RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444791 / FA RK 26-647
Datum uitspraak: 24 februari 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende [adres] ,
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 februari 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden aan voormeld woonadres op 24 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[persoon] , zorgadviseur verbonden aan Stichting [accommodatie 1] ;
de echtgenote van betrokkene.
Ook was een stagiaire van de advocaat aanwezig.
2. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat hij had begrepen dat hij alleen tijdelijk in een zorgaccommodatie zou worden opgenomen en daarna, zodra mogelijk, vrijwillig naar het nabij gelegen [woonzorgcentrum 1] (van [accommodatie 1] ) zou verhuizen. Hij wil geen verplichte opname in een zorgaccommodatie, want dan heeft hij niet meer de ruimte en vrijheid om met zijn scootmobiel naar buiten te gaan of af en toe een casino te bezoeken. Verder vindt hij het jammer dat de dagbesteding is gestopt, dit vond hij altijd erg gezellig. Hij begrijpt ook niet dat anderen zich zorgen om hem maken. Er zijn geen gevaarlijke situaties geweest met de auto of scootmobiel. Er is één incident geweest waarbij hij met zijn scootmobiel vast was geraakt in de sneeuw maar toen heeft hij hulp gehad van de jeugd uit de buurt. Ook is er geen sprake van overmatig gebruik van alcohol en neemt hij als hij naar het casino gaat telkens maar een paar tientjes mee die hij van zijn echtgenote krijgt. Thuis gebruikt hij altijd zijn rollator omdat hij anders valt. Hij is al vaak gevallen en heeft hier kapotte knieën aan over gehouden. De conflicten waar zijn echtgenote het over heeft, kan hij zich helemaal niet herinneren. Hij kan zich ook niet voorstellen dat zijn gedrag naar haar toe voor haar in welk opzicht dan ook belastend is of anderszins een gevaar voor haar gezondheid oplevert. Volgens betrokkene kan het niet zo zijn dat, na een leven lang hard te hebben gewerkt, een verplichte zorgopname zijn levenslot is.
De zorgadviseur brengt, in aanvulling op de schriftelijke stukken, naar voren dat bij betrokkene de diagnose ‘Parkinson met Parkinson dementie’ heeft. Thuis laat betrokkene een grote mate van achterdocht zien en kampt hij, met name in de nachtelijke uren, met verwarde momenten en oriëntatieproblemen. Naast dat dit gedrag voor zijn echtgenote als zijn mantelzorger een aanzienlijke belasting vormt, ontstaan er met enige regelmaat conflicten. Betrokkene heeft op die momenten meermalen een verbaal agressieve en ook fysiek dreigende opstelling naar zijn echtgenote laten zien. Betrokkene is ook erg gesteld op zijn vrijheid om naar buiten te gaan, onder meer om met zijn scootmobiel of auto te gaan rijden. Betrokkene is zich daarbij niet bewust van de gevaren die hij creëert voor zichzelf en voor anderen. Betrokkene wil hierin zelf de regie blijven voeren en accepteert hierin geen of onvoldoende begrenzing door anderen. Betrokkene stelde zich wel open voor dagbesteding, maar dit bleek via een PGB te moeten worden gefinancierd wat vervolgens door de echtgenote beheerd diende te worden en dit kan de echtgenote niet op zich nemen. Hoewel zij de wens van betrokkene begrijpt om niet te worden opgenomen, ziet zij op dit moment geen andere optie. Dit gelet op de grote behoefte bij betrokkene aan autonomie zonder begrenzing, zijn risicovolle gedrag, het gebrek aan ziekte-inzicht en de herhaaldelijke conflicten tussen hem en zijn echtgenote, waardoor de situatie thuis onhoudbaar is geworden. Rekening houdend met al deze omstandigheden, acht zij de kans op het ontstaan van bedreigende en spanningsvolle situaties zeer groot in het geval dat betrokkene bij een andere locatie van het woonzorgcentrum met minder vrijheidsbeperkende maatregelen wordt opgenomen. De mogelijkheden daartoe zijn besproken in een groot overleg binnen het woonzorgcentrum. Met deze toelichting kan zij achter het verzoek staan om een machtiging tot opname en verblijf voor de verzochte periode te verlenen. Indien het verzoek wordt toegewezen zal betrokkene kunnen worden opgenomen op locatie [woonzorgcentrum 2] (van [accommodatie 1] ) te [plaats 2]. Afhankelijk van het verloop van deze opname zal worden bekeken of betrokkene alsnog naar locatie [woonzorgcentrum 1] zal kunnen verhuizen.
De echtgenote van betrokkene merkt op dat zij kan bevestigen dat het gedrag van haar echtgenoot thuis met grote regelmaat tot onderlinge conflicten leidt en ook tot gevolg heeft dat er onveilige situaties ontstaan. Daarbij dient zij vooral in de nachtelijke uren continu toezicht te houden op betrokkene, waardoor zij zelf niet of nauwelijks aan slapen toekomt. Daarnaast maakt zij zich grote zorgen over de activiteiten die haar echtgenoot buitenshuis onderneemt omdat dit gevaar oplevert voor hemzelf en voor anderen. Al deze omstandigheden hebben bovendien op haar als echtgenote een zodanige wissel getrokken dat zij met gezondheidsproblemen kampt.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hem uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting duidelijk is geworden dat de situatie van betrokkene en zijn echtgenote thuis onhoudbaar is geworden en dat, geheel los van de vraag wie van beiden debet is aan deze situatie, het verstandig lijkt dat zij gescheiden van elkaar gaan wonen. In zijn visie is een verplichte opname en verblijf van betrokkene in een zorgaccommodatie daarvoor echter een te ingrijpende maatregel.
