ECLI:NL:RBZWB:2026:2224

ECLI:NL:RBZWB:2026:2224

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer C/02/443983 / KG ZA 26-15 (E)
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vorderingen tot uitvoering diverse beheers- en onderhoudswerkzaamheden recreatiepark deels toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: C/02/443983 / KG ZA 26-15

Vonnis in kort geding van 20 maart 2026

in de zaak van

[eisende partij] ,

te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

advocaat: mr. G.V.M. van den Hoven,

tegen

[gedaagde partij] B.V.,

statutair gevestigd te [plaats 2] , zaakdoende te [plaats 3] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

gemachtigde: [gemachtigde] .

1. De zaak in het kort.

[eisende partij] is eigenaar van een chalet op het [recreatiepark] , waarvan [gedaagde partij] eigenaar is. Tussen meerdere bewoners van het park, onder wie [eisende partij] , en [gedaagde partij] is een geschil gerezen met betrekking tot de onderhoudsstatus en het (afval)beheer van het park. [eisende partij] vordert dat [gedaagde partij] diverse beheers- en onderhoudswerkzaamheden uitvoert. De voorzieningenrechter heeft die vordering gedeeltelijk toegewezen. Hierna wordt die beslissing toegelicht.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 23 januari 2026,

- de producties van de zijde van [eisende partij] ,

- de zitting ter plaatse en de mondelinge behandeling op 2 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de pro forma aanhouding,

- de producties van de zijde van [gedaagde partij] ,

- de akte eiswijziging tevens houdende overlegging producties,

- de voortgezette mondelinge behandeling op 6 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

3. De feiten

[gedaagde partij] is eigenaar van het [recreatiepark] (hierna: het park)

[eisende partij] is sinds 5 december 2017 eigenaar van een recreatiewoning (chalet) met ondergrond, erf, tuin en verdere aanhorigheden, staande en gelegen op het park.

In artikel 1 van de tussen beide partijen toepasselijke Algemene Bepalingen staat dat tot de gemeenschappelijke voorzieningen of gedeelten van het park onder meer worden gerekend de vijvers en groenvoorzieningen, de parkeerterreinen en de openbare paden en wegen. In artikel 7 van de leveringsakte is bepaald dat de eigenaren of gebruikers verplicht zijn het chalet te gebruiken als recreatiechalet voor een recreatief (nacht)verblijf en de ondergrond te gebruiken als tuin. In artikel 8 van de leveringsakte is bepaald dat iedere eigenaar of gebruiker verplicht is zijn privé gedeelte behoorlijk te onderhouden.

Het Huishoudelijk Reglement bepaalt met betrekking tot het onderhoud onder randnummer 47 dat iedere eigenaar zijn kavel, chalet en tuin in goede staat van onderhoud dient te houden. In randnummer 52 van het reglement staat dat men er zorg voor dient te dragen dat de tuin er te allen tijde verzorgd uit blijft zien en dat, als het park mocht constateren dat dit niet het geval is, zij gerechtigd is dit onderhoud door derden uit te laten voeren, waarbij de kosten op de eigenaar zullen worden verhaald. Met betrekking tot het vuilnis en tuinafval bepaalt het reglement onder randnummer 53 dat huisvuil en klein tuinafval in gesloten vuilnissakken moet worden gedeponeerd in de door de exploitant aan te wijzen vuilniscontainer, onder randnummer 54 van het reglement dat het niet is toegestaan om grofvuil naast de afvalcontainer te deponeren en onder randnummer 55 dat het begraven en/of opslaan van iedere vorm van afval ten strengste verboden is.

Bij de ingang van het park bevindt zich een slagboom. Deze kan door de bewoners worden geopend met een afstandsbediening, die door [gedaagde partij] aan hen is verstrekt.

Tussen meerdere bewoners van het park, onder wie [eisende partij] , en [gedaagde partij] is een geschil gerezen met betrekking tot de onderhoudsstatus en het (afval)beheer van het park.

