RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445323 / FA RK 26-961
Datum uitspraak: 24 februari 2026
Beschikking op een verzoek tot wijziging zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] , [afdeling 1] ,
advocaat mr. C.J.M. Veth te Rijen.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 februari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon] , psychiater.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 23 oktober 2026 voor de navolgende verplichte zorgvormen:
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank om de zorgmachtiging, zoals die op 23 oktober 2025 voor betrokkene is verleend, aldus te wijzigen dat bij wijze van verplichte zorg aanvullend zal kunnen worden toegepast:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat hij in [plaats 1] woont bij [afdeling 2] ( [accommodatie] ). Op enig moment is hij, in strijd met de gemaakte afspraken, weer harddrugs gaan gebruiken, te weten cocaïne en ketamine. Vervolgens is hij in het kader van een time-out overgebracht naar locatie [plaats 2] op de afdeling [afdeling 1]. Hij accepteert de hem geboden klinische zorg en werkt daar volledig aan mee. Dankzij die zorg gaat het inmiddels beter met hem. Hij heeft er ook geen probleem mee om de klinische opname op vrijwillige basis voort te zetten, voor zo lang als zijn behandelaar dit nog nodig acht. Dit heeft hij vanochtend ook zo met zijn behandelend psychiater besproken.
De psychiater brengt naar voren dat betrokkene op 18 februari 2026 ontregeld is geraakt, nadat hij harddrugs is gaan gebruiken en hij bezoek had gehad van medecliënten, die op hem een negatieve invloed hebben. Een klinische opname op de afdeling [afdeling 1] - bij wijze van time-out - was op dat moment noodzakelijk om het psychiatrisch toestandsbeeld te laten stabiliseren en forse escalaties te voorkomen. Intussen is het toestandsbeeld van betrokkene al aanmerkelijk verbeterd. Ook werkt betrokkene mee aan de klinische zorg die ter verdere stabilisatie nog nodig wordt geacht. Verder kan zij bevestigen dat, zoals al door betrokkene aangegeven, er vanochtend een gesprek heeft plaats gevonden. Op basis van dat gesprek, waarbij ook de mogelijkheid van een zelfbindings-verklaring aan de orde is gekomen, heeft zij er voldoende vertrouwen in dat betrokkene de huidige positieve lijn zal weten voort te zetten en de klinische opname op vrijwillige basis zal voortzetten. Gelet daarop kan in haar visie het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging als ingetrokken worden beschouwd.
De advocaat voert aan dat hij zijn cliënt kent als een persoon die uitermate gesteld is op zijn huidige woonsituatie en op de ruimte die hem wordt gegeven om over zijn leven eigen regie te voeren. Zijn cliënt ziet achteraf in dat, gelet op zijn toestandsbeeld op dat moment, het noodzakelijk was om aanvullende zorgvormen toe te passen. Daaraan doet niet af dat bij zijn cliënt is gebleken van de bereidheid om aan de nog noodzakelijke klinische zorg, voor zo lang als dat nodig is, vrijwillig te blijven meewerken en dat daarom het verzoek tot wijziging zorgmachtiging door zijn behandelaar niet langer wordt ondersteund.
5. De beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat sprake is of althans is geweest van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz.
Om deze (dreigende) noodsituatie af te wenden, was op dat moment een klinische opname van betrokkene - bij wijze van time-out - op de afdeling [afdeling 1] noodzakelijk om het psychiatrisch toestandsbeeld te stabiliseren ter voorkoming van forse escalaties wegens de verbaal dreigende houding van betrokkene naar het verplegend personeel en zijn wisselende bereidheid om de op dat moment noodzakelijke zorg te accepteren en daaraan mee te werken. Omdat er op dat moment geen mogelijkheden waren voor het bieden van passende zorg op vrijwillige basis zijn daarom,
het beperken van de bewegingsvrijheid;
opnemen in een accommodatie,
toegepast bij wijze van aanvullende verplichte zorg.
Aan het vorenstaande doet niet af dat uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat
betrokkene inmiddels de hem geboden klinische zorg accepteert en daar volledig aan meewerkt. Ook is hij bereid om, voor zo lang als zijn behandelaar dit nog nodig acht, de klinische zorg en behandeling op vrijwillige basis voort te zetten. Zijn behandelend psychiater heeft daarover aangegeven dat zij daar voldoende vertrouwen in heeft. Verder maakt de rechtbank uit haar standpunt op dat zij het verzoek tot wijziging zorgmachtiging niet (langer) ondersteunt.
De rechtbank stelt vast dat door de behandelend psychiater van betrokkene het verzoek tot wijziging zorgmachtiging niet langer wordt ondersteund en dat zij haar standpunt ter zitting mondeling heeft gemotiveerd en toegelicht. Aangezien echter het verzoek door de officier van justitie niet is ingetrokken, zal de rechtbank het verzoek tot wijziging van de zorgmachtiging afwijzen.
6. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.