ECLI:NL:RBZWB:2026:3057

ECLI:NL:RBZWB:2026:3057

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 16-04-2026
Zaaknummer 02-028610-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Grootschalige bankhelpdeskfraude. De rechtbank legt afhankelijk van de specifieke bewezenverklaringen en de proceshouding van de verdachten gevangenisstraffen en taakstraffen op. Voorts wordt een aantal vorderingen benadeelde partij toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-028610-23

Parketnummer TUL: 16-085802-22

Vonnis van de meervoudige kamer van 16 april 2026

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1999 in [geboorteplaats 1] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,

raadsvrouw mr. M.J.A. Beukers-Bouten, advocaat in Eindhoven.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 2 maart 2026, waarbij de officier van justitie, mr. C.J. de Pagter, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer. Het onderzoek is gesloten op 16 april 2026.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is op 19 mei 2025 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een of meer anderen

feit 1: in de periode van 15 september 2022 tot en met 5 januari 2023 twee personen

heeft opgelicht door middel van bankhelpdeskfraude;

feit 2: in de periode van 6 januari 2023 tot en met 9 januari 2023 heeft geprobeerd drie personen op te lichten door middel van bankhelpdeskfraude;

feit 3: in de periode van 15 september 2022 tot en met 6 januari 2023 computervredebreuk

heeft gepleegd;feit 4: op 9 januari 2023 een Samsung laptop en bankpassen heeft weggenomen door

middel van bankhelpdeskfraude.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de oplichting en de computervredebreuk op de rekening van [aangever 1] , zoals onder feit 1 en feit 3 ten laste is gelegd, en verzoekt verdachte hiervan partieel vrij te spreken. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die [aangever 1] heeft gebeld. De alias ‘ [naam 1] ’ werd immers door meer mensen gebruikt.

Daarnaast verzoekt de verdediging verdachte vrij te spreken van feit 4, nu het bewijs daarvoor ontbreekt en verdachte ontkent hierin een aandeel te hebben gehad.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Indien hoger beroep wordt ingesteld, zullen de bewijsmiddelen worden uitgewerkt en opgenomen in een bijlage die aan het vonnis zal worden gehecht.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Algemeen

Deze zaak gaat over bankhelpdeskfraude. Over een periode van een groot aantal maanden zijn tientallen meldingen bij banken binnen gekomen van klanten vanuit het hele land die slachtoffer waren geworden van deze specifieke vorm van oplichting. Naast de ABN AMRO, de ING en de Rabobank hebben ook meerdere klanten aangifte gedaan. De politie is vervolgens strafrechtelijk onderzoek ‘Salford’ gestart om deze fraudegevallen te onderzoeken. De onderzoeksresultaten leidden ertoe dat er uiteindelijk 34 aangiftes met elkaar in verband zijn gebracht, waarbij een dadergroep in beeld is gekomen. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [verdachte] zijn hierbij als verdachten aangemerkt.

Modus operandi

Uit voornoemde aangiftes blijkt dat de daders steeds een min of meer vaste werkwijze hanteerden om de aangevers geld afhandig te maken. De aangevers werden allemaal gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank met een verhaal over fraude, een verdachte transactie of een ander probleem met de bankrekening. Tijdens het gesprek werd de aangevers voorgehouden dat de bank hen wilde helpen om het geld veilig te stellen. De aangevers werden (uren)lang aan de telefoon gehouden en vaak doorverbonden met een andere zogenaamde bankmedewerker. In meerdere gevallen moesten aangevers het programma Anydesk (of een soortgelijk remote control programma) installeren, waarmee de computer of een ander apparaat van de aangevers op afstand kon worden overgenomen. Vervolgens moesten de aangevers inloggen in hun internetbankierenomgeving en geld overboeken naar een bepaalde rekening of een overboeking goedkeuren die al klaarstond. Indien Anydesk niet werd geïnstalleerd, werd de aangevers gevraagd geld naar een rekening over te boeken. De aangevers waren in de veronderstelling dat zij daarmee het geld veiligstelden. In werkelijkheid werd het geld overgemaakt naar een rekening van een money mule. In een aantal gevallen werd de aangevers verteld dat er iemand zou langskomen om hun bankpas(sen) op te halen. In die gevallen kwam er kort daarna ook daadwerkelijk een persoon aan de deur. Deze persoon nam de bankpas(sen) in ontvangst en ook de daarbij behorende pincode(s). In sommige gevallen werden ook andere waardevolle spullen meegenomen, zoals laptops en telefoons. Kort daarna werd dan met de bankpas(sen) geld gepind. Tegen de tijd dat de aangevers erachter kwamen dat er iets niet in orde was, was het leed al geschied.

