Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-800367-18
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 24 maart 2026
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van
[betrokkene] (hierna: betrokkene)
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1989
wonende op het adres [woonadres]
raadsvrouw mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat te Barneveld
1. De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- het voortgangsverslag van de reclassering van 1 juli 2025;
- het verlengingsadvies van de reclassering van 28 januari 2026;
- het rapport van psychiater [psychiater] d.d. 6 januari 2026;
- de vordering van de officier van justitie van 17 februari 2026, strekkende tot een
verlenging van de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden met één
jaar.
2. De procesgang
Bij arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 23 maart 2021 is betrokkene in hoger
beroep schuldig bevonden aan mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Hij is ontslagen van alle rechtsvervolging en heeft een tbs opgelegd gekregen, waaraan de volgende voorwaarden zijn verbonden:
1. betrokkene maakt zich niet schuldig aan het plegen van een strafbaar feit;
2. betrokkene werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt
onder andere in:
- betrokkene meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering
bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- betrokkene laat een of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig
identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te
stellen;
- betrokkene houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De
reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van
het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
- betrokkene helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht
herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde
afwezigheid;
- betrokkene werkt mee aan huisbezoeken;
- betrokkene geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding
en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- betrokkene vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de
reclassering;
- betrokkene werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en
instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het
toezicht;
3. betrokkene werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum
(FPC) of andere instelling, als de reclassering dat nodig vindt. Deze time-out duurt
maximaal 7 weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal 7
weken, tot maximaal 14 weken per jaar;
4. betrokkene gaat niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen, zonder
toestemming van het Openbaar Ministerie;
5. betrokkene laat zich opnemen op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) in
[locatie] dan wel in een nader aan te wijzen soortgelijke intramurale
zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor
plaatsing, en, in het geval plaatsing met ingang van heden niet mogelijk mocht
blijken te zijn, tot het moment waarop plaatsing op de FPA [locatie] of die
andere aan te wijzen soortgelijke intramurale zorginstelling wel mogelijk is, ter
overbrugging in een soortgelijke door de reclassering te bepalen klinische instelling
voor forensisch psychiatrische zorg. De opname duurt zolang de reclassering dat
nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de
zorginstelling geeft voorde behandeling. Het innemen van medicijnen kan
onderdeel zijn van de behandeling. Als de reclassering een overgang naar ambulante
zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt betrokkene
mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
6. betrokkene laat zich behandelen door een nader te bepalen instelling, te bepalen
door de reclassering. De behandeling start na de klinische behandeling. De
behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan
de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het
innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
7. betrokkene verblijft in een nader te bepalen instelling voor beschermd wonen of
maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start op een
nader door de reclassering te bepalen startmoment. Het verblijf duurt zolang de
reclassering dat nodig vindt. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het
dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft
opgesteld;
8. betrokkene heeft of zoekt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact met
[persoon] , geboren op [geboortedag 2] 1972 te [plaats 1] , zolang het Openbaar Ministerie
dit verbod nodig vindt. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;
9. betrokkene werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van
afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in
het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Betrokkene geeft de
reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De tbs met voorwaarden is op 26 maart 2021 aangevangen.
Bij beslissing van deze rechtbank van 4 april 2023 is de tbs verlengd met twee jaar en daarbij is de bij arrest van 23 maart 2021 opgelegde voorwaarde onder 3 als volgt gewijzigd:
3.
als de reclassering dat nodig vindt en betrokkene daarmee instemt, kan betrokkene
voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum
(FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of betrokkene
deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging
met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
De termijn is laatstelijk bij beslissing van deze rechtbank op 4 april 2025 verlengd
met één jaar.
Tijdens het onderzoek ter zitting op 24 maart 2026 is de officier van justitie,
mr. I.M.H. Masselink, gehoord. Ook is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Verder is de heer [reclasseringswerker] , reclasseringswerker, als deskundige gehoord via een videoverbinding.
3. Adviezen
Advies reclassering
De reclassering heeft in haar rapport geadviseerd de tbs niet te verlengen. Zij vermeldt dat betrokkene zich meewerkend heeft opgesteld en actief heeft deelgenomen aan zijn behandeling en resocialisatie. Op 23 augustus 2025 is betrokkene verhuisd naar een flatwoning in [plaats 2] , waar hij zelfstandig woont. Deze verhuizing is zonder problemen verlopen. Betrokkene is gemotiveerd om aan de voorwaarden van bijzondere woonbemiddeling te voldoen om de huurwoning uiteindelijk op zijn eigen naam te krijgen. Hij ontvangt ambulante behandeling en begeleiding van het ForFact-team 1 en vanuit de forensische polikliniek [kliniek] . Verder wordt gerapporteerd dat zich gedurende de looptijd van de afgelopen tbs-periode geen incidenten hebben voorgedaan en dat betrokkene geen voorwaarden heeft geschonden. Onder de huidige omstandigheden, waarbij verdachte antipsyhotische medicatie gebruikt, wordt het risico op een nieuw geweldsdelict laag ingeschat. De reclassering schat tevens in dat verdachte zich zal blijven conformeren aan de bestaande psychiatrische begeleiding en behandeling als de tbs-maatregel zou eindigen.
