ECLI:NL:RBZWB:2026:2951

ECLI:NL:RBZWB:2026:2951

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 02-222848-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Medeplegen van (verlengde) invoer van ongeveer 1198 kilogram cocaïne. Oplegging van een gevangenisstraf van 8 jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-222848-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1982,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [locatie 2] ,

raadsman mr. D.M. Penn, advocaat te Maastricht.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3 april 2026, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.J. Louwers, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de (verlengde) invoer van ongeveer 1198 kilogram cocaïne.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het feit heeft gepleegd. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte beschikkingsmacht had over en wetenschap had van de cocaïne. Verdachte heeft de lading cocaïne aangenomen en in een loods geplaatst. Er is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen. Ook van verlengde invoer is sprake, omdat verdachte de zorg droeg voor de ontvangst en opslag van de cocaïne die binnen het grondgebied van Nederland was gebracht. Zijn verklaringen over de pallets bananen zijn onaannemelijk dan wel ongeloofwaardig en verdachte heeft bovendien meerdere tegenstrijdige verklaringen afgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en verzoekt verdachte van het ten laste gelegde feit vrij te spreken. Verdachte heeft een plausibele verklaring afgelegd. Er was geen sprake van wetenschap van de cocaïne. Hij heeft alleen een lading bananen aangenomen, zonder te weten wat er tussen die lading zat. Evenmin is sprake van medeplegen, omdat er geen bewijs is voor een nauwe en bewuste samenwerking. Daarnaast is niet uitgesloten dat de cocaïne pas in Nederland tussen de bananen is gebracht, reden waarom verlengde invoer niet met zekerheid kan worden vastgesteld.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

De rechtbank stelt het volgende vast. Op 8 augustus 2025 ontvangt de Douane Vlissingen een melding dat er mogelijk verdovende middelen zijn aangetroffen in een lading bananen bij het [bedrijf 1] in [plaats 1] . Naar aanleiding van deze melding wordt er door de Douane een nader onderzoek ingesteld. Uit dit onderzoek blijkt dat drie pallets uit een partij van 49 pallets met Trophy-bananen, afkomstig uit de Dominicaanse Republiek, uiterlijke verschillen vertonen ten opzichte van de overige 46 pallets. De unieke code van deze pallets wijkt af van die van de rest van de lading. Voorts blijkt dat de vier onderste lagen van elke pallet slechts gedeeltelijk gevuld zijn met bananen, terwijl het overige gedeelte is gevuld met in totaal 1.200 rechthoekige blokken, waarin een witte substantie is aangetroffen. De blokken zijn gewogen, bemonsterd en getest. In de blokken is in totaal 1198,7 kilogram cocaïne aangetroffen. Een kleine hoeveelheid cocaïne, te weten tien gram, is in gripzakjes terug gestopt en gecontroleerd doorgelaten. De pallets zijn tevens voorzien van een baken om de bewegingen van de pallets te kunnen volgen.

Uit de release order van [bedrijf 1] blijkt dat een deel van de lading bananen bestemd is voor levering aan het [bedrijf 2] BV in [plaats 4] . Uit informatie van [bedrijf 2] BV blijkt vervolgens dat zij een deel van de lading hebben verkocht aan [bedrijf 4] terwijl een ander deel is verkocht aan [bedrijf 5] B.V. in [plaats 2] . De bananen worden, via tussenkomst van [persoon 1] , in twee vrachtauto’s door [bedrijf 5] B.V. opgehaald bij [bedrijf 1] in [plaats 1] en afgeleverd bij het bedrijf [bedrijf 6] (handelsnaam van [handelsnaam] B.V.) op het adres [adres 2] .

