[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant (gemeente Etten-Leur), de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 4 april 2025.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende ter zake van de onroerende zaak [adres] in [plaats] (de woning) voor het jaar 2025 (voor zover van belang) een aanslag onroerendezaakbelastingen eigenaar, een aanslag watersysteemheffing gebouwd en een aanslag variabele afvalstoffenheffing opgelegd (de aanslagen).
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens de heffingsambtenaar deelgenomen: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] .
Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. De griffier heeft op 15 januari 2026 in het digitale dossier van belanghebbende een bericht geplaatst waarbij belanghebbende is uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 15 januari 2026 heeft ontvangen. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
2. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt hierna uit waarom.
Overwegingen
Onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing
3. De onroerendezaakbelasting en de watersysteemheffing zijn beide tijdstipbelastingen. Uit de akte van verdeling volgt dat belanghebbende vanaf 14 april 2025 geen eigenaar meer is van de woning. Belanghebbende betwist ook niet dat hij op 1 januari 2025 eigenaar was van de woning. Dit betekent dat belanghebbende kan worden aangemerkt als belastingplichtige voor de onroerendezaakbelastingen en de watersysteemheffingen voor het hele jaar.
Afvalstoffenheffing
4. Belanghebbende is voor de afvalstoffenheffing aangeslagen voor de periode van 1 januari 2024 tot 28 oktober 2024. Het is niet in geschil dat belanghebbende gedurende deze periode stond ingeschreven op het adres van de woning en hiervan gebruik kon maken.
Belanghebbende is daarom terecht en voor de juiste periode aangeslagen voor de afvalstoffenheffing.
Conclusie en gevolgen
5. De heffingsambtenaar heeft de aanslagen terecht opgelegd. Het beroep is ongegrond. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug en ook geen vergoeding van zijn proceskosten, voor zover al gemaakt.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026 door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. de Vos, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch.