ECLI:NL:RBZWB:2026:2427

ECLI:NL:RBZWB:2026:2427

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-04-2026
Datum publicatie 01-04-2026
Zaaknummer 02-352781-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Veroordeling voor belaging, bezit wapens en munitie, bezit harddrugs en softdrugs, bezit professioneel vuurwerk en bezit kinderporno. Oplegging van een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en oplegging van een taakstraf van 240 uur. Benadeelde partij niet-ontvankelijk.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-352781-24

Vonnis van de meervoudige kamer van 1 april 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1988,

ingeschreven op het [adres] ,

raadsvrouw mr. S.M.E. van Fraaijenhove, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. M.P. de Graaf en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging van [aangeefster] in de periode van 5 januari 2023 tot en met 13 november 2024 (feit 1), het voorhanden hebben van een vuurwapen, handgranaat, werpmessen, munitie en een voorwerp gelijkend op een pistool (feit 2), het aanwezig hebben van een hoeveelheid amfetamine, MDMA en hennep (feit 3), het voorhanden hebben van vuurwerk van categorie F4 (feit 4) en het bezit van kinderporno in de periode van 31 maart 2024 tot en met 13 november 2024 (feit 5).

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van de stukken in het dossier wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van het onder feit 1 tenlastegelegde, nu er geen sprake is van stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. Voor wat betreft feit 3 is er volgens de verdediging geen sprake van opzet op het aanwezig hebben van MDMA. Ook ten aanzien van feit 4 is er volgens de verdediging geen sprake van opzet. Er kan hooguit sprake zijn van het schulddelict inzake het voorhanden hebben van het in de tenlastelegging opgenomen vuurwerk. De verdediging is van mening dat de rechtbank ook niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 5. Er is geen opzet geweest op het bezit van de afbeeldingen, ook niet in voorwaardelijke zin.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. In de periode van 5 januari 2023 tot en met 13 november 2024 heeft verdachte een camera in een boom opgehangen die gericht was op de woning van aangeefster en heeft hij meerdere keren een tracker in of onder de auto van aangeefster geplaatst. Dat hij de camera in deze periode heeft opgehangen, blijkt uit de beelden die uit deze camera zijn veiliggesteld. Deze beelden dateren van 3 maart 2024 tot en met 10 maart 2024. Ook verklaart [getuige] dat de camera er hing in het begin van het voorjaar. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met het meerdere keren plaatsen van een tracker in of onder de auto van aangeefster en het filmen van haar woning stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Verdachte heeft weliswaar maar een beperkt aantal handelingen verricht, maar die handelingen hadden tot gevolg dat verdachte voor een langere tijd en in vergaande mate inbreuk kon maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Verdachte kon immers op elk gewenst moment controleren of aangeefster thuis was, wie er bij de woning waren en waar de auto van aangeefster was. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, bewezen dat verdachte zich aan de ten laste gelegde belaging schuldig heeft gemaakt.

Feit 2

De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen gelet op de verklaring daarover van verdachte en het proces-verbaal over de beschrijving en de categorisering van de onder verdachte inbeslaggenomen wapens en munitie.

Feit 3

Op basis van de bewijsmiddelen staat vast dat op 13 november 2024 bij verdachte 39,1 gram MDMA is aangetroffen. Hierover heeft verdachte verklaard dat hij drugs in zijn bezit had, maar dat hij niet wist dat het MDMA betrof. De rechtbank merkt op dat de aanwezigheid van (ook) andere werkzame stoffen in door verdachte gekochte drugs voor rekening en risico van verdachte komt. Verdachte had de drugs kunnen (laten) testen, maar heeft dat niet gedaan. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de drugs MDMA bevatten, zodat er ten minste sprake is van voorwaardelijk opzet op het aanwezig hebben van MDMA. Om deze reden acht de rechtbank feit 3 wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4

De rechtbank acht feit 4 wettig en overtuigend bewezen gelet op de verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris en het procesverbaal over de beschrijving en de categorisering van het onder verdachte inbeslaggenomen vuurwerk. Uit de verklaring van verdachte volgt dat hij er wel degelijk van op de hoogte was dat het ging om professioneel vuurwerk. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hij dat vuurwerk opzettelijk voorhanden heeft gehad.

Feit 5

Niet ter discussie staat dat er op de gegevensdrager die bij verdachte in beslag is genomen kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen. Verdachte had de beschikkingsmacht over deze afbeeldingen in de periode van 31 maart 2024 tot en met 13 november 2024. De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die kinderpornografische afbeeldingen op zijn telefoon. Verdachte heeft verklaard porno te zoeken via het chat-netwerk Telegram en dat hij daarbij uiteindelijk ook kinderporno ontving. Daarnaast zijn er achttien thumbnail afbeeldingen aangetroffen op de telefoon van verdachte. Ook volgt uit het proces-verbaal dat één afbeelding direct benaderbaar was voor verdachte. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist van de kinderporno op zijn telefoon en dat hij daarmee opzettelijk kinderporno voorhanden heeft gehad. Dit maakt dat de rechtbank ook feit 5 wettig en overtuigend bewezen acht.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 1 in de periode van 5 januari 2023 tot en met 13 november 2024, te [plaats] , gemeente Woensdrecht wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op een anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] ,- door het meermalen plaatsen van een tracker in/onder een auto in gebruik bij die [aangeefster] , en- door het ophangen van een camera nabij en gericht op de woning van die [aangeefster] ,met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen, te dulden en vrees aan te jagen;

feit 2 op 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht, een vuurwapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een Bruni Olympic 38, en een handgranaat, categorie II onder 7 van de Wet Wapens en munitie, en werpmessen van categorie III onder 1 van de Wet Wapens en munitie, en een hoeveelheid munitie van categorie III van de Wet Wapens en munitie, te weten- 1 kogelpatroon GECO .38 S&W,- 24 kogelpatronen .22 LR,- 100 kogelpatronen CCI .22 LR,- 6 kogelpatronen 9x19 mm,voorhanden heeft gehad;

en

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie gelet op 3 onder a van de Regeling wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen gelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijk nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool merk Walther model P99 voorhanden heeft gehad;

feit 3 op 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht, opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

en

opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

feit 4 op 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht, opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten een hoeveelheid vuurwerk van categorie F4 (waaronder 2 shells en 28 bangers), heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad;

feit 5

te [plaats] , gemeente Woensdrecht, meermalen in de periode van 31 maart 2024 tot en met 30 juni 2024 een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken in bezit heeft gehad;

en

in de periode van 30 juni 2024 tot en met 13 november 2024 visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt waren betrokken en/of schijnbaar waren betrokken, in bezit heeft gehad,

waarop te zien is:het met de/een penis en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (namen/nummers van in toonmap opgenomen foto's: #1 t/m #6)

en

het met de/een penis en/of hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, de billen en/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (namen/nummers van in toonmap opgenomen foto's: #7 t/m #10)

en

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (namen/nummers van in toonmap opgenomen foto's: #10 t/m #13).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Voorts heeft de rechtbank geconstateerd dat aan verdachte onder 3 ten laste is gelegd het voorhanden hebben van hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. De rechtbank is van oordeel dat hennep valt onder lijst II van de Opiumwet en dat er in de tenlastelegging op dit punt sprake is van een kennelijke verschrijving. De rechtbank zal dit verbeterd lezen. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden zoals zijn geadviseerd door de reclassering en daaraan toegevoegd een locatieverbod voor de straat waarin aangeefster woont en een contactverbod met aangeefster. Ook verzoekt hij dit locatie- en contactverbod op te leggen als vrijheids-beperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, waarbij per overtreding één week hechtenis moet worden opgelegd met een maximum van 6 maanden hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en aan te sluiten bij het advies van de reclassering.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vijftal ernstige strafbare feiten. Ten aanzien van aangeefster heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan belaging. Door in en onder de auto van aangeefster een tracker te plaatsen en een camera op haar woning te richten, heeft verdachte op indringende wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van aangeefster. Dat verdachte ook wapens in zijn bezit had, versterkte de angst bij aangeefster. Uit haar verklaring blijkt dat zij bang was dat verdachte haar iets aan zou doen.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het bezit van meerdere soorten wapens en munitie. De rechtbank is van oordeel dat het ongecontroleerde bezit van wapens onaanvaardbare risico’s met zich brengt en vaak leidt tot ernstige incidenten waarbij de nodige slachtoffers vallen.

Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van softdrugs en MDMA. Met het aanschaffen en gebruiken van harddrugs zoals MDMA, heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het drugscircuit en de vele daarmee gepaard gaande vormen van criminaliteit. Daardoor wordt de samenleving veel schade berokkend. Ook is het algemeen bekend dat harddrugs zeer schadelijk zijn voor de gezondheid.

Daarnaast heeft verdachte professioneel vuurwerk voorhanden gehad. Dergelijk vuurwerk mag uitsluitend door personen met gespecialiseerde kennis opgeslagen worden. Dit vuurwerk is in handen van consumenten bijzonder gevaarlijk en veroorzaakt niet zelden letsel en materiële schade. Bovendien wordt regelmatig in het criminele circuit van dergelijk vuurwerk gebruik gemaakt voor het plegen van strafbare feiten. Ook geldt dat alleen al de opslag van deze hoeveelheden zwaar vuurwerk in een woonwijk, onaanvaardbare risico’s oplevert. Verdachte is hieraan volledig voorbij gegaan.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. Het in het bezit hebben van kinderporno is een ernstig feit en bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Het staat buiten kijf dat dit misbruik zeer nadelige gevolgen kan hebben voor deze kinderen en dat zij hierdoor ernstig kunnen worden geschaad in hun verdere ontwikkeling. Het downloaden en bewaren van kinderpornografisch materiaal draagt bij aan het in stand houden van de productie ervan.

Persoon van verdachte

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij vaker in aanraking is gekomen met politie en justitie. Verdachte is, voorafgaand aan het plegen van onderhavige feiten, niet voor soortgelijke feiten veroordeeld.

De rechtbank houdt rekening met het reclasseringsadvies van 6 maart 2026 dat over verdachte is opgesteld. Daaruit volgt dat verdachte een belaste jeugd heeft gehad en vanaf zijn pubertijd in aanraking is gekomen met alcohol, soft- en harddrugs. Sinds november 2024 is er sprake van een schorsingstoezicht bij de verslavingsreclassering Novadic-Kentron. Verdachte geeft blijk van motivatie tot gedragsverandering. Zo zet hij zich in om zijn middelengebruik te beperken, zijn financiën op orde te brengen, positieve sociale contacten te onderhouden en werk te vinden. Verdachte wordt in zijn pogingen tot gedragsverandering echter gehinderd door terugvallen in middelengebruik, een afwijkend dag- en nachtritme en een neiging tot impulsief gedrag. Hierdoor wordt meerwaarde gezien in een langere periode van reclasseringstoezicht. De reclassering schat het recidiverisico in als gemiddeld.

De strafoplegging

Gelet op de ernst van het feiten, de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, ziet de rechtbank geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een gevangenisstraf zoals geëist, is in beginsel passend. De rechtbank komt echter tot een lagere strafoplegging dan de officier van justitie, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en zijn positieve houding ten aanzien van de ingezette hulpverlening. De rechtbank acht een fors voorwaardelijk deel van de straf nodig, om een behandelkader mogelijk te blijven maken. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, met een proeftijd van twee jaar. Aan die voorwaardelijke straf koppelt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd met daaraan toegevoegd een contactverbod ten aanzien van aangeefster. Met het voorwaardelijke deel wordt aan verdachte en stok achter de deur gegeven om zich niet opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanleiding voor een maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7. Het beslag

De onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen voorwerpen worden onttrokken aan het verkeer. De voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het word

t passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd is met de wet of het algemeen belang.

8. De vordering van de benadeelde partij [aangeefster]

De benadeelde partij [aangeefster] vordert een schadevergoeding van € 6.500,00 aan immateriële schade voor feit 1.

Bij de beoordeling van deze vordering is het volgende beoordelingskader van belang. Artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek geeft een limitatieve opsomming van gevallen waarin deze bepaling recht geeft op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen. Dat is onder meer het geval bij een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen (HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793).

De rechtbank ziet en erkent dat belaging door middel van een tracker en camera veel impact kan hebben en een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde partij. Dit mede omdat de benadeelde partij op de hoogte was van de aanwezige vuurwapens in de woning van verdachte. De rechtbank merkt echter op dat er vanuit de benadeelde partij regelmatig contact is gezocht met verdachte. Dit was ook aanleiding voor het Openbaar Ministerie om het contact vanuit verdachte niet ten laste te leggen als belaging. Hoewel de rechtbank niets wil afdoen aan de gevolgen die het strafbare handelen van verdachte heeft gehad voor de benadeelde partij, acht de rechtbank de conclusie niet gerechtvaardigd dat de aard en ernst van de normschending zonder meer meebrengen dat een aantasting van de persoon moet worden aangenomen. De rechtbank zal de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren. Desgewenst kan de benadeelde partij de vordering aanbrengen bij de burgerlijk rechter.

9. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36b, 36c, 57, 63, 240b (oud), 252, en 285b van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet, de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, het artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en het artikel 1.2.4 van het Vuurwerkbesluit, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: belaging

feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod en

opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 4: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer, opzettelijk begaan

feit 5: een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken in bezit hebben en

een visuele weergave van seksuele aard waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de forensische verslavingszorg van Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op het vergroten van adequate copingvaardigheden, het terugdringen van middelengebruik en ondersteuning bij praktische problemen. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/ overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie, stabilisatie of crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;

* dat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen met mevrouw [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 1996;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [aangeefster] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:

- 1 STK Wapen (Omschrijving: Nep vuurwapen, Zwart, merk: Walther. PL20002024219915-G2793307);

- 1 STK Patroon (Omschrijving: Kogelpatroon met zwarte kogelpunt, Koperkleurig, merk: S&W. PL2000-2024219915-G2793312);

- 3 STK Patroon (Omschrijving: Koperkleurig. PL2000-2024219915-G2793316);

- 100 STK Patroon (Omschrijving: 2 dozen met elk 50 patronen, Blazer Ammunition. PL2000-2024219915-G2793319);

- 6 STK Patroon (Omschrijving: Koperkleurig. PL2000-2024219915-G2793325);

- 21 STK Patroon (Omschrijving: Koperkleurig. PL2000-2024219915-G2793328);

- 1 STK Revolver (Omschrijving: Bruin. PL2000-2024219915-G2793332);

- 1 STK Wapen (Omschrijving: Lege scherf handgranaat, Zwart. PL20002024219915G2793353);

- 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: Zwart, merk: Apple. PL20002024219915G2793306).

