RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446208 / FA RK 26-1422
Datum uitspraak: 23 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
verblijvende in de [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
mevrouw [persoon 1] , zaalarts en psychiater in opleiding;
mevrouw [persoon 2] , casemanager via beeldverbinding.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
mevrouw [persoon 3] , co-assistent;
mevrouw [persoon 4] , zaalarts;
mevrouw [persoon 5] , casemanager via beeldverbinding.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [plaats] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 19 maart 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij geen oplossing ziet. Betrokkene heeft geen middelen om naar huis te gaan, maar wil dit wel graag. Daarnaast wil betrokkene geen medicatie.
De psychiater in opleiding verklaart dat betrokkene hier vanuit de HIC is opgenomen omdat er sprake is van uitdroging bij betrokkene. De uitdroging moet behandeld worden omdat dit anders dodelijke gevolgen kan hebben. Op dit moment krijgt betrokkene een antipsychoticum via het infuus. Er wordt een floride psychotisch beeld waargenomen bij betrokkene. Betrokkene is argwanend en bang dat zij in het [accommodatie] wordt vergiftigd. De verplichte zorgvormen onderzoek van de woon-of verblijfsruimte en controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen is niet benodigd. Mevrouw is niet echt bekend met drugsgebruik maar kan wel stevig drinken maar dit laatste gebeurt niet op de afdeling. Voorts geeft de psychiater in opleiding aan dat er toezicht wordt uitgeoefend op betrokkene via de camera’s die op de afdeling hangen.
De casemanager voert, samengevat, aan dat betrokkene sinds halverwege februari moeilijk is gaan doen over het innemen van haar medicatie. Betrokkene is op een gegeven moment gaan ontregelen waarbij zij toenemend achterdochtig en angstig is geworden. Daarbij is betrokkene overlast gaan veroorzaken en belevingen bij het eten en drinken gaan krijgen. De casemanager verklaart dat zij bezig is met een procedure voor een zorgmachtiging, maar de crisismaatregel dit heeft ingehaald. Wanneer betrokkene somatisch is behandeld kan zij terug naar de HIC om verder psychiatrisch te herstellen.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Zij wil naar huis zonder medicatie. Betrokkene betwist de diagnose niet. Op dit moment kan betrokkene nergens heen en gaat ze ook niet weg. Indien de rechtbank het verzoek zal toewijzen, verzoekt de advocaat om dit met de vormen van zorg te doen zoals is besproken tijdens de mondelinge behandeling.
5. beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene met regelmaat de politieagenten die bij haar in de buurt staan slaat en motorisch erg onrustig is. Betrokkene veroorzaakt overlast door ’s nachts in en om haar woning te gaan spoken en schreeuwen. Betrokkene stond kort voor de opname op haar balkon te schreeuwen en wilde over de reling springen om een einde aan haar leven te maken. Voorts verwaarloost betrokkene zichzelf in ernstige mate.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene psychotisch is gedecompenseerd in het kader van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
insluiten;
uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
In aanvulling op de verzochte vormen van verplichte zorg zal de rechtbank ambtshalve, naar aanleiding van wat tijdens de zitting is besproken, ‘’uitoefenen van toezicht op betrokkene’’ als vorm van verplichte zorg toewijzen nu er op de afdeling in [accommodatie] cameratoezicht is. De rechtbank zal deze aanvullende vorm van verplichte zorg met analoge toepassing van artikel 6:4 lid 2 Wvggz toewijzen.
Gelet op de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling wordt onder de verplichte zorg ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’, verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met het FACT-team. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. De verplichte zorgvormen onderzoek van de woon- of verblijfsruimte en controle op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen worden afgewezen nu de behandelaar heeft aangegeven dat deze niet benodigd zijn.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene wil niets met de GGZ te maken hebben.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1965 in [geboorteplaats] , Frankrijk, wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 13 april 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 1 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.