In dat verband stelt hij dat door de beoordelend arts gedurende de periode, waarin betrokkene in het kader van een inbewaringstelling bij [accommodatie 2] in [plaats 1] verbleef, werd vastgesteld dat hij aanmerkelijker beter functioneerde vergeleken met de medebewoners. Daarnaast is betrokkene erg gesteld op het behouden van zijn vrijheden. Dit houdt niet in dat betrokkene tot elke prijs wil blijven auto rijden. Wel wil hij zijn scootmobiel kunnen blijven gebruiken om zich buitenshuis voort te kunnen bewegen. Daar kleven volgens de advocaat geen risico’s aan. Betrokkene had ook erg veel plezier in de dagbesteding. Helaas is dit toen betrokkene bij [accommodatie 2] in [plaats 1] verbleef geëindigd en daarna niet meer opgepakt. Uit al deze factoren en omstandigheden blijkt evenmin van het bestaan van of het risico op ernstig nadeel, of althans in beduidend mindere mate, dan in de medische verklaring beschreven. Er lijkt bovendien sprake van een minder bezwarend alternatief, dat hetzelfde beoogde effect heeft, te weten een vrijwillige opname en verblijf op de locatie [woonzorgcentrum 1] of een daarmee vergelijkbare zorginstelling. Niet is gebleken dat een opname en verblijf in deze woonzorgvorm in een vrijwillig kader onvoldoende zou zijn om aan betrokkene voldoende kaders en grenzen te bieden, alleen al omdat deze optie tot dusver niet is geprobeerd. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken en de mondelinge behandeling dat betrokkene lijdt aan een ziekte of aandoening die op grond van artikel 1, vierde lid van de Wet zorg en dwang (Wzd) gelijkgesteld is aan een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap, te weten Parkinson met Parkinson dementie.
Daarnaast blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken en de mondelinge behandeling dat het door zijn stoornis veroorzaakt gedrag van betrokkene leidt tot het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig nadeel in de vorm van:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene thuis met name in de nachtelijke uren momenten kent, waarop hij kampt met hallucinaties en desoriëntatie. Betrokkene is zich op die momenten niet of onvoldoende bewust van zijn (leef)omgeving. Ook kan hij verbaal agressief en fysiek dreigend zijn naar zijn echtgenote en vergeet hij regelmatig zijn rollator te gebruiken, waardoor er sprake is van valgevaar. Betrokkene laat tevens blijken dat hij er vrij in wil zijn om, wanneer hij daaraan behoefte heeft, met zijn scootmobiel of auto te gaan rijden. Ook wil hij zelf bepalen wanneer en hoeveel hij aan alcoholhoudende drank nuttigt. Toezicht en/of ingrijpen door zijn echtgenote is noodzakelijk gebleken ter voorkoming van onveilige situaties voor betrokkene en/of voor haarzelf en/of voor anderen. Wegens onvoldoende ziekte-inzicht laat betrokkene zich niet of moeilijk begrenzen met alle reële risico’s van dien. Ook lopen intussen de spanningen tussen betrokkene en zijn echtgenote op, met als gevolg dat er steeds vaker conflicten ontstaan. Betrokkene herinnert zich daarna de conflicten niet meer, maar de echtgenote raakt daardoor overbelast en zij kampt met gezondheidsproblemen.
Een verplichte opname en verblijf is naar het oordeel van de rechtbank op dit moment noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene laat blijken dat het wellicht beter zou zijn indien hij en zijn echtgenote niet meer bij elkaar wonen. Wel vindt hij dat een opname en verblijf van hem in woonzorgcentrum [woonzorgcentrum 1] met minder vrijheidsbeperkende regels op vrijwillige basis volstaat. Uit de toelichting van de zorgadviseur blijkt dat zij deze mogelijkheid op termijn niet uitsluit, maar dat een opname en verblijf op een gesloten afdeling in verplichte vorm op dit moment noodzakelijk is om vervolgens na verloop van tijd te kunnen vaststellen of een opname, zoals door betrokkene voor ogen heeft, verantwoord c.q. haalbaar is.
Uit het voorgaande volgt dat er, in ieder geval op dit moment, geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde beoogde effect hebben. Daarom zal de rechtbank een machtiging verlenen tot opname en verblijf in een zorgaccommodatie voor de duur van zes maanden, als verzocht. Daarbij tekent de rechtbank aan dat in die periode al het mogelijke aan zorg en ondersteuning dient te worden benut c.q. ingezet om een vervolg opname en verblijf van betrokkene in woonzorgcentrum [woonzorgcentrum 1] ( [accommodatie 1] ) op een zo kort mogelijke termijn te kunnen realiseren.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 10 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.