Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-279308-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 26 maart 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1996,
wonende aan [woonadres] ,
raadsman mr. G. Havenith, advocaat te Eindhoven.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. I. M. Peters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van handelingen, waaronder het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), terwijl zij nog geen twaalf jaar oud was;feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding van [slachtoffer] dan wel het plegen van ontuchtige handelingen bij [slachtoffer] , terwijl zij nog geen zestien jaar oud was.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen. De verklaring van [slachtoffer] is betrouwbaar en wordt in voldoende mate ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat verdachte van feit 1 moet worden vrijgesproken, omdat geen sprake is geweest van seksueel binnendringen.
Voor de bewezenverklaring van feit 2 wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank stelt vast dat er op een zondag in de periode 1 januari 2019 tot 31 juli 2019 een voorval is geweest waarbij verdachte en [slachtoffer] betrokken waren. Verdachte, de toenmalige vriend van de zus van [slachtoffer] , was toen 22 jaar oud en [slachtoffer] was tien jaar oud. Op die zondag zat [slachtoffer] bij haar ouders thuis onder een dekentje op de bank en verdachte kwam op enig moment naast haar op de bank zitten, ook onder datzelfde dekentje. Dit staat ook niet tussen [slachtoffer] en verdachte ter discussie.
De verklaringen van [slachtoffer] en verdachte over wat er daarna is gebeurd lopen uiteen: [slachtoffer] heeft verklaard dat, net nadat verdachte bij haar onder het dekentje op de bank kwam zitten, hij over [slachtoffer] haar bovenbeen heeft gewreven. Daarna ging verdachte met zijn hand tussen de knoopjes van de jurk van [slachtoffer] en met zijn hand in haar maillot en vervolgens in haar onderbroek. Toen heeft verdachte met zijn hand over de vagina en tussen de schaamlippen van [slachtoffer] gewreven. Verdachte is daarna even naar boven gegaan met de zus van [slachtoffer] en is later teruggekomen. Hij is toen weer naast [slachtoffer] op de bank gaan zitten, waarna het voorgaande nog een keer gebeurde.
Volgens verdachte heeft hij enkel een arm om [slachtoffer] heen geslagen en is hij per ongeluk met zijn hand tussen de knoopjes van haar jurk en op haar schaamstreek terechtgekomen. Verdachte heeft direct zijn hand teruggetrokken toen hij merkte dat zijn hand op die plek zat. Verdachte is hierbij niet in de maillot of in de onderbroek geweest.
Gelet op de uiteenlopende verklaringen moet de rechtbank eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] beoordelen en vervolgens bepalen of er voor die verklaring voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.
Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer]
De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] consistent en gedetailleerd heeft verklaard over zowel de omstandigheden rondom de seksuele handelingen als over die seksuele handelingen zelf. Dat [slachtoffer] eerst tijdens het informatief gesprek zeden in grote lijnen heeft verklaard over de gebeurtenis en later bij de aangifte meer details noemt, komt de rechtbank niet vreemd voor. Immers, tijdens het afnemen van een aangifte worden er door de politie specifieke en gedetailleerde vragen gesteld, waar een aangever antwoord op geeft. Hierdoor wordt de verklaring logischerwijs door de aangever nader aangevuld en worden er meer details genoemd. Bovendien blijft [slachtoffer] bij haar verhaal en maakt zij dit in de loop van de tijd niet erger. Gelet hierop komt de verklaring van [slachtoffer] authentiek en daarmee ook betrouwbaar op de rechtbank over.
Steunbewijs
Naar het oordeel van de rechtbank vindt de verklaring van [slachtoffer] daarnaast voldoende steun in andere op zichzelf staande bewijsmiddelen.
