[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. Op 8 oktober 2024 heeft de rechtbank een beroepschrift ontvangen van [naam] namens belanghebbende naar aanleiding van de uitspraak op bezwaar van 23 augustus 2024 van de inspecteur. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2020 met aanslagnummer [BSN].H.06.01. Bij het beroepschrift is geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende.
De rechtbank heeft [naam] bij brieven van 16 oktober 2024 en 16 juni 2025 verzocht om binnen vier weken een machtiging in te dienen.
De brief van 16 juni 2025 is ongeopend ter griffie terugontvangen. Uit de basisregistratie persoonsgegevens blijkt dat [naam] is overleden.
De rechtbank heeft belanghebbende gevraagd of zij het beroep wilt voortzetten, maar hierop is niet gereageerd.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat niet is gebleken dat [naam] bevoegd is belanghebbende in de beroepsprocedure te vertegenwoordigen en belanghebbende niet heeft aangegeven de beroepsprocedure te willen voortzetten. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Partijen kunnen zich laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
Is een machtiging overgelegd?
Het beroepschrift is ingediend door [naam]. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft hem verzocht dit verzuim te herstellen, maar [naam] is overleden.
Wordt de procedure voortgezet?
De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 15 september 2025 gevraagd of zij het beroep wilt voortzetten. De enveloppe waarin deze brief is verzonden, is ongeopend ter griffie terugontvangen. Deze brief is aangetekend verstuurd naar adres waarop belanghebbende staat ingeschreven volgens de basisregistratie persoonsgegevens. Daarop is de brief op 8 oktober 2025 nogmaals naar dat adres gestuurd. De griffier heeft tot slot bij aangetekende brief van 29 december 2025 belanghebbende nogmaals gevraagd of zij het beroep wilt voortzetten. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 7 januari 2026 om 12:01 uur is afgehaald en dat voor ontvangst is getekend. Belanghebbende heeft niet gereageerd.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 26 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.