Medeplegen/dadergroep Bij deze vorm van oplichting gaat de rechtbank er vanuit dat er een zekere vorm van organisatie noodzakelijk is, waarbij verschillende mensen betrokken zijn en eenieder een bepaalde rol vervult. Het regelen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen om het geld weg te kunnen sluizen, het bellen met de aangevers, het met elkaar doorverbinden, het verkrijgen van toegang tot de bankrekeningen van de aangevers en het (laten) overboeken van geldbedragen van de bankrekeningen van de aangevers naar de bankrekeningen van money mules zijn allemaal handelingen die een nauwgezette planning en afstemming vereisen. In enkele gevallen moesten er ook nog bankpassen worden opgehaald en daarmee vervolgens geld worden opgenomen. Vanaf het moment dat er contact wordt gelegd met de aangevers, is snelheid geboden. De hiervoor genoemde handelingen moeten immers worden verricht voordat de frauduleuze overboekingen en geldopnames met de bankpassen worden ontdekt, de betreffende geldbedragen kunnen worden teruggestort en/of de betreffende bankrekeningen kunnen worden geblokkeerd.

In de gehele keten van voornoemde handelingen is het uiteindelijke doel om in korte tijd zoveel mogelijk geld van de aangevers weg te nemen. De handelingen, die noodzakelijk zijn voor een geslaagde bankhelpdeskfraude, hangen in een nauw en chronologisch verband samen. Deze werkwijze vergt een goed geplande en doordachte samenwerking, waarbij de betrokken verdachten, ieder in zijn of haar eigen rol, afhankelijk zijn van elkaar. Uit het dossier blijkt dat deze planning, samenwerking en afstemming ook daadwerkelijk plaatsvonden. Zo waren op verschillende dagen meerdere personen tegelijkertijd op één locatie aanwezig, werden er leads voor elkaar klaargezet en werd er met elkaar doorverbonden.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat wanneer er in een zaak kan worden bewezen dat de verdachte tenminste één van de hiervoor genoemde handelingen heeft verricht, er sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten die op dezelfde locatie aanwezig waren, die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering, waaraan de verdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd.

Voltooid delict

De rechtbank gaat in zaken waarin de daadwerkelijke schade € 0,- bedraagt er vanuit dat de bank zelf de overboeking heeft tegengehouden voordat het op de tegenrekening is gestort, omdat zij voorzienend heeft opgetreden. Dat de schade €0,- bedraagt is in die gevallen dus te danken aan de alertheid van de bank en niet aan verdachte en/of haar medeverdachten. Gelet daarop gaat de rechtbank ook in die gevallen uit van een voltooid delict. De aangevers zijn in dat geval immers al bewogen tot het overmaken van geld naar een ander.

Aanknopingspunten voor deze dadergroep

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een aangifte van [aangeefster] . Zij werd op 16 september 2022 gebeld door iemand die zich voorstelde als [naam 2] , directeur van de Rabobank. Hij vertelde haar dat haar account was gehackt, dat er een lening was aangevraagd door ene [naam 3] en dat er al een bedrag van € 2.000,- klaar stond om overgeboekt te worden naar het buitenland. Aangeefster werd tijdens het gesprek doorverbonden met een collega van deze [naam 2] , ene [naam 4] , die als ICT-specialist bij de Rabobank zou werken. Aangeefster kreeg van hem de instructie om Anydesk te downloaden, vervolgens in te loggen in haar internetbankieromgeving en geld over te maken naar wat door deze [naam 4] een ‘kluisrekening’ werd genoemd. Aangeefster is daarna nog gebeld door ene [naam 5] , die als verzekeringsaccountmanager bij de Rabobank zou werken. In totaal heeft aangeefster een bedrag van € 50.370,- overgemaakt naar het [rekeningnummer] op naam van [omschrijving] .

Naar aanleiding van deze aangifte zijn de historische gegevens van het [telefoonnummer]

, waar aangeefster mee was gebeld, opgevraagd. Hieruit bleek dat het telefoonnummer hoorde bij een iPhone 11 met [IMEI-nummer] . Deze telefoon werd vaker voor bankhelpdeskfraude gebruikt. Er werden nog zeker zeven aangiftes gevonden, waarbij sprake was van een soortgelijke modus operandi. Van de iPhone 11 met [IMEI-nummer] werd de telecommunicatie opgenomen om live oplichtingsgesprekken mee te kunnen luisteren en de gebruiker te kunnen lokaliseren. Dit leidde tot een observatie van [adres 2] te [plaats] .

Op 9 januari 2023 is de politie binnengevallen in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres 2] in [plaats] . Daar waren op dat moment [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aanwezig. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zaten op de bank achter de salontafel in de woonkamer. [medeverdachte 4] stond achter de bank. [verdachte] was die dag ook in de woning aanwezig geweest, maar was al weg toen de politie binnenviel.

