ECLI:NL:RBZWB:2026:2650

ECLI:NL:RBZWB:2026:2650

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-04-2026
Datum publicatie 07-04-2026
Zaaknummer 82-195281-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden voor het opslaan en/of voorhanden hebben van grote hoeveelheden consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk, evenals voor het bezit van hasjiesj.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummers: 82-195281-25; 82-222303-25 (ttz gevoegd)

Vonnis van de meervoudige economische strafkamer van 7 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1] ,

uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentielocatie] ,

raadsvrouw mr. E. van de Rakt, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 maart 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsvrouw. De officier van justitie

mr. E.E. de Feijter en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging in de zaak met parketnummer 82-222303-25 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering en is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

82-195281-25:

op 2 november 2023 (opzettelijk) professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, in een woning heeft opgeslagen en in bezit heeft gehad;

82-222303-25:

feit 1:

op 31 december 2024 (opzettelijk) professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, in een voertuig in bezit heeft gehad;

feit 2:

op 31 december 2024 (opzettelijk) 183,68 kilogram consumentenvuurwerk in een voertuig in bezit heeft gehad;

feit 3:

op 31 december 2024 opzettelijk 53,22 gram hasjiesj in bezit heeft gehad.

3. De voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de vier ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. Over het feit onder parketnummer 82-195281-25 heeft zij opgemerkt dat de twee dozen flowerbeds/batterij enkelschotsbuizen geen knalvuurwerk betreffen en daarom uit de tenlastelegging moeten worden weggestreept (C2575C en 1.2 INCH 150SHOTS CAKE, bijlagen 2 en 3).

Het standpunt van de verdediging

82-195281-25:

De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank, met uitzondering van het Dum Bum vuurwerk (bijlage 8). Omdat enige technische informatie op de verpakking van dit product ontbreekt en dit uitsluitend op basis van uiterlijke kenmerken als professioneel vuurwerk is aangemerkt, wordt verzocht verdachte vrij te spreken van dit deel in de tenlastelegging.

82-222303-25:

De raadsvrouw refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het tenlastegelegde onder feit 1. Zij verzoekt echter om verdachte vrij te spreken voor wat betreft de Mascleta’s, de Witte koker shells en de Napolitaanse bommen (bijlagen 39, 40 en 47). Ook hiervoor geldt dat de kwalificatie van professioneel vuurwerk enkel is gebaseerd op uiterlijke kenmerken en niet op ondersteunend technisch onderzoek of fabrikant-informatie waaruit de categorisering kan worden afgeleid.

De raadsvrouw is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen van feit 2. Daarbij dient expliciet tot uitdrukking te worden gebracht dat de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid van 183,68 kilogram consumentenvuurwerk een brutogewicht betreft, dus inclusief verpakking.

Zij stelt dat feit 3 eveneens kan worden bewezen, maar verzoekt daarbij rekening te houden met de omstandigheid dat het hier gaat om een brutogewicht van de hasjiesj en niet om een nettogewicht.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Op grond van de opgenomen bewijsmiddelen, in het bijzonder gelet op de bekennende verklaring van verdachte en met inachtneming van wat volgens de officier van justitie uit de tenlastelegging kan worden weggestreept, kunnen naar het oordeel van de rechtbank de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend worden bewezen.

Met de verdediging stelt de rechtbank vast dat met het gewicht van het vuurwerk steeds wordt bedoeld het bruto gewicht en dat het exacte nettogewicht niet is te bepalen. Dit maakt de bewezenverklaring echter niet anders. Deze omstandigheid zal de rechtbank wel in aanmerking nemen bij de strafmaat.

