RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummers: 02-231380-25, 02-273951-25, 02-172768-25 (TUL)
vonnis van de meervoudige kamer van 27 maart 2026
in de strafzaak tegen de minderjarige
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] (Syrië)
volgens het GBA: ingeschreven aan [adres]
raadsman mr. B.M.C.F. de Groen, advocaat te Breda
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 13 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.J. Louwers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer en zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.
2. De tenlasteleggingen
De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Parketnummer 02-231380-25
Feit 1: op 2 september 2025 in Breda samen met anderen een fatbike van [benadeelde 1] heeft geprobeerd te stelen;
Feit 2: op 2 september 2025 in Breda samen met anderen een fatbike van [benadeelde 1] heeft beschadigd of vernield.
Parketnummer 02-273951-25
op 14 oktober 2025 in Breda samen met anderen met geweld een tas heeft geprobeerd te stelen van [benadeelde 2], dan wel openlijk geweld heeft gepleegd tegen deze [benadeelde 2].
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht
Het standpunt van de officier van justitie
Parketnummer 02-231380-25
De officier van justitie acht de twee tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. Hij baseert zich daarbij op de aangifte, de camerabeelden, de bevindingen van verbalisant.
Parketnummer 02-273951-25
De officier van justitie acht ook dit tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hij verwijst hiervoor naar de aangifte, de verschillende getuigenverklaringen, de camerabeelden en de verklaring van verdachte dat hij geweld heeft gebruikt tegen aangever. Dat er geen sprake zou zijn van opzet op de diefstal, omdat de tas van verdachte zou zijn, is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Er is door de medeverdachten een significante bijdrage geleverd zodat ook van medeplegen kan worden gesproken.
Het standpunt van de verdediging
Parketnummer 02-231380-25
De verdediging stelt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van medeplegen, omdat hij louter op de uitkijk stond en een buis aan de medeverdachten heeft gegeven die met de fatbike bezig waren. Die handelingen zijn niet aan te merken als een dusdanig wezenlijke bijdrage dat gesproken zou kunnen worden van medeplegen van een poging tot diefstal. Er was geen nauwe en bewuste samenwerking. Om die reden bepleit de verdediging eveneens vrijspraak voor het medeplegen van de vernieling van de fatbike.
Parketnummer 02-273951-25
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, omdat verdachte ter zitting zijn verantwoordelijkheid neemt ten aanzien van het gebruikte geweld. Verdachte erkent dat hij geweld heeft gebruikt.
Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van parketnummer 02-231380-25
Medeplegen of medeplichtigheid?
Feit 1 en feit 2
De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat sprake is van medeplegen.
Uit het proces-verbaal waarin de beelden staan beschreven volgt dat aanvankelijk de twee medeverdachten bij de fatbike stonden en handelingen verrichtten. Verdachte stond er op dat moment naast en keek. Op aanwijzen van één van hen pakt verdachte vervolgens een stang/ buis van de grond en geeft deze aan hen, waarna deze stang/buis tussen het kettingslot van de fatbike wordt gestoken. Verdachte kijkt op dat moment om zich heen. Verdachte loopt nog naar een ander fietsenrek en draait aan een zadel.
Verdachte heeft hierover ter terechtzitting verklaard dat hij samen met de medeverdachten bezig is geweest met het stelen van een fiets. Hij heeft een zadelpen uit een andere fiets gehaald en, deze zadelpen op aangeven van zijn vriend opgepakt en aangereikt, waarna de medeverdachten de fatbike probeerden open te maken. Toen dit hiermee niet lukte heeft verdachte vervolgens de zadelpen weer teruggedaan op de fiets waar deze op hoorde.
[medeverdachte] heeft verklaard dat ze alle drie de fiets hebben gestolen.
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de bijdrage van verdachte aan de poging tot diefstal van voldoende gewicht is om van medeplegen te kunnen spreken. Verdachte en de medeverdachten probeerde samen de fatbike te stelen, waren steeds dicht bij elkaar en bij de fatbike in de buurt en verrichten alle drie wezenlijke handelingen om tot een diefstal te kunnen komen.
