Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800884-10
Beslissing van de meervoudige kamer van 26 maart 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,
verblijvende in de [kliniek] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan.
1. De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 28 januari 2026, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met verpleging van overheidswege met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van betrokkene;
- het verlengingsadvies van de [kliniek] van 19 januari 2026.
2. De procesgang
Bij vonnis van de rechtbank Breda van 1 maart 2011 is betrokkene wegens, kort gezegd,
poging tot moord, bedreigingen en vernielingen, veroordeeld tot tbs met dwangverpleging.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 16 maart 2011 en voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 12 maart 2025 verlengd met één jaar. Zonder verlenging eindigt de termijn van de tbs op 16 maart 2026.
Tijdens het onderzoek ter openbare terechtzitting van de rechtbank van 12 maart 2026 is de officier van justitie gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Ook is de deskundige mevrouw [persoon] , gz-psycholoog, gehoord.
3. Het advies van de tbs-instelling
De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. Daartoe is aangevoerd dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie, stoornissen in het gebruik van uiteenlopende
middelen en van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale
trekken.
Betrokkene is op 31 juli 2025 door een psychotische ontregeling, waarbij hij agressief gedrag heeft vertoond richting de medewerkers van de FVK, teruggeplaatst in de kliniek voor een time-out. Betrokkene was van mening dat hij geen behandeling nodig heeft en wilde niet terug naar de forensische verslavingskliniek (hierna: FVK). Door het onstabiele toestandsbeeld en het ontbreken van de wens om te worden behandeld is betrokkene niet meer teruggeplaatst naar de FVK. Hij is daarom aangemeld bij de Voorde voor een tweede behandelpoging. Er is momenteel geen sprake van een verlofkader. Volgens de kliniek is het risico op recidive bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel hoog. Gezien de hardnekkige stoornissen en de terugval in middelengebruik wordt verwacht dat betrokkene langdurige psychiatrische behandeling nodig heeft binnen een beveiligd kader, zodat op tijd ingegrepen kan worden als hij psychotisch decompenseert, dan wel ontregelt door middelengebruik.
Ter zitting heeft de deskundige het verlengingsadvies bevestigd en daaraan nog toegevoegd dat het nu wat beter gaat met betrokkene. Ten aanzien van de psychische problematiek is verbetering opgetreden, maar de verslavingsproblematiek is nog steeds aanwezig. Daarvoor moet betrokkene nog worden behandeld. Er moet daarna weer opnieuw transmuraal verlof worden aangevraagd. De Voorde heeft de aanvraag om betrokkene te behandelen afgewezen. Betrokkene is nu aangemeld bij [hulpverlening] in [plaats]. Het is niet duidelijk hoe lang het traject nog gaat duren, maar in ieder geval is de verwachting dat er voor de behandeling van betrokkene nog twee jaar nodig is.
4. Het standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het nu beter met hem gaat en dat hij door de nieuwe medicatie stabieler is. Hij wil graag dat de tbs met één jaar wordt verlengd.
De raadsvrouw heeft verzocht om de tbs te verlengen met één jaar. Het is op dit moment onduidelijk hoe het verdere verloop van het traject van betrokkene eruit ziet. Gelet op de veranderingen en onzekerheden is het van belang dat de rechtbank een vinger aan de pols houdt. Bovendien zorgt een verlenging met één jaar ervoor dat betrokkene gemotiveerd blijft.
5. Het oordeel van de rechtbank
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan deze wettelijke criteria.
De rechtbank had bij haar laatstelijk beslissing van 12 maart 2025 de tbs verlengd met de duur van één jaar mede omdat betrokkene dan meer gemotiveerd en beter in staat was om abstinent van middelen te blijven. Helaas is afgelopen jaar gebleken dat er sprake was van hardnekkige stoornissen, een terugval in het middelengebruik en een psychische ontregeling. Op dit moment is betrokkene bij [hulpverlening] aangemeld voor een nieuwe behandelpoging. Er moet dus binnen een nieuwe kliniek nog met daadwerkelijke behandeling worden gestart. Het is duidelijk dat het traject in ieder geval nog langer dan één jaar zal duren. Voor een verlenging van de tbs maatregel met één jaar om vinger aan de pols te houden, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding. Voor de termijn van de verlenging zal de rechtbank het advies van de tbs-instelling volgen. De rechtbank zal de tbs met verpleging van overheidswege dan ook verlengen met twee jaar.
6. De beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met twee jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, en mr. R. de Jong en
mr. D.M. Snoep, rechters, in tegenwoordigheid van A. Luijten, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 maart 2026.