De raadsvrouw heeft ter zitting het verweer gevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de Mascleta’s, de Witte koker shells en de Napolitaanse bommen kunnen worden aangeduid als professioneel vuurwerk. De rechtbank stelt vast dat er geen verpakking om dit vuurwerk zit, zodat niet direct blijkt in welke categorie dit vuurwerk valt. Daardoor kan niet direct worden vastgesteld of het zwaar en/of professioneel vuurwerk betreft. Uit het dossier volgt echter dat telkens een materiedeskundige van het Centraal Onderzoeksteam Vuurwerk het vuurwerk heeft beoordeeld en dit heeft gecategoriseerd als professioneel vuurwerk. Naar het oordeel van de rechtbank is met die vaststelling van de materiedeskundige bewezen dat het gaat om professioneel vuurwerk. Het verweer van de raadsvrouw treft geen doel.

De raadsvrouw heeft eenzelfde verweer gevoerd met betrekking tot de DumBum.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op basis van het dossier onvoldoende kan worden vastgesteld dat deze DumBum als professioneel vuurwerk kan worden aangemerkt. Anders dan over de DumBum 30 en de DumBum 5 g, is over de DumBum ook geen NFI-rapport beschikbaar. Gelet op die onduidelijkheid zal verdachte van dit onderdeel in de tenlastelegging worden vrijgesproken (parketnummer 82-195281-25).

Met de officier van justitie en de verdediging, stelt de rechtbank vast dat de tenlastelegging onder feit 2 (parketnummer 82-222303-25) is gebaseerd op een oud wetsartikel uit het Vuurwerkbesluit. Om die reden wordt een aantal onderdelen uit de tenlastelegging gestreept, waardoor deze alsnog het strafbare feit behelst dat is bedoeld in artikel 1.2.4 van het Vuurwerkbesluit.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

82-195281-25 op 2 november 2023 te Fijnaart opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten- 147 stuks knalvuurwerk (Profi Cannon Shot Big Boy XL, Scream 100, Dumbum 30, Caramella, SHOCK BULL DOG en diverse shell’s), en - 43 stuks vuurpijlen, (SIGNALRAKETE),heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad in een woning behorende bij perceel [adres 2] ;

82-222303-25

feit 1:

hij op 31 december 2024 te Zegge, in de gemeente Rucphen, opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- knalvuurwerk (Dumbum 5g, Black Thunder, Big Boy, CARAMELLA 16 g, COBRA 8, Super cobra 6, Napolitaanse bom, 615 Shock Xtreme),

- Batterij Enkelschotsbuizen (BEST PRICE, Pyrotechnology 2020, Fireworks show 520, Turbo Salut, Shine and Rise, Fantastic, Best Price Fireworks 200, Crazy Palms, Best

Price Fireworks 130, Limited Edition, C49S-F3F30C, WILD FIREWORKS, Dictator, Komodo Dragon, Best Price Fireworks 200, Barracuda, XB4108, PYRO KING 120 shot, XB4107A, 1 inch 300 shot cake, 150S 1-1.2 inch CAKE I,V,W F4, 1 inch 300SHOTS

CAKE, NYMC-242B, Cake 100S 1.2 inch CE, Professional Pyro 120 shot)

- Romeinse kaarsen (Brocade Gunfire),

- vuurpijlen (Neptun en Skyscream),

- enkelschotsbuizen (God Song en 1.2 Big Shot B),

- knalstrengen (T809 CELEBRATION CRACKER 100.000 S, Pianocracker 3000 en Mascleta),

- een fontein (Colour Colour),

- shells (mortierbommen) (Witte koker shell),

voorhanden heeft gehad in een voertuig met [kenteken] ;

feit 2:

op 31 december 2024 te Zegge, in de gemeente Rucphen, opzettelijk een hoeveelheid vuurwerk, te weten verschillende soorten vuurwerk (lijst I), voorhanden heeft gehad,

immers had hij, verdachte, dit (consumenten)vuurwerk voorhanden in het voertuig met [kenteken] ;

feit 3:

op 31 december 2024 te Zegge, in de gemeente Rucphen, opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 53,22 gram hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van

