Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummers: 02-337196-25, 02-275883-25, 02-223603-25, 02-319157-25 en
02-335250-25 (ter terechtzitting gevoegd)
Vonnis van de meervoudige kamer van 10 april 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [verblijfplaats] ,
raadsman mr. R. el Bellaj, advocaat te Tilburg.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 maart 2026, waarbij de officier van justitie mr. M. Nijboer en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder de voormelde parketnummers gevoegd.
2. De tenlastelegging
De tenlasteleggingen zijn als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte
Parketnummer 02-337196-25
Parketnummer 02-275883-25
Parketnummer 02-223603-25
Parketnummer 02-319157-25
Parketnummer 02-335250-25
gereedschap uit een auto heeft gestolen.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
Parketnummer 02-337196-25
1.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging zware mishandeling van [slachtoffer 1] . Zij baseert zich daarbij op de aangifte, de medische verklaring en de camerabeelden waarop verdachte is herkend. Voor het slaan met een kettingslot is onvoldoende bewijs.
2.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft bekend de spraakberichten naar haar te hebben gestuurd en er is geen reden te twijfelen aan de aangifte waarin staat dat dit op 19 november 2025 is gebeurd.
3.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een auto heeft gestolen met gebruik van een valse sleutel. Zij baseert zich daarbij op de aangifte en het gegeven dat korte tijd na de diefstal de auto en de autosleutels onder verdachte zijn aangetroffen.
Parketnummer 02-275883-25
1.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van drie bromfietsen en een kentekenplaat. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangiftes, de getuigenverklaring van [slachtoffer 1] , de processen-verbaal van bevindingen van de verbalisanten, de camerabeelden en de herkenning van verdachte op die beelden.
2.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte, de getuigenverklaring van de moeder van verdachte, de getuigenverklaring van [slachtoffer 1] en de in het dossier aanwezige foto’s.
3.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich niet heeft gehouden aan de gedragsaanwijzing. Tijdens een locatie- en contactverbod is verdachte bij de woning van zijn ouders geweest.
4.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak van een fatbike. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door [verbalisant 1] . De verklaringen die verdachte hierover heeft afgelegd zijn wisselend en bovendien niet te rijmen met hetgeen door [verbalisant 1] is waargenomen, zodat deze terzijde moeten worden geschoven.
Parketnummer 02-223603-25
1.
De officier van justitie verzoekt verdachte vrij te spreken van heling van de fatbikes, omdat niet is vast te stellen dat verdachte ten tijde van het aantreffen van de fatbikes in de woning van zijn ouders verbleef.
2.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gevaarlijk weggedrag. De officier van justitie baseert zich daarbij op het proces-verbaal van getuigenverhoor van buitengewoon opsporingsambtenaar [BOA] en de herkenning van verdachte als bestuurder van de Jeep.
3.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte auto heeft gereden, terwijl zijn rijbewijs was geschorst. De officier van justitie baseert zich hierbij op het proces-verbaal van aanhouding en de gegevens van het CBR. Het besluit van het CBR is in persoon aan verdachte uitgereikt, zodat hij op de hoogte was van de schorsing van zijn rijbewijs.
4.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een rechtmatig gegeven bevel tot bloedonderzoek heeft geweigerd. Zij baseert zich daarbij op de processen-verbaal van bevindingen.
5.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een kentekenplaat heeft verduisterd. Zij baseert zich daarbij op de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] .
6.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van een Jeep Wrangler. Zij baseert zich daarbij op de aangifte en de processen-verbaal van bevindingen waaruit blijkt dat verdachte de Jeep heeft bestuurd en verdachte de verduisterde kentekenplaat en een geprinte kentekenplaat van de Jeep van zijn vader op deze Jeep had bevestigd. Verdachte wist dus dat de Jeep van misdrijf afkomstig was en heeft dit willen maskeren met de kentekenplaten.
7, 8 en 9
De officier van justitie acht deze feiten wettig en overtuigend bewezen gelet op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.
Parketnummer 02-319157-25
1.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geen voorrang heeft verleend en daarmee een verkeersongeval heeft veroorzaakt. Uit de getuigenverklaringen valt op te maken dat verdachte de voorrangsregels daar ter plaatse heeft overtreden.
2.
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte onder invloed van cocaïne heeft gereden. Uit bloedonderzoek is gebleken dat het bloed van verdachte 93 microgram per liter bloed bevatte.
Parketnummer 02-335250-25
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte en de bekennende verklaring van verdachte.
Het standpunt van de verdediging
Parketnummer 02-337196-25
1.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. De persoon op de beelden kan niet worden geïdentificeerd als zijnde verdachte. Voorts kan, kijkend naar het beperkte letsel, het opzet op zwaar lichamelijk letsel niet worden vastgesteld. Ook de subsidiair ten laste gelegde mishandeling kan niet bewezen worden, omdat het dossier onvoldoende betrouwbaar bewijs bevat om het daderschap vast te kunnen stellen.
2.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken, omdat niet kan worden vastgesteld dat de bedreiging op de ten laste gelegde datum is geuit.
3.
De verdediging verzoekt verdachte vrij te spreken van de diefstal c.q. heling. Het dossier bevat geen direct bewijs waaruit kan worden opgemaakt dat verdachte de Mercedes heeft gestolen. Dit geldt tevens ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde heling. De verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte zou hebben gezegd dat de Mercedes gestolen was, wordt niet ondersteund door objectieve gegevens.
