ECLI:NL:RBZWB:2026:2647

ECLI:NL:RBZWB:2026:2647

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 02-273586-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Brandstichting. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in brand steken van een auto. Strafoplegging: een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en oplegging van bijzondere voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-273586-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 7 april 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres 1] ,

gedetineerd in [detentieadres] ,

raadsman: mr. T. van den Wildenberg, advocaat te 's-Hertogenbosch.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. S.A.J. Louwers en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan drie brandstichtingen.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier. Hij gaat uit van eenzelfde modus operandi en maakt ten aanzien van de feiten 1 en 2 gebruik van schakelbewijs.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van feit 1 en feit 2 vanwege gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Zij meent dat feit 3 bewezen kan worden verklaard met uitzondering van het tenlastegelegde levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel, waarbij moet worden uitgegaan van voorwaardelijk opzet bij verdachte.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

De rechtbank stelt vast dat er op 13 oktober 2025 brand is geweest in een bedrijfsbus op een parkeerplaats aan [adres 2] in [plaats] . Uit het dossier en de verklaring van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte zich ten tijde van deze brand ook op deze parkeerplaats aan [adres 2] bevond. De rechtbank is echter van oordeel dat niet duidelijk is geworden hoe de brand is ontstaan. De politie en de brandweer hebben immers geconcludeerd dat een oorzaak van de brand door hen niet kon worden vastgesteld. Hiermee is onduidelijk of sprake is geweest van brandstichting. Evenmin is in voldoende mate vast komen te staan dat wanneer wel sprake is geweest van brandstichting, verdachte hier betrokkenheid bij heeft gehad. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 vanwege het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Feit 2

De rechtbank stelt vast dat er op 13 oktober 2025 voorts brand is geweest in een auto aan [adres 3] . Uit het dossier volgt dat de bevelvoerder van de brandweer vermoedt dat sprake is geweest van brandstichting. De rechtbank is echter van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte degene is die verantwoordelijk is voor het ontstaan van deze brand. Het feit dat de telefoon van verdachte een half uur na het vermoedelijk ontstaan van de brand verbinding heeft gemaakt met het wifi-netwerk van een nabijgelegen sporthal, is daartoe onvoldoende. De rechtbank zal verdachte daarom vrij-spreken van feit 2.

Feiten 1 en 2 schakelbewijs

Voor de toepassing van schakelbewijs moet de wijze waarop de onderscheidende feiten zijn begaan op essentiële punten overeenkomen. Er moet sprake zijn van een herkenbaar en gelijksoortig patroon in het handelen van verdachte. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat hier geen sprake van is. Bij dat oordeel kent de rechtbank gewicht toe aan het feit dat van de branden die ten laste zijn gelegd als feit 1 en 2, niet of onvoldoende duidelijk is hoe deze zijn ontstaan.

Feit 3

Op basis van de verklaring van verdachte ter terechtzitting en het dossier kan worden vastgesteld dat verdachte aan [adres 4] in [plaats] een bedrijfsbus in brand heeft gestoken, wat heeft geleid tot een grote brand. Door de brand is schade ontstaan aan de bedrijfsbus, de daarnaast geparkeerde auto en het naastgelegen bedrijfspand.

Opzet

De rechtbank oordeelt op basis van de camerabeelden dat verdachte vol opzet op de brandstichting heeft gehad. Verdachte heeft verklaard dat hij met zijn brandende aansteker licht wilde maken. Hij had zijn sleutels onder de betreffende bedrijfsbus laten vallen en had licht nodig om deze te vinden. Hierbij heeft de bedrijfsbus per ongeluk vlamgevat. In paniek is verdachte vervolgens weggereden. Het door verdachte geschetste alternatieve scenario vindt op geen enkel vlak steun in het dossier en kent geen begin van aannemelijkheid. De rechtbank schuift de verklaring van verdachte dan ook als ongeloofwaardig terzijde.

‘Te duchten levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander’

De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van het ten laste gelegde ‘te duchten levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander’. Hoewel uit het dossier volgt dat er mensen aanwezig waren in de boven het bedrijfspand gelegen woningen, zijn er op grond van het dossier geen aanwijzingen dat sprake was van concreet gevaar.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzettelijke brandstichting waarbij gevaar voor goederen te duchten was.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

feit 3

op 13 oktober 2025 te [plaats] , gemeente 's-Hertogenbosch op of aan [adres 4] opzettelijk brand heeft gesticht, door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof, terwijl daarvan gemeen gevaar voor aldaar geparkeerde voertuigen (voertuig met [kenteken 1] en voertuig met [kenteken 2] ) en een bedrijfspand te duchten was.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van

24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht om verdachte te veroordelen tot een straf gelijk aan de duur van het voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in brand steken van een auto. Naast de forse materiële schade heeft de brand een grote impact gehad op de direct betrokken eigenaren van de twee beschadigde voertuigen en het bedrijfspand. Ook voor de maatschappij geeft dit soort feiten veel onrust en gevoelens van onveiligheid. Een brand is naar zijn aard moeilijk controleerbaar en de gevolgen ervan zijn daarom ook onvoorspelbaar. Brandstichting is dan ook een zeer ernstig en gevaarlijk feit. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij hieraan met zijn handelen heeft bijgedragen en dat hij onvoldoende stil heeft gestaan bij de impact en de gevolgen hiervan voor anderen.