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors, voorzitter,

en mr. E.B. Prenger en mr. S.C.S. van Bree, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,

en is uitgesproken ter de openbare zitting op 1 april 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1hij in of omstreeks de periode van 5 januari 2023 tot en met 13 november 2024, te [plaats] , gemeente Woensdrecht, en/of elders in Nederland, wederrechtelijkstelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] ,- door het meermalen, althans eenmaal, plaatsen van een tracker op/onder een auto in gebruik bij die [aangeefster] , en/of- door het ophangen van een camera nabij en gericht op de woning van die [aangeefster] ,met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht,een vuurwapen van categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een Bruni Olympic 38, en/ofeen handgranaat, categorie II onder 7 van de Wet Wapens en munitie, en/oféén of meer werpmes(sen) van categorie III onder 1 van de Wet Wapens en munitie, en/ofeen hoeveelheid munitie van categorie III van de Wet Wapens en munitie, te weten- 1 kogelpatroon GECO .38 S&W,- 24 kogelpatronen .22 LR,- 100 kogelpatronen CCI .22 LR,- 6 kogelpatronen 9x19 mm,voorhanden heeft gehad;

en/of

hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht,een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I, onder 7° van de Wet wapens enmunitie gelet op 3 onder a van de Regeling wapens en munitie,te weteneen door de Minister van Justitie aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapengelijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is, namelijknabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen sprekende gelijkenisvertoont met een vuurwapen, namelijk een pistool merk Walther model P99voorhanden heeft gehad;( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )( art 26 lid 1 Wet wapens en munitie )

3hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht,opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkochten/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid amfetamine en/of MDMA,in elk geval een hoeveelheid van (een) materia(a)l(en) bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA (een)middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

en/of

hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht,opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkochten/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,een hoeveelheid hennep,in elk geval een hoeveelheid van (een) materia(a)l(en) bevattende hennep, zijnde hennep (een) middel(en) als bedoeld in de bij deOpiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(art 10 lid 3 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet)( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )

4hij op of omstreeks 13 november 2024 te [plaats] , gemeente Woensdrecht,al dan niet opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particuliergebruik, te weten een hoeveelheid vuurwerk van categorie F4 (waaronder 2 shellsen/of 32 bangers), althans enig vuurwerk, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;(Artike1 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, juncto artikel 1.2.2 1id 1 van hetVuurwerkbesluit, strafbaar gesteld in artikel la onder 1 van de Wet op deeconomische delicten, in samenhang gelezen met artike121id 1 en 6 lid 1onder 1 van de Wet op de economische delicten)( art 1.2.4 lid 1 Vuurwerkbesluit )

5hij in of omstreeks de periode van 31 maart 2024 tot en met 13 november 2024te [plaats] , gemeente Woensdrecht, in elk geval in Nederland,meermalen, althans eenmaal(in de periode van 31 maart 2024 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek vanStrafrecht)een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - vaneen seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaarnog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokkenheeft en/of vervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/ofzich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van eencommunicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 30 juni 2024 tot en met 13 november 2024, artikel 252 Wetboekvan Strafrecht)een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuelestrekking waarbij personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niethadden bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft en/ofvervaardigd en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaftte weten afbeeldingen en/of video’s,waarop te zien is dat:het met de/een penis oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam vaneen persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt

en/of

het met de/een penis en/of tong oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van hetlichaam vaneen (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nogniet had bereikt(namen/nummers van in toonmap opgenomen foto's: #1 t/m #6)

en/of

het met de/een penis en/of hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, debillenen/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niethad bereikt

en/of

het met de/een penis en/of hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel, debillenen/of borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk deleeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt(namen/nummers van in toonmap opgenomen foto's: #7 t/m #10)

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van eenpersoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadbereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van eenpersoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadbereikt(namen/nummers van in toonmap opgenomen foto's: #10 t/m #13)-------------------------------------------------------------------------------MEDEDELINGEN:De officier van justitie deelt mede dat een toonmap met (een representatievecollectie van) de afbeeldingen is samengesteld, die ter voorkoming van strafbarefeiten en verdere verspreiding, niet in het dossier is gevoegd en ook niet in afschriftzal worden verstrekt. De officier van justitie zal deze toonmap als stuk vanovertuiging op de terechtzitting aanwezig hebben en aan de rechtbank overleggen.Voorafgaand aan de terechtzitting kan inzage in genoemd materiaal verleendworden op afspraak met de officier van justitie.

( art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?