In de woning van [medeverdachte 1] zijn meerdere laptops en telefoons in beslag genomen. In de woonkamer was een soort ‘belcentrum’ ingericht, waarin alle voorzieningen waren getroffen voor het plegen van bankhelpdeskfraude. Op de salontafel lagen twee opengeklapte laptops (een Acer laptop waarop ‘helpdesk’ stond en een HP laptop waarop een logo van ABN AMRO stond), een headset en vijf mobiele telefoons (een iPhone 11, een iPhone X, een iPhone SE, een iPhone 7 en een Alcatel). Op één van die telefoons

(de iPhone 7) was al vijftig minuten een telefoongesprek gaande met [aangever 2] . Deze telefoon was verbonden met de headset die op de salontafel lag. [medeverdachte 2] had ten tijde van de inval een mobiele telefoon (een Samsung S9) vast. Bij [medeverdachte 3] werd ook nog een mobiele telefoon (een iPhone 11 met een hoesje met groene streepjes) aangetroffen. In een laptoptas die naast de bank stond, lagen meerdere simkaarten.

Op de laptops en de telefoons zijn zaken aangetroffen die direct zijn te relateren aan aangiftes van bankhelpdeskfraude in onderzoek Salford. Hierbij valt te denken aan chatgesprekken met medeverdachten over bankhelpdeskfraude, belscripts, leads, namen (aliassen) van fictieve bankmedewerkers, Anydesk, Teamviewer en foto’s van internetbankieromgevingen en bankpassen van aangevers en money mules.

Gebruikte telefoons

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 4] de gebruiker was van de inbeslaggenomen iPhone 11 en iPhone X, [medeverdachte 1] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone SE en de iPhone 7, [medeverdachte 2] de gebruiker van de inbeslaggenomen Samsung S9 en [medeverdachte 3] de gebruiker van de inbeslaggenomen iPhone 11 met het hoesje met groene streepjes.

In de woning van [medeverdachte 1] is ook nog een Alcatel telefoon aangetroffen. Ook deze telefoon is gebruikt bij de bankhelpdeskfraude. De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen van wie deze telefoon was. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.

Gebruikte aliassen

De aangevers hebben allen, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij zijn gebeld door iemand die zich voordeed als een medewerker van de bank. Sommige aangevers hebben daarbij de naam (alias) van de betreffende medewerker genoemd. Een aantal van die aliassen (zoals [naam 6] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 7] ) is teruggevonden in de in beslag genomen telefoons. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat deze aliassen vaker in bankhelpdeskfraudezaken worden gebruikt en dus niet persoonsgebonden zijn. De rechtbank zal daarom hieraan geen gewicht toekennen.

Verklaring van verdachte

[verdachte] heeft bij de politie en op zitting verklaard dat zij betrokken is geweest bij deze bankhelpdeskfraude. Zij heeft telefoongesprekken gevoerd, waarbij zij zich heeft voorgedaan als ‘ [naam 1] ’. Zij heeft daarbij het belscript gebruikt dat op de laptop in de woning van [medeverdachte 1] is aangetroffen. Zij heeft op drie momenten telefoongesprekken gevoerd, namelijk op 15 september 2022, 6 januari 2023 en 9 januari 2023. Op

6 januari 2023 en 9 januari 2023 heeft zij vanuit de woning van [medeverdachte 1] gebeld. Daarbij waren [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] aanwezig. Zij is ook op 5 januari 2023 in de woning van [medeverdachte 1] geweest, maar heeft toen geen telefoongesprekken gevoerd. Zij heeft die dag alleen meegeluisterd en advies gegeven. [verdachte] heeft verder verklaard dat er geen vaste rolverdeling was, dat de headsets in de woning aan elkaar werden doorgegeven en dat zij meedeelde in de buit. [verdachte] heeft bekend betrokken te zijn geweest bij de oplichting van aangevers [aangever 3] , [aangever 4] en [aangever 5] .

De rechtbank acht de verklaring van [verdachte] , dat zij op 5 januari 2023 wel in de woning van [medeverdachte 1] aanwezig was, maar toen geen oplichtingsgesprekken heeft gevoerd of andere oplichtingshandelingen heeft verricht, niet geloofwaardig. Daarbij wijst de rechtbank erop dat [verdachte] eerder met deze groep personen oplichtingsgesprekken heeft gevoerd (zij bekent immers op 15 september 2022 wel daarbij betrokken geweest te zijn) en een dag later ook weer met deze groep heeft samengewerkt. Daar komt bij dat aangever [aangever 1] die dag door een vrouw is gebeld die zichzelf ‘ [naam 1] ’ noemde, een alias dat – zoals hiervoor is gebleken – door [verdachte] werd gebruikt. Uit niets blijkt dat er op die dag een andere vrouw in de woning van [medeverdachte 1] aanwezig was. De verklaring van [verdachte] dat er een andere vrouw op afstand zou hebben gebeld, is ook niet aannemelijk nu uit de – nota bene door haarzelf omschreven - modus operandi blijkt dat headsets ter plekke werden doorgegeven. De rechtbank schuift de verklaring van [verdachte] op dit punt dan ook terzijde en gaat er vanuit dat [verdachte] ook op 5 januari 2023 vanuit de woning van [medeverdachte 1] oplichtingsgesprekken heeft gevoerd.

Feiten 1 en 2

Gelet op het voorgaande en op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van aangevers [aangever 3] en [aangever 1] (feit 1) en het medeplegen van poging tot oplichting van aangevers [aangever 4] en [aangever 5] (feit 2).

