Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-278932-25
Vonnis van de meervoudige kamer van 9 april 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1997,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,
raadsman mr. P.A. Groenhuis, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
feit 1 zich schuldig heeft gemaakt aan grooming;
feit 2 zich schuldig heeft gemaakt aan grooming dan wel heeft geprobeerd zich daar schuldig aan te maken;
feit 3 kinderporno voorhanden heeft gehad.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van de feiten 1 en 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank nu verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd. Ter zake feit 3 heeft de raadsman vrijspraak bepleit nu in de tenlastelegging staat genoemd dat de borsten op de afbeeldingen zijn te zien, maar slechts sprake is van een gedeelte van het decolleté.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
feit 3
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij pornografische afbeeldingen in bezit had waarop “borsten” van de minderjarige zichtbaar zouden zijn. De rechtbank stelt echter vast dat uit de feitelijke omschrijving van deze afbeeldingen in het proces-verbaal van bevindingen enkel blijkt van een decolleté. De rechtbank overweegt dat een decolleté – zijnde de inkijk van een kledingstuk bij hals of borstpartij – wezenlijk verschilt van borsten. Nu het dossier geen ander bewijsmiddel bevat waaruit blijkt dat daadwerkelijk sprake is van de weergave van borsten (en ook niet blijkt van een eveneens ten laste gelegd geslachtsdeel of billen) kan hetgeen in de tenlastelegging is opgenomen onder feit 3 niet wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte zal daarvan dan ook worden vrijgesproken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Tenlastelegging
feit 1 in de periode van 9 maart 2025 tot en met 20 april 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] geboren [geboortedag 2] 2010, indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door via social media (Whatsapp) onder meer de volgende berichten naar die [slachtoffer] te sturen:- “Zou je het een leuke/sexy/geile gedachten vinden als ik mij morgen aftrek terwijl je die sexy foto's voor me maakt [slachtoffer] ? Als een soort voorproefje op onze date?” en - "God wat ben jij toch een sexy wijf zeg, ik kan echt niet wachten om je lekker hard klaar te laten komen als we samen zijn" en - "Maar nu dus effe geen zin in iets [slachtoffer] ? Want ik ben echt heel erg opgewonden van je foto's van gisteren" en - "Ik heb al meer dan een uur echt een erectie omdat ik steeds aan je denk" en - “We zien het dan wel goed? Als je rondom je vagina en clitoris nog te eng vind doen we gewoon iets anders goed?” en
- dat hij verdachte, een “seks-related” droom over die [slachtoffer] had en - die [slachtoffer] te vragen om seksueel getinte foto’s aan hem, verdachte, te sturen;
feit 2 in de periode van 9 maart 2025 tot en met 20 april 2025 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren te weten [slachtoffer] geboren [geboortedag 2] 2010, meer ontmoetingen heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden en enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door- via social media (Whatsapp) contact te zoeken met die [slachtoffer] en - die [slachtoffer] seksueel getinte vragen te stellen en
- vervolgens met die [slachtoffer] af te spreken in [plaats] en - een routekaart naar [plaats] aan die [slachtoffer] te sturen en - aan te geven dat hij zijn auto klaar heeft gemaakt en - vervolgens naar [plaats] te gaan.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert een gevangenisstraf van zes maanden op te leggen waarvan
drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast vordert de officier van justitie een taakstraf van 240 uur en een vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een contactverbod met aangeefster en haar ouders op grond van artikel 38v Wetboek van Strafrecht voor de duur van vijf jaar, waarbij per overtreding twee weken hechtenis kan worden toegepast.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de houding van verdachte en met het feit dat hij geen strafblad heeft. Een gevangenisstraf zal een ongunstig effect op verdachte hebben en dingen die hij heeft opgebouwd kunnen doorkruisen. De verdediging verzoekt te volstaan met het opleggen van een taakstraf en daaraan eventueel gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals deze zijn geadviseerd door de reclassering.
Het oordeel van de rechtbank
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming. Hij heeft via TikTok contact gezocht met de veertienjarige [slachtoffer] en later contact onderhouden via WhatsApp. Verdachte was op dat moment 27 jaar oud en heeft verschillende berichten aan [slachtoffer] gestuurd die seksueel getint waren. Ook stelde verdachte voor om elkaar fysiek te ontmoeten. Uit de berichten valt op te maken dat het doel van verdachte was om seksuele handelingen met [slachtoffer] te verrichten. Uiteindelijk komt het tot een afspraak en fysieke ontmoeting. Later volgt een tweede afspraak, maar wordt een feitelijke ontmoeting door ingrijpen van de ouders van [slachtoffer] voorkomen.