Uit informatie van [bedrijf 1] blijkt verder dat de eerste partij van 24 pallets, waarin zich de cocaïne bevond, op 12 augustus 2025 vanaf 08.30 uur zou worden opgehaald door een vrachtwagen met [kenteken] (hierna: de vrachtwagen), met als bestemming het bedrijf [bedrijf 5] B.V. in [plaats 2] . Op 12 augustus 2025 omstreeks 10.22 uur wordt vastgesteld dat de genoemde vrachtwagen vertrekt vanaf [bedrijf 1] . De vrachtwagen wordt vervolgens onder observatie genomen. Uit de observatie blijkt dat de vrachtwagen rechtstreeks doorrijdt naar het terrein van [locatie 1] te [plaats 3] . Daar rijdt de vrachtwagen direct naar de loods van het bedrijf [handelsnaam] B.V. en parkeert met de achterzijde tegen de roldeur van deze loods. Vastgesteld wordt dat verdachte uit de loods komt en contact maakt met de chauffeur van de vrachtwagen. Enige tijd later vertrekt de vrachtwagen bij de loods, waarna verdachte de roldeur van de loods sluit en zelf eveneens vertrekt. Naar aanleiding van het bovenstaande is verdachte aangehouden.

De vraag die de rechtbank allereerst zal beantwoorden is of kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap van en beschikkingsmacht over de cocaïne had. De rechtbank overweegt in dat kader als volgt.

Wetenschap en beschikkingsmacht

Verdachte heeft verklaard dat hij op 12 augustus 2025 aanwezig was in de loods gelegen aan de [adres 2] . Verdachte is werkzaam in de groente- en fruithandel en wordt ingehuurd door het bedrijf ‘ [bedrijf 6] ’. Dit bedrijf houdt zich voornamelijk bezig met het samenstellen van fruitpakketten voor scholen. Verdachte had die dag de opdracht gekregen om de pallets met bananen te lossen, wat hij heeft gedaan. Nadat hij de pallets had gelost en in de loods had geplaatst, vertrok hij naar huis en zou hij na 2 à 2,5 uur terugkomen. Verdachte was niet op de hoogte van de cocaïne en ontkent iedere betrokkenheid bij de invoer daarvan.

De rechtbank overweegt dat in het dossier meerdere bijzonderheden naar voren komen die als zonder meer opmerkelijk kunnen worden aangemerkt. Deze omstandigheden roepen om een nadere verklaring. Verdachte heeft echter verschillende, vage en onverifieerbare verklaringen afgelegd, die bovendien in strijd zijn met meerdere bevindingen van de politie.

De rechtbank stelt voorop dat er in totaal ongeveer 1198 kilogram cocaïne in de pallets is aangetroffen en dat het hierbij dus ging om een miljoenentransport, waarvan mag worden aangenomen dat dit niet aan willekeurig gekozen personen wordt toevertrouwd. Daarom acht de rechtbank het zeer onaannemelijk dat er bij een dergelijk transport en de ontvangst daarvan volstrekt onwetende personen worden betrokken. Het brengt immers enorme risico’s met zich, zoals het risico dat diegene het ontdekt en zich de waardevolle drugs zou toe-eigenen of zou besluiten de politie in te lichten.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat het bedrijf waarvoor de bananen bestemd zouden zijn, een bedrijf is dat zich bezig zou houden met het verstrekken van fruitpakketten aan scholen. Echter, uit de berekening van de politie blijkt dat er op het moment van de inval 468.000 bananen in de loods aanwezig waren, terwijl de loods niet was ingericht voor de verwerking van een dergelijk grote hoeveelheid bananen. Bovendien stonden er in totaal 23 pallets in een ongekoelde ruimte, terwijl uit de bevindingen van de verbalisanten blijkt dat zowel de buitentemperatuur als de temperatuur in de loods op het moment van de inval 30 graden Celsius betrof. Uit het rapport van Wageningen Food & Biobased Research van 20 augustus 2025 volgt dat ingeval bananen 2 tot 2,5 uur buiten de koeling worden bewaard, zoals in het onderhavige geval, dit leidt tot kwaliteitsverlies. Ook opvallend is dat één van de aanwezige koelcellen defect bleek te zijn. De hoeveelheid bananen op deze locatie, in samenhang met de activiteiten van [bedrijf 6] en het gebrek aan koelruimte maken dat het zeer onwaarschijnlijk is dat deze bananen in fruitpakketten aan scholen zouden worden verwerkt.

