Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Parketnummer: 02-245953-21
Beslissing van de meervoudige kamer van 10 april 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
verblijvende in de FPC [kliniek] ,
op het [adres] ,
raadsvrouw: mr. R.T.K. Davidse, advocaat te Middelburg.
1. De stukken
Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:
- de vordering van de officier van justitie van 9 maart 2026, die strekt tot verlenging van
de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met twee jaar;
- de aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van [betrokkene] (hierna: betrokkene) tot en met februari 2026;
- de rapportage van [psychiater] , van 6 december 2025;
- de rapportage van [gz-psycholoog] , van 22 oktober 2025;
- het rapport van FPC [kliniek] (hierna: de tbs-instelling) van 24 februari 2026, waarin het advies van de tbs-instelling is vermeld.
2. De procesgang
Bij vonnis van deze rechtbank van 4 april 2022 is betrokkene, ter zake moord en poging tot
moord ontslagen van alle rechtsvervolging en veroordeeld tot tbs met verpleging van
overheidswege.
De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste
lid, van het Wetboek van Strafrecht.
De termijn van de tbs is aangevangen op 19 april 2022. Bij beslissing van deze rechtbank van 11 april 2024 is de tbs laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 10 april 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. M. van Leeuwen, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw. Voorts is gehoord als deskundige [GZ-psycholoog] bij de tbs-instelling.
3. De adviezen
Advies tbs-instelling
De tbs-instelling heeft in het rapport van 24 februari 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar en heeft daartoe, samengevat, het volgende vermeld. Bij betrokkene is sprake van een autismespectrumstoornis en een persoonlijkheidsstoornis met borderline, narcistische en antisociale trekken. De problematiek van betrokkene leidt ertoe dat hij afhankelijk is van externe structuur. Het afgelopen jaar is er sprake van een gering probleembesef en -inzicht. Zijn emotieregulatie, het vermogen tot zelfcontrole en de copingvaardigheden blijken onvoldoende te zijn. Betrokkene deelt weinig over zijn innerlijke belevingswereld en emoties, waardoor het behandelteam moeite heeft om hier inzicht in te verkrijgen. Dat vormt een belemmering voor de voortgang van de behandeling. In het tweede halfjaar van de behandeling wordt er een kleine positieve verandering in het toestandsbeeld waargenomen. Betrokkene is ingesteld op andere medicatie, volgt cognitieve gedragstherapie met EMDR, doet aan runningtherapie en psychomotorische therapie. Omdat vooralsnog onduidelijk blijft wat er in hem omgaat en de autismespectrumstoornis van grote invloed lijkt te zijn op de responsiviteit voor de behandeling, zal FPA [afdeling] (een expertisecentrum voor forensische psychiatrie met een specialisatie in ASS-problematiek ) worden ingeschakeld voor een intercollegiaal overleg. Zowel in zorg als uit zorg wordt er nog steeds een risico op herhaling van agressief gedrag gezien. Gezien de huidige fase van de behandeling, de behandeldoelen en de nog te nemen stappen richting resocialisatie wordt voortzetting van de tbs met twee jaren noodzakelijk geacht.
Ter zitting heeft de deskundige het advies van de tbs-instelling bevestigd en daaraan toegevoegd dat er sinds een paar maanden sprake is van een stabiel toestandsbeeld. Vijandigheid en instabiliteit zijn meer naar de achtergrond verdwenen, mede door de medicatie en therapieën. De komende periode zal er opnieuw worden gekeken naar de delictanalyse. Daarnaast zal ook de therapie ‘zorgpad agressie’ worden opgezet, om meer inzicht te verkrijgen in de factoren die meespelen bij agressief gedrag. Het voornemen is om over enkele maanden een nieuwe risicotaxatie op te stellen, alvorens er een verlofaanvraag kan worden ingediend. De inschatting van de tbs-instelling is dat er met de huidige risicotaxatie geen verlofmachtiging zal worden verleend. Er bestaat een verschil van inzicht tussen de tbs-instelling en de gedragsdeskundigen met betrekking tot de persoonlijkheidsstoornis van betrokkene. Het klinische beeld dat vóór het gebruik van medicatie werd vastgesteld, kan door de medicatie zijn veranderd of vervaagd. Dit roept de noodzaak op om de diagnose van de persoonlijkheidsstoornis opnieuw zorgvuldig te heroverwegen.
Adviezen (externe) gedragsdeskundigen
De psycholoog en psychiater adviseren om de tbs te verlengen met twee jaar. Anders dan de tbs-instelling, zien zij bij betrokkene geen persoonlijkheidsstoornis. Zij classificeren wel een (in remissie zijnde) andere gespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische kwetsbaarheid. In de huidige omstandigheden wordt de kans op herhaling van soortgelijke feiten laag tot matig geschat. Uit zorg en zonder tbs-kader zal deze kans naar alle waarschijnlijkheid op zeer korte termijn oplopen naar hoog. Continuering van het verblijf in de tbs-kliniek en het huidige risicomanagement blijft daarom geïndiceerd, omdat met de tbs is geborgd dat betrokkene in een passende zorgsetting verblijft, met voldoende beveiligingsmogelijkheden, waarin hij de ondersteuning en begeleiding krijgt die hij nodig heeft. Ook is er toezicht op signalen van ontregeling en/of overbelasting, alsmede op het adequaat gebruik van medicatie. Het advies is om het resocialisatietraject en de opbouw van vrijheden zeer stapsgewijs te doorlopen. Verwacht wordt dat er nog een lange weg te gaan is voordat het voornoemde op een veilige en verantwoorde wijze gerealiseerd kan worden. Het is niet aannemelijk dat binnen één jaar de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigd zal kunnen worden.
4. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.
5. Het standpunt van de verdediging
Betrokkene en de raadsvrouw hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
6. Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is bevoegd om van de vordering kennis te nemen de vordering is tijdig ingediend en de officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.
De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de gedragsdeskundigen en het advies van de TBS-instelling wordt nog steeds aan het wettelijk criterium voldaan. Daarnaast wordt het recidiverisico bij beëindiging van de maatregel als hoog ingeschat.
Betrokkene bevindt zich vrijwel nog aan het begin van de behandeling, waardoor er nog aanzienlijke stappen gezet moeten worden, onder meer op het gebied van hernieuwde delictsanalyse, de heroverweging van de diagnose voor wat betreft de persoonlijkheidsstoornis en het afnemen van een nieuwe risicotaxatie voordat een verlofaanvraag kan worden ingediend. De verwachting is dus dat betrokkene nog een lange weg heeft te gaan. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de tbs met verpleging van overheidswege van betrokkene wordt verlengd met twee jaar. Met die beslissing wordt ook voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
7. De beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege van betrokkene met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. B. Akdikan, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. L.E. Verschoor-Bergsma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 april 2026.
De oudste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.