Verdachte heeft zich bij zijn handelen kennelijk laten leiden door zijn seksuele fantasieën en heeft er niet bij stilgestaan dat dergelijk handelen kan zorgen voor psychische schade bij een minderjarige en diens normale seksuele ontwikkeling in de weg kan staan. Verdachte wist ook dat [slachtoffer] autistisch was, kampte met mentale problematiek, haar toevlucht zocht bij verdachte en hem in vertrouwen nam. Ter zitting heeft verdachte willen doen voorkomen dat zijn bedoelingen platonisch zijn geweest, maar gelet op met name de inhoud van de WhatsAppgesprekken zijn de seksuele gevoelens bij verdachte het contact steeds meer gaan bepalen. Dit neemt de rechtbank verdachte kwalijk.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte per 4 februari 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.
De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies van 17 februari 2026. Hieruit volgt dat verdachte niet geheel doordrongen lijkt te zijn van de ernst van de ten laste gelegde feiten. Hij benadrukt meermaals dat hij zich niet heeft gerealiseerd dat [slachtoffer] veertien jaar oud was. Verdachte heeft zijn leven redelijk op orde. Hij woont bij zijn vader en jongere broer en heeft sinds kort een vaste, fulltime aanstelling in een ICT-consultancy functie. Er zijn geen financiële problemen en er is geen sprake van middelenmisbruik. Zijn vaste aanstelling en de opleiding die hij volgt worden door de reclassering gezien als beschermende factoren. Deze bieden hem structuur, een gevoel van zingeving en sociaal contact. Risicofactoren worden met name gezien in het psychosociaal welzijn en in het sociale mediagebruik. Verdachte is eerder gediagnosticeerd met ASS-problematiek en heeft weinig sociale contacten. Zijn behoefte aan contact en intimiteit ten tijde van het ten laste gelegde, heeft hij op een verkeerde manier ingevuld. Mogelijk speelt zijn autisme spectrum problematiek hierin (mede) een rol. Beperkingen in het sociale mediagebruik, alsmede behandeling en begeleiding zijn wenselijk om ervoor te zorgen dat de kans op herhaling zo klein mogelijk is. Het risico op recidive wordt ingeschat als gemiddeld. Geadviseerd wordt een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, contactverbod, vermijden contact met minderjarigen en het vermijden van digitale omgevingen van seksueel kindermisbruik.
De strafoplegging
Alles afwegend, acht de rechtbank passend en geboden een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
De rechtbank zal bepalen dat de bijzondere voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De rechtbank zal – anders dan door de officier van justitie is gevorderd – geen vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. De rechtbank is van oordeel dat kan worden volstaan met een contactverbod in het kader van de bijzondere voorwaarden. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf opleggen van 240 uur, bij niet goed verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis.
7. De vordering van de benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.071,30, waarvan
€ 71,30 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.
Materiële schade
De benadeelde partij heeft ten aanzien van de materiële schade twee posten opgevoerd, te weten reiskosten naar het politiebureau en naar de bedrijfsarts. Met betrekking tot deze reiskosten overweegt de rechtbank als volgt. Gevorderde reiskosten voor het bezoek aan de politie, slachtofferhulp en/of advocaat betreffen geen schade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit (HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2338). Zij komen in beginsel ook niet in aanmerking als kosten gemaakt ter vaststelling van de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:96 lid 2 onder b BW (vgl. bijv. HR 10 januari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF0690, NJ 2003/537, m.nt. [naam] ). Gelet op het bepaalde in art. 238 Rv komen zij ook niet voor vergoeding in aanmerking als proceskosten. Deze vordering zal worden afgewezen.
Voor de reiskosten die zien op de bedrijfsarts overweegt de rechtbank dat niet is gebleken van een causaal verband met de bewezenverklaarde feiten nu deze kosten voor en door de moeder van aangeefster zijn gemaakt. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard voor dit gedeelte van de vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft ten aanzien van de immateriële schade twee posten opgevoerd,
te weten de psychische klachten van [slachtoffer] en de burn-out van haar moeder. De psychische klachten van [slachtoffer] die zouden voortvloeien uit het ten laste gelegde feit zijn onvoldoende onderbouwd. Gebleken is dat [slachtoffer] ook voor de bewezenverklaarde feiten kampte met psychische klachten en behandeling kende en niet is duidelijk welke klachten pas nadien zijn ontstaan.