Partiële vrijspraak t.a.v. [aangever 2] (feit 2)

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat uit het dossier onvoldoende volgt dat [verdachte] betrokken is geweest bij de poging tot oplichting van [aangever 2] . [aangever 2] werd in ieder geval ten tijde van de inval gebeld. Op dat moment was [verdachte] niet aanwezig in de woning. Mogelijk was het gesprek al veel langer gaande. De rechtbank sluit niet uit dat [verdachte] in de woning van [medeverdachte 1] aanwezig was tijdens het begin van het gesprek met [aangever 2] . De rechtbank kan op basis van het dossier echter niet vaststellen wanneer [verdachte] precies is weggegaan en wat haar rol is geweest tijdens die relatief korte periode dat zij er wel bij was, temeer nu [aangever 2] heeft verklaard dat hij met een mannelijke medewerker heeft gesproken. De rechtbank zal [verdachte] daarom vrijspreken van het medeplegen van poging tot oplichting van [aangever 2] , zoals onder feit 2 ten laste is gelegd.

Feit 3

Van computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is onder meer sprake wanneer iemand vanuit een valse hoedanigheid een slachtoffer overtuigt tot het installeren van een Remote Access Tool zoals Anydesk of Teamviewer en een verbinding met de verdachte accepteert. Op die manier heeft de verdachte toegang tot de bancaire omgeving van het slachtoffer en dringt hij met een valse sleutel binnen op het netwerk van het slachtoffer.

Computervredebreuk op deze wijze maakte een essentieel onderdeel uit van de gepleegde oplichting en was daarmee onlosmakelijk verbonden. Door deze computervredebreuk werd de bancaire omgeving van aangevers zichtbaar en kon geld worden overgeboekt naar de moneymules. Nu de rechtbank bij verdachte tot een bewezenverklaring komt van het medeplegen van oplichting van aangevers [aangever 3] en [aangever 1] en van het medeplegen van poging tot oplichting van aangever [aangever 4] , komt zij in die gevallen daarom tevens tot een bewezenverklaring van het medeplegen van computervredebreuk.

Feit 4

De rechtbank zal, in het verlengde van het onder feit 2 overwogene, [verdachte] ook vrijspreken van de diefstal van de Samsung laptop en bankpassen van [aangever 2] .

Eendaadse samenloop feiten 1, 2 en 3

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten 1, 2 en 3 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr. De bewezenverklaarde gedragingen leveren immers een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, zodat verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen niet (meer dan enigszins) uiteenloopt. De rechtbank zal hier in de strafoplegging rekening mee houden.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

in de periode van 15 september 2022 tot en met 5 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

- [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) € 17.881,20 en

- [aangever 1] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) € 16.468,41

en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven -

- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie heeft plaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of

- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of

- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of

- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anvdesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,

waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften;

2

op tijdstippen op 6 januari 2023 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00 en

- [aangever 5] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag

en/of de (digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te geven als bonafide bankmedewerker en (hierbij) door valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te zeggen/berichten dat - zakelijk weergegeven -

- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de bankrekening te verhogen en/of dat geprobeerd is geld van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere rekening en/of dat er een vreemde transactie heeft plaatsgevonden met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een

criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of

- hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar iets is veranderd en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (volgens protocol) veilig gesteld moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere) rekening en/of

- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt naar een malafide website) en/of

- de bankrekeninghouder/de ontvanger Anvdesk en/of Teamviewer en/of FTX en/of Banka moest openen en/of downloaden en/of installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,

waardoor bovengenoemde personen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3

in de periode van 15 september 2022 tot en met 6 januari 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een of meerdere servers toebehorende aan een bank waarop een internetbankieren omgeving van klanten

- [aangever 4] ,

- [aangever 3] en

- [aangever 1] ,

wordt gehost, is binnengedrongen

b. door een technische ingreep en

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,

door het bellen naar voornoemde rekeninghouders en zich voor te doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma Anydesk (een remote acces tool) en vervolgens het laten accepteren door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding waardoor zij, verdachte, en/of haar medeverdachten toegang verkreeg/verkregen tot de computersyste(e)m(en) van die personen/aangevers en/of de zich daarop bevindende online bankrekening(en) /online bankierenpagina(s).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn/haar strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van

