RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/02/443600 / JE RK 26-1
Datum uitspraak: 5 maart 2026
Beschikking herstel
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
waarbij de kinderrechter als belanghebbenden heeft aangemerkt:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
bijgestaan door mr. G. Demir, advocaat te Breda,
[de pleegmoeder] ,
hierna te noemen de pleegmoeder,
wonende in [woonplaats 3] ,
bijgestaan door mr. E.C.A.E. Verschuren, advocaat te Gilze.
1. De beoordeling
De kinderrechter heeft op 18 februari 2026 een bericht van de GI ontvangen waarin wordt verzocht de beschikking van 3 februari 2026 te verbeteren.
De kinderrechter ziet ervan af belanghebbenden in de gelegenheid te stellen zich over het verzoek uit te laten omdat de belangen van de betrokken partijen niet wordt geschaad door de verzochte aanpassing.
Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een beschikking verbeteren, mits die fout zich voor eenvoudig herstel leent. Het criterium hierbij is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is.
De kinderrechter is van oordeel dat sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. De beschikking van 3 februari 2026 wordt daarom verbeterd zoals hierna bepaald.
2. De beslissing
De kinderrechter:
verbetert de beschikking van 3 februari 2026 zodat het volgende gedeelte van die beschikking
“Datum uitspraak: 3 februari 2006”
wordt gewijzigd in
“Datum uitspraak: 3 februari 2026”
handhaaft de beschikking van 3 februari 2026 voor het overige.
Deze beschikking is gegeven door mr Van de Kraats, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026, in aanwezigheid van R.ozendaal als griffier.