De deskundige heeft mondeling toegelicht dat het psychosociaal functioneren van betrokkene al langere tijd stabiel is, ondanks zijn kwetsbaarheden. Hij heeft aangegeven dat er nooit incidenten zijn geweest. De deskundige bevestigt dat betrokkene de aangeboden begeleiding en behandeling op vrijwillige basis wil voortzetten en dat hij zich daarvoor meewerkend zal opstellen. Er is nagedacht om na de beëindiging van de tbs eventueel een andere maatregel op te leggen, bijvoorbeeld een zorgmachtiging in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, maar hiervan is de noodzaak niet gebleken, omdat betrokkene vrijwillig meewerkt.
De deskundige heeft benadrukt dat het nú het moment is om de tbs-maatregel te beëindigen.
Advies psychiater
Uit het rapport van de psychiater volgt dat bij betrokkene sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van schizofrenie, welke stoornis door farmacotherapeutische behandeling meer tot rust is gekomen. De psychiater schat de kans op recidive bij beëindiging van de tbs-maatregel als laag in, indien betrokkene ingebed blijft in een adequaat en passend zorgkader en hij trouw blijft aan het gebruik van antipsychotica. Het risicomanagement zoals dat thans wordt vormgegeven, is volgens de psychiater afdoende. Evenals de reclassering adviseert de psychiater de tbs-maatregel te beëindigen.
Hij acht wel van belang dat betrokkene zich begeleidbaar blijft opstellen, dat hij zijn medicatie blijft innemen, dat er toezicht op betrokkene is, dat de begeleiding van het FACT-team wordt gecontinueerd, dat blijvend rekening wordt gehouden met de beperkingen en kwetsbaarheden van betrokkene en dat er een gedegen terugvalpreventieplan klaarligt.
Los van de vraag of er in de huidige omstandigheden een zorgmachtiging kan worden verkregen, stelt de psychiater dat een dergelijke machtiging niet aan de orde is. Betrokkene heeft immers aangegeven zich vrijwillig aan de huidige vormen van hulpverlening te willen conformeren. Bovendien is er onder de huidige omstandigheden geen sprake van een ernstig nadeel.
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting verzocht de vordering af te wijzen. Zij heeft eerder
– zekerheidshalve ‒ een verlenging van de tbs-maatregel met één jaar gevorderd, omdat zij daartoe in verband met het verstrijken van de termijn gehouden was en haar op het moment van het indienen van de vordering onbekend was wat er tussen die datum van het indienen en de zittingsdatum nog zou worden gemonitord. Blijkens de rapportages van de reclassering en de psychiater is er sprake van een positieve voortgang van het functioneren van betrokkene en is de kans op recidive laag. Aan de wettelijke criteria voor de tbs wordt niet langer voldaan, zodat de tbs kan worden beëindigd en zij verzoekt de rechtbank de vordering af te wijzen.
5. Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsvrouw hebben verzocht de vordering af te wijzen, zodat de tbs-maatregel tot een einde komt.
Betrokkene heeft aangegeven dat het begeleid wonen hem goed af gaat. Hij hoopt voor een lange tijd in zijn woning te kunnen blijven wonen. Hij heeft nu ook fijne mensen om zich heen. Betrokkene werkt momenteel in dagdienst bij een slagerij in [plaats 3] . Voorts stelt betrokkene dat hij, in positieve zin, een ander mens is geworden door de voorgeschreven medicatie. Betrokkene heeft gezegd zich ervan bewust te zijn dat het belangrijk is dat hij zijn medicatie blijft innemen en dat de begeleiding van het FACT-team wordt voortgezet.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat betrokkene zich goed aan alle voorwaarden en afspraken heeft gehouden en een meewerkende houding heeft laten zien. Daarnaast is betrokkene voldoende ingebed in de zorg en is hij medicatietrouw. De raadsvrouw heeft verzocht om onmiddellijk mondeling uitspraak te doen.
6. Beoordeling
Gelet op de inhoud van de rapportages van de reclassering en de psychiater, kan worden geconcludeerd dat betrokkene heel goed en evenwichtig functioneert. Hij heeft op vele gebieden positieve ontwikkelingen doorgemaakt. Hij woont zelfstandig, heeft een baan en heeft niet veel last meer van zijn stoornis door de medicatie die hij consequent inneemt. De kans op recidive wordt door zowel de reclassering als de psychiater als laag ingeschat.
Er kan van worden uitgegaan dat de huidige begeleiding en behandeling van betrokkene door het FACT-team in een vrijwillig kader wordt voortgezet.
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, niet langer meer eist dat de tbs-maatregel wordt verlengd. De vordering van de officier van justitie wordt dan ook afgewezen.
7. Beslissing
De rechtbank:
wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs-maatregel.
Deze beslissing is genomen door mr. F.L. Donders, voorzitter, mr. E.B. Prenger en
mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C.M. Roebroeks, griffier, en is een schriftelijke bevestiging van de uitspraak die is gedaan ter openbare zitting op 24 maart 2026.