Verdere behandeling van dat deel van de vordering levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op, zodat de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard. Dat deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Voor de kosten in verband met de burn-out van de moeder van [slachtoffer] heeft te gelden dat niet is gebleken van een causaal verband met de bewezen verklaarde feiten, nu deze kosten door de moeder zijn gemaakt. De benadeelde partij zal daarom ook voor dit gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan eveneens bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 251 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van het onder feit 3 ten laste gelegde feit;
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren;
feit 2:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren een ontmoeting voorstellen voor seksuele doeleinden en enige handeling ondernemen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich binnen drie werkdagen meldt na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt om het reclasseringstoezicht uit te voeren;
* dat verdachte zich laat behandelen door forensische polikliniek [kliniek] of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Diagnostiek zal een onderdeel zijn van de behandeling bij [kliniek] , zodat verder onderzoek gedaan kan worden naar de verklaring voor zijn handelen;
* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft met de aangeefster en haar ouders;
* dat verdachte op geen enkele wijze contact zoekt met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk. Als contacten onvermijdelijk zijn, zorgt verdachte dat hierbij altijd een andere volwassene aanwezig is;
* dat verdachte gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch
materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt
gecommuniceerd en games met chatfunctie, die specifiek ontwikkeld zijn voor minderjarigen vermijdt;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die betrokkene in gebruik heeft.
Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) 6 keer worden uitgevoerd, waarbij de
persoonlijke levenssfeer van betrokkene zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
Benadeelde partij
- wijst de vordering (materiële kosten € 52.90) van de benadeelde partij [slachtoffer] af;
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige gedeelte van de vordering (materiële kosten € 18,40 en immateriële kosten € 2.000,-) niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. van Kralingen, voorzitter en mr. C.H.M. Pastoors en mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van K. van Rijs, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 april 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Tenlastelegging
1hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2025 tot en met 20 april 2025 te [plaats] , gemeente Zundert en/of te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas en/of elders in Nederland, een kind beneden de leeftijd vanzestien jaren, te weten [slachtoffer] geboren [geboortedag 2] 2010, indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door via socialmedia (Whatsapp) onder meer de volgende berichten naar die [slachtoffer] te sturen:- “Zou je het een leuke/sexy/geile gedachten vinden als ik mij morgen aftrek terwijl je die sexy foto's voor me maakt [slachtoffer] ? Als een soort voorproefje op onze date?” en/of- "God wat ben jij toch een sexy wijf zeg, ik kan echt niet wachten om je lekker hard klaar te laten komen als we samen zijn" en/of- "Maar nu dus effe geen zin in iets [slachtoffer] ? Want ik ben echt heel erg opgewonden van je foto's van gisteren" en/of- "Ik heb al meer dan een uur echt een erectie omdat ik steeds aan je denk" en/of- “We zien het dan wel goed? Als je rondom je vagina en clitoris nog te eng vind doen we gewoon iets anders goed?” en/of- dat hij verdachte, een “seks-related” droom over die [slachtoffer] had en/of- die [slachtoffer] te vragen om seksueel getinte foto’s aan hem, verdachte, te sturen,althans berichten naar die [slachtoffer] te sturen waarin hij, verdachte, voorstelt ontuchtige handelingen bij die [slachtoffer] te verrichten en/of die [slachtoffer] te vragen ontuchtige handelingen bij zichzelf en/of bij hem te verrichten;( art 251 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )
2hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2025 tot en met 20 april 2025 te [plaats] , gemeente Zundert en/of te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas in elk geval in Nederland, een kind beneden de leeftijd vanzestien jaren te weten [slachtoffer] geboren [geboortedag 2] 2010, een of meer ontmoeting(en) heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden en enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door- via social media (Whatsapp) contact te zoeken met die [slachtoffer] en/of- die [slachtoffer] seksueel getinte vragen te stellen en/of- vervolgens met die [slachtoffer] af te spreken in [plaats] en/of- een routekaart naar [plaats] aan die [slachtoffer] te sturen en/of- aan te geven dat hij zijn auto klaar heeft gemaakt en/of- vervolgens naar [plaats] te gaan;( art 251 lid 1 ahf/ond c Wetboek van Strafrecht )subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2025 tot en met 20 april 2025 te [plaats] , gemeente Zundert en/of Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplan, in elk geval in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind beneden de leeftijd van zestien jaren te weten [slachtoffer] geboren [geboortedag 2] 2010. een ontmoeting voor te stellen voor seksuele doeleinden en enige handelingheeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door- via social media (Whatsapp) contact te zoeken met die [slachtoffer] en/of- die [slachtoffer] seksueel getinte vragen te stellen en/of- vervolgens met die [slachtoffer] af te spreken in [plaats] en/of- een routekaart naar [plaats] aan die [slachtoffer] te sturen en/of- aan te geven dat hij zijn auto klaar heeft gemaakt en/of- vervolgens naar [plaats] te gaanterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;( art 251 lid 1 ahf/ond c Wetboek van Strafrecht )
3hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 9 maart 2025 tot en met 20 april 2025 te Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas, althans in Nederland, een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij [slachtoffer] geboren [geboortedag 2] 2010, die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken in bezit heeft gehad, te weten, afbeeldingen waarop die [slachtoffer] poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk hetgeslachtsdeel, de borsten en/of billen van die [slachtoffer] in beeld worden gebracht;( art 252 Wetboek van Strafrecht, art 254 lid 1 ahf/ond c Wetboek van Strafrecht )