ECLI:NL:RBZWB:2026:2400

ECLI:NL:RBZWB:2026:2400

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 31-03-2026
Zaaknummer 02-301145-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor diefstal met braak in de nacht in 2018. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uur en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaren op.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-301145-25

vonnis van de meervoudige kamer van 31 maart 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres]

raadsman mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 17 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. H.E. de Haze, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: al dan niet samen met een ander in de nacht heeft ingebroken in de woning van [benadeelde 1] en uit die woning meerdere goederen heeft gestolen;

Feit 2: al dan niet samen met een ander de ruiten van de woning van [benadeelde 2] kapot heeft gemaakt.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bevestigt dat feit 1 wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu verdachte dit feit bekent.

De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van feit 2, gelet op het geschetste alternatieve scenario.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen.

Feit 2

Op 25 februari 2022 werden de ruiten van de woning van [benadeelde 2] vernield. De politie heeft beschreven dat bij het sporenonderzoek linksonder op de buitenzijde van het raamkozijn een druppel bloed is aangetroffen. Uit forensisch onderzoek is gebleken dat de kans dat het bloedspoor afkomstig is van iemand anders dan verdachte kleiner is dan één op één miljard. Door verdachte wordt niet betwist dat het bloed van hem afkomstig is. De vraag is echter of daarmee kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken was bij deze vernieling. Hij ontkent dit en heeft ter zitting een verklaring gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op het raamkozijn. De rechtbank overweegt dat zij geen foto’s of andere bewijsmiddelen in het dossier heeft aangetroffen, waaruit blijkt waar de druppel exact op het kozijn zat. Verder blijkt uit het dossier niet dat het bloed daadwerkelijk is achtergelaten door één van de daders van de vernieling. Nu het raamkozijn zich direct aan het trottoir bevindt, kan de rechtbank niet zonder redelijke twijfel vaststellen dat de druppel bloed een daderspoor betreft. Daarnaast kan het door de verdediging geschetste alternatieve scenario niet worden uitgesloten. Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat om vast te kunnen stellen dat verdachte betrokken was bij de vernieling. Zij zal verdachte daarom vrijspreken van dit feit.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op 22 september 2018 te [plaats 1] , omstreeks 1.30 uur, tezamen en in vereniging met

een ander, in de woning gelegen aan de [adres 1] , alwaar verdachte en zijn mededader zich tegen de wil van de rechthebbende bevonden,

- een telefoon,

- een iPad-mini,

- een kistje met juwelen en

- geld,

die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte voor de feiten 1 en 2 op te leggen een taakstraf van 240 uren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt voor feit 1 een taakstraf op te leggen van minder dan 180 uren.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte wordt veroordeeld voor een inbraak in een woning. In die woning woonde een oudere vrouw, die op dat moment lag te slapen en wakker werd van geluiden. Zij was alleen aanwezig in de woning. Bij de inbraak werden meerdere (persoonlijke) goederen gestolen en daarnaast werd schade toegebracht aan de woning. Het feit levert echter niet alleen materiële schade op, maar heeft ook impact op de bewoonster. Zij werd midden in de nacht geconfronteerd met twee inbrekers met bivakmutsen op die ineens naast haar bed stonden. Dit moet ongelooflijk beangstigend zijn geweest. Juist in de eigen woning en in het eigen bed moet iemand zich veilig kunnen voelen. Inbraken zoals deze nemen dat gevoel van veiligheid weg. De gevolgen van een inbraak gaan dan ook veel verder dan alleen materiële schade. Het betreft een ernstig en naar feit.

Hoewel verdachte ter zitting alsnog de inbraak heeft bekend, lijkt hij niet doordrongen te zijn van wat hij heeft aangericht. Hij stelt dat hij jong was, graag snel geld wilde verdienen en een keuze heeft gemaakt zonder na te denken over de gevolgen daarvan. Verdachte heeft puur uit eigen gewin gehandeld en geen oog gehad voor de gevoelens van veiligheid, privacy en het eigendomsrecht van een ander. Dit terwijl het ook op 18-jarige leeftijd volkomen duidelijk voor hem moest zijn, dat het plegen van dergelijke inbraken strafbaar is.

De verdediging heeft aangevoerd dat volgens de oriëntatiepunten van de rechtbank op soortgelijke feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden staat. Er is verzocht die gevangenisstraf om te rekenen naar een taakstraf en rekening te houden met het tijdsverloop. De verdediging miskent in de verwijzing naar de oriëntatiepunten dat er in deze zaak strafverzwarende omstandigheden zijn, zoals de nachtelijke uren, de aanwezigheid van een kwetsbare bewoonster die in haar slaapkamer met twee mannen met bivakmutsen is geconfronteerd, de emotionele waarde van weggenomen goederen en het feit dat de inbraak is gepleegd door meerdere personen. Het uitgangspunt voor de bepaling van de straf ligt voor de rechtbank dan ook op een gevangenisstraf van 6 maanden.

Aan de andere kant stelt de rechtbank vast dat er inderdaad veel tijd is verstreken tussen de inbraak en de behandeling ter zitting. Verdachte was destijds net meerderjarig en is inmiddels een volwassen man die zijn leven opbouwt. Er is geen sprake van een schending van de redelijke termijn. Verdachte is immers pas na de DNA-match in 2025 geconfronteerd met de verdenking. Wel constateert de rechtbank dat verdachte sinds de inbraak niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie voor vermogensdelicten.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht aan de orde is. Verdachte is in de tussentijd veroordeeld voor andere zaken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn die zaken zodanig anders van aard dat het verdachte geen voordeel opgeleverd zou hebben als de zaken gelijktijdig hadden kunnen worden behandeld.

De rechtbank beoordeelt de ernst van het feit zwaarder dan de officier van justitie en de verdediging. Naar het oordeel van de rechtbank volstaat de door de officier gevorderde straf niet. Zij zal daarom naast de gevorderde taakstraf ook een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, zodat verdachte gedurende een langere periode doordrongen blijft van de ernst van wat hij heeft gedaan. Alles overwegende acht de rechtbank een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaar, passend en geboden.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van feit 2;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde feit 1 bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 1: diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.G.F. Vliegenberg, voorzitter, mr. C.E.M. Marsé en mr. C.R.R. Loeve, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 31 maart 2026.

9. Bijlage I

De tenlastelegging

1

Hij op of omstreeks 22 september 2018 te [plaats 1] , omstreeks 1.30 uur, in elk

geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, in een woning , te weten de woning gelegen

aan de [adres 1] , alwaar verdachte en/of zijn mededaders zich buiten

weten of tegen de wil van de rechthebbende bevonden,

- een telefoon,

- een IPad-mini,

- een kistje met een of meer juwelen en/of

- geld,

in elk geval enig goed,

die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededaders toebehoorden, heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn

mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of

die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van

braak en/of verbreking;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art

311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )

2

Hij op of omstreeks 25 februari 2022 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of

meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer ruiten van

een woning aan de [adres 2] , in elk geval enig goed,

die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde 2] , toebehoorden

heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?