16 maanden. In beginsel acht zij een gevangenisstraf van 23 maanden op zijn plaats, maar gelet op het tijdsverloop en de omstandigheid dat deze zaak niet is meegenomen in de procesafspraken, matigt zij haar eis. Daarnaast vordert zij dat aan verdachte ten aanzien van parketnummer 82-195281-25 en de feiten 1 en 2 onder parketnummer 82-222303-25 de maatregel kostenverhaal zal worden opgelegd met een totaalbedrag van € 21.541,--.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw verzoekt te volstaan met het opleggen van een maximale taakstraf van

240 uren in combinatie met een forse voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij vraagt de raadsvrouw rekening te houden met het tijdsverloop, de proceshouding van verdachte en zijn recente veroordeling waarin procesafspraken zijn gemaakt en waarbij deze zaak niet is meegenomen. Ook het destijds opgelegde gebiedsverbod heeft verdachte als een straf ervaren. Voorts heeft zij opnieuw aandacht gevraagd voor het feit dat de in het dossier genoemde hoeveelheden voornamelijk brutogewichten betreffen en dat bij parketnummer 82-222303-25 feit 1 moet worden uitgegaan van lagere aantallen vuurwerk. De raadsvrouw verzoekt tevens de maatregel kostenverhaal te matigen tot € 13.004,80, waarbij zij uitgaat van 147 stuks F4-vuurwerk. In dit verband wordt erop gewezen dat een aanzienlijk deel van de opruimwerkzaamheden niet ziet op het vuurwerk dat is opgenomen in de tenlastelegging. Verdachte kan daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor de kosten van dat deel.

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van de feiten

Verdachte heeft op 2 november 2023, zonder daartoe gerechtigd te zijn, op de zolder-verdieping van een woning dozen vol met professioneel vuurwerk opgeslagen en voorhanden gehad. Het behoeft geen betoog dat aan de opslag van een grote voorraad vuurwerk in een woning die is gesitueerd midden in een woonwijk, gigantische gevaren kleven. De woning bevindt zich bovendien vlakbij een sport- en feestzalencentrum, dat plaats biedt aan duizenden bezoekers. Als er door het vuurwerk daadwerkelijk brand en explosies waren ontstaan, dan was het leed en de schade voor de direct omwonenden, nabije omgeving en eventuele bezoekers niet te overzien. Niet voor niets gelden er strenge regels voor de opslag van zwaar vuurwerk en is daarvoor specialistische kennis vereist. Verdachte beschikt niet over deze kennis en heeft onvoldoende over de reële risico’s van zijn handelen nagedacht.

Ongeveer een jaar later, op 31 december 2024, werd verdachte opnieuw betrapt met grote hoeveelheden professioneel vuurwerk en consumentenvuurwerk, die in de open laadbak van een bus lagen. Dit wijst erop dat verdachte niet van de eerdere inbeslagname en zijn gevaarzettend gedrag heeft geleerd en ook toen nog niet heeft stilgestaan bij de mogelijke gevaren voor zichzelf en voor anderen door met illegaal vuurwerk rond te rijden.

De rechtbank tilt zwaar aan dergelijke feiten.

Verdachte heeft zich op 31 december 2024 tevens schuldig gemaakt aan het bezit van ongeveer 53,22 gram hasjiesj. Deze softdrugs kunnen bij langdurig en veelvuldig gebruik leiden tot ernstige gezondheidsklachten. Daarnaast gaat de handel in deze verdovende middelen vaak gepaard met andere, soms zware vormen van criminaliteit. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij hieraan een bijdrage heeft geleverd.

De rechtbank weegt in strafmatigende zin de proceshouding van verdachte mee. Hij heeft uiteindelijk openheid van zaken gegeven.

De persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover deze volgen uit het dossier en door de raadsvrouw ter terechtzitting naar voren zijn gebracht. De rechtbank vindt het positief dat verdachte inmiddels tot inzicht is gekomen. Hij heeft aangegeven na zijn detentie met zijn verloofde en familie een leven buiten de criminaliteit te willen opbouwen.

De strafoplegging

De rechtbank heeft voor de strafoplegging aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet op de ernst van de feiten – waarbij het zwaartepunt ligt bij de vuurwerkdelicten – en de grote hoeveelheden vuurwerk, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een taakstraf of een voorwaardelijke straf. Te meer nu sprake is van herhaling. Verdachte is immers twee keer voor het bezit en/of de opslag van illegaal vuurwerk aangehouden en heeft van de eerste keer dus kennelijk niets geleerd. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Als het gaat om parketnummer 82-222303-25 is de rechtbank het met de verdediging eens dat er op onderdelen onduidelijkheid bestaat omtrent de aantallen van het vuurwerk. De rechtbank heeft daarom in het voordeel van verdachte de aantallen en gewichten naar beneden afgerond. Dit doet niet af aan het feit dat het grote hoeveelheden vuurwerk betreft.

De rechtbank is van oordeel dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht in ruime mate van toepassing is. Dit heeft een in het onderhavige geval een fors strafmatigend effect. Verdachte wordt immers, nadat hem op 26 februari 2026 een lange vrijheidsstraf is opgelegd, schuldig bevonden aan een misdrijf vóór die strafoplegging gepleegd.

De rechtbank houdt in strafmatigende zin ook rekening met het gegeven dat de feiten relatief oud zijn. In de zaak met parketnummer 82-195281-25 is de redelijke termijn overschreden, zij het in beperkte mate. Met verwijzing naar artikel 6, eerste lid, van het EVRM en de vaste jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat in een strafzaak de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen. De rechtbank gaat uit van 26 februari 2024, zijnde de datum van het eerste verhoor van verdachte, als datum dat de redelijke termijn in deze zaak is aangevangen. Gezien het feit dat het vonnis op 7 april 2026 wordt gewezen, kan worden geconcludeerd dat de redelijke termijn met bijna zes weken is geschonden.

Al het voorgaande in overweging nemende, is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden is.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

De oplegging van de maatregel

De maatregel kostenverhaal, zoals bedoeld in artikel 8 onder d van de WED, is niet bedoeld als punitieve sanctie. De maatregel maakt het mogelijk om de kosten te verhalen die de staat moet maken voor de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving en/of de volksgezondheid en ten aanzien waarvan de maatregel onttrekking aan het verkeer wordt opgelegd.

In de onderhavige zaak zijn kosten gemaakt om het vuurwerk dat verdachte voorhanden heeft gehad of had opgeslagen op te ruimen. Deze kosten zijn in een tweetal rapportages voldoende inzichtelijk gemaakt. De kosten voor de inzet van personeel voor de inbeslagname, het transport en de vernietiging bedragen in totaal € 21.541,--. Het feit dat verdachte uiteindelijk niet voor al het aangetroffen vuurwerk is vervolgd, maar voor slechts een deel daarvan, maakt dit niet anders. Het is aan het handelen van verdachte te wijten dat de staat deze kosten heeft moeten maken.

De rechtbank zal het gevorderde bedrag dan ook toewijzen en aan verdachte de maatregel kostenverhaal opleggen voor voornoemd bedrag. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 130 dagen gijzeling worden toegepast, zonder dat daardoor de betalingsverplichting van verdachte vervalt.

7. Het beslag

De onttrekking aan het verkeer

Het inbeslaggenomen vuurwerk en de softdrugs worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang en het bewezen feit met betrekking tot deze voorwerpen is begaan.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2, 6 en 8 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, de artikelen 1.2.2 en 1.2.4 van het Vuurwerkbesluit en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

82-195281-25 en 82-222303-25 feit 1 en feit 2, telkens:

overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

Maatregel

- legt aan verdachte de verplichting op tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en stelt het te betalen bedrag van die kosten vast op een bedrag van € 21.541,--;

- bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 130 dagen;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:

82-195281-25:

* goednummer PL2000-2023280377-2698899: vuurwerk, visco lont (1.3g brandbaar) lont;

* goednummer PL2000-2023280377-2654148: vuurwerk 246 kilogram (op zolder);

* goednummer PL2000-2023298068-2661645: vuurwerk 6,5 kilogram (1.1 g explosief);

82-222303-25:

* goednummer PL2000-2024334143-2810999: vuurwerk 644 kilogram;

* goednummer PL2000-2024334355-2810996: hasjiesj 53,22 gram (sealbagnummer 72398173).