Daarnaast is het opmerkelijk dat de inval plaatsvond op 12 augustus 2025, midden in de zomervakantie, en er in deze periode waarschijnlijk geen fruitpakketten aan scholen worden verstrekt. De rechtbank heeft zich hardop afgevraagd wat verdachte en/of [bedrijf 6] van plan was in de schoolvakantie met 468.000 bananen. Tot slot is van belang te benoemen dat er in de loods geen andere fruitsoorten zijn aangetroffen; de fruitpakketten zouden dus alleen bestaan uit bananen. Zelfs in geval de lezing van verdachte betreffende het maken van de fruitpakketten wordt gevolgd, komen de door hem geschetste omstandigheden de rechtbank dus onlogisch voor.

Bij de aanhouding van verdachte is zowel een iPhone als een Google Pixel telefoon aangetroffen. Uit het onderzoek aan de iPhone blijkt dat er meermaals zoekopdrachten zijn uitgevoerd naar cocaïneprijzen in Colombia, Curaçao, Suriname en Zuid-Amerika, alsmede naar manieren om geld wit te wassen, met gebruik van verschillende zoektermen. De verklaring van verdachte, inhoudende dat deze zoekopdrachten zijn uitgevoerd naar aanleiding van het kijken van documentaires, acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Dit wordt des te meer versterkt door het feit dat verdachte bij doorvragen niet in staat is gebleken om een specifieke documentaire te benoemen die hij zou hebben bekeken.

Voorts leidt de rechtbank uit de communicatie uit de iPhone af dat verdachte betrokken was bij de transport en aflevering van de pallets met cocaïne. Verdachte heeft met meerdere personen, op verschillende tijdstippen, gecommuniceerd over de bananen en de aflevering daarvan. Zo volgt uit een van de chats dat verdachte op de hoogte wordt gesteld van de aankomsttijd van de vrachtwagen en stuurt verdachte na aflevering van de pallets met bananen foto’s en een video daarvan naar een persoon genaamd [persoon 2] . De verklaring van verdachte, dat hij slechts diezelfde ochtend voor het eerst op de hoogte werd gebracht van de levering van de bananen, is niet in lijn met de bevindingen in het dossier. Hieruit blijkt namelijk dat verdachte al op 7 augustus 2025 contact heeft gehad met [persoon 2] over ‘die bananen’.

Ook de Google Pixel telefoon is onderzocht. Op deze telefoon stond het besturingssysteem GrapheneOS geïnstalleerd. Dit betreft een alternatief besturingssysteem dat is ontworpen om de privacy/anonimiteit zo goed als mogelijk te waarborgen en anoniem te kunnen communiceren. Volgens verbalisanten worden dergelijke telefoons veelvuldig in het criminele circuit gebruikt. Met betrekking tot de Google Pixel telefoon heeft verdachte verklaard dat hij deze telefoon van een leverancier heeft ontvangen voor het maken van foto’s van de leveringen, omdat de camera van zijn privételefoon het niet meer deed. Deze verklaring is in strijd met de bevindingen van de verbalisanten, die hebben vastgesteld dat de camera van de privételefoon van verdachte in werking was en dat verdachte met zijn privételefoon foto’s heeft gemaakt van de geloste pallets met bananen en de vrachtwagen en deze vervolgens heeft doorgestuurd naar [persoon 2] .

De voornoemde feiten en omstandigheden roepen naar het oordeel van de rechtbank om een verklaring. Omdat verdachte echter geen aannemelijke en verifieerbare verklaring hiervoor heeft gegeven, merkt de rechtbank deze feiten en omstandigheden aan als redengevend voor het bewijs. De rechtbank gaat op grond daarvan ervan uit dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aanwezigheid van de cocaïne.

Ook was er sprake van beschikkingsmacht gelet op het feit dat verdachte de pallets, met daarop de dozen met daarin cocaïne, heeft aangenomen en in de loods heeft geplaatst.

Verlengde invoer

Het is een feit van algemene bekendheid dat de logistiek rond de invoer van verboden verdovende middelen complex is, waarbij meerdere personen betrokken zijn. Het is immers niet mogelijk dergelijke goederen via de reguliere weg door een reder per schip vanuit Latijns-Amerika naar Europa te vervoeren. Drugs moeten verhuld worden gesmokkeld.