De persoon van de verdachte

De rechtbank slaat acht op het strafblad van 26 november 2025, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden is veroordeeld wegens strafbare feiten. Overwegend betreft het veroordelingen voor vermogensdelicten en geweldsfeiten.

Daarnaast blijkt uit het psychologisch onderzoek van 12 februari 2026 dat sprake is van diverse problematiek bij de verdachte. Zo is sprake van borderline en narcistische trekken in zijn persoonlijkheid, een licht verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van cocaïne en alcohol. Pyromanie wordt niet uitgesloten.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 9 maart 2026. Uit dit rapport volgt dat sprake is van verschillende positieve en risicofactoren. De licht verstandelijke beperking en de stoornis in het langdurig drugsgebruik maken dat verdachte beperkt is in het kunnen overzien van consequenties, het inschatten van risico’s en het hanteren van spanningen. Het risico op recidive hangt sterk samen met het psychisch functioneren van verdachte en zijn bereidheid om mee te werken aan begeleiding en behandeling. Bij stabiel functioneren en naleving van afspraken wordt het risico als gemiddeld ingeschat. Bij het wegvallen en/of ontbreken van toezicht of begeleiding/ behandeling wordt de kans op een terugval groter geacht.

De straf

Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank, naast het voorgaande, rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Alles afwegend acht de rechtbank passend een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 240 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met de door de reclassering genoemde voorwaarden, te weten de meldplicht, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, beheersing middelengebruik en ambulante begeleiding door Humanitas Homerun.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen

[benadeelde 1] B.V. (feit 1)

De benadeelde partij [benadeelde 1] B.V. vordert een vergoeding van € 11.542,58 voor materiële schade en een bedrag van € 475,00 voor administratieve kosten.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

[benadeelde 2] (feit 2)

De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert een vergoeding van € 319,95 voor materiële schade.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

[benadeelde 3] (feit 2)

De benadeelde partij [benadeelde 3] vordert een vergoeding van € 3.155,21 voor materiële schade.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

[benadeelde 4] (feit 3)

De benadeelde partij [benadeelde 4] vordert een vergoeding van € 1.356,35 voor materiële schade. De verdediging heeft deze vordering betwist.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

De rechtbank stelt vast dat het onduidelijk is wie de schade heeft geleden. De factuur is immers niet gericht aan de aangever ( [benadeelde 4] ) maar aan de vereniging van eigenaren. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in deze vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c en 157 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van feit 1 en feit 2;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 3: brandstichting

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland op het adres Eekbrouwersweg 6, 5233 VG ’s-Hertogenbosch;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd, of zolang de reclassering dat nodig vindt, laat behandelen door Humanitas Homerun of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek en op de cognitieve en sociale vaardigheden. Onderdeel van de behandeling kan zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van terugval in middelengebruik, overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke opname voor de duur van maximaal zeven weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor de plaatsing;

* dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst 1A van de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek en een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd, of zolang de reclassering dat nodig vindt, (praktisch) laat begeleiden door Humanitas Homerun of een soortgelijke zorgverlener, door de reclassering te bepalen. De zorgverlener bepaalt de wijze van begeleiding;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] B.V. (feit 1) niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] (feit 2) niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 3] (feit 2) niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde 4] (feit 3) niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mr. E.B. Prenger en mr. S.C.S. van Bree, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 april 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 13 oktober 2025 te [plaats] , gemeente 's-Hertogenbosch op of aan [adres 2] opzettelijk brand heeft gesticht, door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare en/of brandversnellende stof, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een of meerdere aldaar geparkeerde voertuigen (voertuig met [kenteken 3] ) en/of nabijgelegen bosschages te duchten was;

(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op of omstreeks 13 oktober 2025 te [plaats] , gemeente 's-Hertogenbosch op of aan [adres 3] opzettelijk brand heeft gesticht, door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare en/of brandversnellende stof, terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een of meerdere aldaar geparkeerde voertuigen (voertuig met [kenteken 4] en/of voertuig met [kenteken 5] ) te duchten was;

(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

3

hij op of omstreeks 13 oktober 2025 te [plaats] , gemeente 's-Hertogenbosch op of aan [adres 4] opzettelijk brand heeft gesticht, door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare en/of brandversnellende stof, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten een of meerdere aldaar geparkeerde voertuigen (voertuig met [kenteken 1] en/of voertuig met [kenteken 2] ) en/of een bedrijfspand te duchten was en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten bewoners van een of meerdere belendende woningen te duchten was;

(art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?