Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-216240-19
Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 14 april 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] (Polen),
verblijvende in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie [locatie]
(hierna: de tbs-instelling),
hierna: “betrokkene”.
1. Inleiding
Bij vonnis van deze rechtbank van 3 mei 2021 is betrokkene wegens poging tot doodslag ontslagen van alle rechtsvervolging en is de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast met voorwaarden.
De termijn van de tbs is aangevangen op 3 mei 2021.
Bij beslissing van deze rechtbank van 6 september 2023 is de verpleging van overheidswege
(hierna: “dwangverpleging”) bevolen.
Bij beslissing van deze rechtbank van 15 april 2025 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van één jaar.
2. Procesverloop
De rechtbank heeft op 27 februari 2026 van het Openbaar Ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met twee jaar. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 31 maart 2026 behandeld.
De officier van justitie mr. L.A. Pronk is gehoord.
Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. E.M.W. Lock, advocaat te Amsterdam.Voorts is als deskundige gehoord [naam] , Hoofd behandeling en verpleegkundig specialist GGZ bij de tbs-instelling.
3. Adviezen
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling adviseert in het verlengingsadvies van 3 februari 2026 om de tbs te verlengen met twee jaar. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en stoornissen in het gebruik van stimulantia en andere middelen. Het middelengebruik is op dit moment niet aan de orde. Betrokkene is vanuit het Penitentiair Psychiatrisch Centrum in [plaats] op 10 oktober 2025 geplaatst bij de tbs-instelling op [afdeling] . Hij is gedragsmatig stabiel, maar de symptomen van schizofrenie zijn persisterend aanwezig, in de vorm van auditieve hallucinaties. Er ontstaat voorzichtig ziektebesef, maar het ziekte-inzicht is beperkt. Betrokkene is ambivalent over het nut van en de indicatie voor antipsychotische behandeling en meent voldoende vaardigheden in huis te hebben om zich zonder medicatie staande te houden. Hij staat aan het begin van zijn behandeltraject en er is nog geen start gemaakt met verloven, noch zijn deze aangevraagd. Wanneer het tbs-kader nu zou wegvallen, is er een hoge kans op gewelddadige recidive.
Op de zitting van 31 maart 2026 heeft de deskundige het advies van de tbs-instelling toegelicht. Hij heeft in aanvulling daarop aangevoerd dat betrokkene goed meewerkt, stappen vooruit zet en zijn medicatie vrijwillig neemt. Geprobeerd wordt om de symptomen van de schizofrenie verder in remissie te krijgen door de dosering van de medicatie (Clozapine) te verhogen. De verwachting is dat binnen drie maanden gestart kan worden met de delict-analyse. De tbs-instelling meent dat bij betrokkene geen sprake is van adhd, aangezien hij in het verleden medicatie hiervoor heeft gehad en dit geen invloed had op zijn toestandsbeeld. Er ligt een voornemen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst om betrokkene ongewenst vreemdeling te verklaren en als dit doorgang vindt moet hij repatriëren naar Polen via de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS). Een andere mogelijkheid is om betrokkene via de gebruikelijke verlofstappen te laten repatriëren, waartoe contact moet worden gelegd met een privékliniek in Polen. Er zal begeleid verlof aangevraagd moeten worden om vanuit daar toe te werken naar transmuraal verlof. Hoewel wat de risico-taxatie betreft begeleid verlof spoedig kan worden aangevraagd, zal dit traject zeker meer tijd in beslag nemen dan één jaar. Als betrokkene daadwerkelijk ongewenst vreemdeling wordt verklaard, zal dit een vertragend effect hebben op de te nemen verlofstappen, omdat begeleid verlof dan de laatste stap is. Als betrokkene, zoals verwoord ter zitting, geen zienswijze zal indienen tegen het voornemen, zal het besluit tot ongewenst vreemdeling snel volgen en zullen de stappen van de WETS worden gevolgd. Ook in dat geval leert de praktijk dat daar langer dan één jaar mee gemoeid is.
Adviezen externe gedragsdeskundigen
Advies psychiater
[psychiater] adviseert in het psychiatrisch rapport van 23 december 2025 om de tbs te verlengen met twee jaar en om de dwangverpleging te continueren. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie van het paranoïde type, een misbruikverleden van mdma en amfetamine en mogelijk ook van adhd. Het risico op recidive wordt als matig ingeschat.
De psychiater is van oordeel dat te weinig rekening wordt gehouden met het ontbreken van een justitiële voorgeschiedenis, wat statistisch gezien de belangrijkste voorspeller is van geweld in de toekomst. Betrokkene staat nog aan het begin van zijn behandeltraject en zijn medicatie zal eerst optimaal ingesteld moeten worden.
Advies psycholoog
[psycholoog] adviseert in het psychologisch rapport van 30 december 2025 om de tbs te verlengen met twee jaar en om de dwangverpleging te continueren. Bij betrokkene is sprake van schizofrenie en gebruik van stimulantia. Het risico op recidive wordt als hoog ingeschat als betrokkene uit zorg raakt. Betrokkene staat nog aan het begin van zijn behandeltraject en zijn medicatie zal eerst optimaal ingesteld moeten worden, voordat aanvullende diagnostiek kan plaatsvinden.
4. Standpunt van partijen
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verlenging van de terbeschikkingstelling bepleit met één jaar.
Zij meent dat sprake is van te veel onzekerheden en dat daarop regie moet worden gevoerd, mede vanwege de moeizame start van het tbs-traject. Betrokkene zal zich niet verzetten tegen de ongewenstverklaring. Hij wil zo snel mogelijk terug naar Polen. Daar komt bij dat niet kan worden uitgesloten dat over één jaar kan worden afgeschaald naar een voorwaardelijk kader als bedoeld in artikel 6:6:10b van het Wetboek van Strafvordering.
5. Beoordeling
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en moet voortvloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tbs moet worden verlengd.
De vervolgvraag is met welke termijn de tbs moet worden verlengd. Volgens vaste jurisprudentie heeft als uitgangspunt te gelden dat wanneer aannemelijk is dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar,
de tbs moet worden verlengd met een termijn van twee jaar. Dit kan anders zijn wanneer de reële kans bestaat dat de maatregel na verloop van een jaar kan worden gewijzigd of
beëindigd of als het verloop van de behandeling daartoe aanleiding geeft.
Uit het advies van de tbs-instelling komt naar voren dat de verwachting is dat, zowel bij een verplichte als bij een vrijwillige repatriëring naar Polen, de verdere behandeling en resocialisatie van betrokkene langer dan één jaar zal duren. Een verlenging van twee jaar ligt dan ook in de rede. De rechtbank ziet geen redenen om van dit uitgangspunt af te wijken. Zij constateert dat betrokkene aan het begin van zijn behandeltraject staat en dat een aanvang moet worden gemaakt met het begeleid verlof, waaraan op verantwoorde wijze invulling gegeven moet worden. Getoetst moet worden hoe betrokkene omgaat met meer verantwoordelijkheden en vrijheden en dat kost tijd. Een (voorwaardelijke) beëindiging als bedoeld in artikel 6:6:10b van het Wetboek van Strafvordering ligt niet eerder dan over twee jaar in de lijn der verwachting en een dergelijke verlenging staat ook een repatriëring naar Polen niet in de weg. De rechtbank zal dan ook de termijn van de tbs verlengen met twee jaar.
6. Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. W.J.M. Fleskens, voorzitter,
en mr. C.E.M. Marsé en mr. J.F.C. Janssen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.J.E.M. Hoezen, griffier en is uitgesproken ter openbare
zitting op 14 april 2026.