Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-120096-23
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 8 april 2026 met betrekking tot de verlenging van de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
verblijvende op het [adres] ,
hierna: betrokkene,
raadsman mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 4 april 2024 is betrokkene veroordeeld tot 281 dagen gevangenisstraf en de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden. De tbs is gelast ter zake van de eendaadse samenloop van diefstal met geweld in vereniging en wederrechtelijke vrijheidsberoving. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 4 april 2024.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 11 februari 2026 van het Openbaar Ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met voorwaarden. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 25 maart 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. S. van der Wilt-Withfield, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door haar raadsman mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal.Voorts zijn als deskundigen gehoord [persoon 1] en [persoon 2] , beiden reclasseringswerker bij GGZ ERW Novadic Kentron (hierna: de reclassering).
3. Adviezen
Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport d.d. 30 januari 2026 de tbs te verlengen met twee jaren. Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en er is sprake van een stoornis in het gebruik van stimulantium (cocaïne). Betrokkene is gemotiveerd om maatschappelijk geaccepteerde doelen na te streven. Hierbij is echter sprake van een beperkte belastbaarheid met een hoge draaglast. De combinatie van de tbs met het traject van jeugdzorg om haar dochter (gedeeltelijk) terug in huis te krijgen, zorgt voor grote druk bij betrokkene. Om de spanningen te reguleren heeft zij externen nodig en zij doet daarbij voornamelijk een beroep op de hulpverlening. Afgelopen periode heeft betrokkene een terugval in het middelengebruik gehad wat heeft geresulteerd in een time-out plaatsing bij de Forensische Verslavingsafdeling van Novadic Kentron. Sindsdien verblijft betrokkene weer in haar woning en ontvangt zij zeer intensieve begeleiding. De reclassering vraagt zich af of het betrokkene lukt om zich staande te houden in deze woonsetting en zij schatten het recidiverisico hoog in wanneer de hulpverlening wegvalt. Binnen de huidige kaders worden de risico’s ingeschat als gemiddeld.
De reclassering acht de situatie op dit moment nog onvoldoende stabiel. De recente terugval in middelengebruik heeft aangetoond dat het betrokkene niet lukt om zich staande te houden zonder intensieve, externe sturing en ook de komende periode zal zich blijven kenmerken door onduidelijkheid en veranderingen (o.a. de situatie met haar dochter) die zij zelfstandig onvoldoende kan structureren. De reclassering schat in dat, mede vanwege de verstandelijke beperking, stabilisering van de situatie van betrokkene geruime tijd in beslag zal nemen en acht een verlenging van twee jaren noodzakelijk. De reclassering heeft de verlenging van een jaar overwogen, maar schat in dat het langer duurt voordat betrokkene een stabiel leven zal leiden en de tbs verantwoord afgerond kan worden. Ook acht de reclassering het van belang om de situatie geruime tijd te monitoren, omdat niet kan worden uitgesloten dat er uiteindelijk toch ingezet moet worden op een begeleide woonvorm als de huidige woonsituatie onvoldoende haalbaar blijkt. Daarnaast ervaart betrokkene veel spanning rond het verlengingsproces, waardoor de reclassering nauwelijks toekomt aan het bespreken van overige onderwerpen. Indien de maatregel met een jaar wordt verlengd, zal dit over enkele maanden opnieuw spanningen met zich meebrengen waardoor het proces wordt vertraagd.
Geadviseerd wordt om geen wijziging in de opgelegde voorwaarden aan te brengen.
Ter zitting hebben de deskundigen daaraan toegevoegd dat betrokkene haar eigen behandeling moet prioriteren en niet alleen haar dochter. Voor het reguleren van spanningen moeten nog behandelingen volgen, omdat betrokkene op dit moment nog iemand nodig heeft om haar spanning te reguleren. Sinds een maand is er meer stabiliteit en betrokkene ervaart nu meer rust dan in de periode waarin ze een terugval had, maar daarmee is niet gezegd dat ze de stabiliteit kan behouden. Er komt nog opvoedondersteuning voor haar dochter en de dagbesteding is verminderd om de belastbaarheid van betrokkene dragelijk te houden. Begeleid wonen is nu niet aan de orde; betrokkene woont zelfstandig en heeft ambulant afspraken. Het lukt haar moeilijk om de planning te structureren en er wordt gezien dat ze veel nabijheid nodig heeft. De afgelopen drie maanden is het veel over de verlengingszitting gegaan. Behandeling en therapie zullen niet op korte termijn worden afgesloten vanwege de beperking van betrokkene. Een periode van twee jaar geeft meer tijd en ruimte om te werken naar een soepelere overdracht met de hulpverlening. De reclassering acht een periode van twee jaar nodig om daarna te kunnen toewerken naar het einde van de tbs. Ten aanzien van het alcoholverbod en uitreisverbod wordt geadviseerd om die niet te laten vervallen.