De rechtbank acht het medeplegen van de poging tot diefstal van de fatbike dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Door de poging tot diefstal is de fatbike beschadigd. Aangever heeft verklaard welke schade er is ontstaan aan de fatbike. Er bleek schade aan het slot, de gashendel, de hendel van de achterrem, de pedaalsensor van de linker trapper en de sensor van de motor. Ook was de accu van de fatbike weg.
Eendaadse samenloop
De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat hierbij sprake is van eendaadse samenloop. Door de gedragingen te verrichten die tot de kwalificatie van de poging tot diefstal leiden, is ook voldaan aan de delictsomschrijving van feit 2, de beschadiging van de fiets. De strekking van beide strafbepalingen loopt weliswaar enigszins uiteen, maar het gaat in de kern om één feitencomplex, waarbij het ene feit als het ware in het andere opgaat.
Ten aanzien van parketnummer 02-273951-25
Verdachte heeft verklaard dat hij met geweld het tasje dat aangever bij zich had wilde afpakken op de kermis in Breda. Verdachte heeft hierbij gezegd dat het zijn eigen tasje betrof dat hij eerder had uitgeleend aan aangever, maar dat hij nu terug wilde. Voor zover hiermee is bedoeld dat het om zijn eigen tas ging, waardoor diefstal niet bewezen verklaard zou kunnen worden, gaat de rechtbank hieraan voorbij. In het dossier staan onvoldoende feiten en omstandigheden die deze verklaring van verdachte aannemelijk maken
De rechtbank is voorts van oordeel dat niet bewezen kan worden dat sprake was van medeplegen. Uit het proces-verbaal met daarin de beschrijving van de camerabeelden kan onder meer worden opgemaakt dat verdachte naar het tasje grijpt, dat hij aangever vast pakt, een slaande beweging maakt en dat het erop lijkt dat hij aangever een kopstoot geeft. Deze bevindingen worden ondersteund door verschillende verklaringen in het dossier. (Gewelds)handelingen van de medeverdachten worden noch in het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot de beelden, noch in de verklaringen beschreven. Van medeplegen is dan ook geen sprake.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Parketnummer 02-231380-25
1
op 2 september 2025 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn
mededaders voorgenomen misdrijf om een fatbike, die
aan [benadeelde 1], toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen en dat weg te nemen goed onder
hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, een
fietsslot heeft geforceerd en vernield,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
op 2 september 2025 te Breda, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk een fatbike, die aan [benadeelde 1],
toebehoorde heeft beschadigd;
Parketnummer 02-273951-25
op 14 oktober 2025 te Breda, op de openbare weg, te weten op de Claudius Prinsenlaan, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een tas, die aan [benadeelde 2], toebehoorde weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld tegen die [benadeelde 2], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te makenheeft getracht een tas af te pakken en/of los tetrekken en die [benadeelde 2] in het gezicht heeft geslagen ofgestompt en die [benadeelde 2] een kopstoot heeft gegeven,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uur, te vervangen door 60 dagen jeugddetentie bij het niet vervullen en daarnaast 60 dagen jeugddetentie, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad voor de kinderbescherming (hierna: de Raad)
Het standpunt van de verdediging
De raadsman acht de eis van de officier van justitie redelijk. Verdachte kan op deze manier vast beginnen met een dagbesteding. Ook de voorgestelde bijzondere voorwaarden
acht de raadsman in het belang van verdachte om hem richting te geven maar zeker ook te ondersteunen.
Het oordeel van de rechtbank
De aard en ernst van de strafbare feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie strafbare feiten. Twee pogingen tot diefstal met geweld en eenmaal beschadiging, waarbij sprake was van eendaadse samenloop. Het zwaartepunt van de straf ligt naar het oordeel van de rechtbank in de poging straatroof met geweld. Verdachte heeft op klaarlichte dag op de kermis in Breda, waar - zoals blijkt uit de camerabeelden - ook kinderen aanwezig waren, geweld gebruikt en zelfs een kopstoot uitgedeeld omdat hij een tasje wilde hebben en dit niet kreeg. De rechtbank neemt verdachte dit zeer kwalijk.