[slachtoffer] heeft ongeveer een jaar na deze gebeurtenis voor het eerst over het seksueel misbruik verteld tegen haar moeder. Zij heeft toen tegen haar moeder gezegd dat verdachte aan haar had gezeten en dat hij haar op haar naakte lichaam had betast aan haar geslachtsdelen. Ook vertelde zij dat verdachte met zijn hand tussen de knopen van haar jurkje was gegaan en in haar onderbroek en dat hij tussen de schaamlippen van haar vagina is geweest. Door de moeder van [slachtoffer] zijn bij [slachtoffer] tijdens haar verklaring emoties waargenomen in die zin dat zij eerst huilde, snikte en niet kon praten. Ook verklaart zij over de gedragsverandering die zij bij [slachtoffer] heeft waargenomen in de periode voordat [slachtoffer] haar over het seksueel misbreuk had verteld. Deze gedragsverandering bij [slachtoffer] was ook verdachte destijds opgevallen, zoals hij op zitting ook heeft erkend. Volgens verdachte was [slachtoffer] na het voorval niet meer de “blije [slachtoffer] die ze daarvoor was”. De rechtbank is van oordeel dat de door de moeder waargenomen gemoedstoestand bij [slachtoffer] en de gedragsverandering van [slachtoffer] aansluit bij wat [slachtoffer] heeft verklaard over wat haar is overkomen.
Verder bevindt zich in het dossier een brief van verdachte waarin hij zijn excuses aanbiedt en zegt dat hij het niet wilde, maar dat het gebeurde. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij deze brief heeft geschreven en dat hij zijn excuses heeft aangeboden, omdat hij er spijt van heeft dat hij per ongeluk met zijn hand op de schaamstreek van [slachtoffer] terecht is gekomen. Ook zitten er in het dossier meerdere Whatsapp-gesprekken tussen verdachte en [naam] (de zus van [slachtoffer] ) waaruit blijkt dat verdachte meerdere malen sorry heeft gezegd en er spijt van heeft. Naar het oordeel van de rechtbank passen de inhoud van deze brief en Whatsapp-gesprekken niet bij de verklaring van verdachte dat hij per ongeluk met zijn hand op de schaamstreek van [slachtoffer] was terechtgekomen, maar leest de rechtbank hierin dat verdachte spijt heeft van een actieve handeling. Bovendien heeft verdachte deze verklaring pas voor het eerst op de zitting afgelegd en bevat het dossier geen enkele aanwijzing dat de handelingen per ongeluk zouden zijn gebeurd.
Handelingen
Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank uit van de verklaring van [slachtoffer] . Voor de rechtbank staat aldus vast dat verdachte over [slachtoffer] haar bovenbeen heeft gewreven. Ook staat vast dat verdachte tweemaal met zijn hand tussen de knoopjes van de jurk van [slachtoffer] en vervolgens onder haar maillot en in haar onderbroek is gegaan. Daarbij heeft verdachte de schaamstreek van [slachtoffer] betast en is hij met zijn vingers tussen de schaamlippen van [slachtoffer] geweest.
Conclusie
Feit 1: seksueel binnendringen bij een twaalfminner
Gelet op voornoemde vastgestelde handelingen van verdachte waaronder het brengen van de vingers tussen de schaamlippen van [slachtoffer] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , terwijl zij nog geen twaalf jaar oud was, zoals hierna onder 4.4 weergegeven.
Feit 2 primair: feitelijke aanranding van de eerbaarheid?
De rechtbank stelt vast dat er gelet op de leeftijd van verdachte en [slachtoffer] tussen hen sprake van een fysiek overwicht. Dit in combinatie met de omstandigheden waaronder de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, namelijk op de bank en onder een dekentje, en gelet op het onverhoedse karakter van de handelingen maakt dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is geweest van een ongelijkwaardige en bedreigende situatie voor [slachtoffer] waartegen zij zich niet kon verzetten of waaraan zij zich niet kon onttrekken. De rechtbank acht dus ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aanranding van [slachtoffer] , zoals hierna onder 4.4 weergegeven.