Parketnummer 02-275883-25
1.
De verdediging verzoek verdachte vrij te spreken van de diefstal c.q. heling. Er is enkel een vermoeden dat verdachte op een gestolen scooter zou hebben gereden. Dat verdachte op beelden zou worden gezien met de scooters, maakt nog niet dat hij wetenschap zou hebben. Ook de verklaring van [slachtoffer 1] hieromtrent is onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
2.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. Het dossier bevat onvoldoende objectief steunbewijs om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.
3.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken, omdat objectieve ondersteuning voor de verklaring van de moeder van verdachte ontbreekt.
4.
De verdediging verzoek verdachte vrij te spreken van de diefstal c.q. heling. Direct bewijs voor betrokkenheid bij de diefstal ontbreekt in het dossier.
De verklaring van verdachte over de fatbike wordt voorts niet weerlegd door het dossier. Er is geen enkel aanknopingspunt dat verdachte wist of moest vermoeden dat de fiets van diefstal afkomstig was.
Parketnummer 02-223603-25
1.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. Er kan
niet worden vastgesteld dat verdachte deze fietsen heeft verworven of voorhanden heeft gehad, laat staan dat hij wist dat ze van diefstal afkomstig waren. Het bewijs voor zowel het voorhanden hebben als de wetenschap ontbreekt
2.
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank
3.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. Verdachte betwist dat hij het besluit heeft ontvangen. Hij herkent de handtekening op de akte van uitreiking niet en deze wijkt ook zichtbaar af van zijn handtekening elders in het dossier.
4.
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
5.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. Het enkel aantreffen van de kentekenplaat zegt niets over de intentie die verdachte had en daarmee kan niet
worden vastgesteld dat sprake is van opzettelijke wederrechtelijke toe-eigening.
6.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. De verklaring van verdachte dat hij de Jeep mocht lenen, wordt niet weerlegd door objectieve bewijsmiddelen. Het
enkele feit dat een auto later gestolen blijkt te zijn en voorzien is van andere kentekenplaten, betekent nog niet dat verdachte daarvan wetenschap had.
7, 8 en 9
De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring. Verdachte heeft deze feiten bekend.
Parketnummer 02-319157-25
1.
De verdediging verzoekt verdachte van dit feit vrij te spreken. Er kan niet zonder meer worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk een verkeersfout in de zin van artikel 18 RVV heeft gemaakt.
2.
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Parketnummer 02-335250-25
De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Parketnummer 02-337196-25
1.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] . De rechtbank gaat daarbij uit van de aangifte van [slachtoffer 1] , die grotendeels wordt ondersteund door verschillende camerabeelden. Verdachte is herkend op camerabeelden.
Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat ook het slaan met het kettingslot tegen het lichaam van [slachtoffer 1] wettig en overtuigend kan worden bewezen. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat ze zag dat verdachte haar sloeg met een kettingslot dat hij bij zich had. In het dossier zitten camerabeelden van een studentenvereniging die is gevestigd in de [straat 1] , waar het feit is gepleegd. Deze beelden zijn uitgekeken. Verbalisant zag daarop dat verdachte rond het tijdstip van het feit op beeld stond en dat hij een kettingslot om zijn nek had. Hiervan zit een still in het dossier. De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte dit kettingslot heeft gebruikt om [slachtoffer 1] mee te slaan.
Overeenkomstig de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte één of meerdere bakstenen tegen het lichaam van [slachtoffer 1] of in de richting van het lichaam van [slachtoffer 1] heeft gegooid.
Op de beelden is te zien dat verdachte met geschoeide voet tegen het lichaam en tegen het hoofd van [slachtoffer 1] schopt, terwijl zij op de grond ligt. Hij neemt zelfs op enig moment een aanloop om in haar richting te trappen. Ook is te zien dat verdachte meerdere slaande bewegingen maakt in haar richting. Uit de medische gegevens blijkt van letsel aan het hoofd van [slachtoffer 1] . De rechtbank is van oordeel dat verdachte met deze gedragingen, in het bijzonder het schoppen tegen het hoofd, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen.
2.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer 1] . Verdachte bekent deze bedreiging ook te hebben geuit. De rechtbank gaat voor wat betreft de pleegdatum uit van 19 november 2025. Deze datum heeft aangeefster genoemd in de aangifte en dit wordt ondersteund door het WhatsApp-gesprek tussen aangeefster en de politie waarbij aangeefster kort voor 20 november 2025 dit geluidsfragment aan de politie heeft verzonden.
3.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een Mercedes-Benz E200 kompressor met [kenteken 1] (hierna: de auto) heeft gestolen door gebruik te maken van een valse sleutel.
Op 8 december 2025 heeft aangeefster de auto bij het [straat 2] geparkeerd en afgesloten. De volgende dag bleek de auto te zijn gestolen.
[slachtoffer 1] heeft op 10 december 2025 verklaard dat verdachte haar had opgehaald met de auto. Verdachte had haar verteld dat hij de auto de dag ervoor had gestolen bij het [straat 2] . De auto is op 10 december 2025 aangetroffen. In de auto lag op de grond van de bijrijdersstoel een tasje met daarin drie bankpasjes op naam van [slachtoffer 1] . Bij de aanhouding van verdachte op 10 december 2025 is in zijn broekzak een autosleutel van een Mercedes-Benz aangetroffen. Verbalisanten zagen dat met deze autosleutel de gestolen auto van het slot ging.
