ECLI:NL:RBZWB:2026:2940

ECLI:NL:RBZWB:2026:2940

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 15-04-2026
Datum publicatie 13-04-2026
Zaaknummer 02-261570-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Vrijspraak voor poging doodslag. De rechtbank kan niet vaststellen dat er een aanmerkelijke kans op de dood was. Wel een veroordeling voor poging zware mishandeling en beschadiging. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 3 maanden op.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-261570-24

vonnis van de meervoudige kamer van 15 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats]

wonende te [woonadres]

raadsman mr. E.M.J. Thomas, advocaat te Breda

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 april 2026, waarbij de officier van justitie, mr. Ch.F.J. Wiegant, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

1: heeft geprobeerd [slachtoffer] te doden dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door hem tegen het hoofd te slaan en te schoppen;

2: schade heeft toegebracht aan de auto van [slachtoffer] .

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de poging doodslag (feit 1 primair) en de beschadiging van de auto (feit 2) wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1

Vaststelling feiten

Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer] één keer heeft geslagen. De overige handelingen heeft hij ontkend. De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen in de bijlage vast dat verdachte [slachtoffer] meerdere keren heeft geslagen en/of gestompt en dat hij ook één keer tegen het hoofd van die [slachtoffer] heeft geschopt.

Poging doodslag (feit 1 primair)

Primair wordt verweten dat verdachte met voornoemde handelingen heeft geprobeerd om [slachtoffer] te doden. Voor een bewezenverklaring van dit feit moet de rechtbank kunnen concluderen dat verdachte minimaal de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] door het geweld om het leven zou kunnen komen.

Naar het oordeel van de rechtbank doet het schoppen tegen het hoofd met slippers niet zonder meer de aanmerkelijke kans op overlijden ontstaan. Hierbij ligt de te verwachten impact van een schop immers veel lager dan wanneer er geschopt wordt met een geschoeide voet. De rechtbank kan dan ook niet vaststellen dat er een aanmerkelijke kans was dat [slachtoffer] zou overlijden door deze schop.

Nu de aanmerkelijke kans op de dood niet kans worden vastgesteld, kan de rechtbank het voorwaardelijke opzet op de dood van [slachtoffer] niet aannemen. Zij zal verdachte daarom vrijspreken van de poging doodslag.

Poging zware mishandeling (feit 1 subsidiair)

Subsidiair wordt verweten dat verdachte met dezelfde handelingen heeft geprobeerd om [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Ook hierbij geldt dat de rechtbank vast moet stellen of de aanmerkelijke kans bestond dat het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel op zou leveren.

Het hoofd is een kwetsbaar deel van het lichaam. Door hier meermalen tegen te slaan en/of te stompen op de manier die door de getuigen is omschreven en door een schop tegen het hoofd te geven, bestaat naar het oordeel van de rechtbank een aanmerkelijke kans dat er zwaar lichamelijk letsel ontstaat.

De rechtbank acht de poging zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Op grond van de bewijsmiddelen in de bijlage acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een winkelwagen tegen de auto van [slachtoffer] heeft geduwd. Hierdoor is de auto van [slachtoffer] beschadigd.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1 subsidiair

op 15 augustus 2024 te Breda ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen hem meermaals tegen het gezicht en/of het hoofd heeft geslagen en/of gestompt waardoor voornoemde [slachtoffer] ten val kwam en terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag hem tegen het hoofd heeft geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2

op 15 augustus 2024 te Breda opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto die geheel of ten dele aan [slachtoffer] toebehoorde, heeft beschadigd.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is op 15 augustus 2024 volledig door het lint gegaan en daar is [slachtoffer] het slachtoffer van geworden. Hoewel er ook schade aan de auto van [slachtoffer] is ontstaan, was het zwaartepunt van het geweld gericht op [slachtoffer] zelf. Er is naar het oordeel van de rechtbank sprake van grof geweld. Uit de verklaring van het slachtoffer ter zitting blijkt hoeveel impact het geweld fysiek en mentaal heeft gehad.

In de oriëntatiepunten van het Landelijke Overleg Vakinhoud Strafrecht wordt bij een zware mishandeling met schoppen tegen het hoofd een gevangenisstraf van 6 maanden genoemd. De rechtbank zal er rekening mee houden dat er in dit geval sprake is van een poging tot zware mishandeling. Voor de beschadiging van een voertuig bestaan geen oriëntatiepunten.