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B. Prenger, voorzitter, en mr. C.E.M. Marsé en

mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C.M. Roebroeks, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 april 2026.

De oudste rechter is niet in de gelegenheid om dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging

82-195281-25

hij, op of omstreeks 2 november 2023 te Fijnaart, in elk geval in Nederland,al dan niet opzettelijk,professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten- 148 stuks, althans één of meer stuks knalvuurwerk (C2575C, 1.2 INCH 150SHOTS CAKE, Profi Cannon Shot Big Boy XL, Scream 100, Dumbum 30, Dum Bum, Caremalla, SHOCK BULL DOG en diverse shell’s), en/of- 43 stuks, althans één of meer stuks vuurpijlen, (SIGNALRAKETE),heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad in een woning behorende bijperceel [adres 2] ;( art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit )

82-222303-25

1

hij op of omstreeks 31 december 2024 te Zegge, in de gemeente Rucphen, al dan niet opzettelijk,

professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten:

- een of meer stuks knalvuurwerk (Dumbum 5g, Black Thunder,

Big Boy, CARAMELLA 16 g, COBRA 8, Super cobra 6,

Napolitaanse bom, 615 Shock Xtreme),

- een of meer Batterij Enkelschotsbuizen (BEST PRICE,

Pyrotechnology 2020, Fireworks show 520, Turbo Salut, Shine

and Rise, Fantastic, Best Price Firework 200, Crazy Palms, Best

Price Fireworks 130, Limited Edition, C49S-F3F30C, WILD

FIREWORKS, Dictator, Komodo Dragon, Best Price Fireworks

200, Barracuda, XB4108, PYRO KING 120 shot, XB4107A, 1 inch

300 shot cake, 150S 1-1.2 inch CAKE I,V,W F4, 1 inch 300SHOTS

CAKE, NYMC-242B, Cake 100S 1.2 inch CE, Professional Pyro 120

shot)

- een of meer Romeinse kaarsen (Brocade Gunfire),

- een of meer vuurpijlen (Neptun en Skyscream),

- een of meer enkelschotsbuizen (God Song en 1.2 Big Shot B),

- een of meer knalstrengen (T809 CELEBRATION CRACKER 100.000

S, Pianocracker 3000 en Mascleta),

- een of meer fonteinen (Colour Colour),

- een of meer shells (mortierbommen) (Witte koker shell),

voorhanden heeft gehad in een voertuig met [kenteken]

( art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit )

2

hij op of omstreeks 31 december 2024 te Zegge, in de gemeente Rucphen,

al dan niet opzettelijk,

een hoeveelheid, althans 183,68 kilogram, vuurwerk, te weten verschillende soorten vuurwerk (lijst I),

buiten een inrichting als bedoeld in:

artikel 1.1.4 van het Vuurwerkbesluit, en/of

artikel 2.2.1, 3.2.1 of 3A.2.1 van het Vuurwerkbesluit waarvoor een omgevingsvergunning is verleend die betrekking heeft op de opslag van vuurwerk,

en/of

artikel 2.2.1 van het Vuurwerkbesluit, waarvoor een melding is gedaan

krachtens artikel 2.2.4 van het Vuurwerkbesluit,

voorhanden heeft gehad,

immers had hij, verdachte, dit (consumenten)vuurwerk voorhanden in het voertuig met [kenteken] ;

( art 1.2.4 lid 1 Vuurwerkbesluit )

3

hij op of omstreeks 31 december 2024 te Zegge, in de gemeente Rucphen,

opzettelijk,

aanwezig heeft gehad,

ongeveer 53,22 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram,

hasjiesj,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

( art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?