Eendaadse samenloop
Nu het strafbare handelen van verdachte onder meer dan één strafbepaling valt, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van eendaadse samenloop.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Feit 1
op een tijdstip in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2019 te [plaats] met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam] , te weten het
- meermalen brengen van zijn vingers tussen de schaamlippen, van die [naam] ,
- wrijven over het bovenbeen van die [naam] ;
Feit 2 primair:
op een tijdstip in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2019 te [plaats] door een andere feitelijkheid te weten
- het onverhoedse karakter van zijn handelingen op nader te noemen [slachtoffer] en
- een fysiek overwicht te hebben op die [naam] , mede gelet op het leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [naam] en aldus voor die [naam] een ongelijkwaardige en bedreigende situatie te doen ontstaan waaraan of waardoor die [naam] zich niet kon verzetten tegen en kon onttrekken aan zijn handelingen en
- zijn hand onder de maillot van die [naam] te brengen,
die [naam] heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, te weten het
- meermalen onverhoeds betasten van de schaamstreek van die [naam] ,
- wrijven over het bovenbeen van die [naam] .
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop. Gelet hierop wordt verzocht aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar te volstaan met een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Aan dit voorwaardelijke deel kunnen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte, destijds 22 jaar oud, heeft zich in 2019 schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn (inmiddels ex) schoonzusje [slachtoffer] die toen 10 jaar oud was. Hierbij is ook sprake geweest van seksueel binnendringen. [slachtoffer] zat op een zondagmiddag in het huis van haar ouders een boekje te lezen op de bank onder een dekentje. Op enig moment komt verdachte naast haar op de bank zitten en betast hij haar. Verdachte gaat vervolgens naar boven, komt weer terug naar beneden en betast [slachtoffer] opnieuw. Met zijn handelen heeft verdachte een grote inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] . Hierdoor heeft hij haar normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Dat dit ook voor [slachtoffer] geldt, blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaringen van [slachtoffer] en haar moeder die zij hebben voorgelezen op de zitting.
Bovendien vonden deze ontuchtige handelingen plaats in de woning van haar ouders en door haar zwager. [slachtoffer] zou zich juist op deze plek en bij deze persoon veilig moeten kunnen voelen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij met zijn handelen het vertrouwen dat [slachtoffer] , maar ook haar zus en haar ouders in hem hadden, op grove wijze heeft beschaamd. Daar komt bij dat verdachte op zitting zijn handelen bagatelliseert door de handelingen deels te ontkennen en te verklaren dat het per ongeluk is gebeurd. Verdachte neemt daarmee geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen. Bovendien beschadigt hij [slachtoffer] hiermee nog meer en draagt deze proceshouding niet bij aan haar herstel.
Wanneer deze zaak eerder op zitting was behandeld, had naar het oordeel van de rechtbank niet met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kunnen worden volstaan. Dit gelet op de ernst van de feiten en de omstandigheid dat het taakstrafverbod van artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van toepassing is, waardoor oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf is vereist.
De rechtbank ziet echter in het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van verdachte redenen om nu een lichtere straf op te leggen. Allereerst heeft verdachte geen strafblad en is hij dus niet eerder met politie en justitie in aanraking gekomen. Daarnaast blijkt uit het reclasseringsrapport van 3 maart 2026 dat over verdachte is opgemaakt dat verdachte zijn leven goed op de rit heeft. Zo heeft hij een betaalde baan, geen schulden, een positieve vriendengroep en verhuist hij binnenkort naar een nieuwe koopwoning. Ook heeft hij een vrouw die nu in verwachting is van hun eerste kindje. Zijn partner en ouders zijn een steunende factor voor verdachte. Het risico op recidive kon door de reclassering niet worden ingeschat. Zij adviseert om bij een veroordeling aan verdachte een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling, een contactverbod met [slachtoffer] en een andere voorwaarde het gedrag betreffende. Daarnaast houdt de rechtbank er in strafmatigende zin rekening mee dat het bewezenverklaarde op één dag heeft plaatsgevonden en dat beide feiten zien op dezelfde gedragingen van verdachte, waardoor de rechtbank de straffen niet zonder meer zal optellen. Bovendien zijn de feiten in 2019 gepleegd en is het inmiddels 2026.
