RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
parketnummer: 02-241408-25
vonnis van de meervoudige kamer van 10 april 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
raadsman mr. J.J. van ‘t Hoff, advocaat te Tilburg
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 27 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. M.P. de Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 14 juli 2020 tot en met 11 november 2024 een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en het bezit van kinderporno.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode zoals ten laste is gelegd schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden en het bezit van kinderporno en dat verdachte daarvan een gewoonte gemaakt heeft.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit dat verdachte zich voor de bewezenverklaring voor een groot deel refereert aan het oordeel van rechtbank. Dit geldt niet voor wat betreft het bezit en het verspreiden van kinderpornografisch materiaal met daarop een dier. Het dossier bevat onvoldoende bewijs voor dit deel van de tenlastelegging en verzocht wordt om verdachte hiervan partieel vrij te spreken. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en het bezitten. Er is slechts bewijs dat verdachte gedurende één maand en één dag kinderporno zou hebben verspreid. Daarnaast bezat verdachte geen schokkend grote aantallen in de gehele periode en is niet komen vast te staan dat verdachte stelselmatig en herhaald is bezig geweest met het in bezit krijgen van kinderporno.
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen
Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Verdachte wordt verweten dat hij kinderpornografisch materiaal heeft verspreid en in bezit heeft gehad en dat hij van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. Verdachte heeft dit feit grotendeels bekend. De rechtbank zal in de hiernavolgende overwegingen ingaan op de hiervoor genoemde verweren van de verdediging.
Kinderporno met een dier?
De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit en het verspreiden van kinderpornografisch materiaal met daarop een dier. Enerzijds staat op de collectiescan op pagina 95 van het dossier aangekruist dat zichtbaar zou zijn ‘penetratie door een dier met een minderjarige’. Op pagina 91 van het dossier beschrijft de politie echter vervolgens wat zichtbaar is op de afbeelding en video. Uit deze uitgebreidere omschrijving volgt dat er een volwassen man in plaats van een minderjarige te zien zou zijn. Gelet op deze discrepantie kan dit deel van de tenlastelegging niet wettig en overtuigend worden bewezen, waardoor de rechtbank verdachte hiervan partieel zal vrijspreken.
Gewoonte?
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het verspreiden en bezitten van kinderporno. Voor de beantwoording van de vraag of er sprake is van het maken van een gewoonte van het plegen van het misdrijf, zijn de hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen in combinatie met de duur van het bezit en het verspreiden van belang. De verdediging heeft betoogd dat het om een relatief kleine hoeveelheid van 695 visuele weergaven gaat, zonder daarbij af te willen doen aan de ernst van het feit. De rechtbank stelt vast dat verdachte gedurende een periode van vier jaar deze afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad. Vast staat dat in ieder geval een deel van de afbeeldingen direct benaderbaar was en dat verdachte de beschikkingsmacht had over deze afbeeldingen tot op de dag van de inbeslagneming, te weten 11 november 2024. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij in de periode meermalen zelf afbeeldingen heeft doorgestuurd en dus heeft verspreid. De rechtbank legt daarbij de nadruk op de lange duur van het bezit en de combinatie met het geregeld verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit en het verspreiden.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 14 juli 2020 tot en met 11 november 2024 te Tilburg, meermalen,
in de periode van 14 juli 2020 tot en met 30 juni 2024 afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en/of films en gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (Samsung) en een laptop (HP), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en /of in bezit heeft gehad
en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 11 november 2024 visuele weergaven van seksuele aard en met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en in bezit heeft gehad
te weten
- afbeeldingen, te weten foto’s en video’s en/of films en
- gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (Samsung) en een laptop (HP), bevattende afbeeldingen,
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de penis en/of een voorwerp
en/of met de vinger/hand en/of
een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met de penis en/of mond/tong door die persoon en/of
het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de vinger/hand en/of een voorwerp, door die persoon en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten en/of ander lichaamsdeel van die persoon met de penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt en/of
het geslachtsdeel, en/of de borsten van een ander kind/persoon met de vinger/hand en/of
mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met de vinger/hand en/of een voorwerp aanraakt en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past en/of die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht en/of dat bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd en/of op het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of bij het lichaam van die persoon een (stijve) penis
wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast vordert hij een taakstraf van 200 uur.
Het standpunt van de verdediging
Gelet op een vergelijkbare zaak verzoekt de verdediging om aan verdachte een geldboete van € 2.000,- op te leggen. Verdachte is vanwege zijn gezondheid niet in staat om een taakstraf uit te voeren. Daarnaast zou de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenis-straf betekenen dat verdachte zijn baan verliest en zijn woning kwijtraakt. Aangezien zijn zoon bij hem inwoont, zou ook zijn zoon dan zijn woning kwijtraken. Verder wordt opgemerkt dat verdachte zelf naar hulp heeft gezocht en inmiddels op de wachtlijst staat bij Fivoor, waar hij binnenkort een intakegesprek heeft.
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft over een periode van ruim vier jaar een gewoonte gemaakt van het bezitten en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen. Op de gegevensdragers van verdachte zijn 612 foto’s en 83 video’s van kinderporno aangetroffen die door de politie zijn beoordeeld.