De op 10 december 2025 onder verdachte aangetroffen telefoon is onderzocht. In de telefoon stonden verschillende zoekopdrachten opgeslagen, waaronder ‘slot uitboren’ op 8 en op 9 december 2025 en ‘Mercedes-Benz E 200 kompressor’ op 9 december 2025.
De hiervoor opgesomde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, vragen om een nadere verklaring van de verdachte. De rechtbank stelt vast dat verdachte een dergelijke verklaring niet heeft gegeven.
Parketnummer 02-275883-25
1.
La Souris Sourini en kentekenplaat [kenteken 2]
Op 13 oktober 2025 wordt, na een achtervolging, in een sloot een bromfiets (bromfiets La Souris Sourini en kentekenplaat [kenteken 2] ) aangetroffen. Deze bromfiets bleek eerder, tussen 9 en 13 oktober 2025, gestolen te zijn. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de bestuurder van de bromfiets verdachte betrof. De rechtbank ziet geen aanleiding hieraan te twijfelen. Immers, verdachte is op 12 oktober 2025 op dezelfde bromfiets gezien bij vakantiepark de Beekse Bergen.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling zoals primair ten laste is gelegd. Dat verdachte wist dat de bromfiets van diefstal afkomstig was kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt uit de wijze waarop de bromfiets is aangetroffen. Immers was de bromfiets wit overgespoten, zat er in het contactslot een schroevendraaier en was ook het slot van de buddyseat beschadigd.
Kymco New Sento en Dts Milano
Ook ten aanzien van deze bromfietsen is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Beide bromfietsen zijn in de nabijheid van een tent waar verdachte en [slachtoffer 1] (onrechtmatig) verbleven, aangetroffen. Ter zitting heeft verdachte zichzelf herkend op een door de Beekse Bergen aangeleverde foto. Op die foto is te zien dat verdachte op de witte Kymco bromfiets rijdt. Verdachte draagt daarbij een groene helm. Een groene helm is in de tent aangetroffen waar verdachte op dat moment verbleef. De groene helm wordt ook gezien op een foto van diezelfde dag (16 oktober 2025) van de Beekse Bergen bij de bestuurder van de zwarte Dts Milano. Ook de kleding die de bestuurder draagt komt overeen met de kleding van verdachte op de foto waarop hij zichzelf heeft herkend. De rechtbank wijst hierbij onder meer naar de pet met wit/beige klep en de zwarte schoenen met een wit lipje. Gelet op deze omstandigheden, in samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte degene is geweest die de zwarte bromfiets (Dts Milano) bestuurde. Dat verdachte wist dat deze bromfietsen van diefstal afkomstig waren, kan worden opgemaakt uit het feit dat bij beide bromfietsen de bedrading onder het stuur uit stak en het contactslot was geforceerd.
2.
De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan vernieling van de auto van zijn ouders. De rechtbank verwijst hierbij naar de aangifte en de getuigenverklaring van de moeder van verdachte. De rechtbank heeft geen reden hieraan te twijfelen. Temeer daar ook [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte haar heeft verteld dat hij de auto had vernield.
3.
Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook de gedragsaanwijzing heeft overtreden door bij de woning van zijn ouders te komen en zijn moeder te benaderen en te vragen om geld.
4.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging met verbreking van een fatbike op 21 november 2025, zoals primair ten laste is gelegd. Uit de bevindingen van [verbalisant 1] blijkt dat verdachte en een andere persoon zich ophouden bij een fatbike terwijl zij zenuwachtig rondkijken, dat die andere persoon handelingen verricht bij die fatbike, waarna zij samen de fatbike op de scootmobiel van verdachte tillen. Tijdens de aanhouding worden bij verdachte een kapot kettingslot en een opengeknipt hangslot aangetroffen. De rechtbank schuift de wisselende en uiteenlopende verklaring van verdachte terzijde omdat deze op geen enkele wijze verifieerbaar zijn.
Parketnummer 02-223603-25
1.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de opzetheling van fatbikes die in de woning van zijn ouders zijn aangetroffen.
2.
De rechtbank stelt vast dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt en baseert zich op het proces-verbaal van bevindingen over deze dollemansrit.
3.
Verdachte heeft op 12 augustus 2025 in [geboorteplaats] op de openbare weg een personenauto, te weten een Jeep Wrangler, bestuurd waarvoor een rijbewijs van categorie B is vereist.
De rechtbank stelt vast dat verdachte per brief van het CBR van 9 juli 2025 is meegedeeld dat hij een onderzoek moet laten doen naar zijn drugsgebruik en dat hij, in ieder geval tot de uitslag van dat onderzoek, niet meer mag rijden. De brief is blijkens de akte van uitreiking in persoon betekend aan verdachte op 6 augustus 2025.
Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat hij niet mocht rijden. De handtekening op de akte van uitreiking herkent verdachte niet als zijn handtekening. De rechtbank overweegt dat het uitgangspunt is dat op de juistheid van officiële documenten mag worden vertrouwd, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat een ander dan verdachte de handtekening heeft gezet op het moment van uitreiken. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de echtheid van de op de akte geplaatste handtekening. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen.
4.
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd voor dit feit en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2000-2025212630, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 156.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 27 maart 2026;
Het proces-verbaal rijden onder invloed, pagina’s 55 tot en met 57 van het voornoemde eindproces-verbaal.