Bij e-mail van 24 juni 2025 van de toenmalige advocaat van [eisende partij] is [gedaagde partij]

in gebreke gesteld om, samengevat, het (afval) beheer en het onderhoud van het park te hervatten.

Op 21 november 2025 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [eisende partij] , zijn advocaat en [persoon] (adviseur van het Platform van Eigenaren [recreatiepark] , waarbij zij het park hebben geïnspecteerd. Naar aanleiding daarvan is op 11 december 2025 door de advocaat van [eisende partij] een brief aan [gedaagde partij] gestuurd waarin te kennen is gegeven dat zij voor de laatste keer in de gelegenheid wordt gesteld om vrijwillig aan haar verplichtingen te voldoen en dat op zijn minst de volgende beheers- en onderhoudswerkzaamheden zullen worden uitgevoerd:

I het op orde brengen van de waterhuishouding op het park door het creëren en het in stand houden van een deugdelijk afwateringssysteem met voldoende capaciteit, dat schoongehouden wordt onder meer door deugdelijk onderhoud aan de watergangen en het legen van de afvoerputten,

II het verwijderen van de boom bij de erfgrens van het perceel van [eisende partij] ,

III het toegankelijk maken van de vuilcontainer voor de eigenaren van het park voor alle dagen van de week en op elk moment van de dag, en deze frequent te legen,

IV het plegen van deugdelijk groenonderhoud, zodat geen (overvloedig) onkruid aanwezig is in de plantsoenen op het park, het aanleggen van verharde paden, herstel van de reeds aangelegde paden die beschadigd zijn en het verwijderen (dan wel uit het zicht onttrekken) van bouwmaterialen op de algemene gedeelten in het park

V het maken van een inventarisatie van het achterstallig onderhoud aan de privégedeelten op het park, het aantoonbaar aanschrijven van de eigenaren, waarbij zij worden geïnformeerd de algemene bepalingen en het huishoudelijk reglement te overtreden,

VI het goed onderhouden van de verlichting op het park en in geval parkverlichting defect raakt deze binnen 48 uur na melding van het defect te repareren,

VII herstel van de postvakjes, zodat eigenaren die voor een postvakje betaald hebben daarover kunnen beschikken,

VIII het bewerkstelligen dat de slagboom te allen tijde functioneert en aantoonbaar voorzien is van een werkend SOS-protocol,

IX dat de beheerder 24/7 bereikbaar is en binnen een redelijke termijn reageert op vragen, verzoeken en klachten.

[gedaagde partij] is verzocht binnen 14 dagen schriftelijk te bevestigen dat zij aan hieraan zal en dat als zij daaraan niet voldoet [eisende partij] zal overgaan tot dagvaarding.

[gedaagde partij] heeft de schriftelijke bevestiging niet gestuurd. Zij heeft in reactie op de brief medegedeeld zich te herkennen in de klachten omtrent de staat van het onderhoud van het park en dat zij het onderhoud weer ter hand zal nemen als [eisende partij] de parklasten betaalt.

4. Het geschil

[eisende partij] vordert als voorlopige voorziening, na wijziging van eis, samengevat:

I [gedaagde partij] te veroordelen om binnen vier weken na betekening dit vonnis te hebben voldaan aan de vorderingen onder I tot en met IX, op straffe van een dwangsom,

II [gedaagde partij] te veroordelen om binnen twee maanden na het in dezen te wijzen vonnis een retentiebekken aan te leggen op het park en -nadat dit gedaan is- een wateradvies op te vragen bij Waterschap Brabantse Delta én om regentonnen te (laten) plaatsen bij alle recreatiewoningen,

III [gedaagde partij] te verbieden om het periodiek terugkerend onderhoud aan de algemene gedeelten van het park, alsmede de services, zoals omschreven onder de vorderingen I t/m IX te staken, op straffe van een dwangsom,

IV [gedaagde partij] te veroordelen in de kosten van deze procedure.

