten van de doorverwijzing (bijlage 2). Zij hebben met het delen van de privacy gegevens en de voorwaarden waaronder de verwijzing plaatsvindt ingestemd.

Omdat ouders en hun kind in de gelegenheid worden gesteld deel te nemen aan het (jeugd)hulpverleningstraject beslist de rechtbank nu niet op het de verzoeken met betrekking tot het gezamenlijk gezag en de verdere vaststelling van de omgangs-/zorgregeling, maar houdt zij de beslissing daarover voor de duur van zes maanden aan. Op verzoek van het loket en/of de gemeente/toegang kan de rechtbank deze termijn verlengen. Dit verzoek moet gemotiveerd worden gedaan. Als de verlenging wordt toegestaan dan geeft de rechtbank een nieuwe pro forma datum door.

3. De beslissing

De rechtbank

verwijst ouders en de minderjarige voor een (jeugd)hulptraject ten behoeve van de hierboven genoemde resultaten naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Zeeland. Het loket zal ouders en kind vervolgens via de toegang van de woonplaatsgemeente van de minderjarige verwijzen naar de zorgaanbieder;

verzoekt het loket om uiterlijk op 25 augustus 2026 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;

verzoekt het loket, wanneer het traject niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat, de UHA rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad;

verzoekt de Raad binnen veertien dagen na binnenkomst van de UHA rapportage de rechtbank te informeren of hij aanleiding ziet een onderzoek of interventie te starten;

verzoekt de Raad, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, wanneer het (jeugd)hulptraject niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat, dan wel als de Raad daartoe zelf aanleiding ziet, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de in r.o. 2.15 vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren;

verzoekt de Raad zijn rapport en advies binnen vier maanden nadat de raad de rechtbank heeft laten weten dat een onderzoek of interventie zal worden verricht bij de rechtbank in te dienen;

houdt iedere verdere beslissing op de verzoeken aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 in tegenwoordigheid van mr. Palings, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. De Beer

Griffier

  • mr. Palings

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?