5.
De rechtbank stelt vast dat verdachte een kentekenplaat heeft verduisterd. Uit de aangifte blijkt dat verdachte de Volkswagen Transporter met [kenteken 3] in bruikleen had. De kentekenplaat van de Volkswagen Transporter is onder verdachte aangetroffen. Hiermee heeft verdachte zich de kentekenplaat wederrechtelijk toegeëigend.
6.
De rechtbank acht de opzetheling van de Jeep wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt.
Verdachte reed op 12 augustus 2025 in een gestolen Jeep. [verbalisant 3] beschrijft in het proces-verbaal van bevindingen dat hij bij het benaderen van de Jeep al van een afstand zag dat de kentekenplaat op de achterzijde van de Jeep een vals kenteken betrof. De kentekenplaat was gemaakt van dikker papier en het lettertype week af van het officiële lettertype. Het valse kenteken bleek bij navraag te horen bij een vergelijkbare Jeep die op naam stond van de vader van verdachte.
Ook de kentekenplaat aan de voorkant van de Jeep bleek gemanipuleerd. Bij onderzoek aan die kentekenplaat bleek het de kentekenplaat te zijn ten aanzien waarvan de rechtbank onder feit 5 van dit parketnummer de verduistering bewezen acht. Deze kentekenplaat was afkomstig van de Volkswagen Transporter van de ex-werkgever van verdachte.
Beide kentekenplaten die aan de Jeep bevestigd waren, hadden dus een link met verdachte.
Gelet op deze feiten en omstandigheden kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte wist dat de Jeep waarin hij reed van diefstal afkomstig was.
7
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd voor dit feit en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid Sv.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2025212630, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 156.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 27 maart 2026;
Het proces-verbaal van aangifte, pagina’s 86 en 87 van het voornoemde eindproces-verbaal.
Het proces-verbaal van verhoor [getuige] , pagina 97 van voornoemd eindproces-verbaal.
8.
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd voor dit feit en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid Sv.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2000-2025212630, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 156.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 27 maart 2026;
Het proces-verbaal van aangifte, pagina 88 van het voornoemde eindproces-verbaal;
Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 108 en de fotobladen gevoegd bij dit proces-verbaal van bevindingen, fotoblad 1.
9.
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd voor dit feit en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid Sv.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2000-2025212630, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 156.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting d.d. 27 maart 2026;
Het proces-verbaal van aangifte, pagina 88 van het voornoemde eindproces-verbaal.
Parketnummer 02-319157-25
1.
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geen voorrang heeft gegeven en daarmee artikel 18 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 heeft overtreden.
2.
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd voor dit feit en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid Sv.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2025126321-1, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 48.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 27 maart 2026;
Het rapport Drugs in het Verkeer, pagina’s 36 en 37 van het voornoemde eindproces-verbaal.
Parketnummer 02-335250-25
Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd voor dit feit en geen vrijspraak is bepleit, wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid Sv.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een paginanummer, wordt bedoeld een pagina van het eindproces-verbaal van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2025237220, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en digitaal doorgenummerd van pagina 1 tot en met 63.
De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
De bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 27 maart 2026;
Het proces-verbaal van aangifte, pagina 8 van het voornoemde eindproces-verbaal.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
Parketnummer 02-337196-25
1.
primair
op 10 december 2025 te Tilburg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- meermalen een kopstoot heeft gegeven aan die [slachtoffer 1] en
- meermalen tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft getrapt en
- meermalen tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen en
- met een kettingslot heeft geslagen tegen het lichaam,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.
op 19 november 2025 te Tilburg [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] via spraakberichten dreigend de woorden toe te voegen:
- " Als ik je nog één keer tegenkom, anders zoek ik je wel op, als ik jou nog een keer zie, dan steek ik een mes in je gezicht, schijtbroek" en
- " Jou snij ik in stukken, geloof mij maar"
3.
primair
in de periode van 8 december 2025 tot en met 9 december 2025 te Tilburg, een personenauto (Mercedes-Benz E 200 Kompressor), die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
Parketnummer 02-275883-25
1.
primair
in de periode van 12 oktober 2025
tot en met 16 oktober 2025 te Udenhout en/of te Hilvarenbeek ,
- een bromfiets (merk/type La Souris Sourini) en een kentekenplaat ( [kenteken 2]
) en
- een bromfiets (merk/type Kymco NEW SENTO) en
- een bromfiets (merk/type Dts Milano),
voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist,
dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
2.
op 11 oktober 2025 te Hilvarenbeek ,
opzettelijk en wederrechtelijk een achterraam en spiegel van een personenauto
(Jeep), die aan [getuige] toebehoorde heeft vernield;
3.
op 11 oktober 2025 te Hilvarenbeek , opzettelijk heeft gehandeld in
strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid,
onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing
d.d. 15 augustus 2025, gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant
door aanwezig te zijn op [adres 2] en [slachtoffer 3]
(zijn moeder) te benaderen en te vragen om geld;
4.
primair
op 21 november 2025 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een
ander, een fatbike (merk/type Ouxi C80), die aan [slachtoffer 4] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht
door middel van verbreking;
Parketnummer 02-223603-25
2.