[gedaagde partij] voert verweer

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Algemeen kader

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing daarvan is nodig dat [eisende partij] daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken, de bezichtiging ter plaatse en de (voortgezette) mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Beheers- en onderhoudswerkzaamheden

[eisende partij] grondt zijn vordering op nakoming. [gedaagde partij] moet op grond van de leveringsakte, de algemene bepalingen en het huishoudelijk reglement deugdelijke en afdoende beheers- en onderhoudswerkzaamheden uitvoeren op het park.

[gedaagde partij] erkent dat in het algemeen tot 2025 gaandeweg sprake is geweest van een ontwikkeling waarin van toerekenbare tekortkoming met betrekking tot het onderhoud sprake is geweest. Zij stelt nu bezig te zijn met het (achterstallig) onderhoud op het park. Zij heeft [eisende partij] -evenals de overige bewoners op het park- daarover geïnformeerd. Zij betwist de op haar rustende verplichtingen thans niet na te komen. Daarnaast voert zij aan dat begin maart 2026 over 2025 gestuurde nota’s van de parklasten betaald dienen te worden nu zij de nakoming van haar verplichtingen heeft hervat in de loop van 2025.

Dit beroep op opschorting door [gedaagde partij] wordt voorshands niet gegrond geoordeeld. [gedaagde partij] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat door haar in de loop van 2025 een zodanige inhaalactie van herstel van onderhoud is ingezet en in zodanige mate dat een beroep op opschorting door de bewoners met betrekking tot betaling van de parklasten niet langer opgaat. In dit verband neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat de kantonrechter in drie vonnissen van 22 november 2017, 17 juli 2019 en 16 november 2022 heeft vastgesteld dat [gedaagde partij] tekort schiet in haar verplichtingen waarmee op [gedaagde partij] thans een zware stelplicht rust waar het gaat om het nakomen van haar verplichtingen waaraan geenszins is voldaan.

[eisende partij] is naar voorlopig oordeel daarom niet gehouden de volledige parklasten over 2025 te voldoen. Wat dan wel verschuldigd is laat zich in het kader van dit kort geding niet vaststellen.

De voorzieningenrechter zal de door [eisende partij] gestelde tekortkomingen hierna bespreken.

Ad I de waterhuishouding (retentiebekken en regentonnen)

In het vastgesteld bestemmingsplan “ [recreatiepark] ” uit 2010 staat -onder meer- het volgende:

3. Planbeschrijving

(…)

Verkavelingsplan

Algemeen

Het verkavelingsplan vormt de basis voor de in het onderliggende bestemmingsplan opgestelde

juridische regeling. Hieronder volgt een beschrijving van de verschillende functies.

(…)

Water:

“ Centraal binnen het plangebied is een waterpartij gesitueerd waaromheen verschillende

recreatieverblijven gelegen zijn. (…). De op de verkaveling weergegeven kleinere waterpartijen zijn indicatief en komen binnen de groenbestemming te liggen. Hoewel de plaatsbepaling van de waterpartijen indicatief is, dienen deze wel gerealiseerd te worden ten behoeve van waterhuishoudkundige doeleinden. De totale omvang van de retentievoorzieningen binnen deze delen van het plangebied moet minimaal 1.320 m²

bedragen.”

(…)

4. Uitvoeringsaspecten.

Water

Inleiding

Door [deskundige] is in het kader van het onderhavige bestemmingsplan een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de watertoets, welke in de bijlagen is opgenomen. In overleg met het waterschap Brabantse Delta is op basis van de uitgangspunten van dit onderzoek de onderstaande waterparagraaf opgesteld.

(…)

Uit de doorlatenheidsmeting blijkt dat de doorlatendheid op de locatie zeer slecht is (0,01m/dag). In de zandige, zwak ziltige bovengrond (tot 0,6 m-mv) vindt tijdens de doorlatendheidsmeting nauwelijks infiltratie plaats. Onder de zandige bovengrond bevindt zich een leemlaag tot 3,0 m-mv. Hier zal eveneens nauwelijks of geen infiltratie plaats vinden.

