[eiseres], uit [plaats], eiseres
en
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank Utrecht (SVB).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het besluit van de SVB van 9 juli 2025 (hierna: bestreden besluit) over de herziening en terugvordering van kinderbijslag over 2023.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Dat is in dit soort gevallen de dag na de dag waarop het besluit is toegezonden/gepubliceerd. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het beroep te laat ingediend?
4. Uit het dossier komt naar voren dat de SVB het bestreden besluit bekend heeft gemaakt op 9 juli 2025, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde op 20 augustus 2025. Dat is ook vermeld onder het bestreden besluit.
Eiseres heeft op 29 september 2025 digitaal een bezwaarschrift ingediend bij de SVB. De SVB heeft dit (terecht) aangemerkt als een beroepschrift en het doorgestuurd naar de rechtbank.
Het beroep is bij de SVB ontvangen op 29 september 2025. Dat is meer dan een maand later dan het einde van de beroepstermijn. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Op 22 december 2025 is door de rechtbank aan eiseres gevraagd om voor 5 januari 2026 te laten weten waarom zij het beroep na de beroepstermijn heeft ingediend. Eiseres heeft hier niet op gereageerd. Nu er geen reden is gegeven voor deze termijnoverschrijding, is er dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 22 april 2026 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M.E. Strijbos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.