RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444747 / FA RK 26-622
Datum uitspraak: 24 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende te [plaats] , locatie: [accommodatie] , afdeling: [afdeling] ,
advocaat mr. J. Nederlof te Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 februari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de heer [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
mevrouw [persoon 2] , woonbegeleidster,
mevrouw [persoon 3] , zorgcoördinator.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 1 maart 2026.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Betrokkene merkt op dat hij aanvankelijk in een omgeving verbleef met voornamelijk oudere personen. Sinds hij is overgeplaatst naar een afdeling waar jongere mensen met dementie zijn opgenomen heeft hij een aanmerkelijke groei doorgemaakt. Echter ontbreekt het hem nu aan voldoende mogelijkheden om verder te groeien, omdat de populatie qua samenstelling hem belemmert om sociale contacten te onderhouden. Ook is het er te druk, terwijl hij kampt met prikkelgevoeligheid. Daarnaast ervaart hij zijn huidige zorgomgeving als te beperkend om activiteiten te ondernemen en om ergens anders met anderen af te spreken, zoals met zijn zus. Het liefst wil hij daarom naar huis. Daar kan hij in alle rust en in zijn eigen tempo doen wat hij graag doet, te weten tekenen en schilderen. Thuis was er ambulante ondersteuning beschikbaar zoals huishoudelijke hulp en kreeg hij ondersteuning bij bijvoorbeeld het kopen van kleding. Die hulp acht betrokkene voldoende om zich thuis te kunnen redden. Een machtiging tot opname en verblijf is daarom niet langer nodig.
De specialist ouderengeneeskunde brengt naar voren dat bij betrokkene een uitgebreide neurocognitieve stoornis met gedragsproblemen is gediagnostiseerd. Betrokkene heeft behoefte aan 24-uurs zorg en toezicht. Hij kon niet langer thuis blijven wonen wegens onvoldoende zelfzorg, vervuiling van zijn woning, het risico op een recidief alcoholabusus en gevaarlijk gedrag in het verkeer. Betrokkene verblijft ingevolge een machtiging tot opname en verblijf in de zorgaccommodatie. Hij beschikt hier over een eigen appartement, waar hij zich kan terug trekken als betrokkene daar behoefte aan heeft. De visie van betrokkene dat hij weer met enige ambulante hulp en ondersteuning thuis kan wonen, wordt niet gedeeld. Gedurende de verplichte opname en verblijf is namelijk gebleken dat betrokkene bij het opstaan en het vervolgens komen tot zelfverzorging en (enige) dagstructuur nog steeds continue zorg en begeleiding nodig heeft. Daarnaast is toezicht noodzakelijk, omdat hij rookt op locaties waar dit niet geoorloofd is. Hierdoor zijn er gevaarlijke situaties ontstaan. Betrokkene krijgt de ruimte en gelegenheid om met anderen af te spreken. Hij maakt daarvoor ook plannen, maar onderneemt vervolgens geen actie, en komt dan ook niet tot de uitvoering ervan. Dit geldt ook voor de overige plannen die betrokkene maakt, waaronder het volgen van een studie. Daarnaast geeft betrokkene met enige regelmaat aan terug naar huis te willen, maar blijft ook dit vervolgens bij verbale uitingen en onderneemt hij op dat vlak geen gerichte acties. Naar verwachting zal het toestandsbeeld van betrokkene, zoals hiervóór toegelicht, niet meer veranderen, wat betekent dat hij altijd op intensieve verpleeghuiszorg aangewezen zal zijn. Met deze toelichting kan hij achter het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf staan.
De woonbegeleidster en de zorgcoördinator sluiten zich aan bij dat wat door de specialist ouderengeneeskunde naar voren is gebracht.
De advocaat brengt naar voren dat betrokkene niet achter een machtiging tot opname en verblijf kan staan. Hij ervaart in zijn huidige leef- en woonomgeving teveel onrust en hij beschikt over te weinig mogelijkheden om sociale contacten te onderhouden en activiteiten te ontplooien. Ook heeft hij onvoldoende regie over zijn eigen leven. Hij laat daarom met enige regelmaat blijken dat hij niet achter de verplichte opname en verblijf kan staan en het liefst wil terugkeren naar huis. Namens betrokkene stelt hij zich daarom primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. Wel voegt hij daaraan toe dat er inmiddels sprake is van een onderbewindstelling, die nog niet is ingeschreven en dat de huurovereenkomst van de woning van betrokkene is beëindigd. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen wenst hij zich - bij wijze van subsidiair standpunt - te refereren aan het oordeel van de rechtbank.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat
betrokkene lijdt aan een ziekte of aandoening, die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, te weten een uitgebreide neurocognitieve stoornis met gedragsproblemen (agitatie).
Daarnaast blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en de mondelinge behandeling dat het door zijn stoornis veroorzaakt gedrag van betrokkene leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel in de vorm van:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene, toen hij nog thuis woonde, niet of onvoldoende in staat was tot voldoende zelfzorg en dat sprake was van verwaarlozing, het niet komen tot een vaste en adequate dag structuur, het risico op recidief alcoholabusus en op verkeersongevallen indien betrokkene zich alleen in het verkeer zou begeven. Betrokkene is op grond van een machtiging tot opname en verblijf in een zorgaccommodatie opgenomen. Zijn behandelaar heeft vastgesteld dat het toestandsbeeld van betrokkene intussen niet is veranderd. Uit zijn toelichting blijkt dat betrokkene bij het opstaan, het vervolgens komen tot zelfverzorging en (enige) dagstructuur en het schoonhouden van zijn woon- en leefomgeving nog steeds continue zorg en begeleiding nodig heeft. Betrokkene vertoont ook daarnaast risicovol gedrag voor zichzelf en voor anderen, waarin hij dient te worden begrensd.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene blijft bij zijn opvatting dat hij met enige huishoudelijke hulp en ondersteuning weer thuis zou kunnen wonen. De rechtbank deelt deze opvatting niet, nu de stukken en het verhandelde ter zitting naar haar oordeel tot de overtuiging strekken dat betrokkene, gelet op zijn toestandsbeeld op dit moment en naar nu valt in te schatten ook in de toekomst op 24-uurs zorg en toezicht aangewezen zal zijn. Gelet daarop dient de rechtbank het ervoor te houden dat betrokkene zich verzet tegen een opname en verblijf, zoals verzocht.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verlenen voor de duur van zes maanden, als verzocht.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1960 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 10 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.