Beleid

De waterbeheerder voor het plangebied is het Waterschap Brabantse Delta. De waterbeheerder heeft diverse uitgangspunten opgesteld voor het omgaan met water bij ontwikkelingen. De algemene voorkeur van de waterbeheerder om met water om te gaan, is de voorkeursvolgorde ‘vasthouden’, ‘bergen’ en ‘afvoeren’. Vasthouden wil zeggen, zoveel mogelijk water binnen het gebied houden door zoveel mogelijk onverhard oppervlak te hebben of door bijvoorbeeld platte daken te gebruiken. Bergen wil zeggen, water tijdelijk op het terrein houden, bijvoorbeeld door infiltratie in de bodem of oppervlaktewater. Afvoeren is de laatste optie.

Afvoeren kan naar oppervlaktewater of (hemelwater)riolering.

Waterbalans en waterhuishoudkundige maatregelen

Op basis van de uitgangspunten van de waterbeheerder en de gegevens betreffende de ruimtelijke ontwikkelingen is een indicatieve waterbalans opgesteld voor de locatie. Vasthouden en hergebruik van water binnen de locatie is ten dele realiseerbaar. De recreatiewoningen zijn voorzien van schuine daken. Hergebruik wordt ten dele gerealiseerd middel het plaatsen van regentonnen bij de woningen. Aangezien infiltratie nagenoeg niet mogelijk is op de locatie, wordt uitgegaan van bergen van regenwater op de locatie.

De indicatieve waterbalans is hierboven weergegeven. Hierbij wordt tevens de omvang van de retentie berekend.

In de aan te leggen wateropvang wordt een calamiteitenoverstort aangelegd naar een op de perceelsgrens aanwezige primaire schouwsloot. Deze overstort treedt in werking indien de waterspiegel stijgt tot boven 0,05 m-mv.

De opvang wordt aangelegd binnen een als ’groen’ te bestemmen gebied, waarbij de functie van het retentiebekken meerledig wordt, zijnde ‘natuurwaarden’ en ‘belevingswaarden’.

Tot de bijlagen bij het bestemmingsplan behoren een tweetal brieven van het Waterschap Brabantse Delta (hierna: het Waterschap) van 26 september 2006 en 14 juli 2008 waarin het Waterschap heeft medegedeeld te kunnen instemmen met het voorontwerp-bestemmingsplan, alsmede een rapport (Watertoets) van [deskundige] Raadgevende Ingenieurs BV uit 2005. In dit rapport komt [deskundige] tot de volgende conclusie:

“In de toekomst wordt het afgekoppelde verharde oppervlak vermeerderd ten opzichte van de huidige situatie. Op basis van de bodemopbouw en de infiltratiemeting kan worden gesteld dat infiltratie van regenwater op de onderzoekslocatie niet mogelijk is. Hierdoor zal het hemelwater in eerste instantie geborgen moeten worden op de locatie. Hierbij dienen de volgende eisen van het waterschap te worden gevolgd. In overleg met de waterbeheerder is overeengekomen ter plaatse een retentiebekken(s) te creëren waarin het vrijkomend afgekoppeld hemelwater geborgen kan worden. Op basis van verdamping en (minimale) infiltratie zal de bergingsvoorziening geleegd worden. De minimale oppervlakte van het retentiebekken bedraagt 1.320 m² (met een diepte van 1 m). Tevens zullen ter plaatse van de recreatiewoningen regentonnen geplaatst worden om water zoveel als mogelijk her te gebruiken binnen het plangebied”.

