Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02.220209.25
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 april 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres 1] ,
raadsman mr. R.E. Drenth, advocaat te Breda.
1. Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 03 april 2026, waarbij de officier van justitie mr. R. in 't Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 22 juli 2025 te Roosendaal een ruit heeft vernield.
3. De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4. De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ruit heeft vernield en baseert zich daarbij op de aangifte, de klacht en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting. Verdachte heeft met zijn handelen de aanmerkelijke kans aanvaard dat de ruit vernield zou worden, zodat sprake is van voorwaardelijk opzet.
Het standpunt van de verdediging
Door de verdediging wordt aangevoerd dat verdachte direct heeft verklaard dat de vernieling van de ruit een ongelukje was. Er is derhalve geen sprake van “vol” opzet. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vraag of er sprake was van voorwaardelijk opzet.
Het oordeel van de rechtbank
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
Aangezien verdachte ten aanzien van het feit een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 3 april 2026;
- de aangifte van [aangever] op 22 juli 2025.
Opzet
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 22 juli 2025 bij zijn moeder aan de [adres 2] is langsgegaan. Hij was verrast dat zijn moeder de deur niet open deed. Hij heeft met zijn rechterhand op de deur geklopt en had daarbij een aansteker vast. Toen brak de ruit. Het was niet zijn bedoeling dat de ruit kapot zou gaan.
De rechtbank stelt vast dat het een feit van algemene bekendheid is dat ruiten kapot kunnen gaan wanneer daar op geklopt of geslagen wordt. Afhankelijk van de kracht waarmee op een ruit wordt geklopt en of hierbij een voorwerp wordt gebruikt, is de kans dat de ruit kapot gaat aanmerkelijk. Door met zekere kracht met een aansteker in de hand op de ruit te kloppen, heeft verdachte welbewust de aanmerkelijke kans dat de ruit kapot zou gaan aanvaard. Hiermee heeft hij het voorwaardelijk opzet op de vernieling gehad. Om die reden acht de rechtbank de vernieling van de ruit wettig en overtuigend bewezen.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 22 juli 2025 te Roosendaal, opzettelijk enwederrechtelijk een ruit, die aan een ander, te weten aan [aangever] en/of [organisatie] toebehoorde, heeft vernield.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6. De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden onder andere een verplichte opname in een zorginstelling.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging stelt dat verdachte zelf inziet dat zijn leven zonder behandeling er niet goed uitziet. Hij is gemotiveerd zijn medewerking te verlenen aan een voorwaardelijke ISD-maatregel met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Ten aanzien van de voorwaarde ‘opneming in een zorginstelling’ spreekt verdachte de voorkeur uit voor een opname op een forensische psychiatrische afdeling (FPA) in plaats van in een forensische psychiatrische kliniek (FPK).
Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van een ruit. Dit is een vervelend feit, wat overlast aan de eigenaar geeft.
Uit het strafblad van verdachte van 18 maart 2026 blijkt dat sprake is van veelvuldige recidive.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 17 maart 2026. Verdachte beschikt over een uitgebreid strafblad. Verdachte pleegt delicten over het algemeen onder invloed van middelen. Er is sinds jaren sprake van forse verslavingsproblematiek en onder invloed van middelen raakt verdachte geregeld in een psychotische toestand. De drang om drugs-en/of alcohol te gebruiken is bij verdachte de afgelopen jaren zo ernstig dat hij zich meerdere malen heeft onttrokken aan klinische behandelingen vanwege terugvallen in middelengebruik. Er is zowel in een vrijwillig als gedwongen kader hulpverlening ingezet welke tot op heden onvoldoende hebben bijgedragen aan langdurige gedragsverandering. Verdachte verblijft momenteel op de Forensische Resocialisatie Unit (FRU) [locatie] te [plaats] , maar dit is geen geschikte plek voor hem. Op het moment dat verdachte hier niet meer kan verblijven zal hij dakloos raken en is de kans op terugval in middelen en recidive hoog. De reclassering wil, gelet op de opstelling van verdachte, een klinische opname realiseren zodat verdachte binnen een voorwaardelijk kader nog één kans kan krijgen om een behandeling te volgen en zijn leven een positieve wending te kunnen geven.
Er is een indicatie aangevraagd. De reclassering adviseert verdachte een voorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen. Bij deze voorwaardelijke ISD-maatregel moeten de volgende bijzondere voorwaarden worden opgelegd: een meldplicht bij de reclassering, opname in een zorginstelling gevolgd door begeleid wonen of maatschappelijke opvang en beheersing van het middelengebruik.
