ECLI:NL:RBZWB:2026:2459

ECLI:NL:RBZWB:2026:2459

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-04-2026
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer 02-282405-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Mishandeling, oplegging werkstraf.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-282405-24

Vonnis van de meervoudige kamer van 2 april 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2004,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

,

raadsman mr. T.J.F. Wassenaar, advocaat te [geboorteplaats] .

1. Onderzoek op de terechtzitting

Overeenkomstig artikel 369 van het Wetboek van Strafvordering heeft de politierechter de zaak naar deze kamer verwezen.

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. Poirters en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] heeft mishandeld door tijdens een voetbalwedstrijd een sliding tegen diens rechterenkel en/of rechterbeen te maken waardoor deze zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte en de in het dossier aanwezige getuigenverhoren. Er is minstens sprake geweest van voorwaardelijk opzet op de mishandeling waarbij verdachte de grenzen te buiten is gegaan die binnen een spelverband van een voetbalwedstrijd van een speler verwacht mogen worden. Op basis van de aangifte en de door aangever overgelegde stukken als onderbouwing van zijn verzoek tot schadevergoeding, kan het letsel dat [slachtoffer] heeft opgelopen, worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van het tenlastegelegde feit vrij te spreken. Het dossier bevat geen eenduidig bewijs over de feitelijke toedracht van het voorval. Voorts kan er niet worden gesteld dat er sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet aan de zijde van verdachte om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast.

Op 18 februari 2024 vond in [plaats] een voetbalwedstrijd plaats tussen [voetbalclub 1] en [voetbalclub 2] . Aangever speelde in het team van [voetbalclub 1] en verdachte speelde in het team van [voetbalclub 2] . Rond de zestigste minuut van de wedstrijd kwamen verdachte en aangever in het veld. Op enig moment lag de bal voor de voeten van aangever. Verdachte bevond zich op dat moment achter aangever, waarbij aangever met de rug naar verdachte toe stond. Over de positie van de bal is wisselend verklaard, variërend tussen aan de voet van aangever (volgens de scheidsrechter) en twee meter voor aangever (volgens aangever zelf). Het komt er in ieder geval op neer dat aangever tussen de bal en de verdachte liep. Verdachte sprintte achter aangever aan en zette vervolgens een tackle/sliding in met de noppen vooruit, waarbij hij niet de bal en wel het rechter achterbeen van aangever raakte. Aangever heeft ten gevolge hiervan een fractuur van het kuitbeen, ontwrichting van de enkel en afgescheurde enkelbanden opgelopen. Direct hierna heeft verdachte een rode kaart gekregen en is van het veld gestuurd.

De rechtbank stelt vast dat de actie van verdachte zoals hiervoor omschreven verband hield met de spelsituatie. Verdachte heeft aangegeven dat het zijn bedoeling was om met de tackle de bal te raken maar dat hij mogelijk te laat de actie heeft ingezet. De rechtbank stelt echter vast dat verdachte op het moment dat hij de tackle/sliding inzette nimmer de bal had kunnen raken. Als vastgesteld, lag de bal immers voor de aangever, terwijl verdachte zich achter aangever bevond. Om de bal nog te kunnen raken had verdachte om aangever heen moeten gaan. Verdachte heeft dit niet gedaan, maar heeft met de noppen vooruit de tackle/sliding richting de benen van aangever ingezet. Dat verdachte niet voornemens was om links om aangever heen te gaan, wordt ook nog bevestigd doordat verdachte het rechterkuitbeen en niet het linkerkuitbeen van aangever heeft geraakt.