De persoon van verdachte
Verdachte is afkomstig uit Syrië en in 2024 als alleenstaande minderjarige vluchteling naar Nederland gekomen, zonder zijn ouders en andere familieleden, die zijn achtergebleven in Turkije. Verdachte verbleef tot zijn 18e verjaardag in Breda in een COA-voorziening bij andere minderjarige vreemdelingen. Toen hij 18 jaar werd is de begeleiding vanuit Nidos (officieel) gestopt en moest hij verhuizen naar een COA-instelling met volwassenen in [plaats].
Verdachte is naar Nederland gekomen om te studeren en om zijn familie hierheen te brengen. Hij heeft goed en regelmatig contact met zijn familie, maar mist zijn ouders enorm. Verdachte heeft in die korte tijd in Nederland al een aanzienlijk strafblad opgebouwd. Hij is al meermalen veroordeeld, ook voor vergelijkbare feiten. Verdachte liep ook nog in een proeftijd. Daarnaast is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing.
De rechtbank slaat acht op het advies van de Raad van 5 maart 2026. De Raad heeft beschreven dat verdachte beïnvloedbaar en volgzaam is. Het middelengebruik (softdrugs en alcohol) hebben in het verleden invloed gehad op het functioneren van verdachte. Hij kon hierdoor niet naar school gaan en zijn delictgedrag vertoonde hij vaak onder invloed. Daarnaast zijn er zorgen bij de Raad over het harddrugsgebruik van verdachte. Vanwege stress en verdriet grijpt hij naar middelen. Dit heeft invloed heeft op zijn emotionele stabiliteit en copingvaardigheden. Er is ook een risico op beïnvloedbaarheid door jongeren met negatief gedrag. Verdachte is een kwetsbare jongen met traumatische ervaringen uit het verleden. Verdachte heeft geen dagbesteding en heeft zijn school niet afgemaakt. De Raad adviseert een onvoorwaardelijke werkstraf en een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden, waarbij de bijzondere voorwaarden bij de zitting zijn aangepast in die zin dat de voorwaarde die ziet op de dagbesteding dient te luiden: “dat verdachte een zinvolle dagbesteding, in de zin van school, werk of stage heeft”. Daarnaast wordt geadviseerd dat verdachte meewerkt aan hulpverlening die door de jeugdreclassering nodig wordt geacht, bijvoorbeeld [hulpverlening 1]. (de rechtbank merkt op: in het Raadsrapport staat “[hulpverlening 2]”, maar ter terechtzitting is gebleken dat dit [hulpverlening 1] moet zijn)
Bij de zitting was een begeleider van verdachte vanuit [hulpverlening 1] aanwezig. Deze begeleider heeft laten weten dat verdachte sinds zijn meerderjarigheid per [geboortedag] 2025 geen dagbesteding meer had en er evenmin begeleiding was vanuit Nidos. Verdachte heeft geprobeerd met documenten uit Syrië aan te tonen dat hij een stuk jonger en zeker nog geen 18 jaar is. Verdachte verblijft bij de opvang in [plaats] nu in een kamer met een volwassen man en past daar niet en evenmin in de opvang voor volwassenen. Verdachte verblijft daarom nu vaak op straat. De begeleider kan en wil wel betrokken blijven, omdat verdachte verder geen netwerk heeft in Nederland. De begeleider acht het van belang dat verdachte een dagbesteding krijgt.
De strafoplegging
De rechtbank overweegt dat verdachte straf verdient en daarnaast hulp en begeleiding nodig heeft. Weliswaar is deze hulpverlening in het verleden meermaals aangeboden, maar het lukte verdachte niet om deze hulp te accepteren. Het is van belang om verdachte uit het criminele circuit te krijgen en hem op het rechte pad te helpen Begeleiding vanuit [hulpverlening 1] kan hierbij helpend zijn. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten en de noodzaak om dagbesteding en hulpverlening te verkrijgen een werkstraf met daarnaast een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden passend is..
De rechtbank zal gelet op al het voorgaande een taakstraf in de vorm van een werkstraf opleggen voor de duur van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie en daarnaast een jeugddetentie voor de duur van 30 dagen maar deze geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Raad.