Advies psycholoog
Uit het rapport van [psycholoog] van 22 januari 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een neurobiologische ontwikkelingsstoornis in de zin van een licht verstandelijke beperking en een stoornis in het gebruik van cocaïne. De persoonlijkheid is eveneens beperkt ontwikkeld. Alhoewel ingeschat wordt dat er sprake is van een matig recidiverisico, blijft betrokkene een beperkte, kwetsbare vrouw bij wie afhankelijkheid, beïnvloedbaarheid en impulsiviteit, gecombineerd met beperkte copingvaardigheden, haar kwetsbaar maken om bij oplopende stress of onduidelijkheid terug te vallen in het gebruik van met name cocaïne. Het invoegen van de dochter van betrokkene in de woonsituatie werkt op zichzelf beschermend, maar vormt een grote risicofactor voor langdurige terugval in cocaïne als blijkt dat het invoegen in de leefsituatie niet haalbaar is. Ook de lichamelijke problemen zijn stressvol en vormen een risicofactor. Zolang de beschermende factoren, zoals het contact met haar moeder, het hebben van woonruimte en de professionele begeleiding aanhouden, wordt ingeschat dat periodiek terugvallen in cocaïnegebruik niet binnen zeer korte tijd tot totaal deviant afglijden in het gebruikerscircuit leidt met toenemend crimineel gedrag. Als de beschermende factoren wegvallen, is er een matige -en mogelijk verder oplopende kans op recidive, functioneel aan een verslavingsbestaan.
De psycholoog adviseert de tbs met voorwaarden met éėn jaar te verlengen. Het komende jaar kan worden benut om meer rust te brengen in de woonsituatie en leven van betrokkene en beschermende factoren aan kracht te laten winnen. Hierdoor is er dan mogelijk sprake van de inbedding van een duidelijke, routinematige structuur wat betrokkene meer rust en overzicht kan geven. Duidelijkheid en begrenzing van betrokkene blijven van belang. Omdat betrokkene ook na een beëindiging van de tbs gemotiveerd is voor begeleiding, kan over een jaar worden getoetst of forensische inbedding van de begeleiding nog nodig is. Ingeschat wordt dat de uiteindelijke uitslag van het perspectiefonderzoek van de Stichting Dag- en Woonvoorziening (SDW), die onderzoek doet naar terugplaatsing van de dochter van betrokkene, grote impact zal hebben op het al dan niet stabiel functioneren van betrokkene.
De psycholoog ziet geen zwaarwegende redenen om niet over te gaan tot het toestaan van alcoholgebruik door betrokkene.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met voorwaarden met twee jaren te verlengen. In september 2025 heeft betrokkene een terugval in middelengebruik gehad. Ook was er sprake van misbruik van medicatie. Er is een risico op terugval in cocaïnegebruik, al dan niet onder invloed van stress en het huidige kader biedt meer mogelijkheden om in te grijpen. Uitgangspunt is verlenging met twee jaren. Bij verlenging met één jaar wordt de verwachting gewekt dat de tbs daarna kan worden beëindigd, maar dat lijkt nog een brug te ver. De officier van justitie verzet zich tegen het laten vervallen van het alcoholverbod en het uitreisverbod.
Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsman hebben verlenging van de tbs met voorwaarden bepleit met één jaar. Ook is verzocht de voorwaarden het alcoholverbod en het uitreisverbod te laten vervallen. Betrokkene houdt zich aan de afspraken en doet het goed tijdens de tbs. Zij wil haar best doen om de behandeling binnen een jaar af te ronden. Betrokkene ervaart niet veel spanning rond de verlengingszitting en de situatie met haar dochter is stabiel.
5. Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs met voorwaarden eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de reclassering en de extern gedragsdeskundige wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. Het recidiverisico wordt oplopend naar hoog ingeschat bij het wegvallen van de tbs. De tbs zal daarom worden verlengd.
Uitgangspunt is dat wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van betrokkene meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met een termijn van één jaar, de tbs - behoudens bijzondere omstandigheden - verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren. Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een dergelijke bijzondere omstandigheid, omdat de situatie van betrokkene ten opzichte van het advies van de reclassering is gestabiliseerd.
Hoewel de terugval in cocaïnegebruik redelijk recent heeft plaatsgevonden, is de situatie van betrokkene sindsdien veranderd. Het onderzoek van SDW is gereed en heeft geleid tot de terugkomst van de dochter van betrokkene. Zij woont sinds een paar weken weer volledig bij betrokkene. Uit het rapport van de psycholoog volgt dat de afwezigheid van haar dochter de grootste bron van onrust en spanningen opleverde bij betrokkene. Deze is nu weggenomen waardoor de situatie voor betrokkene stabieler is. Voor de opvoedsituatie zal opvoedondersteuning gaan plaatsvinden en het is van belang dat de behandeling van betrokkene doorloopt en zij daarvoor gemotiveerd blijft. Wel ziet de rechtbank dat de positieve ontwikkeling erg pril is. Het is dan ook aan betrokkene om komend jaar te laten zien dat zij meer rust en structuur in haar leven en woonsituatie kan brengen. Daarbij is het ook van belang dat de begeleiding betrokken blijft.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de tbs met voorwaarden van betrokkene moet worden verlengd met één jaar.
Voor het laten vervallen van het alcoholverbod en uitreisverbod ziet de rechtbank geen aanleiding. De rechtbank gaat ervan uit dat de reclassering, zoals ter zitting is aangegeven, betrokkene laat oefenen met het gebruik van alcohol als zij vinden dat betrokkene daaraan toe is.
6. Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met 1 (één) jaar;
wijst af het meer of anders gevorderde of verzochte.
Deze beslissing is genomen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mr. C.H.M. Pastoors en mr. C.R.R. Loeve, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.W. Schalk, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 8 april 2026.