[eisende partij] vordert dat de waterhuishouding op het park op orde wordt gebracht door het creëren en het in stand houden van een deugdelijk afwateringssysteem, met voldoende capaciteit, meer in het bijzonder door een retentiebekken aan te leggen op het park, een wateradvies op te vragen bij het Waterschap en om regentonnen te (laten) plaatsen bij alle recreatiewoningen.

Tijdens de bezichtiging van de situatie ter plaatse heeft de voorzieningenrechter geconstateerd dat op verschillende wegen/paden op het park waterplassen aanwezig waren maar niet in een mate dat onmiddellijke voorzieningen noodzakelijk zijn. Verder is tijdens de bezichtiging weliswaar waargenomen dat in een van de ruimtes onder het chalet van [eisende partij] water stond maar daarbij is door [eisende partij] verklaard dat die situatie al sinds de aankoop van het chalet door hem, ongeveer zeven jaar geleden, bestaat.

De voorzieningenrechter heeft noch tijdens de bezichtiging ter plaatse, noch op basis van de stellingen van [eisende partij] , kunnen vaststellen dat er op het park sprake is van zodanige wateroverlast dat dit een veroordeling tot het plegen van deugdelijk onderhoud aan de watergangen en afvoerputten in kort geding en het aanbrengen van (meer) retentiebekkens rechtvaardigt.

Daar komt bij dat onduidelijk is of door [gedaagde partij] (en haar rechtsvoorgangers) in de loop van de jaren aan alle hiervoor onder 5.5. weergegeven voorzieningen wel of niet uitvoering is gegeven. Zo is onduidelijk gebleven of de vereiste watercapaciteit in de retentiebekkens aanwezig is tot 1.320 m² (met een diepte van 1 m). Het Waterschap heeft in 2006 en 2008 al ingestemd met het uitgebrachte wateradvies, zodat het belang bij het opvragen van een wateradvies zonder enige toelichting, die ontbreekt, niet duidelijk is.

Dit onderdeel van vordering I en II wordt daarom afgewezen.

Vordering II wordt ook afgewezen ten aanzien van de eis met betrekking tot het plaatsen van de regentonnen. De wenselijkheid van het plaatsen van regentonnen om de opslagcapaciteit van het regenwater te vergroten blijkt inderdaad uit genoemde stukken. Dat zegt echter niets over de vraag door wie die regentonnen moeten worden geplaatst en voor wiens rekening de kosten daarvan komen. Desgevraagd heeft [eisende partij] daarvoor ook geen grondslag kunnen noemen.

Ad II de boom bij de erfgrens van het perceel van [eisende partij] ,

[eisende partij] heeft gesteld dat de boom zich bevindt in de verboden grens van 2 meter tot zijn perceel. [eisende partij] grondt zijn vordering op het burenrecht (artikel 5:42 BW).

[gedaagde partij] heeft niet weersproken dat het burenrecht van toepassing is. Het standpunt van [gedaagde partij] dat de boom zich niet binnen voormelde grens bevindt kan niet gevolgd worden nu de voorzieningenrechter tijdens de bezichtiging heeft waargenomen dat het een opschietende boom betreft die zich binnen de grens van twee meter tot het perceel van [eisende partij] bevindt.

Dit onderdeel van de vordering I wordt daarom toegewezen.

Ad III de vuilcontainer

De vuilcontainer bevindt zich achter een hekwerk met afgesloten poort. [gedaagde partij] heeft daarbij een bord geplaatst dat de poort 1x per week opengaat, op maandag van 09.00 tot 18.30 uur hetgeen ook de praktijk is.

[eisende partij] vordert dat de vuilcontainer op elk moment van de dag, alle dagen van de week, toegankelijk is voor de eigenaren van het park en dat deze voldoende frequent geleegd wordt zodat zich geen afval ophoopt naast de container.

