ECLI:NL:RBZWB:2026:3002

ECLI:NL:RBZWB:2026:3002

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 15-04-2026
Zaaknummer 02-315013-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Veroordeling voor artikel 6 van de Wegenverkeerswet. Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Zwaar lichamelijk letsel. Taakstraf en ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 02-315013-23

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1942,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. R.W. van Voorst Vader, advocaat te Hulst.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 02 april 2026, waarbij de officier van justitie mr. P.W.P. Emmen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte door roekeloos of zeer/aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag een verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, dan wel dat verdachte door zijn rijgedrag gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Hij heeft een ongeval veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag, met zwaar lichamelijk letsel voor [slachtoffer 1] als gevolg. Dat verdachte door een leeglopende band voorafgaand aan het ongeval op de verkeerde weghelft terecht is gekomen, kan op basis van het forensisch onderzoek worden uitgesloten. Voor een defect aan de stuurinrichting voorafgaand aan het ongeval biedt het dossier evenmin aanknopingspunten. Bij uitsluiting van andere mogelijkheden kan worden vastgesteld dat verdachte zelf de stuurbeweging heeft gemaakt en zo op de verkeerde weghelft terecht is gekomen waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Dat [slachtoffer 2] door het ongeval zwaar lichamelijk heeft opgelopen, kan niet worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. Er was geen sprake van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) en evenmin van enige verwijtbare gedraging die heeft geleid tot gevaarzetting als bedoeld in artikel 5 WVW. Niet gebleken is dat het door verdachte vertoonde rijgedrag afweek van het gedrag dat van verkeersdeelnemers in het algemeen wordt vereist. Mogelijk werd het voertuig waarin verdachte reed onbestuurbaar door een defect aan de stuurinrichting en/of een leeglopende band voorafgaand aan het ongeval.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Vaststelling feiten

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte op 22 november 2023 aan het begin van de avond als bestuurder van een personenauto (Volkswagen Golf) – met daarin twee passagiers, waaronder het slachtoffer [slachtoffer 1] – in Vogelwaarde op de N290 reed in de richting van [plaats] . Het zicht op de situatie op de weg werd niet belemmerd. Vlak voor een bocht naar links, die werd aangeduid met reflecterende borden, is het voertuig van verdachte op de rijstrook van het tegemoetkomend verkeer terechtgekomen en is daarbij de dubbele doorgetrokken streep over gereden. Verdachte is met zijn voertuig op die rijstrook frontaal tegen een tegemoetkomende auto gebotst. Dit betrof een bestelauto (Ford Transit) die werd bestuurd door [slachtoffer 2] .

Primair – schuld in de zin van artikel 6 WVW

De vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet, is of verdachte door zijn gedragingen schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW en zo ja, in welke mate.

Bij de beoordeling daarvan komt het aan op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst van de verkeersovertreding(en) en de overige omstandigheden van het geval. Niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag, dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Van schuld is sprake wanneer de verdachte zich roekeloos, dan wel in hoge of aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gedragen. Het komt er daarbij op aan of de verdachte tekortschoot in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid.

Verdachte reed op een provinciale weg terwijl er een bocht naderde. Juist provinciale wegen waarbij de rijstroken voor het elkaar tegemoetkomende verkeer niet fysiek van elkaar zijn gescheiden, vragen een bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid van weggebruikers. Op de plaats van het ongeval en ten tijde daarvan gold dat nog in sterkere mate, vanwege de bocht in de weg en de duisternis op dat moment. Verdachte is, zonder duidelijke aanleiding, op een provinciale weg over de doorgetrokken streep gereden en met zijn voertuig volledig op de weghelft voor tegemoetkomend verkeer terechtgekomen. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verdachte heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die van hem in vergelijking met een gemiddelde andere persoon in vergelijkbare omstandigheden en met een vergelijkbare hoedanigheid mag worden verwacht. Het hiervoor omschreven rijgedrag van verdachte leidt in beginsel tot de conclusie dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan zijn schuld is te wijten, zoals bedoeld in artikel 6 WVW. Dat kan evenwel anders zijn indien omstandigheden zijn aangevoerd en aannemelijk zijn geworden waaruit volgt dat van schuld in vorenbedoelde zin niet kan worden gesproken.

De verdediging heeft in dat verband aangevoerd dat het voertuig waarin verdachte reed mogelijk onbestuurbaar is geworden door een defect aan de stuurinrichting en/of een leeglopende band voorafgaand aan het ongeval. Het dossier, waaronder het forensisch voertuigonderzoek, biedt echter geen aanknopingspunten voor dat scenario. Er zijn ook geen aanwijzingen aangetroffen dat de Volkswagen Golf voorafgaand aan het ongeval was voorzien van een band met onvoldoende bandenspanning. De rechter voorband bleek (na het ongeval) weliswaar drukloos te zijn, maar uit de aanvullende bevindingen van de forensisch onderzoeker volgt dat aannemelijk is dat dit is gebeurd door de botsing met de Ford Transit.

Gelet op het voorgaande kan het niet anders zijn dan dat het rijgedrag van verdachte ervoor heeft gezorgd dat hij op de verkeerde weghelft terecht is gekomen waardoor het verkeersongeval is veroorzaakt, zodat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW.

Zwaar lichamelijk letsel

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat slachtoffer [slachtoffer 1] door het ongeval onder andere ernstig traumatisch hersenletsel heeft opgelopen. Het letsel heeft geleid tot blijvende klachten en beperkingen in het dagelijks functioneren. De rechtbank is van oordeel dat dit hersenletsel, gelet op de aard en de gevolgen daarvan, zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 WVW oplevert en dat is bewezen dat door het ongeval zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 1] werd toegebracht.

