ECLI:NL:RBZWB:2026:2263

ECLI:NL:RBZWB:2026:2263

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 27-03-2026
Zaaknummer C/02/438694 / JE RK 25-1476
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Afwijzing restant OTS

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/438694 / JE RK 25-1476

Datum uitspraak: 24 februari 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

gevestigd te Middelburg,

over

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2014 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] .

1. Het verdere verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de beschikking van deze rechtbank van 22 september 2025 met alle daarin genoemde stukken;

het bericht van de GI van 11 februari 2026.

De mondelinge behandeling heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 24 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

een vertegenwoordigster van de GI;

een vertegenwoordigster van de Raad.

Correct opgeroepen, maar niet verschenen is:

- de vader.

De kinderrechter heeft [minderjarige 2] en [minderjarige 1] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben hier geen gebruik van gemaakt.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vader heeft geen ouderlijk gezag meer over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sinds 12 december 2025.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.

De kinderrechter binnen deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2022 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld met ingang van 24 maart 2022 en tot 24 maart 2023. Deze maatregel is nadien steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 22 september 2025 tot 24 maart 2026. Het overige deel van het verzoek is aangehouden.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Momenteel ligt nog ter beoordeling voor het resterende deel van het verzoek, te weten de verlenging van de ondertoezichtstelling van 24 maart 2026 tot 24 september 2026.

4. De standpunten

De GI stelt dat het ouderlijk gezag van de vader op 12 december 2025 is beëindigd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in december 2025 hun speltherapie succesvol afgerond. De moeder stuurt sinds de beëindiging van het gezag van de vader elke drie maanden een mail naar de vader met informatie over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Dit verloopt goed. De moeder heeft af en toe vragen hoe om te gaan met bepaalde situaties die de vader aangaan. De jeugdbeschermer geeft sturing aan de moeder en ze gaat hier goed mee om. Voor dit soort vragen omtrent situaties met de vader heeft de [hulpverlening] ingezet, zodat de moeder ruggenspraak heeft en kan leren hoe zij op bepaalde acties vanuit de vader en zijn omgeving kan reageren, omdat ze weet dat ze hier geen invloed op heeft en alleen haar eigen gedrag hierop aan kan passen. Op deze manier wordt de moeder in haar kracht gezet. Ook kan er door [hulpverlening] gestuurd worden op de balans in de draagkracht/draaglast van de moeder. Hiernaast kunnen zij zicht krijgen op de opvoedsituatie bij de moeder. De GI wilde in de afgelopen periode MDFT inzetten, maar dit bleek niet passend. Daarom is het IAG ingezet. De moeder staat open voor de hulpverlening en zal dit toelaten in het vrijwillig kader. Er zijn geen doelen meer waaraan in het gedwongen kader moet worden gewerkt. Afschalen naar het vrijwillig kader is dan ook een goede vervolgstap. De doelen die deels behaald zijn, kunnen in het vrijwillig kader worden opgevolgd. Er is al een borgingsplan opgesteld, maar dit moet alleen nog worden ondertekend. Het restant van de ondertoezichtstelling kan gezien het bovenstaande worden afgewezen.

De moeder heeft gesteld dat het goed gaat met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Ze zijn tot rust gekomen, omdat ze altijd bang waren dat ze verplicht werden om naar hun vader te gaan. Op het moment dat zij en de vader open staan voor contact met elkaar, dan zal de moeder ze hier altijd in steunen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zitten met kinderen van het gezin van de vader in de klas. Dit was in het begin lastig, omdat ze op die manier toch werden geconfronteerd met de vader en zijn thuissituatie. Echter kunnen ze dit nu accepteren en er beter mee omgaan. De moeder vindt het fijn wanneer er nog iemand met haar meekijkt in het vrijwillig kader. Ze leert veel van bepaalde situaties met de vader en leert steeds beter hoe ze hiermee om kan gaan.

Door de Raad is gesteld dat ze het eens zijn met een beëindiging van de ondertoezichtstelling. Er is een duidelijke verandering in de houding van de moeder zichtbaar en dat is erg belangrijk; zeker voor de hulpverlening in het vrijwillig kader.

5. De verdere beoordeling

Uit de stukken en tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de moeder positieve stappen heeft gezet. De kinderrechter vindt het goed van de moeder dat ze kijkt naar haar eigen gedrag en hoe zij kan reageren op bepaalde situaties. Dit geeft ook de kinderen lucht. Ze geeft de moeder hier dan ook een compliment voor. Hiernaast vindt de kinderrechter het goed dat de moeder zich realiseert dat de vader altijd een plek in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal hebben en dat zij de kinderen de ruimte biedt om contact met hem te hebben wanneer zij dat wensen. De kinderrechter stelt dat er geen sprake meer is van een ernstige bedreiging in de ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en dat er al een borgingsplan is opgesteld. Ze heeft er alle vertrouwen in dat de moeder de hulpverlening in een vrijwillig kader aangaat. Ze zal het restant van de ondertoezichtstelling dan ook afwijzen.

6. De beslissing

De kinderrechter:

wijst af het resterende deel van het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 door mr. Borm, kinderrechter, in aanwezigheid van drs. Swint als griffier, en op schrift gesteld op 9 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?