[gedaagde partij] heeft erkend dat het hek waarachter de container geplaatst is, tot voor kort alleen op maandagen van 09.00 uur tot 18.30 uur geopend was maar dat thans ook op andere, wisselende tijden het toegangshek geopend is. Zij is tegen een ruimere openstelling omdat zij toezicht wil kunnen houden op de vuilcontainer, waarin door parkbewoners niet alleen huisvuil maar ook puinafval en meubilair wordt gestort.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de mogelijkheid om toezicht te willen houden op de vuilcontainer geen reden mag zijn om de stortfaciliteit maar zeer beperkt open te stellen. Een faciliteit om huisvuil ordentelijk in te zamelen en af te voeren is een basisbehoefte voor de bewoners van het park. De voorzieningenrechter zal daarom bepalen dat deze dagelijks tussen 09.00 uur en 18.30 uur toegankelijk moet zijn.

Dit onderdeel van de vordering I wordt daarom toegewezen.

Ad IV het groenonderhoud, de paden en opgeslagen bouwmaterialen

[eisende partij] eist dat het groenonderhoud deugdelijk wordt gedaan zodat geen (overvloedig) onkruid aanwezig is in de plantsoenen op het park en dat verharde paden worden aangelegd en de reeds aangelegde paden die beschadigd zijn, worden hersteld.

De voorzieningenrechter heeft niet kunnen vaststellen de situatie op het park tijdens de bezichtiging of daarna een beeld heeft gegeven van ernstig gebrek aan onderhoud van of ernstig tekortschieten met betrekking tot het onderhoud van de groenvoorzieningen. [gedaagde partij] heeft zich eerder bereid verklaard aan de eis van [eisende partij] tegemoet te (willen) komen en zij heeft foto’s overgelegd waaruit blijkt dat werkzaamheden aan de groenvoorziening en snoeiwerkzaamheden plaatsvinden. Ook de recent ten behoeve van de voortgezette mondelinge behandeling overgelegde foto’s geven een beeld dat daar thans werk van wordt gemaakt.

[gedaagde partij] heeft zich ook bereid verklaard tegemoet te komen aan de eis van [eisende partij] met betrekking tot het onderhoud aan de paden en zij heeft foto’s overgelegd waaruit blijkt dat werkzaamheden aan die paden plaatsvinden.

Ten aanzien van een veroordeling van [gedaagde partij] tot het aanleggen van verharde paden heeft [eisende partij] (nadat hem daartoe tijdens de mondelinge behandeling is gevraagd) geen grondslag gegeven, en die grondslag is ook niet anderszins gebleken. [gedaagde partij] heeft erkend dat ter plaatse van de nieuw te bouwen chalets op het park, door zwaar bouwverkeer schade is ontstaan aan de onverharde paden, hetgeen de voorzieningenrechter ter plaatse ook heeft waargenomen. Voor [eisende partij] bestaat geen persoonlijk belang bij onderhoud aan die paden, anders dan dat het de uitstraling van het park beïnvloedt. Voor het bereiken van zijn woning hoeft hij immers de betreffende paden niet te gebruiken, zo is tijdens de bezichtiging van de situatie ter plaatse gebleken. Spoedeisend is dat beperkte belang echter niet nu [gedaagde partij] heeft toegezegd de paden definitief te herstellen na voltooiing van de bouw van de chalets en inmiddels ook gebleken is dat tot die tijd tijdelijke verharding zal worden aangebracht.

Dit onderdeel van de vordering I wordt daarom afgewezen.

Ad V de inventarisatie van achterstallig onderhoud aan de privégedeelten op het park en het aanschrijven eigenaren.

[eisende partij] vordert dat [gedaagde partij] gedaagde een inventarisatie maakt van het achter-stallig onderhoud aan de privégedeelten op het park en dat zij de eigenaren aantoonbaar aanschrijft waarbij de eigenaren geïnformeerd zijn dat zij de algemene bepalingen en het huishoudelijk reglement overtreden.