273 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 177 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in het rapport van 16 mei 2025, met uitzondering van de dagbesteding.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt bij het bepalen van (de hoogte van) de op te leggen straf aansluiting te zoeken bij de LOVS-oriëntatiepunten voor fraude, waarbij voor een benadelingsbedrag tussen de € 10.000,- en € 70.000,- een gevangenisstraf van twee tot vijf maanden en/of een taakstraf als uitgangspunt wordt genomen, en daarbij rekening te houden met de positieve ontwikkeling die verdachte sinds de feiten heeft doorgemaakt. Inmiddels woont verdachte samen met haar twee dochters in een eigen appartement, volgt zij behandeling bij Ambulante Forensische Psychiatrie Noord (AFPN) en heeft zij zich ingeschreven voor een BBL-opleiding tot retailmanager. Gelet hierop en op het feit dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden, wordt verzocht te volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Indien de rechtbank van oordeel is dat daarmee niet kan worden volstaan, dan wordt verzocht om daarnaast nog een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daaraan de bijzondere voorwaarden te verbinden zoals geadviseerd door de reclassering. Mocht de rechtbank dit nog te weinig vinden, dan kan aan verdachte ook nog een taakstraf worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude. De veelal oudere slachtoffers werden telefonisch benaderd door één van de bellers van de dadergroep, die zich voordeed als (fraudehelpdesk-)medewerker van de bank en die de slachtoffers wijs maakte dat hun banktegoed gevaar liep. Op slinkse en geraffineerde wijze werden de slachtoffers vervolgens gemanipuleerd opdat zij hun geld overboekten naar zogenaamd ‘veilige rekeningen’, zijnde de rekeningen van money mules, of hun bankpassen en pincodes, en in enkele gevallen ook andere waardevolle spullen, meegaven. Hierna werden met die bankpassen aanzienlijke geldbedragen van de bankrekeningen gepind. Dit alles om maar één ding te bereiken: zoveel mogelijk geld verdienen. Verdachte en de medeverdachten hebben op geraffineerde en schaamteloze wijze misbruik gemaakt van de goedheid van en het gewekte vertrouwen bij de slachtoffers. Deze slachtoffers dachten dat zij door de handelingen op te volgen juist konden voorkomen dat zij veel geld zouden kwijtraken. Het tegendeel bleek het geval. Hun nachtmerrie werd uiteindelijk door toedoen van de verdachten alsnog werkelijkheid. Door deze manipulatieve, slinkse bankhelpdeskfraude is niet alleen het vertrouwen dat de slachtoffers in het digitale betalingsverkeer en het bankwezen hadden geschaad, maar is ook hun gevoel van veiligheid en vertrouwen in de medemens in ernstige mate aangetast. De verdachten hebben zich hier niets van aangetrokken en hebben enkel oog gehad voor hun eigen financiële gewin Meer in het algemeen zorgen dit soort strafbare feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij en ook dat rekent de rechtbank verdachte aan.

De persoon en persoonlijke omstandigheden van verdachte

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat zij eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Dit heeft verdachte er echter niet van weerhouden opnieuw dergelijke strafbare feiten te plegen. De rechtbank weegt dit in het nadeel van verdachte mee.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 16 mei 2025 en de aanvulling daarop van 27 februari 2026. Hieruit blijkt dat verdachte ten tijde van de bewezenverklaarde feiten een disfunctionele levensstijl had en met flinke schulden kampte. Zij gaf meer uit dan wat zij verdiende. Dit zorgde ervoor dat zij zich liet verleiden door het grote en snelle geld dat met bankhelpdeskfraude te verdienen valt. Verdachte heeft haar leven inmiddels (weer) op de rit. Zij heeft huisvesting, heeft zich ingeschreven voor een BBL-opleiding tot retailmanager en is in behandeling gegaan bij AFPN. Zij heeft afstand genomen van haar oude sociale netwerk en het contact met de medeverdachten verbroken. Verdachte heeft de nadelige gevolgen van detentie ondervonden en beseft dat criminaliteit niet loont. Zij kampt nog wel altijd met schulden, maar maakt inmiddels bewustere keuzes over haar inkomen en uitgaven en heeft haar prioriteiten beter op orde. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag-gemiddeld, nu verdachte haar leven inmiddels anders heeft ingericht. Wel acht de reclassering het van belang dat zij de behandeling bij AFPN blijft volgen. Om die reden wordt geadviseerd een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling, een contactverbod met de mededaders en de verplichting mee te werken aan het vinden en behouden van dagbesteding.

De overschrijding van de redelijke termijn

In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse staat tegenover de verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem voor een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. Het eerste verhoor van de verdachte door de politie heeft niet steeds als een zodanige handeling te gelden. Wel moeten de inverzekeringstelling van de verdachte en de betekening van de dagvaarding als zo’n handeling worden aangemerkt.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat een behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond

met een eindvonnis binnen twee jaar nadat die redelijke termijn is aangevangen. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken als sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen zijn gelegen in de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op 31 januari 2023, omdat verdachte op dat moment in verzekering is gesteld. Dit vonnis wordt gewezen op 16 april 2026. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden. Er is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigen. De rechtbank zal de overschrijding van de redelijke termijn daarom in strafmatigende zin meewegen bij de uiteindelijk op te leggen straf.

De op te leggen straf

Bankhelpdeskfraude is een veel voorkomend en zeer ingrijpend probleem, waarvan met name kwetsbare ouderen slachtoffer worden. Het plegen daarvan moet dan ook streng worden bestraft.