op 12 augustus 2025 op de Provincialeweg N269, de N395 en te Hilvarenbeek , als bestuurder van een voertuig (personenauto, Jeep Wrangler), daarmee rijdende op de weg, de Provincialeweg N269 en de N395, de Beerten, de Diessenseweg, de Waterstraat en de Lange Dijk,
- meermalen een inhaalactie heeft verricht door een dubbele doorgetrokken streep te overschrijden,
- met een (aanzienlijk) hogere snelheid heeft gereden dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, namelijk met een snelheid hoger dan 100 kilometer per uur,
- over een grasveld heeft gereden en
- (( met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was)) op een fietspad heeft gereden, terwijl fietsers op dat moment gebruik maakten van dit fietspad, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd;
3.
op 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek , terwijl hij wist dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, de Provincialeweg N269 en de N395, de Beerten, de Diessenseweg, de Waterstraat en de Lange Dijk, een motorrijtuig, (personenauto, Jeep Wrangler), van een categorie waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd;
4.
op 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek , als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto (Jeep Wrangler) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en geen medewerking daaraan heeft verleend;
5.
op 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek opzettelijk een kentekenplaat ( [kenteken 3] ), toebehorende aan [slachtoffer 5] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als lener van een auto (Volkswagen Transporter) met kentekenplaten [kenteken 3] (onder de toezegging van teruggave), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
6.
op 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek een personenauto (Jeep Wrangler) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
7.
in de periode van 21 juni 2025 tot en met 21 juli 2025 te Hilvarenbeek [slachtoffer 3] , heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] ,
- ten val te brengen,
- beet te pakken en over de grond te trekken/sleuren,
- in de hand te knijpen,
- uit bed te trekken en tegen de verwarming aan te gooien en
- tegen/op het been te trappen
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder;
8.
in de periode van 27 juli 2025 tot en met 6 augustus 2025 te Hilvarenbeek [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe te voegen
- " Ik snijd je kop van je strot" en/of
- " ik sla heel uw kop in";
9.
in de periode van 15 juni 2025 tot en met 6 augustus 2025 te Hilvarenbeek , opzettelijk en wederrechtelijk
- een televisie,
- een rolluik,
- een brievenbus,
- meerdere deuren en kozijnen,
- een schaal,
- meerdere computerdraden,
- meerdere brillen en
- een (deur)slot
die aan
[slachtoffer 3] toebehoorden heeft vernield en/of beschadigd;
Parketnummer 02-319157-25
1
op 17 mei 2025 te Tilburg als bestuurder van een personenauto op
de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Professor van Buchemlaan, bij
het afslaan naar links, teneinde het Leijpark te rijden, een hem op dezelfde weg
tegemoetkomende personenauto niet heeft laten voorgaan, waarbij schade aan goederen is toegebracht;
2.
op 17 mei 2025 te Tilburg een voertuig, te weten een personenauto,
heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2,
van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof
als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cocaïne,
terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het
gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 93 microgram
cocaïne per liter bloed bedroeg;
Parketnummer 02-335250-25
op 5 september 2025, te Tilburg, een hoeveelheid gereedschap die aan [slachtoffer 6] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van de periode dat verdachte in voorarrest heeft gezeten, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering zijn geadviseerd en daarnaast een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.
Ten aanzien van de overtredingen verzoekt de officier van justitie verdachte schuldig te verklaren zonder een straf op te leggen.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging verzoekt aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest en daarnaast een forse voorwaardelijke gevangenisstraf.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich binnen een periode van ongeveer 7 maanden schuldig gemaakt aan een 19-tal feiten. Verdachte heeft zich naast vele vermogensdelicten, waaronder heling, diefstal en vernieling, schuldig gemaakt aan meerdere verkeersovertredingen, waaronder het rijden onder invloed, het weigeren van een bloedtest, rijden terwijl zijn rijbewijs geschorst was, overtreding van de verkeersregels en gevaarlijk weggedrag. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn ex-vriendin en mishandeling van zijn moeder. Hij heeft hen ook bedreigd.
Vermogensdelicten zijn vervelende en overlastgevende feiten. Zo leiden diefstallen en vernielingen tot veel schade voor de benadeelden en tot overlast voor de maatschappij. Ook geeft het in zijn algemeenheid een gevoel van onveiligheid. Verdachte heeft er met zijn handelen blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendommen van anderen.
Door zijn gedragingen in het verkeer, heeft verdachte niet alleen zichzelf, maar ook anderen in gevaar gebracht en gedupeerd. Verdachte mag van geluk spreken dat het verkeersongeval niet ernstigere gevolgen heeft gehad en dat er niet meer verkeersongevallen hebben plaatsgevonden.