Verdachte heeft verklaard dat hij een dreiging voelde vanuit [slachtoffer] . Deze dreiging wordt niet ondersteund door de verklaringen van de objectieve getuigen. Zelfs als er wrijving was ontstaan door de manier waarop [slachtoffer] het parkeervak verliet, dan biedt dat geen enkele rechtvaardiging voor het grove geweld dat verdachte vervolgens gebruikte. Geweld waar meerdere personen ongevraagd getuige van zijn geweest. Dit soort plotselinge geweldsuitbarstingen hebben niet alleen een impact op het slachtoffer, maar ook op de omstanders en personen die er later mee worden geconfronteerd. Hoewel verdachte stelt hier verantwoordelijkheid voor te nemen, ziet de rechtbank dit niet. Door strijdig met meerdere getuigenverklaringen slechts één klap te bekennen, geeft verdachte geen volledige openheid van zaken. Om deze reden ziet de rechtbank in de proceshouding van verdachte geen aanleiding om de straf te matigen.

De rechtbank ziet op het strafblad dat verdachte in 2002 is veroordeeld voor een geweldsfeit. In de tussentijd is verdachte nog veroordeeld voor ander soort zaken. De rechtbank ziet geen reden om het strafblad in strafverzwarende zin mee te wegen.

Ook de reclassering heeft met verdachte gesproken. Aan het schorsingstoezicht heeft verdachte goed meegewerkt. De reclassering heeft geadviseerd een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. De rechtbank begrijpt dat de reclassering een toezicht of interventies niet noodzakelijk acht. Om die reden is er voor de rechtbank ook geen aanleiding om een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen.

De rechtbank heeft de door de verdediging aangevoerde persoonlijke omstandigheden gehoord. Zij begrijpt dat verdachte vreest voor zijn baan en dat hij om die reden deze strafzaak heeft verzwegen voor zijn werkgever. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf kan inderdaad gevolgen hebben voor de inhoud van een verklaring omtrent gedrag in de toekomst en daarmee wellicht ook voor de loopbaan van verdachte. Dit is een risico dat verdachte zelf heeft geaccepteerd toen hij de feiten pleegde. Het geeft de rechtbank geen aanleiding om af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van 3 maanden op. Zij ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

De rechtbank overweegt dat de voorlopige hechtenis met ingang van 19 augustus 2024 is geschorst onder voorwaarden. In de tijd die sindsdien is verstreken, is verdachte niet met politie of justitie in aanraking gekomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de recidivegrond geen stand meer kan houden. Ook de 12-jaarsgrond is, gelet op vrijspraak voor de poging doodslag, niet meer aan de orde. Nu de voorlopige hechtenis op deze gronden was gebaseerd, zal de rechtbank het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis opheffen.

7. De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 4.836,93 voor feit 1.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat hij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden. Verdachte heeft de gevorderde schade niet betwist.

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank in zijn geheel toewijsbaar, te weten € 4.836,93, waarvan € 1.586,93 materiële schade en € 3.250,00 immateriële schade. Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd, te weten 15 augustus 2024. Dit is immers het moment waarop de schade is ontstaan waardoor de gevorderde kosten zijn gemaakt.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen tot betaling van het toegekende schadebedrag. Dit betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling 48 dagen gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.(vul naam in van de benaddelde partij met alleen voorletters)

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 45, 57, 302, 350 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Feit 1: poging tot zware mishandeling;

Feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort beschadigen;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij [slachtoffer]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 4.836,93, waarvan € 1.586,93 aan materiële schade en € 3.250,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 augustus 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer] , € 4.836,93 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 augustus 2024 tot aan de dag der voldoening;

- bepaalt dat bij niet betaling 48 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.M. Snoep, voorzitter, mr. C.H.M. Pastoors en

mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 april 2026.

10. Bijlage I

De tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te Breda

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer]

opzettelijk van het leven te beroven,

hem meermaals althans eenmaal tegen het gezicht en/of het hoofd te slaan en/of te

stompen (waardoor voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of

(terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) hem meermaals tegen het hoofd althans het

lichaam te schoppen en/of te trappen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 287 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 15 augustus 2024 te Breda

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

hem meermaals althans eenmaal tegen het gezicht en/of het hoofd geslagen en/of

gestompt (waardoor voornoemde [slachtoffer] ten val kwam) en/of

(terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) hem meermaals tegen het hoofd althans het

lichaam geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 15 augustus 2024 te Breda

opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, in elk geval enig goed, dat/die

geheel of ten dele aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?