Alle individuele, identificeerbare handelingen van personen die betrekking hebben op die complexe logistiek moeten daarom in beginsel worden geacht gericht te zijn op de opzet

tot het binnen het grondgebied van - in dit geval - Nederland brengen van deze verboden verdovende middelen. Uit de tekst van artikel 1 vierde lid juncto artikel 2 aanhef en onder

A van de Opiumwet blijkt voorts wat onder het invoeren van verdovende middelen wordt begrepen. Dit is dus niet alleen het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de verdovende middelen zelf, maar ook het verrichten van handelingen gericht op het verdere vervoer, de opslag en de aflevering van verdovende middelen (de zogenaamde ‘verlengde invoer’).

De verdediging heeft betwist dat eventuele betrokkenheid van verdachte bij de cocaïne kan worden aangemerkt als verlengde invoer. Voor een bewezenverklaring van (verlengde) invoer moet kunnen worden vastgesteld dat de cocaïne het grondgebied van Nederland binnen is gebracht én dat verdachte daar wetenschap van heeft gehad.

De pallets met bananen zijn vanuit de Dominicaanse Republiek naar Nederland vervoerd. Verdachte is al jarenlang werkzaam in de groente- en fruithandel en weet van het reilen en zeilen in deze branche. Hij weet dan ook als geen ander dat bananen in tropische landen groeien en vanuit die landen worden geïmporteerd in Nederland. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat bananen op de Nederlandse markt uit het buitenland afkomstig zijn. Er is dan ook voldoende bewijs dat verdachte wist dat de bananen afkomstig waren uit het buitenland.

Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat de cocaïne mogelijk pas in Vlissingen in de bananendozen is geplaatst merkt de rechtbank het volgende op. De cocaïne is door de Douane ontdekt en zat verstopt in de onderste lagen van de pallets met bananendozen, wat betekent dat de cocaïne er niet zomaar ingestopt en uitgehaald kon worden. De cocaïne was nog niet gescheiden van de deklading. Verdachte droeg zorg voor de ontvangst en opslag van de cocaïne. Er is geen enkele aanleiding om de theoretische mogelijkheid, zoals geschetst door de verdediging, aan te nemen. Het dossier biedt daarvoor ook geen enkel aanknopingspunt. De handelingen van verdachte kunnen dan ook worden geschaard onder de verlengde invoer.

Medeplegen

De rechtbank is ook van oordeel dat er, gelet op de rol van verdachte, sprake is van medeplegen. Uit de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat verdachte wist dat hij betrokken was bij de invoer van cocaïne en dat zijn opzet daarop was gericht. Hieruit blijkt voorts dat verdachte bewust met anderen heeft samengewerkt. De rol van verdachte was van voldoende gewicht. Hij wist wat er speelde, heeft de pallets met bananen aangenomen van de vervoerder en deze vervolgens in de loods geplaatst. Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt voorts dat hij instructies krijgt aangaande de levering van de partij bananen. Ook maakt verdachte foto’s en een video van deze partij bananen voor de persoon waarvan hij eerder instructies kreeg. Verdachte is hiermee een essentiële schakel in de keten van het invoertraject geweest en heeft met zijn handelen een wezenlijke bijdrage geleverd aan de invoer van cocaïne in Nederland.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de verlengde invoer van ongeveer 1198 kilogram cocaïne.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de periode van 8 augustus 2025 tot en met 12 augustus 2025 te [plaats 1] , gemeente Vlissingen, en Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 1198 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van voorarrest.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan de verlengde invoer van een enorme hoeveelheid cocaïne. Met zijn handelen draagt verdachte bij aan de (internationale) cocaïnehandel. Hiermee is hij deels verantwoordelijk voor de gevolgen van deze handel. Cocaïne is een stof die schadelijk is voor de volksgezondheid en is sterk verslavend. Met de handel in cocaïne wordt bovendien veel geld verdiend waardoor deze gepaard gaat met vele vormen van criminaliteit die onder meer een bedreiging inhouden voor de integriteit van het financiële en economische verkeer. Daarnaast gaat de internationale handel in verdovende middelen steeds vaker gepaard met geweldsexplosies, waarmee niet zelden onschuldige burgers worden geconfronteerd. Daarmee is de cocaïnehandel en alles wat daarbij hoort ontwrichtend en ondermijnend voor de Nederlandse maatschappij. Kennelijk heeft verdachte voor dit alles geen oog gehad en was hij enkel uit op financieel voordeel.

Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet meer dan terecht dat er voor de georganiseerde handel in cocaïne lange, onvoorwaardelijke gevangenisstraffen worden opgelegd. Enerzijds dient dit als vergelding voor de ontwrichting van de maatschappij waar de dader indirect aan heeft bijgedragen. Anderzijds heeft het opleggen van vrijheidsstraffen tot doel anderen ervan te weerhouden zich met deze vorm van georganiseerde criminaliteit in te laten.

Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met de rechterlijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor het invoeren van cocaïne, bij een hoeveelheid van meer dan twintig kilogram in georganiseerd verband, geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 72 maanden of hoger. De hoeveelheid cocaïne die in de pallets zat was bijna het zestigvoudige van de twintig kilogram en is daarmee dermate hoog dat het boven de grootste hoeveelheid uitkomt die in de oriëntatiepunten is benoemd. De rechtbank heeft daarom gekeken naar wat er zoal in vergelijkbare zaken aan straffen is opgelegd. Hierbij valt op dat die straffen doorgaans hoger zijn dan de door de officier van justitie gevorderde gevangenisstraf.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de rol van verdachte. Hoewel niet is gebleken dat verdachte de initiator of financier was van dit cocaïnetransport, heeft hij wel een belangrijke rol gehad. Zonder (dek)lading kan immers geen cocaïne worden verstopt en getransporteerd. Verdachte heeft een faciliterende rol gehad, waarbij hij meer was dan enkel een uitvoerder. Hij was betrokken bij de aflevering en ontvangst van de cocaïne en is hierbij professioneel te werk gegaan door gebruik te maken van een zwaarbeveiligde telefoon en contact te onderhouden met andere personen. Verdachte had daarmee een sleutelrol bij het transport en vormde een onmisbare schakel in het geheel. Verdachte heeft verder geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn strafbaar handelen en evenmin heeft hij inzicht daarin gegeven.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor drugsfeiten. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank echter geen aanleiding hiermee in strafmatigende zin rekening te houden. Hoewel het invoelbaar is dat verdachte er voor zijn gezin wil zijn, heeft deze behoefte hem er kennelijk niet van weerhouden dit ernstige strafbare feit te plegen.

Het voorgaande in ogenschouw genomen maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit. Alles overwegend acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaren passend en geboden. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Zij bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering moet worden gebracht.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7. Het beslag

De verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen GSM (merk iPhone) wordt verbeurd verklaard. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om naast de hoofdstraf verbeurdverklaring op te leggen, omdat het voorwerp aan verdachte toebehoort en het een voorwerp is met behulp waarvan het feit is begaan en voorbereid.

De onttrekking aan het verkeer

De inbeslaggenomen hennep wordt onttrokken aan het verkeer. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dat voorwerp te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36d, 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- verklaart verbeurd het volgende voorwerp:

* 1 STK GSM, wit, merk: Apple, voorwerpnummer PL2000-ZBNBB25015_866300;

- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:

* 417 GR Hennep, voorwerpnummer PL2000-2025208342-G2896760.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter, en mr. P.A.M. Wijffels en mr. H. Skalonjic, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 april 2026.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2025 tot en met 12

augustus 2025 te [plaats 1] , gemeente Vlissingen, en/of Amsterdam, in elk

geval Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 1198

kilogram, in

elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde

cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1

Wetboek van Strafrecht)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B. Akdikan
  • mr. P.A.M. Wijffels
  • mr. H. Skalonjic

Griffier

  • mr. A.S.S. Fanis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?