Beoordeling

Voor de beoordeling van de vraag of het feit bewezen kan worden verklaard heeft de rechtbank acht geslagen op het arrest van de Hoge Raad van 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BB7087), herhaald in 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1769) waarin zij heeft geoordeeld dat de omstandigheid dat een gedraging die is verricht in een sport- of spelsituatie, geen zelfstandige factor is bij de beoordeling van het ten laste gelegde opzet, in die zin dat die omstandigheid tot een beoordeling aan de hand van andere maatstaven zou dienen plaats te vinden, dan wanneer het gaat om een gedraging die buiten zo'n situatie is verricht. De omstandigheid dat de gedraging van de verdachte is verricht in een sportsituatie, namelijk tijdens een voetbalwedstrijd, is van belang voor de vraag of het bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd als mishandeling. Deelnemers aan een sport als voetbal hebben immers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen waartoe het spel uitlokt over en weer van elkaar te verwachten, terwijl bij een door duidelijke spelregels afgebakende sport die spelregels mede van belang zijn voor het bepalen van de grenzen van de wederrechtelijkheid. Dat geldt echter niet voor gedragingen die losstaan van de spelsituatie waarbij een speler een andere speler letsel toebrengt, terwijl bij gedragingen die in een spelsituatie plaatsvinden, een speler de spelregels op dusdanige wijze kan schenden en zo gevaarlijk kan handelen dat van het ontbreken van wederrechtelijkheid geen sprake kan zijn.

Opzet

Verdachte heeft verklaard dat het niet zijn bedoeling is geweest om de aangever letsel toe te brengen. De rechtbank is van oordeel dat ook uit de overige bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat verdachte met zijn actie doelbewust aangever letsel wilde toe brengen zodat van zogenoemd “vol” opzet niet is gebleken. Er kan echter wel sprake zijn van voorwaardelijk opzet.

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de naar ervaringsregels aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.

De rechtbank is van oordeel dat de kans dat aangever door de actie van verdachte geraakt zou worden en dat daardoor pijn of letsel aan aangever toegebracht zou worden aanmerkelijk was. Het is voorts een feit van algemene bekendheid dat het aantal blessures ten gevolge van acties waarbij een sliding wordt ingezet, groot is. Bij het maken van een sliding neemt de speler bewust het risico dat hij zijn tegenstander raakt. Doordat verdachte, zoals eerder is overwogen, met zijn tackle/sliding nooit de bal had kunnen raken, heeft hij de kans dat hij aangever zou raken en niet de bal en aangever hiermee letsel zou oplopen ook bewust aanvaard door de tackle/sliding toch in te zetten.

Uit het voorgaande volgt dat de verdachte het voorwaardelijk opzet had aangever te mishandelen.

Wederrechtelijkheid

De rechtbank stelt voorts vast dat tijdens het handelen van verdachte sprake was van een sportsituatie, maar dat dit niet binnen de grenzen is gebleven van hetgeen spelers van elkaar hebben te verwachten. De door verdachte ingezette tackle/sliding kan naar het oordeel van de rechtbank worden geduid als een onbesuisde actie. Verdachte kon in geen enkel geval de bal raken en heeft desondanks een sliding met de noppen vooruit richting aangever ingezet welke sliding geenszins als een reglementaire sliding kan worden aangemerkt. De rechtbank verwijst hierbij ook naar hetgeen de scheidsrechter en de trainer van verdachte hebben verklaard. Zo noemt de trainer van verdachte de sliding “even woest als roekeloos” en heeft de scheidsrechter de sliding van verdachte omschreven als “een buitensporige inzet”. Niet voor niets is de actie van verdachte ook direct door de scheidsrechter bestraft met een rode kaart.

Zwaar lichamelijk letsel

Uit de aangifte en het verzoek tot schadevergoeding blijkt dat aangever meerdere operaties heeft moeten ondergaan en langdurig intensief fysiotherapie heeft gehad. Aangever ervaart nog steeds, ruim twee jaar na dato, (pijn)klachten ten gevolge van het letsel. Op basis van deze omstandigheden in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat het letsel dat [slachtoffer] heeft opgelopen, kan worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

Conclusie

De rechtbank is gelet op bovenstaande van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer] die daardoor zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op 18 februari 2024 te [plaats] , gemeente Roosendaal, [slachtoffer] heeft mishandeld door tegen het rechterbeen van die [slachtoffer] een sliding te maken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een (complexe) fractuur van het kuitbeen en een ontwrichting van de enkel en afgescheurde enkelbanden, ten gevolge heeft gehad

