RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10844535 \ CV EXPL 23-4275
Vonnis van 22 april 2026
in de zaak van
[eiser] , T.H.O.D.N. " [bedrijf 1] ",
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: Incasso advies B.V.,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [bedrijf 2],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 7 augustus 2024 met de daarin genoemde stukken,
- het deskundigenbericht,
- de conclusies na deskundigenbericht van [eiser] en [gedaagde] .
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
In het voornoemde tussenvonnis is een deskundige benoemd die is opgedragen om te onderzoeken wat de oorzaak is van het gat in het motorblok van de auto die [eiser] van [gedaagde] heeft gekocht en of sprake is van een gebrek aan de auto dat ten tijde van de aflevering van de auto al aanwezig was.
De deskundige concludeert – kortgezegd – in zijn rapport dat de gaten in het motorblok het gevolg zijn van een gebrek dat voorkomt uit de motor zelf. Volgens de deskundige is de motorschade ontstaan door het ‘uitlopen’ van de zuigerpenlagering van de zuiger van de derde cilinder. Deze zuigerpenlagering is te ver weggesleten, zodat deze niet meer goed functioneerde en de drijfstang niet meer gefixeerd was in de zuiger en uiteindelijk is losgekomen en heeft rondgeslagen met de gaten in het motorblok tot gevolg. Het stuklopen van de zuigerpenlagering van de derde cilinder komt voort uit de motor zelf.
Volgens de deskundige is het uitlopen van de zuigerpenlagering tot het stadium waarin de deskundige het aantrof over een langere periode ontstaan. De deskundige meent dat het betreffende onderdeel aan een vorm van slijtage onderhevig is, wat er op duidt dat de inleiding daarvan voor 4 april latent aanwezig is geweest en heeft zich, onder invloed van de normale rij- en gebruiksomstandigheden, daarna geopenbaard in de vorm van de nu aanwezige motorschade.
Bij conclusie na deskundigenrapport maakt [gedaagde] bezwaar tegen de conclusies die volgen uit het deskundigenrapport. Volgens [gedaagde] is de deskundige onvoldoende objectief en heeft hij niet genoeg rekening gehouden met de bezwaren van [gedaagde] op het conceptrapport. Ook heeft de deskundige naar mening van [gedaagde] niet genoeg onderzoek gedaan naar alternatieve oorzaken. Volgens [gedaagde] had de deskundige micro-metrische metingen of laboratoriumanalyses moeten verrichten aan het lager en andere relevante onderdelen. Dat is niet gebeurd. Verder zijn op het gebied van hoor- en wederhoor niet alle belangen van beide partijen volledig gediend. Ook merkt [gedaagde] op dat het oordeel van de deskundige is gebaseerd op visuele inspectie en ervaring, maar er mist een feitelijke en meetbare onderbouwing. De rapportage is daardoor onvolledig en subjectief. Tenslotte ontbreekt een specificatie van de factuur van de deskundige waardoor de bijgevoegde declaratie niet kan worden beoordeeld.
[eiser] is ook in de gelegenheid gesteld een conclusie na deskundigenrapport in te dienen. Volgens [eiser] volgt uit het rapport dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Naar mening van [eiser] heeft het commentaar van [gedaagde] op het conceptrapport geen invloed op de antwoorden van de deskundige. Volgens [eiser] lijkt [gedaagde] zich te beklagen over de wijze van onderzoek en de uitkomst ervan, maar geeft hij zelf geen objectieve aanknopingspunten waarom de deskundige niet in alle redelijkheid tot zijn oordeel heeft kunnen komen. Het commentaar heeft weinig betrekking op de vraag die centraal staat, of de auto aan de overeenkomst beantwoordt of niet. Het voorgaande leidt ertoe, aldus [eiser] , dat de vorderingen moeten worden toegewezen.
Uit het deskundigenbericht blijkt dat de deskundige na analyse van het dossier en het uitvoeren van meerdere onderzoeken aan de auto en de motor tot beantwoording van de vragen is gekomen. De deskundige heeft partijen in de gelegenheid gesteld om op het concept deskundigenbericht te reageren. De deskundige heeft van beide partijen een reactie op het conceptrapport ontvangen en deze zijn in het definitieve deskundigenbericht verwerkt. De deskundige heeft in het deskundigenbericht met het commentaar van partijen rekening gehouden en is uitgebreid op het commentaar ingegaan.
De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn stelling dat er niet (genoeg) is voldaan aan het beginsel van hoor en wederhoor. In zijn conclusie na deskundigenbericht legt [gedaagde] ook niet uit wat hij met die stelling bedoelt, maar uit de in het deskundigenbericht weergegeven reactie van [gedaagde] blijkt dat hij doelt op het feit dat een gedeelte van de onderzoeken door de deskundige heeft plaatsgevonden buiten aanwezigheid van partijen. De deskundige legt echter uit dat partijen bij de eerste twee onderzoeken aan de auto aanwezig zijn geweest en dat beide partijen vervolgens hebben laten weten er geen behoefte aan te hebben om bij de vervolgonderzoeken aan de motor aanwezig te zijn. Verder zijn beide partijen in de gelegenheid gesteld om te reageren op het conceptrapport en is de deskundige zeer uitgebreid en met argumenten ingegaan op het commentaar van (met name) [gedaagde] op het conceptrapport.