Gelet op de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de hoogte van die straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare zaken. De rechtbank zal in het voordeel van verdachte rekening houden met de omstandigheid dat sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, Sr.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het niet wenselijk is dat verdachte terug naar de gevangenis gaat. De rechtbank heeft bij dat oordeel mede betrokken dat verdachte al een lange periode in voorlopige hechtenis heeft gezeten, (deels) verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar handelen en openheid van zaken heeft gegeven over haar eigen rol. Sinds verdachte uit de voorlopige hechtenis is geschorst, heeft zij er hard aan gewerkt om haar leven op een positieve manier vorm te geven. Zij heeft huisvesting, heeft zich ingeschreven voor een opleiding, is in behandeling gegaan bij AFPN en heeft afstand genomen van haar oude sociale netwerk. Verdachte lijkt echt op het rechte pad te zijn. Deze positieve ontwikkeling zou doorkruist worden als zij weer voor langere tijd naar de gevangenis zou moeten gaan. Het is niet in belang van de samenleving als de positieve ontwikkeling die verdachte de afgelopen periode heeft doorgemaakt teniet wordt gedaan. Het risico dat zij dan in strafbaar gedrag zou terugvallen is reëel.

De officier van justitie is bij haar eis uitgegaan van een bewezenverklaring van alle feiten.

Nu de rechtbank minder feiten bewezen acht, zal zij een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 216 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar passend en geboden is en zij zal dit dan ook aan verdachte opleggen. Hiermee zal verdachte een stevige stok achter de deur hebben om te voorkomen dat zij (nogmaals) strafbare feiten pleegt. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel ook de bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering zijn geadviseerd, behoudens de dagbesteding. Voor een dergelijke verplichting ziet de rechtbank thans geen aanleiding.

7. Het beslag

De onttrekking aan het verkeer

De in beslag genomen heroïne en cocaïne worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om die voorwerpen te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemene belang.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen

Algemene uitgangspunten en overwegingen

Materiële schade

Natuurlijke personen

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte de feiten 1 tot en met 5 heeft gepleegd. Dit betekent dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld jegens de benadeelde partijen die slachtoffer zijn van deze bewezenverklaarde feiten en dat zij verplicht is de schade van deze benadeelde partijen te vergoeden. De hoogte van het toewijsbaar geachte bedrag zal hieronder per benadeelde partij worden besproken.

Banken De ABN AMRO en de Rabobank hebben zich ook als benadeelde partij gevoegd in deze procedure en vorderingen tot schadevergoeding ingediend. Deze vorderingen houden verband met de schadeloosstelling van hun klanten die slachtoffer zijn geworden van deze bankhelpdeskfraude en het onderzoek dat de banken zelf hebben uitgevoerd na meldingen van fraude door hun klanten.

De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde, strafbare, handelen van verdachte (de oplichting van de rekeninghouders) ook jegens de banken onrechtmatig is geweest. Er zijn geldbedragen weggenomen doordat overschrijvingsopdrachten in de internetbankierenomgeving van de banken door (toedoen van) verdachten zijn gegeven, dan wel doordat de klanten van de banken werden bewogen tot het afgeven van een pinpas en bijbehorende pincode, waarna het geld eenvoudig kon worden opgenomen. De banken hebben gesteld hierdoor schade te hebben geleden die bestaat uit onderzoekskosten en de vergoeding door de banken van de geldbedragen die zijn ontvreemd van de individuele rekeninghouders. Verdachte is dan ook verplicht de schade van de banken te vergoeden.

De rechtbank zal alleen die onderdelen van de vorderingen van de banken toewijzen die zien op de zaken waarbij verdachte blijkens het hiervoor bewezenverklaarde directe betrokkenheid heeft gehad en de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaren voor het overige. De rechtbank zal daarbij uitgaan van de bedragen die zijn opgenomen in de tabellen die als onderbouwing bij de vorderingen zijn gevoegd. In het geval van [verdachte] heeft de Rabobank onderzoekskosten gevorderd in de zaken [aangever 3] en [aangever 4] .

Schadevergoedingsmaatregel

Vooruitlopend op de beoordeling van de vorderingen van de verschillende benadeelde partijen, overweegt de rechtbank dat zij de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen bij toe te wijzen vorderingen van natuurlijke personen. Dat betekent dat het CJIB de inning zal verzorgen en dat bij niet betaling gijzeling kan worden toegepast als dwangmiddel.

De rechtbank zal geen schadevergoedingsmaatregel opleggen bij toe te wijzen vorderingen van de ABN AMRO en de Rabobank. Deze maatregel is er namelijk om natuurlijke personen te ontlasten bij de inning van schadevergoeding. Een rechtspersoon mag in beginsel geacht worden zelf de wegen te kennen om een vordering te incasseren, in tegenstelling tot een natuurlijke persoon. De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om van dit beginsel af te wijken.

Wettelijke rente

Indien de rechtbank vorderingen tot schadevergoeding geheel of ten dele toewijst, zal de rechtbank daarbij tevens de wettelijke rente toewijzen, steeds gerekend vanaf de datum waarop de schade is ontstaan. Dit geldt ook voor de op te leggen schadevergoedingsmaatregelen.