De rechtbank is van oordeel dat het een zeer ernstig feit betreft. Voor de productie van kinderporno worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Verdachte heeft door zijn gedrag een bijdrage geleverd aan dit misbruik, omdat de vraag naar kinderporno de productie ervan stimuleert en in stand houdt. De bestanden met deze afschuwelijke beelden circuleren vaak eindeloos op internet en verdachte heeft langdurig bijgedragen aan de instandhouding van dit bijzonder kwaadaardige fenomeen. De misbruikte kinderen worden bovendien vaak nog jarenlang achtervolgd door deze beelden met alle nare gevolgen van dien. Verdachte heeft echter alleen aan zichzelf gedacht en zich niet beziggehouden met de zeer ernstige en traumatische gevolgen van het misbruik voor deze kinderen. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan bloot worden gesteld grote psychische schade op, die ook jaren later – en vaak voor de rest van hun leven – nog diepe sporen nalaat. Voor de bestrijding van kinderporno is het van belang om niet alleen de makers hiervan te bestraffen, maar ook degenen die kinderporno downloaden, in bezit hebben en verspreiden.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte, waaruit volgt dat hij niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het reclasseringsrapport van 9 maart 2026. Hieruit volgt dat verdachte aangeeft dat hij zijn gedrag niet goed kan verklaren en dat hij heeft gehandeld uit eenzaamheid. Hij zocht contact met anderen in chatgroepen, maar was naar eigen zeggen niet op zoek naar kinderpornografisch materiaal. Verdachte heeft na de inbeslagneming via e-modules van ‘ [hulpverlening 1] ’ en [hulpverlening 2] , een centrum voor ambulante forensische geestelijke gezondheidszorg, geprobeerd om inzicht te krijgen in zijn internetgebruik en zijn online gedrag. Hij heeft daarnaast zelfstandig stappen gezet richting hulpverlening. Op de zitting heeft verdachte aangegeven dat hij binnenkort een intakegesprek heeft bij Fivoor. De reclassering schat het risico op recidive in als laag tot gemiddeld. Bij een veroordeling adviseren zij een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en het vermijden van digitale omgevingen waarin hij in aanraking kan komen met (communicatie over) seksueel kindermisbruik.
Hoewel de rechtbank het prijst dat verdachte zelfstandig hulp heeft gezocht en zij zich kan voorstellen dat verdachte zich mogelijk schaamt, constateert de rechtbank ook dat verdachte slechts in beperkte mate verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen. Zowel bij de politie als op de zitting heeft verdachte op moeilijke vragen geen inhoudelijk antwoord gegeven of heeft hij verklaard zich niets meer te herinneren. De rechtbank weegt deze proceshouding in het nadeel van verdachte mee.
Gelet op de aard en ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende strafrechtelijke reactie is. Bij het bepalen van de hoogte van die gevangenisstraf houdt de rechtbank er rekening mee dat het voor verdachte en voor de maatschappij van belang is als hij zowel zijn baan als zijn woning kan behouden. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat passend is een gevangenisstraf van 201 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Om de ernst van het feit te benadrukken, acht de rechtbank daarnaast een taakstraf van 200 uur passend.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 240b (oud) en 252 van het Wetboek van Strafrecht.
8. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
periode 14 juli 2020 tot en met 30 juni 2024: een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een beroep of gewoonte wordt gemaakt;
periode 1 juli 2024 tot en met 11 november 2024: een visuele weergave van seksuele aard en met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd, terwijl van het begaan van het feit een beroep of gewoonte wordt gemaakt;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 201 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
Ambulante behandeling
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd, indien de reclassering het nodig acht, laat behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden en sociale vaardigheden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
Vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
* dat verdachte gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch
materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt
gecommuniceerd;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft.
Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die betrokkene in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past betrokkene de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) zes keer worden uitgevoerd (uitgaande van een proeftijd van twee jaar), waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 200 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter, mr. S. Tempel en mr. E.B. Prenger, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.B.H. van Overveld, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 april 2026.
Bijlage I
De tenlastelegging
hij in of omstreeks 14 juli 2020 tot en met 11 november 2024 te Tilburg, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 14 juli 2020 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
- afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en/of films en/of
- gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (Samsung) en/of een laptop (HP), bevattende afbeeldingen, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,
heeft verspreid en/of in bezit heeft gehad en/of
zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een
communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 11 november 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of in bezit heeft gehad en/of
zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten
- afbeeldingen, te weten foto's en/of video’s en/of films, en/of
- gegevensdragers, te weten een mobiele telefoon (Samsung) en/of een laptop (HP), bevattende afbeeldingen,
waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de penis en/of een voorwerp
en/of met de vinger/hand
en/of
een ander persoon oraal en/of anaal wordt gepenetreerd met de penis en/of mond/tong door die persoon
en/of
het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met de vinger/hand en/of mond/tong
en/of een voorwerp, door die persoon
(afbeeldingen 01, 02, 07, 10, 11, 18, 20 en 21 van de toonmap)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten en/of ander lichaamsdeel
van die persoon met de penis en/of vinger/hand en/of mond/tong wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel, en/of de borsten van een ander kind/persoon met de vinger/hand en/of
mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met de vinger/hand
en/of een voorwerp aanraakt
(afbeeldingen 03, 05, 06, 08, 14, 15, 16 in de toonmap)
en/of
die persoon vaginaal wordt gepenetreerd door een dier
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt en/of
aangeraakt door een dier
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een
omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij
zijn/haar leeftijd past en/of die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van
zijn/haar kleding ontdoet en/of door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de
wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het
geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingen 01, 05, 12, 13, 16, 17, 22 van de toonmap)
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd
en/of
bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis
wordt gehouden en/of waarbij op dat gezicht en/of lichaam een op sperma gelijkende substantie
zichtbaar is
(afbeeldingen 04, 09, 19 van de toonmap)
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;
(art. 240b lid 1 en lid 2 Wetboek van Strafrecht (oud) en/of art. 252 en art. 254 lid 1 sub c Wetboek van Strafrecht)