[gedaagde partij] heeft bij gelegenheid van de bezichtiging ter plaatse en tijdens de eerste mondelinge behandeling erkend dat er meerdere chalets en tuinen ernstig verwaarloosd en vervuild zijn en de voorzieningenrechter heeft dat tijdens de bezichtiging ter plaatse ook zelf geconstateerd. [gedaagde partij] heeft toen aangegeven dat er actie zal worden ondernomen. Tijdens de voortgezette mondelinge behandeling heeft [gedaagde partij] verklaard dat de betreffende bewoners inmiddels hierover aangeschreven zijn.

[gedaagde partij] heeft ter onderbouwing daarvan enkele screenshots van tekstberichten overgelegd. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat zij daarmee haar verweer onvoldoende gedocumenteerd heeft onderbouwd. [gedaagde partij] is verplicht van de mogelijkheden die de verschillende regelingen kennen, optimaal gebruik te maken. Van [gedaagde partij] mag worden verwacht dat aan de betreffende bewoners formele aanschrijvingen uitgaan onder het stellen van een termijn waarbinnen concreet beschreven acties door dezen moeten worden uitgevoerd. [eisende partij] heeft daarbij een spoedeisend belang. Hij hoeft de teloorgang van diverse chalets en tuinen niet te dulden nu dit afbreuk doet aan de recreatiewaarde van zijn eigendom.

Dit onderdeel van de vordering I wordt daarom toegewezen.

Ad VI de parkverlichting

[eisende partij] vordert dat de verlichting op het park goed wordt onderhouden en dat als deze defect raakt binnen 48 uur na melding van het defect wordt gerepareerd. [eisende partij] heeft ter zitting bevestigd dat hij in de dagvaarding de oude situatie met betrekking tot de slechte parkverlichting heeft beschreven, waarbij hij heeft aangegeven dat de verlichting inmiddels grotendeels weer werkt.

Vast staat daarmee dat er verbeteringen aan de parkverlichting hebben plaatsgevonden. [eisende partij] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij op dit moment geen klachten heeft over de kwaliteit van de parkverlichting. [gedaagde partij] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegezegd snel actie te zullen ondernemen als de parkverlichting defect raakt.

Dit leidt ertoe dat er geen grond is voor deze vordering, zodat dit onderdeel van vordering I wordt afgewezen.

Ad VII de postvakjes

[eisende partij] vordert herstel van de postvakjes, zodat eigenaren (die daarvoor betaald hebben) daarover weer kunnen beschikken.

Tijdens de bezichtiging ter plaatse is gebleken dat het oude posthok met daarin de postkluisjes voor de bewoners, door [gedaagde partij] is verwijderd. Diverse bewoners hebben daarom zelf bij de ingang van het park aan de straatzijde postvakjes geplaatst

[gedaagde partij] heeft toegezegd dat zij de oude situatie zal herstellen in die zin dat binnen de grenzen van het park een nieuw posthok met afsluitbare postvakjes voor alle bewoners gerealiseerd zal worden, waarvoor de bewoners € 75,00 per jaar dienen te betalen, zoals voorheen.

[eisende partij] heeft betwist dat in het verleden afzonderlijk voor de postvakjes werd betaald.

In artikel 11 van de leveringsakte is bepaald dat de kosten van postbezorging door de exploitant afzonderlijk in rekening worden gebracht bij de koper. Het standpunt van [eisende partij] zoals door hem verwoord ter zitting, dat er geen kosten in rekening werden gebracht voor de postvakjes, stemt niet overeen met zijn eigen vordering en ook niet met de brief van zijn advocaat van 11 november 2025, waarin deze [gedaagde partij] sommeert tot herstel van de postvakjes, zodat eigenaren die voor een postvakje betaald hebben daarover kunnen beschikken. Het bedrag van € 75,00 dat [gedaagde partij] stelt daarvoor in rekening te brengen komt de voorzieningenrechter niet onredelijk voor.

De voorzieningenrechter zal daarom bepalen dat [eisende partij] aanspraak kan maken op een eigen postvakje nadat hij daarvoor aan [gedaagde partij] heeft betaald. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om dit ook tot te wijzen ten aanzien van de overige eigenaren, nu zij geen partij zijn in dit kort geding.