Proceskosten

Waar de vordering van een benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door die benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de eventuele kosten van tenuitvoerlegging.

Hoofdelijkheid

De rechtbank stelt vast dat verdachte de strafbare feiten samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gehele schade. Daarom zal de rechtbank de toegekende schadevergoedingen en de schadevergoedingsmaatregel hoofdelijk toewijzen. Dit betekent dat verdachte niet meer hoeft te betalen voor zover het bedrag door één of meer van haar mededaders is betaald, en andersom.

De benadeelde partij Rabobank (feit 1)

De benadeelde partij Rabobank vordert een schadevergoeding van € 2.040,-, bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.

Deze materiële schade bestaat uit:- onderzoekskosten € 2.040,-

De rechtbank stelt vast dat de vordering van de Rabobank betrekking heeft op 21 zaken. Deze zaken komen allemaal terug in het onderzoek Salford.

Het oordeel van de rechtbank De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat verdachte betrokken is geweest bij de zaken van klanten [aangever 3] en [aangever 4] . De Rabobank heeft in deze zaken alleen onderzoekskosten gemaakt.

De rechtbank zal de gemaakte onderzoekskosten van de Rabobank toewijzen. De Rabobank heeft toegelicht op welke werkzaamheden de onderzoekskosten betrekking hebben. De rechtbank acht een forfaitair bedrag van € 120,- per uur, welke kosten ook niet zijn betwist, redelijk en zal verdachte dan ook veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de bank. Het gaat in totaal om een bedrag van € 240,- (2 uren x € 120,-).

9. De vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 114 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 23 december 2022 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden.

Met het opleggen van de voorwaardelijke straf was voor verdachte duidelijk dat zij zich niet opnieuw aan strafbare feiten schuldig moest maken. Nu zij dat dat wel heeft gedaan, moet de consequentie hiervan zijn dat de vordering tot tenuitvoerlegging zal worden toegewezen. De rechtbank zal de gevangenisstraf wel omzetten naar een taakstraf. Zij acht het namelijk van belang dat verdachte de positieve ontwikkeling die zij heeft doorgemaakt blijft voortzetten. Het uitzitten van de gevangenisstraf zou deze ontwikkeling niet alleen doorkruisen, maar ook verder een negatieve invloed kunnen hebben op verdachte.

10. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 36f, 45, 47, 55, 138ab en 326 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. Beslissing

Bewezenverklaring

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 4 ten laste gelegde feit;

- verklaart de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3 bewezen, zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

de eendaadse samenloop van

feit 1: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd; en

feit 2: medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd;

en

feit 3: medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 216 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres Amerikaweg 3a, 9407 TJ Assen. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;* dat verdachte zich laat behandelen door AFPN te Assen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is inmiddels gestart. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

* dat verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachten [medeverdachte 3] (geboren op [geboortedag 2] 2001), [medeverdachte 1] (geboren op [geboortedag 3] 1994 te [geboorteplaats 2] ), [medeverdachte 4] (geboren op [geboortedag 4] 1999 te [geboorteplaats 3] ) en [medeverdachte 2] (geboren op [geboortedag 5] 2004 te [geboorteplaats 4] ) heeft of zoekt, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;

* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

Benadeelde partij

T.a.v. feit 1

Rabobank

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Rabobank van € 240,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat de vordering voor dat gedeelte bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- bepaalt dat verdachte met de mededaders hoofdelijk aansprakelijk is voor het gehele bedrag;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:

* 5,653 gram heroïne (omschrijving: PL0100-2023027051-1570795);* 9,818 gram cocaïne (omschrijving: PL0100-2023027051-1570798);

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 23 december 2022 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 16-085802-22 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf van 114 dagen;

- gelast dat deze ten uitvoer te leggen gevangenisstraf wordt vervangen door een taakstraf van 240 uren;

Voorlopige hechtenis - heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, en mr. E.B. Prenger en

mr. P.A.M. Wijffels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D.M. Bos, griffier,

en is uitgesproken ter de openbare zitting op 16 april 2026.

Bijlage I: De gewijzigde tenlastelegging

1

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15

september 2022 tot en met 5 januari 2023

te Veen en/of te Amerongen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid

en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

- [aangever 3] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) (ongeveer)

€ 17.881,20 en/of

- [aangever 1] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal) (ongeveer)

€ 16.468,41,

althans (telkens) van enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de

(digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of

inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te

geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij) door valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te

zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven -

- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar

bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te

breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening

is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de

bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld

van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere

rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden

met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een

criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat

op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat

er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of

- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar

iets is veranderd en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan

verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere

bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans

geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld

moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere)

rekening en/of

- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter

beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt

naar een malafide website) en/of

- de bankrekeninghouder/de ontvanger anydesk en/of teamviewer

en/of FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of

installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart

moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest

worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,

waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

(art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van

Strafrecht)