Ter zitting heeft de reclassering het advies gehandhaafd. Inmiddels is duidelijk dat een indicatie voor een klinische opname met hoog beveiligingsniveau en intensieve zorg zal worden afgegeven. Er moet nog een passende kliniek worden gezocht. Verdachte is op dit moment nuchter en het is goed als er nieuwe diagnostiek kan plaatsvinden. Een voorwaardelijke ISD-maatregel wordt door de reclassering als laatste optie gezien om verdachte nog een kans te geven. Eerdere trajecten, die verdachte verslaafd in is gegaan, hebben niet tot langdurige gedragsverandering geleid. Totdat verdachte geplaatst kan worden in een zorginstelling kan hij bij de Schelde verblijven.
ISD-maatregel
Ter beoordeling ligt voor of oplegging van de ISD-maatregel aan verdachte mogelijk en noodzakelijk is.
De ISD-maatregel is erop gericht om actieve veelplegers voor de duur van maximaal twee jaar hun vrijheid te benemen, waardoor voortzetting van het criminele gedragspatroon feitelijk onmogelijk wordt gemaakt en de vicieuze cirkel van opsluiting - invrijheidstelling - veroordeling wordt doorbroken. Gedurende de periode van de ISD-maatregel wordt de maatschappij beschermd tegen het criminele gedrag van de recidivist. Tevens biedt de ISD-maatregel mogelijkheden om middels een hulpverleningstraject aan gedragsverandering te werken om recidive in de toekomst te voorkomen.
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan alle eisen die de wet aan het opleggen van een ISD-maatregel stelt. Zo is voor het bewezen verklaarde misdrijf, een vernieling, voorlopige hechtenis toegelaten. Bovendien is verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan dit misdrijf ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. Onderhavige vernieling is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen. Daarnaast is voldaan aan de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers, nu over een periode van vijf jaren meer dan tien processen-verbaal tegen verdachte zijn opgemaakt, waarvan tenminste één in het afgelopen kalenderjaar. Ook blijkt uit het reclasseringsadvies dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist. Dat betekent dat aan verdachte een ISD-maatregel kan worden opgelegd.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de ISD-maatregel eist. Gelet op het advies van de reclassering zal de rechtbank overeenkomstig de eis van de officier van justitie aan verdachte de ISD-maatregel in voorwaardelijke vorm opleggen teneinde verdachte een laatste kans te geven om mee te werken aan gedragsverandering. Verdachte heeft zich ter zitting ook bereid verklaard om zich te houden aan de bijzondere voorwaarden.
Het dwingende kader van de (voorwaardelijke) ISD-maatregel wordt ook als enige mogelijkheid gezien om verdachte de nodige behandeling en structuur te bieden en het jarenlange delictpatroon en hernieuwde recidive te doorbreken. De eerder ingezette interventies hebben niet tot verbetering geleid. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het feit dat verdachte het advies van de reclassering onderschrijft en ook zelf het dwangkader van de ISD-maatregel als enige uitweg beschouwt.
Om de beëindiging van de recidive van verdachte en het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij zal de rechtbank de voorwaardelijke ISD-maatregel voor de maximale termijn van twee jaar opleggen met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden: de meldplicht, een opname in een zorginstelling, een verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang en beheersing van het middelengebruik.
7. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 38m, 38n, 38p en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
8. Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een andertoebehoort, vernielen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Maatregel
- gelast de plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar;
- bepaalt dat deze maatregel niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarden:
* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit;
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* Meldplicht
dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Verslavingsreclassering Novadic-Kentron Bergen op Zoom op het adres Rooseveltlaan 148 te (4624 DE) Bergen op Zoom of op telefoonnummer 076-5236300;
* Opneming in een zorginstelling
dat verdachte zich tijdens de proeftijd voor de duur van de opname of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door een nader te benoemen zorginstelling of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor de plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
* Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
dat verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
* Beheersing middelengebruik
dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I harddrugs, en lijst II softdrug en middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
- draagt de reclasseringsinstelling Verslavingsreclassering Novadic-Kentron te Bergen op Zoom op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;
Voorlopige hechtenis
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. R. Combee, voorzitter,
en mr I.M.L. Felix en mr. S.C.S. van Bree, rechters,
in tegenwoordigheid van I van Diepen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 april 2026.