7. Het beslag
De onttrekking aan het verkeer
Het hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp (2 stuks hennep)is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het voorwerp bij het onderzoek naar de ten laste gelegde feiten (met parketnummer 02-231380-25), is aangetroffen. Het voorwerp is weliswaar volgens de kennisgeving van inbeslagname onder een medeverdachte in beslag genomen maar is volgens de beslaglijst wel gekoppeld aan verdachte. De hennep is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang, zodat de rechtbank de hennep aan het verkeer zal onttrekken.
8. De vordering tot tenuitvoerlegging (met parketnummer 02-172768-25)
De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke 30 uur werkstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 15 september 2025 ten uitvoer zal worden gelegd.
Ook de Raad heeft geadviseerd om de voorwaardelijk opgelegde straf geheel ten uitvoer te leggen.
De raadsman verzet zich niet tegen de tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf, omdat dit kan bijdragen aan een dagbesteding van verdachte.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank ziet geen reden om hiervan af te wijken en stelt met de officier van justitie en de verdediging vast dat een ten uit voer te leggen werkstraf eveneens een (start van een) nuttige dagbesteding kan zijn.
9. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 45, 47, 55, 57, 63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 311, 312, 350 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
10. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
parketnummer 02-231380-25
de eendaadse samenloop van
feit 1: poging tot diefstal in vereniging
en
feit 2: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort beschadigen
parketnummer 02- 273951-25
poging tot diefstal met geweld
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uur;
- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie wordt toegepast van 40 (veertig) dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde werkstraf naar rato van 2 (twee) uur per dag;
- veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie van 30 (dertig) dagen geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
- bepaalt dat deze jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
* zal meewerken aan het vinden en het behouden van een zinvolle dagbesteding in de zin van school, stage of werk;
* zal meewerken aan de hulpverlening die de jeugdreclassering nodig acht, bijvoorbeeld [hulpverlening 1];
- bepaalt dat van rechtswege gelden de voorwaarden:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- geeft hierbij opdracht aan de gecertificeerde instelling Leger des Heils jeugdbescherming en Jeugdreclassering te Eindhoven tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Beslag
- verklaart onttrokken aan het verkeer het in beslag genomen voorwerp, te weten:
twee stuks hennep (omschrijving PL2000-2025235165-2902669);
Vordering tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 15 september 2025 is opgelegd in de zaak 02-172768-25 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een werkstraf voor de duur van 30 uur;
- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie wordt toegepast van 15 (vijftien) dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M.L. Felix, voorzitter, tevens kinderrechter,
mr. R. Combee en mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. G.P.A.J. Joosen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 maart 2026.
Mrs. Felix en Mullers zijn niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
De tenlasteleggingen
Parketnummer 02-231380-25
1hij op of omstreeks 2 september 2025 te Breda, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk omhet zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, een fietsslot heeft geforceerd en/of opengebroken en/of vernield, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2hij op of omstreeks 2 september 2025 te Breda, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een fatbike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
Parketnummer 02-273951-25
hij op of omstreeks 14 oktober 2025 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, op of aan de openbare weg, te weten op de Claudius Prinsenlaan, althans een voorhet publiek toegankelijke weg, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf om een tas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,meermalen, althans eenmaal die [benadeelde 2] vast gepakt en/of vast gehouden en/ofmeermalen, althans eenmaal heeft/hebben getracht een tas af te pakken en/of los tetrekken en/of meermalen, althans eenmaal die [benadeelde 2] in het gezicht heeft/hebben geslagen en/ofgestompt en/ofdie [benadeelde 2] een kopstoot heeft/hebben gegeven,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 14 oktober 2025 te Breda, althans in Nederland,openlijk, te weten op de Claudius Prinsenlaan, in elk geval op of aan de openbarewegen/of een voor het publiek toegankelijke weg, in vereniging geweld heeft gepleegdtegen een persoon, te weten [benadeelde 2], door die voornoemde [benadeelde 2]meermalen althans eenmaal in het gezicht, althans tegen het lichaam te slaan en/ofte stompen en/ofeen kopstoot te geven;( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )