ECLI:NL:RBZWB:2026:2214

ECLI:NL:RBZWB:2026:2214

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 02-034903-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Veroordeling vernieling, bedreiging en tweemaal belaging. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf. Dadelijke uitvoerbaarheid van artikel 38v-maatregel inhoudende een contact- en locatieverbod. Vordering tot schadevergoeding gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-034903-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 april 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1976,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. N.A. Koole, advocaat te Middelburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.J. Louwers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: [aangever] (hierna te noemen: aangever) samen met een ander in de periode van 23 juni 2024 tot en met 2 februari 2025 heeft belaagd;

feit 2: aangever in de periode van 23 juni 2024 tot en met 2 februari 2025 samen met een ander heeft bedreigd;

feit 3: op 20 januari 2025 autobanden heeft vernield;

feit 4: aangever in de periode van 26 augustus 2022 tot en met 19 september 2022 heeft belaagd;

feit 5: aangever in de periode van 26 augustus 2022 tot en met 19 september 2022 heeft bedreigd.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tweemaal schuldig heeft gemaakt aan de belaging van aangever, dat hij hem heeft bedreigd en dat hij daarnaast autobanden heeft vernield. Verdachte heeft deze feiten ook bekend. Ten aanzien van de onder feit 2 tenlastegelegde bedreiging merkt de officier van justitie op dat aangever alleen in de e-mail van 5 januari 2025 wordt bedreigd met de dood, reden waarom hij verzoekt verdachte vrij te spreken van de overige gedachtestreepjes. Voorts verzoekt de officier van justitie verdachte vrij te spreken van de gedeeltes van de tenlastelegging onder feiten 1 en 2 die zien op medeplegen, nu daarvan onvoldoende uit het dossier is gebleken. Tenslotte verzoekt de officier van justitie verdachte vrij te spreken van de bedreiging zoals ten laste is gelegd onder feit 5.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank de officier van justitie te volgen in diens standpunt.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 5

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Hoewel er in de mails diverse bedreigingen worden geuit, zijn deze niet gericht aan aangever. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van feit 5. Daarnaast is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de feiten onder 1 en 2 samen met een ander heeft gepleegd, zodat verdachte van het onderdeel medeplegen in beide feiten zal worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1

in de periode van 23 juni 2024 tot en met 02 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente Borsele en/of [plaats 2] , gemeente Borsele en/of Middelburg en/of [plaats 4] , wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door

- die [aangever] (telkens) ongevraagd en tegen zijn wil veelvuldig e-mails te sturen met een dwingende of intimiderende of beledigende of dreigende inhoud,

- langs de woning en het werk van die [aangever] te rijden,

- met graffiti op een verkeersbord " [naam 1] hartje [aangever] " te spuiten en

- door als bestuurder van een motorvoertuig (met [kenteken 1] ) met dat voertuig en met (hoge) snelheid, voornoemde [aangever] in te halen en (vervolgens) zijn motorvoertuig overdwars op de weg tot stilstand te brengen en hierdoor de doorgang voor [aangever] te beletten en/of te belemmeren met het oogmerk die [aangever] vrees aan te jagen;

feit 2

in de periode van 23 juni 2024 tot en met 02 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente Borsele of [plaats 2] , gemeente Borsele of Middelburg of [plaats 4] , althans in Nederland [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [aangever] (per e-mail) dreigend de woorden toe te voegen: "Wij hebben bij de politie ook mensen, dus niet lomp blijven want dan maken we jullie allebei dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

feit 3

op 20 januari 2025 te [plaats 1] , gemeente Borsele opzettelijk en wederrechtelijk meerdere autobanden van een personenauto (merk/type Dacia Sandero, [kenteken 2] ), die

in elk geval aan een ander toebehoorden heeft vernield;

feit 4

op een of meerdere tijdstippen in de periode van 26 augustus 2022 tot en met 19 september 2022 te [plaats 1] , gemeente Borsele, en [plaats 3] , althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] door die [aangever] (telkens) ongevraagd en tegen zijn wil (veelvuldig) berichten te sturen (per e-mail) met een dwingende of intimiderende of beledigende of dreigende inhoud met het oogmerk die [aangever] vrees aan te jagen;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 240 uren. Daarnaast wordt oplegging gevorderd van een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 88 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 2 jaar, met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden met uitzondering van het contact- en locatieverbod. Verzocht wordt om het contact- en locatieverbod aan verdachte op te leggen in de vorm van een maatregel als bedoeld in artikel 38v Wetboek van Strafrecht (Sr) voor de duur van drie jaar op straffe van één week hechtenis bij iedere overtreding door verdachte (en een maximum van zes maanden), inhoudende dat hij op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met aangever en diens vrouw en dat hij zich niet zal ophouden in of nabij de [straat 1] te [plaats 1] en de [straat 2] te [plaats 4] . Ten slotte wordt gevraagd de maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en de mitigerende werking van die voorlopige hechtenis. Daarnaast wordt verzocht om de diagnostiek en ambulante behandeling niet als bijzondere voorwaarde op te leggen, nu de motivering en onderbouwing daartoe ontbreekt. De verdediging verzet zich niet tegen oplegging van het gevorderde contact- en locatieverbod in de vorm van een artikel 38v-maatregel.

Het oordeel van de rechtbank

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging, vernieling en tweemaal aan belaging. Verdachte heeft zich, naar de rechtbank begrijpt, verantwoordelijk gevoeld voor het onrecht dat zijn vrouw in zijn ogen werd aangedaan en is daardoor haar ex-stagebegeleider (aangever) gaan stalken. Dit stalken bestond uit het sturen van tal van e-mails naar aangever, maar ook naar diens vrouw, collega’s en leidinggevenden. Verdachte heeft in zijn e-mails zeer vervelende en intimiderende woorden geuit, waarbij meerdere bewoordingen dreigend van aard zijn geweest. Verdachte is langs de woning en het werk van aangever gereden, heeft een verkeersbord bespoten met graffiti dat onmiskenbaar bedoeld was voor aangever en heeft hem klemgereden. Verdachte heeft daarnaast de banden van het voertuig van de vader van aangever lek gestoken. Zelfs nadat er in 2022 een stopgesprek met de vrouw van verdachte werd gevoerd en haar aanhouding niet veel later volgde, heeft dit verdachte er niet van weerhouden om contact te blijven zoeken met aangever. De rechtbank acht dit zorgelijk. Uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding van aangever blijkt de impact die het maandenlange intimiderende gedrag van verdachte op aangever en zijn gezin heeft gehad. Dit leidde gedurende langere tijd tot gevoelens van angst, onrust, stress en verdriet. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 5 februari 2026, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het rapport van de reclassering van 3 maart 2026, waarin is aangegeven dat er risicofactoren worden gezien in het gesignaleerde delictpatroon van belaging en bedreiging en het psychosociaal functioneren van verdachte. De reclassering acht het zorgelijk dat verdachte op basis van zijn eigen verhaal buitenproportioneel heeft gereageerd op het vermeende handelen van aangever, hetgeen een opbouw kent in impact en ernst. Door de tegenstrijdige verhalen van verdachte in combinatie met de conflicterende dossierinformatie meent de reclassering dat zij onvoldoende zicht hebben op de motieven voor het delictgedrag, waardoor zij niet kunnen komen tot het opstellen van een delictanalyse en kunnen de leefgebieden onvoldoende worden gelinkt aan de tenlastelegging. Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als gemiddeld. Geadviseerd wordt om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan verbonden als bijzondere voorwaarden de meldplicht, diagnostiek en ambulante behandeling. De reclassering geeft de rechtbank verder in overweging om ook een contact- en locatieverbod (zonder elektronische monitoring) op te leggen en deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

De psychiater schrijft in zijn trajectconsult van 13 februari 2026 dat bij verdachte geen aanwijzingen zijn die wijzen op actuele psychiatrische problematiek en evenmin blijken er aanwijzingen voor verslavingsproblematiek te bestaan.

Strafoplegging

Gelet op de strafoplegging in vergelijkbare zaken, de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop tussen feit 1 en feit 2 en de hierboven geschetste omstandigheden ziet de rechtbank aanleiding om een lagere taakstraf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat sprake is van een relatief korte belagingsperiode en het feit dat er geen fysieke confrontaties hebben plaatsgevonden. Voorgaande maakt dat de rechtbank aan verdachte zal opleggen een taakstraf voor de duur van 180 uren, te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf acht de rechtbank passend. De rechtbank zal daarom aan verdachte opleggen een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 88 dagen voorwaardelijk en met een proeftijd van twee jaar. Zij zal daaraan de meldplicht, zoals geadviseerd door de reclassering, als bijzondere voorwaarde verbinden. Voor het opleggen van de diagnostiek en ambulante behandeling als bijzondere voorwaarde ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding, te meer nu verdachte daar niet voor openstaat.

Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v Sr

De rechtbank is, mede gelet op het gemiddelde recidiverisico, van oordeel dat oplegging van een maatregel ex artikel 38v Sr ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten door verdachte passend en geboden is. Deze maatregel bestaat uit een contactverbod, inhoudende dat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact mag hebben of zoeken met [aangever] en [naam 2] en zich moet houden aan het locatieverbod, inhoudende dat hij zich niet mag bevinden in de [straat 1] te [plaats 1] en de [straat 2] te [plaats 4] . De maatregel zal worden opgelegd voor de duur van drie jaar, waarbij de duur van de vervangende hechtenis één week bedraagt voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximum van zes maanden.

Van deze maatregel zal de rechtbank de dadelijke uitvoerbaarheid bevelen, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen voorwerpen, te weten een spuitbus en een GSM, worden verbeurd verklaard. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraffen verbeurdverklaring op te leggen, omdat de onder 1, 2 en 4 bewezen feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.

8. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [aangever] vordert een schadevergoeding van € 8.000,00 bestaande uit immateriële schade voor de feiten. De benadeelde partij heeft aangevoerd dat verdachte met zijn handelen een ernstige inbreuk heeft gemaakt op zijn lichamelijke en geestelijke integriteit. Bij de begroting van de schade is de benadeelde partij uitgegaan van de in de Rotterdamse Schaal genoemde ‘categorie (a) meest ernstig’.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte deze feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Er is gezien de aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij dan ook onmiskenbaar sprake van een aantasting in de persoon op andere wijze dan door lichamelijk letsel of aantasting in zijn eer of goede naam op grond van artikel 6:106, eerste lid aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek. Er is dus sprake van een situatie waarin recht bestaat op vergoeding van (immateriële) schade.

De rechtbank overweegt dat ‘categorie (b) ernstig’ zoals genoemd in de Rotterdamse Schaal gelet op de bewezenverklaarde periode van de belaging, de intensiteit en aard daarvan passender is. De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 5.000,00 bestaande uit immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat feiten en omstandigheden die tot toewijzing van het gevorderde bedrag zouden kunnen leiden niet voldoende vast staan, nu (de omvang van) de schade onvoldoende is onderbouwd. Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het laatste feit werd gepleegd, te weten 2 februari 2025.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 55, 57, 285, 285b en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 5 ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

eendaadse samenloop van feiten 1 en 2:

feit 1: belaging;

en

feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 4: belaging;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 150 (honderdvijftig) dagen, waarvan 88 (achtentachtig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact opnemen met verdachte voor de eerste afspraak;

- van rechtswege gelden voorts als voorwaarden:

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen;

Maatregelen

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 (drie) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangever] , geboren op [geboortedag 2] 1968 en [naam 2] , geboren op [geboortedag 3] 1973;

- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 (drie) jaren zich niet zal bevinden in de [straat 1] te [plaats 1] en [straat 2] te [plaats 4];

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 (één) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;

- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;

- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangever] van € 5.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 februari 2025 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangever] , € 5.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 2 februari 2025 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 50 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Beslag

- verklaart verbeurd de volgende voorwerpen:

1. STK Spuitbus (Omschrijving: PL2000-2024212568-G2823275);

1. STK GSM (Omschrijving: PL2000-2024212568-G2823553, Apple);

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, en mr. J. Bergen en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 1 april 2026.

De jongste rechter is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

hij in de periode van 23 juni 2024 tot en met 02 februari 2025 te [plaats 1] ,

gemeente Borsele en/of [plaats 2] , gemeente Borsele en/of Middelburg en/of [plaats 4] ,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] ,

door

- die [aangever] (telkens) ongevraagd en/of tegen zijn wil veelvuldig e-mails te sturen

met een dwingende en/of intimiderende en/of beledigende en/of dreigende

inhoud,

- langs de woning en/of het werk van die [aangever] te rijden,

- met graffiti, althans verf, op een verkeersbord " [naam 1] hartje [aangever] " te spuiten

en/of

- door als bestuurder van een motorvoertuig (met [kenteken 1] ) met dat

voertuig en met (hoge) snelheid, althans met meer dan geringe snelheid, althans

met (enige) snelheid, voornoemde [aangever] in te halen en/of (vervolgens) zijn

motorvoertuig overdwars op de weg tot stilstand te brengen en/of hierdoor de

doorgang voor [aangever] te beletten en/of te belemmeren

met het oogmerk die [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen;