Verdachte heeft in deze periode ook zijn ouders veel ellende bezorgd. Een eerder opgelegde gedragsaanwijzing waarin het verdachte verboden is om zich in de nabijheid van de woning van zijn ouders te begeven en geen contact met zijn moeder op te nemen, heeft verdachte er niet van weerhouden hen toch op te zoeken. Daarbij ging het hem vaak om geld nodig voor drugs. . Uit de aangiftes van zijn ouders komt een beeld naar voren dat wanneer verdachte zijn zin niet kreeg (geen geld kreeg), hij geen geweld en verbale agressie schuwde om zijn doel alsnog te bereiken. Naast het vernielen van een auto en diverse andere goederen van zijn ouders, waaronder goederen met een emotionele waarde, heeft hij zijn moeder bedreigd en zelfs meerdere malen mishandeld. Op enig moment verscheen verdachte in de vroege ochtend in de slaapkamer van zijn ouders. Uit angst voor haar eigen zoon, heeft zijn moeder zich genoodzaakt gevoeld te vluchten. Ze is daarbij naakt naar beneden gerend, heeft snel een jas gepakt en is naar buiten gevlucht waar hij haar over de grond sleurt. Het moet vreselijk zijn om bang te zijn voor je eigen zoon. Bovendien hebben de feiten zich afgespeeld in en rondom de woning van de ouders van verdachte. Dit is een plaats waar de ouders zich bij uitstek veilig zouden moeten kunnen voelen. De ervaring leert dat slachtoffers van huiselijk geweld hiervan nog geruime tijd zowel lichamelijk als geestelijk hinder en klachten kunnen ondervinden als gevolg van gevoelens van schaamte, angst en onveiligheid. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Ook de poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 1] betreft een zeer ernstig feit. Verdachte heeft haar tegen het hoofd en het lichaam geschopt, geslagen en ook nog met een kettingslot geslagen. Door zo te handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en de gezondheid van [slachtoffer 1] .
Verdachte lijkt lak aan alles en iedereen te hebben. Een schorsing van de voorlopige hechtenis heeft hem er eerder ook niet van weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. De rechtbank neemt verdachte dit alles zeer kwalijk.
De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport van de reclassering van 12 maart 2026 over verdachte. Zij adviseert aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en daarnaast een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, te weten een meldplicht, gedragsinterventie, ambulante begeleiding, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een verbod op verdovende middelen en dagbesteding. Zij overweegt daartoe dat er bij verdachte op vrijwel alle leefgebieden problemen zijn aan te wijzen. Daarnaast wordt er geen zelfinzicht of probleeminzicht waargenomen. Vermoedelijk is hierbij (gedeeltelijk) sprake van onmacht. Verdachte liep tot zijn aanhouding in een schorsingstoezicht. Het toezicht was van korte duur en er hebben maar twee gesprekken plaatsgevonden. Ondanks de houding van verdachte, is de reclassering van mening dat dit eerdere reclasseringstoezicht dermate kort is geweest, dat het meerwaarde heeft om dit nogmaals in te zetten. Zodoende kan gekeken worden of dit een middel kan zijn om tot gedragsverandering te komen en het risico op recidive, dat als hoog wordt ingeschat, tot een aanvaardbaar niveau te krijgen. Het is dan van belang dat er laagdrempelig wordt ingestoken en verdachte bij de hand wordt genomen. Het opleggen van een onvoorwaardelijk strafdeel kan een meerwaarde hebben om vanuit detentie een meer stabiele basis te creëren, zodat verdachte na vrijlating mogelijk direct door kan naar begeleid wonen en verder kan met de bijzondere voorwaarden die worden geadviseerd.
Alles in samenhang bezien en kijkend naar de oriëntatiepunten van het LOVS, ziet de rechtbank aanleiding een hogere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden hier passend is. Om tot gedragsverandering te kunnen komen is de rechtbank van oordeel dat reclasseringstoezicht met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals de reclassering heeft geadviseerd, gewenst en noodzakelijk is. De rechtbank zal om deze reden een deel van de gevangenisstraf, te weten 4 maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van 2 jaren. Verdachte heeft ter zitting gezegd zijn leven te willen beteren. Het is voor verdachte een kans om dit te laten zien en dat hij zich kan conformeren aan voorwaarden, zodat er gewerkt kan worden aan gedragsverandering en risicobeperking.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
Daarnaast ziet de rechtbank aanleiding ten aanzien van de twee overtredingen een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen voor de totale duur van 12 maanden, zes maanden voor iedere overtreding. Kijkend naar de ernst en de gevolgen van de overtredingen is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder strafoplegging.
7. De vorderingen van de benadeelde partijen
Parketnummer 02-275883-25
De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 1.110,90 voor feit 4, bestaande uit materieel geleden schade.
De rechtbank stelt vast dat het evident is dat de benadeelde partij schade heeft geleden. Echter, op basis van het dossier kan niet met zekerheid worden vastgesteld welke schade aan de fatbike door verdachte is toegebracht. Verdachte is op heterdaad betrapt bij het stelen van haar fatbike, die al eerder door anderen was gestolen. Hierdoor valt niet uit te sluiten dat de fatbike al fors beschadigd was op het moment dat verdachte deze wegnam.
De rechtbank is om deze reden van oordeel dat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in deze vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Parketnummer 02-319157-25
De benadeelde partij [slachtoffer 7] vordert een schadevergoeding van € 3.892,- voor feit 1 waarvan € 1.892,- aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.
De benadeelde partij heeft haar vordering ten aanzien van de materiële schade (bestaande uit kosten die zijn gemaakt voor een huurauto) weliswaar met stukken onderbouwd, maar hiermee zijn niet alle vragen beantwoord die noodzakelijk zijn om het gevorderde bedrag toe te kunnen wijzen. Zo heeft de benadeelde partij onvoldoende gesteld dat zij de gehele huurperiode van de auto ook noodzakelijkerwijs afhankelijk was van een huurauto en er geen alternatieven mogelijk waren. Het wringt ook met haar te summiere onderbouwing van de gevorderde immateriële schade dat zij acht weken thuis is geweest wegens nekklachten. Deze immateriële schade is dan ook onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank is vanwege vorenstaande van oordeel dat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in deze vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
8. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 57, 62, 63, 184a, 285, 300, 302, 304, 311, 321, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 5, 8, 9, 163, 176, 177 en 179 van de Wegverkeerswet 1994 en de artikelen 18 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
9. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Vrijspraak
Spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 onder parketnummer 02-223603-25 tenlastegelegde.