[gedaagde] verwijt de deskundige ook een gebrek aan objectiviteit, maar dat licht hij verder niet toe. Ook dat verweer verwerpt de kantonrechter.
[gedaagde] bestrijdt verder de inhoudelijke conclusies van de deskundige en voert aan dat de deskundige onvoldoende rekening heeft gehouden met de naar voren gebrachte bezwaren en dat alternatieve oorzaken onvoldoende zijn onderzocht.
De kantonrechter verwerpt ook dit verweer.
De deskundige legt in zijn rapport uit op grond van welke feitelijke bevindingen hij tot de conclusie is gekomen dat de oorzaak van de schade is gelegen in een gebrek in de motor dat is onstaan door slijtage en ten tijde van de aflevering (kort voor het constateren van de schade) al aanwezig moet zijn geweest. Vervolgens is de deskundige in het definitieve rapport zeer uitgebreid ingegaan op het commentaar van [gedaagde] . Zo heeft de deskundige naast de eerder door hem uitgesloten alternatieve oorzaken ook de door [gedaagde] naar voren gebrachte alternatieve oorzaken gemotiveerd weerlegd en uitgelegd waarom hij die uitsluit als oorzaak van de schade. Van [gedaagde] had verwacht mogen worden dat hij had uitgelegd waarom de argumenten die de deskundige naar voren brengt niet opgaan. Dat heeft hij nagelaten. [gedaagde] heeft daarnaast ook geen contra-expertise verzocht of uitgevoerd. [gedaagde] vindt verder dat de bevindingen van de deskundige onvoldoende objectief onderbouwd zijn, maar partijen hebben na toezending van het conceptrapport alle foto’s van het onderzoek toegezonden gekregen en de deskundige beschrijft zijn waarnemingen waarop hij zijn conclusies baseert. [gedaagde] had daarom specifiek moeten aangeven op welke punten de onderbouwing naar zijn mening tekortschoot, hetgeen hij niet heeft gedaan. De deskundige legt uit waarom hij geen verder onderzoek heeft verricht, zoals micro metrische metingen, labaratoriumonderzoek of microscopisch onderzoek. De kantonrechter stelt voorop dat deze onderzoeken niet expliciet waren opgedragen. Het is dan aan de deskundige om te bepalen op welke wijze hij zijn onderzoek uitvoert. De uitleg daarover kan de kantonrechter goed volgen.
De kantonrechter oordeelt dat de motivering van de deskundige overtuigend is en zal de conclusie van de deskundige daarom volgen.
In het tussenvonnis van 19 juni 2024 is overwogen dat het aan [eiser] is om te onderbouwen en bewijzen dat er gebreken waren aan de auto ten tijde van de aankoop en de levering daarvan. Met het deskundigenonderzoek is komen vast te staan dat het gat in het motorblok is ontstaan van binnenuit en door slijtage gedurende een langere periode. Dat betekent dat het gebrek al aanwezig was op het moment van aflevering van de auto. [eiser] is dus geslaagd in het leveren van het bewijs. Zoals in het genoemde tussenvonnis ook al overwogen, hoefde [eiser] een dergelijk gebrek niet te verwachten, gelet op de verkoopprijs van de auto. De auto voldeed daarom niet aan de overeenkomst. Dat biedt een grondslag voor de buitengerechtelijke ontbinding die heeft plaatsgevonden. Daarnaast is [gedaagde] gehouden om schade te vergoeden.
[eiser] vordert naast een verklaring voor recht over de ontbinding van de koopovereenkomst, uitvoering van ongedaanmakingsverplichtingen, schadevergoeding en vergoeding van kosten.
[gedaagde] heeft tegen deze vorderingen geen verder verweer gevoerd, anders dan de betwisting van de aansprakelijkheid die in het voorgaande is gepasseerd. De vorderingen zullen worden toegewezen.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 674,95 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kantonrechter verwerpt het verweer van [gedaagde] tegen de deskundigenkosten omdat de uiteindelijke kosten van het onderzoek lager zijn dan het begrote voorschot, waartegen [gedaagde] geen bezwaar heeft gemaakt.
De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
110,55
- griffierecht
€
244,00
- kosten deskundige
€
4.101,60
- salaris gemachtigde
€
1.080,00
(3 punt × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
5.680,15
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3. De beslissing
De kantonrechter
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen is ontbonden en dat partijen daarom gehouden zijn tot ongedaanmaking van de reeds uitgevoerde verplichtingen,
veroordeelt [gedaagde] om de auto terug te nemen binnen twee weken na betekning van het vonnis en gelijktijdig aan [eiser] te betalen een bedrag van € 5.999,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 augustus 2023, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen aan schadevergoeding een bedrag van € 514,25, te vermeerderen met een bedrag van € 363,00 per kwartaal vanaf 15 december 2023 tot het moment dat [gedaagde] de auto heeft teruggenomen, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikele 6:119 BW over € 514,25 vanaf 5 december 2023 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 674,95 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 5.680,15, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.