(art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij in de periode van 23 juni 2024 tot en met 02 februari 2025 te te [plaats 1] ,

gemeente Borsele en/of [plaats 2] , gemeente Borsele en/of Middelburg en/of [plaats 4] ,

althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

[aangever] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [aangever] (per e-mail) dreigend de woorden toe te voegen: "Waarom

reageer je nie. Ben je nie mee eens, ga gewoon door ho. Dan pakke we jullie allebei

wel" en/of "Wij hebben bij de politie ook mensen, dus niet lomp blijven want dan

maken we jullie allebei dood" en/of "Hey [naam 3] Wa hor ik nou Heb je [naam 4] nou

weer de sgult gugeeve Nu kun je onse vorstel wel vergeete De enigste wa sei die us

jouw besgerme en dan laaje sei pakke Jei ben gek We gan wel andre maatreegels

maaken vor jouw Je hor vanons [bijnaam] " en/of "Omda [naam 1] nog steeds bij jou werk

en jij [naam 4] niet dood heb gemaak zullen er maatregels genomen worde [naam 4] wil jou

nie dood maakte dus dan moet zei als eerste dood Dit is wat er gebeurd as je nie

meewerk" en/of "Wanneer gaan we saamen of met zein alle kijken hoe zei langzaam

dood gemaak word? Nie reagere za nie helpe, dan kiese we self een moment en

krijge jullie allemaal een stukje van zei kado thuis en op de werk. Dit krijg je as je

weigert mee tewerk" en/of "Je moe dus nie weer met de poliesie afspreeke 'Wij hebe

bei de poliesie ook mense dus nie lomp doen of so naief bleive want dan maake we

julli allebei doot" en/of "ju kun nie bleifu wegloopu vo: iu lot Allu opdragtu sein

uitguset ju makt ut nu dus aleen mar ergur vor jouw Hou ie meel mar in de gaat

want ut duur nie lang mer vor da ju [naam 4] misgien nog ker reddu" en/of "julie sein

nergus viilug onder ga ju lot Niemant ken julie besge:me ei sein met veelu dus

overal Wei gater sowieso van gunietu as ju ut uitsgreewe van de pein" en/of "Mein

baasen sein er klar mee Je heb ut verklot vor jeself darom da we mindur gan meelu

mar wel mer fieziek gan gubruiku Ut wor dus bulangreikur omte gan reegeeru Erst

ga [naam 4] door zoda sei bloet an jou handu kleef en jei mental ook na de klootu ga",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

3

hij op of omstreeks 20 januari 2025 te [plaats 1] , gemeente Borsele

opzettelijk en wederrechtelijk een of meerdere autoband(en) van een personenauto

(merk/type Dacia Sandero, [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

(art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

4

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 26 augustus 2022 tot en met 19

september 2022 te [plaats 1] , gemeente Borsele, en/of [plaats 3] ,

althans in Nederland,

wederrechtelijk

stelselmatig

opzettelijk

inbreuk heeft gemaakt

op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever]

door die [aangever] (telkens) ongevraagd en/of tegen zijn wil (veelvuldig) berichten te

sturen (per e-mail) met een dwingende en/of intimiderende en/of beledigende

en/of dreigende inhoud

met het oogmerk die [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen;

(art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)

5

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 26 augustus 2022 tot en met 19

september 2022 te [plaats 1] , gemeente Borsele, en/of [plaats 3] , althans in

Nederland,

[aangever] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [aangever] (per e-mail) dreigend de woorden toe te voegen:

- “ O en die meid kies ik nu zelf wel een mooi momend voor. Zorg ik er voor dat zei

langzaam kapot zal gaan bij jouw. Schreeuwen van de pijn. Allemaal dankzei jouw

en ook speciaal voor jouw!"

- “ Die meid die je de schult hebt gegeven die zal binnen kort dood of net niet dood

bij het werk of jouw liggen. Mooi als zei nog schreeuw van de pijn om hulp”

- “ Je cadeau (zei dood) zal komen spesiaal voor jouw liefje”

- “ Misschien kunnen we dan ook je vrouwtje nog een keertje doen. Dan heb ik je

weer helemal voor mij”

- “ We hebbe je wijfje al gevonde hoor dus die houde we ook in de gaaten”

- “ Eerst die meid voor je kapot maaken en dan je [naam 5] . We kijke nu al uit naar wat

je er van vint. Misschien laaten we zei nog wel kapot gaan voor je oogen. Kan je nog

doei zegge”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?