2

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 06

januari 2023 tot en met 09 januari 2023

te Lelystad en/of Drachten en/of Amsterdam, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid

en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

- [aangever 4] heeft bewogen tot de afgifte van (ongeveer) € 20.000,00,

- [aangever 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, en/of

- [aangever 5] heeft bewogen tot afgifte van enig geldbedrag,

althans (telkens) enig (aanzienlijke/grote) geldbedrag(en) en/of de

(digitale) gegevens van de (internet)bankrekening(en) en/of

inloggegevens van deze bankrekening(en) door zich (telkens) uit te

geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij) door valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid te

zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-

- de bankrekeninghouder is opgelicht en/of dat er fraude met zijn/haar

bankrekening is gepleegd en/of dat er iemand heeft proberen in te

breken op de bankrekening en/of dat er een lening op de bankrekening

is aangevraagd en/of dat iemand heeft gepoogd de limiet van de

bankrekening en/of Apple Pay te verhogen en/of dat geprobeerd is geld

van de rekening van de betrokkene over te schrijven naar een andere

rekening en/of dat er een vreemde transacties hebben plaatsgevonden

met de rekening (van de bankrekeninghouder) en/of dat er een

criminele activiteit heeft plaatsgevonden op de bankrekening en/of dat

op de bankrekening van de bankrekeninghouder is ingelogd en/of dat

er een adreswijziging had plaatsgevonden op de bankrekening en/of

- dat hij/zij (verdachte) mee wilde kijken op de bankrekening of aldaar

iets is veranderd en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar geld kan veiligstellen en/of kan

verzekeren tegen internetcriminelen door dit naar (een) andere

bankrekening(en) over te (laten) maken en/of de bedragen (althans

geldbedragen van de rekening) (volgens protocol) veilig gesteld

moeten worden en/of overgemaakt (moeten) worden op een (andere)

rekening en/of

- een of meer link(jes) toe te (laten) sturen en/of op te maken en/of ter

beschikking te stellen (waarbij/waarna de gebruiker wordt doorgelinkt

naar een malafide website) en/of

- de bankrekeninghouder/de ontvanger anydesk en/of teamviewer

en/of FTX en/of banka moest openen en/of downloaden en/of

installeren op zijn/haar telefoon en/of computer en/of

- de bankrekeninghouder zijn/haar CVC code van zijn/haar creditkaart

moest doorgeven en/of dat van de bankpas een reepje afgeknipt moest

worden en/of dat de bankpas wordt opgehaald,

waardoor (een of meer van) bovengenoemde persoon/personen

(telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van

Strafrecht, artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

3

zij in of omstreeks de periode 15 september 2022 tot en met 6

januari

2023

te Drachten en/of Veen en/of Amerongen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

opzettelijk en wederrechtelijk

in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), te weten

een of meerdere servers toebehorende aan een bank en/of een

ander/anderen dan de verdachte en/of diens medeplegers,

waarop een internetbankieren omgeving van klanten

- [aangever 4] ,

- [aangever 3] en/of

- [aangever 1] ,

wordt gehost, althans bereikbaar is

is binnengedrongen

a. door het doorbreken van een beveiliging,

b. door een technische ingreep, te weten,

c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,

door het bellen naar voornoemde rekeninghouder(s) en zich voor te

doen als bankmedewerker en vervolgens deze rekeninghouders te

bewegen tot het downloaden en/of installeren van het programma

Anydesk (een remote acces tool) en! of vervolgens het laten accepteren

door vernoemde personen van een externe (remote) verbinding

waardoor hij, verdachte en/of zijn medevedachte(n) toegang

verkreeg/verkregen tot het/de computersyste(e)m(en) van die

perso(o)n(en)/aangever(s) en/of de zich daarop bevindende online

bankrekening(en) /online bankierenpagina(s);

(art. l38ab Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van

Strafrecht)

4

zij op of omstreeks 9 januari 2023 te Lelystad, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een Samsung laptop en/of één of meerdere pinpassen, in elk geval enig

goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander

dan aan verdachte en/of haar mededader(s), toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te

eigenen, terwijl verdachte en/of

haar mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft

en/of dat weg te nemen laptop en/of bankpassen onder haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van het aannemen van een valse

hoedanigheid of door listige kunstgrepen of door een samenweefsel

van verdichtsels

door zich uit te geven als/voor (bonafide) bankmedewerker en (hierbij)

te zeggen/berichten dat -zakelijk weergegeven-:

- er iets mis is met de bankrekening van voornoemde [aangever 2] en/of

- dat de bankpassen van voornoemde [aangever 2] worden opgehaald en/of

- aan te bellen bij de woning van voornoemde [aangever 2] en aan

voornoemde [aangever 2] te vragen of hij zijn bankzaken regelt met een vaste

computer of laptop of tablet en/of

- naast de pinpassen ook te vragen of zij (verdachte) deze laptop en/of

tablet ook mee mag nemen;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van

Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?