Dit onderdeel van de vordering I wordt daarom toegewezen als na te melden

Ad VIII de slagboom

[eisende partij] vordert [gedaagde partij] te veroordelen te bewerkstelligen dat de slagboom bij de ingang van het park te allen tijde functioneert en aantoonbaar voorzien is van een werkend SOS-protocol

[eisende partij] heeft in dit verband in de dagvaarding gesteld dat de slagboom een lange tijd niet gefunctioneerd heeft, maar dat dit probleem inmiddels is verholpen. De slagboom heeft echter geen SOS-protocol.

[gedaagde partij] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de huisartsenpost en de politie de slagboom ingeval van een SOS-melding kunnen bedienen, maar de brandweer niet.

Nu de slagboom weer functioneert is er geen grond voor toewijzing van deze vordering, zodat dit onderdeel van de vordering I ook wordt afgewezen. [eisende partij] heeft niet aangegeven op welke grond de slagboom voorzien moet zijn van een werkend SOS-protocol.

Ad IX de beheerder

de vordering van [eisende partij] strekt ertoe dat de beheerder van [gedaagde partij] 24/7 bereikbaar is en binnen een redelijke termijn reageert op vragen, verzoeken en klachten.

De voorzieningenrechter wijst deze vordering als te vergaand af. [gedaagde partij] heeft onweersproken gesteld dat de beheerder dagelijks op het park aanwezig is. [eisende partij] heeft de onvoldoende onderbouwd waarom er noodzaak is om ook gedurende de nacht bereikbaar te zijn.

Dit onderdeel van de vordering wordt daarom afgewezen

Het vorenstaande betekent dat vordering I wordt toegewezen voor wat betreft de onderdelen II, III, V en VII. De dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als hierna onder de beslissing vermeld

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor toewijzing van het onder III gevorderde. Mocht [gedaagde partij] het periodiek terugkerend onderhoud aan de algemene gedeelten van het park alsmede de services staken dan zal er sprake zijn van een nieuwe toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen door [gedaagde partij] en kan [eisende partij] alsdan weer nakoming vorderen.

De proceskosten

Hoewel een deel van de vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen moet [gedaagde partij] toch de proceskosten (inclusief nakosten) van [eisende partij] betalen. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat [gedaagde partij] pas na het uitbrengen van de dagvaarding een deel van de onderhouds- en beheerwerkzaamheden (weer) is gaan uitvoeren.

De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding € 155,87

- griffierecht € 341,00

- salaris advocaat € 1.177,00

- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld

in de beslissing

Totaal € 1.862,87

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de boom bij de erfgrens van het perceel van [eisende partij] te verwijderen,

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de vuilcontainer toegankelijk maken voor de bewoners van het park door deze dagelijks tussen 09.00 en 18.30 uur toegankelijk te maken en deze frequent te legen,

veroordeelt [gedaagde partij] om binnen vier weken na betekening van dit vonnis een inventarisatie te maken van het achterstallig onderhoud aan de privégedeelten op het park en de betreffende eigenaren aantoonbaar aan te schrijven, waarbij zij worden geïnformeerd de algemene bepalingen en het huishoudelijk reglement te overtreden,

veroordeelt [gedaagde partij] binnen vier weken na betekening van dit vonnis over te gaan tot ter beschikking stelling van postvakjes als voorheen, zodat [eisende partij] , nadat hij voor een postvakje betaald heeft, daarover kan beschikken,

bepaalt dat [gedaagde partij] een dwangsom verbeurt van € 250,00 per dag dan wel gedeelte van de dag dat zij niet aan de veroordelingen onder 6.1 t/nm 6.4. heeft voldaan, met een maximum van € 15.000,00,

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van [eisende partij] van € 1.862,87, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als zij. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Weide en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?