Uit het verhoor van slachtoffer [slachtoffer 2] blijkt dat ook hij letsel heeft opgelopen door het ongeval. Op grond van het dossier is echter onvoldoende vast komen te staan dat dit zwaar lichamelijk letsel betrof of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dat onderdeel van de tenlastelegging.

Conclusie

Uit het voorgaande volgt de conclusie dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden en daarmee schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW, waardoor [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het primair ten laste gelegde feit is daarmee wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair

op 22 november 2023 te Vogelwaarde, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (Volkswagen Golf), daarmede rijdende over de weg, de N290, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend,- niet de nodige voorzichtigheid in acht te nemen en onvoldoende aandacht te hebben voor het verkeer en de verkeerssituatie ter plaatse en- zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle te houden en - niet zoveel mogelijk rechts te rijden en- over de dubbele doorgetrokken streep te rijden, waardoor hij zich op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer heeft begeven en (vervolgens) niet in staat is geweest een hem tegemoetkomende auto (Bestelauto Ford Transit) te ontwijken, waardoor hij (frontaal) in botsing is gekomen met die auto, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, te weten [slachtoffer 1] , ernstig hersenletsel.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 60 uur, te vervangen door 30 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid die gelijk is aan de duur dat het rijbewijs van verdachte ingenomen is geweest, te weten 196 dagen, met aftrek.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat in het geval van een veroordeling aan verdachte een taakstraf kan worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. Hij heeft op de weghelft gereden die bestemd was voor het tegemoetkomend verkeer en is frontaal op een tegemoetkomend voertuig gebotst. Door de botsing heeft slachtoffer [slachtoffer 1] , een van de inzittenden van het voertuig dat verdachte zelf bestuurde, ernstig letsel opgelopen. Dit letsel bestond onder andere uit ernstig traumatisch hersenletsel, meerdere breuken aan het aangezicht en een klaplong aan beide kanten. Het letsel heeft geleid tot blijvende klachten en beperkingen in het dagelijks functioneren. Het letsel heeft een aanzienlijke impact op het leven van het slachtoffer, onder meer op zijn zelfstandigheid en belastbaarheid.

Hoewel duidelijk is dat verdachte nooit heeft gewild dat er een ongeval zou plaatsvinden en evenmin dat het slachtoffer als gevolg hiervan ernstig letsel zou oplopen, is dit wel het gevolg geweest van verdachtes rijgedrag. De rechtbank weegt de forse gevolgen die het handelen van verdachte heeft gehad voor het slachtoffer mee bij de bepaling van de op te leggen straf. Verdachte heeft zelf ook aanzienlijk letsel opgelopen als gevolg van het ongeval. Ook dat weegt de rechtbank mee bij het bepalen van de strafmaat, evenals de leeftijd van verdachte en de omstandigheid dat het lang heeft geduurd tot de zaak op zitting is besproken.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat hij meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing, gelet op twee strafbeschikkingen die op 16 juli 2025 zijn opgelegd voor rijden zonder geldig rijbewijs.

Gelet op de aard en ernst van het feit en de omstandigheden zoals hiervoor omschreven, de persoon van verdachte en de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd, zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf opleggen voor de duur van 60 uur, te vervangen door 30 dagen hechtenis als verdachte de taakstraf niet goed uitvoert. Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen opleggen voor de duur van 6 maanden, met aftrek van de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Primair: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 60 (zestig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 30 (dertig) dagen;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.W. Boogert, voorzitter,

en mr. J. Bergen en mr. N.C.W. Haesen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 april 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

hij op of omstreeks 22 november 2023 te Vogelwaarde, gemeente Hulst, in elk gevalin Nederland,als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (VolkswagenGolf), daarmede rijdende over de weg, de N290, zich zodanig heeft gedragen dat eenaan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, inelk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,- niet de nodige voorzichtigheid in acht te nemen en/of onvoldoende aandacht tehebben voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of- zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle te houden en/of- niet zoveel mogelijk rechts te rijden en/of- over de dubbele doorgetrokken streep te rijden, waardoor hij zich op de weghelftbestemd voor het tegemoetkomend verkeer heeft begeven en (vervolgens) niet instaat is geweest een hem tegemoetkomende auto (Bestelauto Ford Transit) teontwijken, waardoor hij (frontaal) in botsing is gekomen met die auto,waardoor (een) ander(en) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werdtoegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van denormale bezigheden is ontstaan, te weten[slachtoffer 1] , ernstig hersenletsel en/of[slachtoffer 2] , bloeduitstorting op heup en pijnlijke onderrug;

( art 6 Wegenverkeerswet 1994 )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 november 2023 te Vogelwaarde, gemeente Hulst, in elk gevalin Nederland als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende opde weg, de N290- niet de nodige voorzichtigheid in acht heeft genomen en/of onvoldoendeaandacht heeft gehad voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en/of- zijn motorrijtuig niet voortdurend onder controle heeft gehouden en/of- niet zoveel mogelijk rechts heeft gereden en/of- over de dubbele doorgetrokken streep heeft gereden, waardoor hij zich op deweghelft bestemd voor het tegemoetkomend verkeer heeft begeven en (vervolgens)niet in staat is geweest een hem tegemoetkomende auto (Bestelauto Ford Transit) teontwijken, waardoor hij (frontaal) in botsing is gekomen met die auto,door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,althans kon worden gehinderd;

( art 5 Wegenverkeerswet 1994 )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?