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
Parketnummer 02-337196-25
feit 1 primair: poging tot zware mishandeling;
feit 2: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;
feit 3 primair: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;
Parketnummer 02-275883-25
feit 1 primair: opzetheling, meermalen gepleegd;
feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd
feit 3: opzettelijk niet naleven van een opgelegde gedragsaanwijzing
feit 4 primair: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking, gepleegd door twee of meer verenigde personen;
Parketnummer 02-223603-25
feit 2: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 3: overtreding van artikel 9, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 4: overtreding van artikel 163, zesde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
feit 5: verduistering;
feit 6: opzetheling;
feit 7: mishandeling begaan tegen zijn moeder, meermalen gepleegd;
feit 8: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling;
feit 9: vernieling, meermalen gepleegd;
Parketnummer 02-319157-25
feit 1: overtreding van het bepaalde in artikel 18, eerste lid van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
feit 2: overtreding van artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
Parketnummer 02-335250-25
diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging t.a.v. de bewezen verklaarde misdrijven
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Leger des Heils op het adres Dr. Cuyperslaan 80 te Eindhoven, telefoonnummer 088-0901140;
* dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa-plus van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat begeleiden door Unitio of een soortgelijke
zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De begeleiding start zo snel mogelijk na vrijlating. De zorgverlener bepaalt de wijze van begeleiding. De begeleiding is gericht op alle praktische leefgebieden, met huisvesting als prioriteit;
* dat verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een woning van Unitio of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zo snel mogelijk na vrijlating. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
* dat verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
* dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van de voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Bijkomende straffen t.a.v. de bewezenverklaarde overtredingen
Parketnummer 02-223603-25, feit 2:
- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden;
Parketnummer 02-319157-25, feit 1:
- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 maanden;
Benadeelde partijen
Parketnummer 02-275883-25, feit 4:
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
Parketnummer 02-319157-25, feit 1:
- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, voorzitter, mr. P.E. van Althuis en mr. B. Akdikan, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Bles en mr. C.J.M. van de Vrede, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 april 2026.
De voorzitter en griffier mr. A.C. Bles zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlasteleggingen
Aan verdachte is ten laste gelegde dat
Parketnummer 02-337196-25
1.
hij op of omstreeks 10 december 2025 te Tilburg, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- meermalen, althans eenmaal, één of meerdere bakstenen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gegooid en/of
- meermalen, althans eenmaal een kopstoot heeft gegeven aan die [slachtoffer 1] en/of
- meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft getrapt en/of
- meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of
- meermalen, althans eenmaal met een kettingslot, althans een hard voorwerp, heeft geslagen tegen het lichaam,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
(art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 december 2025 te Tilburg, [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door
- meermalen, althans eenmaal, één of meerdere bakstenen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] te gooien en/of
- meermalen, althans eenmaal een kopstoot te geven aan die [slachtoffer 1] en/of
- meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te trappen en/of
- meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of
- meermalen, althans eenmaal met een kettingslot, althans een hard voorwerp, te slaan tegen het lichaam;
(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 19 november 2025 te Tilburg, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] via spraakberichten dreigend de woorden toe te voegen:
- " Als ik je nog één keer tegenkom, anders zoek ik je wel op, als ik jou nog een keer zie, dan steek ik een mes in je gezicht, schijtbroek" en/of
- " Jou snij ik in stukken, geloof mij maar",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
3.
hij in of omstreeks de periode van 8 december 2025 tot en met 9 december 2025 te Tilburg, een personenauto (Mercedes-Benz E 200 Kompressor), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of door middel van een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van een niet aan hem toebehorende autosleutel;
(art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 december 2025 te Tilburg, althans in Nederland, een personenauto (Mercedes-Benz E 200 Kompressor), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
Parketnummer 02-275883-25
1.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 oktober 2025
tot en met 16 oktober 2025 te Udenhout en/of te Hilvarenbeek , in elk geval in
Nederland,
- een bromfiets (merk/type La Souris Sourini) en/of een kentekenplaat ( [kenteken 2]
) en/of
- een bromfiets (merk/type Kymco NEW SENTO) en/of
- een bromfiets (merk/type Dts Milano),
althans een of meerdere goederen heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of
heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,
althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed
betrof;
(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek
van Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 oktober 2025 tot
en met 14 oktober 2025 te Tilburg, in elk geval in Nederland,
- een bromfiets (merk/type Znen Zn50qt-11b) en/of kentekenplaat ( [kenteken 2]
) en/of
- een bromfiets (merk/type La Souris Sourini) en/of
Opmerking: checken of merken/kentekens kloppen, lijken door elkaar gehaald
- een bromfiets (merk/type Kymco NEW SENTO) en/of
- een bromfiets (merk/type Dts Milano),
in elk geval enige goederen, dat/die geheel of ten dele aan
- [slachtoffer 9] en/of
- [slachtoffer 10] en/of
- [slachtoffer 11] en/of
- [slachtoffer 12] ,
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om
het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak en/of verbreking;
(art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 11 oktober 2025 te Hilvarenbeek , in elk geval in Nederland,
opzettelijk en wederrechtelijk een achterraam en/of spiegel van een personenauto
(Jeep), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan
[getuige] toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of
weggemaakt;
(art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
3.
