Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-149647-25
Parketnummer TUL: 01-993335-21
Vonnis van de meervoudige kamer van 2 april 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Peru) op [geboortedag] 1977,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.A.P. van Hees en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 9 februari 2025 te [plaats] [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft bedreigd.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd en acht alle ten laste gelegde bedreigingen bewezen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de bedreiging van aangever [benadeelde 3] en refereert zich voor het overige aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Uit de bevindingen van [verbalisant] volgt dat verdachte in de richting van aangever [benadeelde 1] heeft gezegd “jij bent dood; ik maak je dood; ik maak je kapot; jij
komt aan mijn zoon, dat is jouw fout geweest” en dat hij hem daarbij aankeek en naar hem wees. Verdachte heeft bekend dat hij de door de politie gehoorde woorden heeft gezegd. De rechtbank stelt op grond daarvan vast dat verdachte deze bedreiging heeft geuit tegen [benadeelde 1] en hem dus heeft bedreigd met een misdrijf tegen het leven gericht.
Aangever [benadeelde 1] heeft verklaard dat verdachte hem ook heeft bedreigd met de woorden “ik ga jouw familie dood maken, ik ga jou doodmaken, ik ga vuur maken in jou huis" en met “ik heb familie in Rotterdam we gaan jou dood maken". Aangever [benadeelde 2] heeft verklaard dat verdachte en [medeverdachte] hem en anderen uit zijn groep (waar ook [benadeelde 1] deel van uitmaakte) hebben bedreigd met de woorden "vandaag worden jullie onthoofd en gaan we jullie huis en heel jullie familie in brand steken en dan is het klaar voor jullie. Jullie gaan vandaag dood.”
De rechtbank kan op grond van het dossier niet precies vaststellen welke bewoordingen door verdachte zijn gebruikt, maar gelet op de verklaringen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , in onderlinge samenhang bezien, en de bevindingen van de politie acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hen beiden heeft bedreigd met de dood. De rechtbank acht daarom bewezen dat zowel verdachte [benadeelde 1] als [benadeelde 2] heeft bedreigd met de woorden "jullie gaan vandaag dood” of woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Aangever [benadeelde 3] heeft verklaard dat verdachte zei “Jullie moeten niet aan mij komen, ik haal mijn neef, die is van de mafia”. Voor zover dit al kan worden bewezen, is de rechtbank is van oordeel dat dit geen bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht of met zware mishandeling betreft. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de bedreiging van [benadeelde 3] .
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 9 februari 2025 te [plaats] , gemeente Reimerswaal [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] dreigend de woorden toe te voegen "jullie gaan vandaag dood" en/of "jij bent dood, ik maak je dood, ik maak je kapot, jij komt aan mijn zoon, dat is jouw fout geweest", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een geldboete van 300 euro, met aftrek van voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de gevorderde geldboete.
Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van twee personen. Naar aanleiding van een conflict van zijn zoon met een aantal jongens heeft verdachte ervoor gekozen de confrontatie met de jongens op te zoeken, wat tot het gepleegde feit heeft geleid. Dit is een vorm van eigenrichting die niet acceptabel is. Aangevers voelden zich bedreigd door de doodsbedreigingen die verdachte heeft geuit.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat hij op 30 maart 2023 door de rechtbank Oost-Brabant wegens meerdere overtredingen van de Opiumwet is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden, waarvan 36 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren. Verdachte heeft het feit dus gepleegd terwijl hij nog in een proeftijd liep.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 21 augustus 2025. Hieruit volgt dat de reclassering heeft geprobeerd contact op te nemen met verdachte, maar dat dat niet is gelukt. De reclassering brengt daarom advies uit op basis van dossierinformatie. De reclassering signaleert geen actueel delictpatroon aangaande geweldsdelicten. De reclassering heeft te weinig zicht op verdachte en achterliggende motieven dan wel de aanwezigheid van risicofactoren. Het recidiverisico kan niet worden ingeschat. De reclassering kan daarom geen advies geven over (de haalbaarheid en/of de noodzaak van) eventuele in te zetten interventies. De reclassering adviseert desondanks een contactverbod met de aangevers op te leggen.
Strafmaat
Gelet op de straffen die doorgaans voor dergelijke feiten worden opgelegd, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde geldboete van € 300,= passend. Zij zal deze geldboete dan ook aan verdachte opleggen. Omdat verdachte in verzekering is gesteld zal de rechtbank bepalen dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, zal worden afgetrokken van de geldboete naar rato van € 100,= per dag. De rechtbank ziet geen aanleiding om een contactverbod met aangevers op te leggen.
7. De vordering tenuitvoerlegging
De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 30 maart 2023 onder parketnummer 01-993335-21, af te wijzen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe niet besluiten, omdat zij dit niet opportuun acht gelet op de duur van de gevangenisstraf ten opzichte van het feit waarvoor verdachte in de hoofdzaak wordt veroordeeld.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 300,= (driehonderd euro);
- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 3 (drie) dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde geldboete naar rato van € 100,= per dag;
Vordering tenuitvoerlegging
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging d.d. 28 oktober 2025 onder parketnummer
01-993335-21 af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter,
en mr. N.C.W. Haesen en mr. B. Akdikan, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 2 april 2026.
De voorzitter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij, op of omstreeks 9 februari 2025 te [plaats] , gemeente Reimerswaal[benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] heeft bedreigdmet enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door die [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] dreigend de woorden toe tevoegen "ik ga jouw familie dood maken, ik ga jou doodmaken, ik ga vuur maken injouw huis" en/of "ik heb familie in Rotterdam we gaan jou dood maken" en/of"vandaag worden jullie onthoofd en we gaan jullie huis en heel jullie familie inbrand steken en dan is het klaar voor jullie"en/of "jullie gaan vandaag dood"en/of"ik ga jullie opzoeken en mijn familie erbij halen" en/of "jij bent dood, ik maakje dood, ik maak je kapot, jij komt aan mijn zoon, dat is jouw fout geweest", althanswoorden van gelijke dreigende aard of strekking;
( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )