ECLI:NL:RBZWB:2026:2226

ECLI:NL:RBZWB:2026:2226

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 26-03-2026
Datum publicatie 26-03-2026
Zaaknummer 02-001223-01
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Tbs verlenging twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND -WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-001223-01

Beslissing van de meervoudige kamer van 26 maart 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1959,

verblijvende in de [kliniek] te [plaats 1] ,

hierna: betrokkene,

raadsman mr. M.M. van Woensel, advocaat te Tilburg.

1. De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

- de vordering van de officier van justitie van 29 januari 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege met twee jaar;

- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene;

- het verlengingsadvies van [kliniek] van 26 augustus 2025;

- de pro-justitia rapporten van de [psycholoog] van 24 december 2025 en de [psychiater] van 12 december 2025.

2. De procesgang

Bij vonnis van de rechtbank Breda van 1 november 2001 is betrokkene, wegens doodslag,

veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf en tbs met verpleging van overheidswege.

De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De termijn van de tbs is aangevangen op 24 maart 2002 en voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 29 maart 2024 verlengd met twee jaar. Zonder verlenging eindigt de termijn van de tbs op 24 maart 2026.

Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 12 maart 2026 is de officier van justitie gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Ook is de deskundige mevrouw [GZ-psycholoog] , gz-psycholoog, gehoord.

3. Het advies van de tbs-instelling

De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. Daartoe is aangevoerd dat bij betrokkene sprake is van complexe problematiek, bestaande uit schizofrenie, een verstandelijke beperking, antisociale trekken en een stoornis in alcoholgebruik (in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving). Vanaf 2010 is sprake van de LFPZ-status. Er wordt gepoogd betrokkene zoveel mogelijk te stabiliseren, maar het resultaat is wisselend. Betrokkene blijft moeilijk stuurbaar en geregeld is er sprake van dreiging van fysieke agressie en ander ongewenst gedrag. Betrokkene moet vaak begrensd worden in zijn gedrag door bijvoorbeeld een time out of door hem stevig aan te spreken. Ondanks de inzet van verschillende interventies, is vormgeving van een - zoveel mogelijk sluitend - risicomanagementplan voor het verantwoord praktiseren van begeleid verlof niet mogelijk. Betrokkene is onvoldoende te stabiliseren en is beperkt peilbaar en begeleidbaar. De uitstroom naar een instelling met een minder hoog beveiligingsniveau wordt niet als optie gezien. Indien de tbs wordt beëindigd, wordt het risico als hoog ingeschat. Gelet op het functioneren, het toestandsbeeld en het uitblijven van ontwikkeling is er voor betrokkene geen andere toekomst in zicht dan een verblijf binnen de hoog beveiligde LPFZ-voorziening.

Ter zitting heeft de deskundige het verlengingsadvies bevestigd en daaraan toegevoegd dat de behandeling van betrokkene op dit moment zoveel mogelijk is gericht op het bieden van kwaliteit van leven binnen de instelling.

4. De adviezen van de gedragsdeskundigen

In hun rapporten hebben de [psychiater] en de [psycholoog] geconcludeerd dat bij betrokkene sprake is van een verstandelijke beperking, van schizofrenie en van een stoornis in het gebruik van alcohol. De kans op recidive wordt als hoog ingeschat indien de tbs wordt beëindigd. Betrokkene is gezien de aard van de pathologie volledig afhankelijk van extern risicomanagement in de vorm van een voorspelbare, zeer gestructureerde, hoog beveiligde omgeving met toezicht, intensieve begeleiding en ondersteuning gericht op het behoud van stabiliteit en het voorkomen van ontregeling en grensoverschrijdend gedrag. Vanwege de onveranderde psychopathologie en het daarmee samenhangende hoge recidiverisico op gewelddadig gedrag wordt geadviseerd de tbs met twee jaar te verlengen.

5. Het standpunt van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen.

Het standpunt van de verdediging

Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij zich niet kan vinden in de adviezen om de tbs te verlengen. Hij is van mening dat er een eind moet komen aan de tbs. Hij zou graag willen gaan wonen in [locatie] in [plaats 2] .

De raadsman heeft bepleit dat volgens betrokkene de tbs moet worden beëindigd en heeft daarbij het standpunt van zijn client herhaald.

6. Het oordeel van de rechtbank

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan deze wettelijke criteria.

Voor de termijn van de verlenging zal de rechtbank de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen volgen. Bij betrokkene is sprake van een LFPZ-status en het risico op recidive wordt bij beëindiging van de tbs ingeschat als hoog. Gelet op de pathologie is betrokkene volledig afhankelijk van extern risicomanagement. Daarbij komt dat behandeling van betrokkene op dit moment vooral gericht is op het bieden van kwaliteit van leven binnen de instelling. De verwachting is dan ook niet dat beëindiging of wijziging van de tbs-maatregel binnen één jaar aan de orde zal zijn. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene moet worden verlengd met twee jaar.

7. De beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met twee jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. R. de Jong, voorzitter, en mr. D.H. Hamburger en mr. D.M. Snoep, rechters, in tegenwoordigheid van A. Luijten, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R. de Jong
  • mr. D.H. Hamburger
  • mr. D.M. Snoep

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?