hij op of omstreeks 11 oktober 2025 te Hilvarenbeek , opzettelijk heeft gehandeld in
strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel 509hh, eerste lid,
onderdeel b van het Wetboek van strafvordering, te weten de gedragsaanwijzing
d.d. 15 augustus 2025, gegeven door de officier van justitie te Zeeland-West-Brabant
door aanwezig te zijn op [adres 2] en/of [slachtoffer 3]
(zijn moeder) te benaderen en te vragen om geld;
(art 184a lid 1 Wetboek van Strafrecht)
4.
hij op of omstreeks 21 november 2025 te Tilburg, tezamen en in vereniging met een
of meer anderen, althans alleen, een fatbike (merk/type Ouxi C80), in elk geval enig
goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander
dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met
het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn
mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft
en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht
door middel van braak en/of verbreking;
(art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van
Strafrecht)
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 21 november 2025 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een fatbike (merk/type Ouxi C80), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen
goed betrof;
(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek
van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
Parketnummer 02-223603-25
1.
hij op of omstreeks 4 augustus 2025 te Hilvarenbeek , althans in Nederland een of meerdere fatbikes (La Souris E-Father S20 Pro Black Special Edition en/of V20), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
2.
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 op de Provincialeweg N269, de N395 en/of Hilvarenbeek , althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto, Jeep Wrangler), daarmee rijdende op de weg, de Provincialeweg N269 en/of de N395, de Beerten, de Diessenseweg, de Waterstraat en/of de Lange Dijk,
- meermalen, althans eenmaal een inhaalactie te verrichten door een dubbele doorgetrokken streep te overschrijden,
- met een (aanzienlijk) hogere snelheid te rijden dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 80 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid hoger dan 100 kilometer per uur,
- over een grasveld te rijden en/of
- (( met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was)) op een fietspad te rijden, terwijl fietsers op dat moment gebruik maakte van dit fietspad,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
(art 5 Wegenverkeerswet 1994)
3.
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek , althans in Nederland, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, de Provincialeweg N269 en/of de N395, de Beerten, de Diessenseweg, de Waterstraat en/of de Lange Dijk, een motorrijtuig, (personenauto, Jeep Wrangler), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd;
(art 9 lid 5 Wegenverkeerswet 1994)
4.
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek , in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een personenauto (Jeep Wrangler) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;
(art 163 lid 6 Wegenverkeerswet 1994)
5.
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek , althans in Nederland, opzettelijk een kentekenplaat ( [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als lener van een auto (Volkswagen Transporter) met kentekenplaten [kenteken 3] (onder de toezegging van teruggave), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
(art 321 Wetboek van Strafrecht)
6.
hij op of omstreeks 12 augustus 2025 te Hilvarenbeek , althans in Nederland, een personenauto (Jeep Wrangler), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
(art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)
7.
hij in of omstreeks de periode van 21 juni 2025 tot en met 21 juli 2025 te Hilvarenbeek , althans in Nederland, [slachtoffer 3] , heeft mishandeld, door die [slachtoffer 3] ,
- ten val te brengen,
- beet te pakken en/of over de grond te trekken/sleuren,
- in de hand te knijpen,
- uit bed te trekken en/of tegen de verwarming aan te gooien en/of
- tegen/op het been, althans het lichaam te trappen
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn moeder;
(art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht)
8.
hij in of omstreeks de periode van 27 juli 2025 tot en met 6 augustus 2025 te Hilvarenbeek , althans in Nederland, [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] per telefoon dreigend de woorden toe te voegen
- " Ik snijd je kop van je strot" en/of
- " ik sla heel uw kop in",
althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
(art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
9.
hij in of omstreeks 15 juni 2025 tot en met 6 augustus 2025 te Hilvarenbeek , althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk
- een televisie,
- een rolluik,
- een brievenbus,
- een of meerdere deuren en/of kozijnen,
- een schaal,
- een of meerdere computerdraden,
- een of meerdere brillen en/of
- een (deur)slot
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan
[slachtoffer 3] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
(art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht)
Parketnummer 02-319157-25
1.
hij op of omstreeks 17 mei 2025 te Tilburg als bestuurder van een personenauto op
de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Professor van Buchemlaan, bij
het afslaan naar links, teneinde het Leijpark te rijden, een hem op dezelfde weg
tegemoetkomende personenauto niet heeft laten voorgaan, waarbij letsel aan
personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht;
(art 18 lid 1 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990)
feit 2
hij op of omstreeks 17 mei 2025 te Tilburg een voertuig, te weten een personenauto,
heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen na gebruik van een in artikel 2,
van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof
als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cocaïne,
terwijl ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het
gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 93 microgram
cocaïne per liter bloed bedroeg, in elk geval een gehalte hoger dan de in artikel 3 van
het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
(art 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994)
Parketnummer 02-335250-25
hij op of omstreeks 5 september 2025, te Tilburg, een hoeveelheid gereedschap, in
elk geval enige goederen, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 6] , in elk geval aan een
ander, toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van
het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft
gebracht door middel van braak en/of verbreking en/ofd inklimming.
(art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)