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 140 uren waarvan 40 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich op 18 februari 2024 tijdens een voetbalwedstrijd schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer] waardoor deze zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Verdachte heeft hiermee tijdens een voetbalwedstrijd de grenzen van het spel ver overschreden door met een sliding [slachtoffer] aan de achterkant van het rechterbeen te raken waardoor deze ernstig letsel heeft opgelopen. De gevolgen hiervan draagt hij nog elke dag met zich. [slachtoffer] heeft ter zitting gebruik gemaakt van zijn spreekrecht. Naast de ervaren fysieke klachten, heeft het ook mentaal enorme impact op hem gehad. [slachtoffer] is onlangs pas weer begonnen met voetballen maar is angstiger geworden op het veld en hij vertrouwt zijn lichaam niet meer. Voetbal was zijn passie maar hij zal nooit meer op het niveau komen dat hij voor 18 februari 2024 had.

De reclassering heeft op 21 januari 2026 een rapport over verdachte opgemaakt. Zij adviseert het volwassenenstrafrecht toe te passen. Verdachte wordt in staat geacht te kunnen leren van ervaringen. De reclassering ziet de tenlastegelegde mishandeling als een incident en acht reclasseringsbegeleiding en interventies niet geïndiceerd.

De rechtbank neemt dit advies over.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafoplegging acht geslagen op hetgeen in soortgelijke zaken wordt opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop in deze zaak, het gegeven dat verdachte ook door de KNVB is bestraft en verdachte zich niet eerder schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk feit. Verdachte heeft een blanco strafblad.

Alles overwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren, passend. De rechtbank ziet geen reden daarnaast een voorwaardelijke straf op te leggen. Verdachte heeft niet eerder een dergelijke overtreding begaan en heeft ook overtuigend spijt betuigd. Daarnaast is er inmiddels geruime tijd verstreken en heeft verdachte zich in die periode niet schuldig gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank gaat ervan uit dat dit een eenmalige actie is geweest waar verdachte zich nimmer meer schuldig aan zal maken.

7. De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van €22.774,62.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Materiële schade

De benadeelde partij heeft een bedrag ter hoogte van €5.524,62 gevorderd aan materiële schade.

De rechtbank is van oordeel dat het bedrag dat voor de mantelzorg is gevorderd niet voor toewijzing vatbaar is. De rechtbank ziet de zorg van een vader voor zijn zoon die gedurende een relatief korte periode hulpbehoevend is, in dit geval als zorg die binnen een gezinssituatie wordt gegeven zonder dat daar een vergoeding tegenover hoeft te staan.

Het bedrag dat aan materiële schade is gevorderd voor nieuwe krukken, wijst de rechtbank toe tot een bedrag van €40,-. Een tweede paar krukken is aangeschaft nadat [slachtoffer] eerder een paar krukken uit frustratie kapot heeft gegooid. Het kapot gooien van krukken kan niet als rechtstreeks gevolg van het tenlastegelegde feit worden beschouwd.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van €4.679,62 aan materiële schade.

Immateriële schade.

De benadeelde partij heeft een bedrag ter hoogte van €17.250,- gevorderd aan immateriële schade.

De rechtbank is van oordeel dat een bedrag ter hoogte van €7.500,- als passend kan worden beschouwd. Zij heeft daarbij acht geslagen op hetgeen in soortgelijke zaken wordt toegewezen.

Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte ontbreekt, zodat geen sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in dat deel van de vordering.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 18 februari 2024.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel als gevolg

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 60 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 dagen;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van €12.179,62, waarvan €4.679,62 aan materiële schade en €7.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer] , €12.179,62 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 februari 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 85 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.I. Beudeker, voorzitter,

en mr. K. Verschueren en mr. D.M. Snoep, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.C. Bles, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 april 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij, op of omstreeks 18 februari 2024 te [plaats] , gemeente Roosendaal [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] – tegen de rechterenkel, althans tegen het rechterbeen, te schoppen/trappen en/of – tegen de rechterenkel, althans tegen het rechterbeen, een sliding te maken terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een (complexe) fractuur van het kruitbeen en/of een ontwrichting van de enkel en/of afgescheurde (enkel)banden ten gevolge heeft gehad

(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.E.I. Beudeker
  • mr. K. Verschueren
  • mr. D.M. Snoep

Griffier

  • mr. A.C. Bles

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?