Alles afwegende acht de rechtbank de maximale taakstraf voor de duur van 240 uur passend en geboden. Daarnaast legt de rechtbank op een gevangenisstraf van 181 dagen waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met daaraan gekoppeld de door de reclassering geadviseerde voorwaarden met uitzondering van de voorwaarde het gedrag betreffende.
7. De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade voor beide feiten.
De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.
De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij voldoende heeft onderbouwd dat zij ernstige nadelige psychische gevolgen heeft ondervonden van het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat zij in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade. De rechtbank acht, gelet op de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, alsmede gelet op de bedragen die in vergelijkbare gevallen zijn toegekend, vergoeding van een bedrag van € 5.000,00 billijk. Voor het overige wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wettelijke rente en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet-betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel. De rechtbank zal ten aanzien van de toegewezen schade (€5.000,00) de wettelijke rente toewijzen, gerekend vanaf 31 juli 2019.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 55, 244 (oud) en 246 (oud) Sr zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
in eendaadse samenloop gepleegd met:
feit 2: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 181 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* verdachte dient zich gedurende de proeftijd te melden bij reclassering zo lang en zo frequent als deze dit nodig acht. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak. Hij dient zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering. Hieronder valt ook het meewerken aan huisbezoeken. Verdachte is verantwoordelijk telefonisch en per post bereikbaar te zijn. De reclassering controleert de behandelvoortgang en woont evaluaties bij;
* verdachte volgt een ambulante behandeling bij de forensische polikliniek [kliniek] of een soortgelijke zorgverlener. Doordat verdachte de delictsituatie stellig ontkende, zijn bij aanvang gesprekken noodzakelijk omtrent zijn ontkennende houding. Binnen de behandeling zal het van belang zijn te achterhalen waardoor verdachte seksueel
grensoverschrijdend gedrag vertoonde, het verwerven van inzicht in risicosituaties en hoe deze te vermijden in de toekomst. De verdere inhoud van dit behandelcontact zal nader bepaald dienen te worden. Het contact met de behandelinstelling duurt zolang de behandelaren dit nodig vinden, in samenspraak met de reclassering;
* verdachte zoekt gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2008;
van rechtswege gelden de volgende voorwaarden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
Benadeelde partij [slachtoffer]
T.a.v. feiten 1 en 2
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 5.000,00 bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 31 juli 2019 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] € 5.000,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 31 juli 2019 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 50 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, en mr. R. de Jong en D.M. Snoep, rechters, in tegenwoordigheid van A. Luijten, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 26 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2019 te [plaats] , gemeente Altena, althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2008, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [naam] , te weten het- meermalen duwen/brengen van zijn vingers in de vagina, althans tussen de schaamlippen, van die [naam] ,- meermalen wrijven/betasten van het bovenbeen van die [naam]( art 244 Wetboek van Strafrecht )
2hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2019 te [plaats] , gemeente Altena, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten- het onverhoedse karakter van zijn handelingen op nader te noemen [slachtoffer] en/of- een fysiek overwicht te hebben op die [naam] , mede gelet op het leeftijdsverschil tussen hem, verdachte, en die [naam] en aldus voor die [naam] een ongelijkwaardige en/of bedreigende situatie te doen ontstaan waaraan of waardoor die [naam] zich niet kon verzetten tegen en/of kon onttrekken aan zijn handelingen en/of- het losmaken van de kleding (jurk) van die [naam] en/of zijn hand onder de maillot van die [naam] te brengen,die [naam] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het- meermalen (onverhoeds) betasten van de vagina en/of schaamstreek van die [naam] ,- meermalen wrijven/betasten van het bovenbeen van die [naam]( art 246 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 juli 2019 te [plaats] , gemeente Altena, althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2008, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het- meermalen (onverhoeds) betasten van de vagina en/of schaamstreek van die [naam] ,- meermalen wrijven/betasten van het bovenbeen van die [naam]( art 247 Wetboek van Strafrecht )