ECLI:NL:RBZWB:2026:3319

ECLI:NL:RBZWB:2026:3319

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 29-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 02-800006-15
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging tbs-maatregel met twee jaar. Veroordeelde stemt in met verlenging.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-800006-15

Beslissing van de meervoudige kamer van 29 april 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,

verblijvende in de [kliniek] FPC,

[adres] ,

raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam.

1. De stukken

Het dossier bevat onder meer de volgende stukken:

2. De procesgang

Bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 oktober 2015 is betrokkene wegens overtreding van artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en tbs met verpleging van overheidswege. De rechtbank constateert dat het hier gaat om een misdrijf als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs is aangevangen op 24 juni 2020 en is laatstelijk verlengd bij beslissing van 3 mei 2024 voor een termijn van twee jaar.

De vordering tot verlenging van de tbs is op de openbare terechtzitting van 15 april 2026 behandeld. De officier van justitie mr. P.W.P. Emmen is gehoord. Tevens is betrokkene (via videoverbinding) gehoord, bijgestaan door zijn raadsman. Verder is de deskundige

[deskundige] , hoofd behandeling, gehoord.

3. Het advies van de tbs-instelling

De tbs-instelling heeft geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. De tbs-instelling heeft daartoe in haar verlengingsadvies het volgende naar voren gebracht.

Bij betrokkene is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale en vermijdende trekken en een dysthyme stoornis. Betrokkene vertoonde vanaf de leeftijd van twaalf jaar in toenemende mate oppositioneel gedrag. Hij ontwikkelde een problematische afhankelijkheid van cannabis en harddrugs. Onder invloed neemt de kans op psychotische ontregeling toe, bestaande uit paranoïde en agressieve gedachten. Betrokkene gebruikt vermijding en antisociaal gedrag als copingmechanismen om met frustraties en spanningen om te gaan en drugsgebruik dempt zijn gevoelens. Hierdoor blijven problemen zich opstapelen en neemt zijn impulscontrole af. Wanneer betrokkene de problemen niet meer het hoofd kan bieden en de paranoïde gedachten toenemen, kan agressie op forse wijze doorbreken. Begin april 2024 was er sprake van agressie naar een medepatiënt. Als gevolg hiervan is betrokkene overgeplaatst naar [afdeling] , een hoog intensieve en individuele afdeling om zijn gemoed te stabiliseren, en is zijn onbegeleid verlof komen te vervallen. Betrokkene ervaarde hierdoor geen toekomstperspectief meer en raakte gedemotiveerd voor zijn behandeling. Tijdens een begeleid ziekenhuisbezoek in augustus 2024 heeft betrokkene zich onttrokken aan toezicht. Gedurende zijn onttrekking is hij teruggevallen in het gebruik van cannabis, speed en alcohol.

Betrokkene ervaart veel klachten van clusterhoofdpijn en hij hanteert een vermijdende copingstijl. Hij laat spanning veelal onbesproken, als gevolg waarvan deze zich opstapelt en uiteindelijk tot uiting kan komen middels verbale agressie, fysieke agressie naar objecten, suïcidaliteit en het gebruik van drugs. Dit is in de onderhavige periode veelvuldig voorgekomen, waarbij betrokkene het gebruik van middelen ook inzet tegen de clusterhoofdpijn. Ondanks dat er bij betrokkene geen ADHD-diagnose kan worden gesteld, is multidisciplinair besloten toch methylfenidaat (ADHD-medicatie) voor te schrijven teneinde het effect hiervan te onderzoeken. Sindsdien functioneert betrokkene beter en is hij positiever gestemd. Ook de clusterhoofdpijn staat minder op de voorgrond. Waar betrokkene aanvankelijk nauwelijks programma volgde, is hij in staat zijn programma weer op te pakken en uit te breiden. Hij is beter in de samenwerking, biedt meer openheid over zijn belevingswereld en vermijdt zijn gevoelens minder. Sinds mei 2025 is betrokkene middelenabstinent en wordt hij niet meer in verband gebracht met ongeregeldheden.

In de huidige situatie van intramuraal verblijf op een individuele afdeling met strikt toezicht en intensieve hulpverlening wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als laag tot matig. Indien de tbs-maatregel per direct zou worden beëindigd, wordt het risico van terugval in gewelddadig gedrag op de lange termijn ingeschat als hoog.

Vanwege de stijgende behandellijn van betrokkene is verblijf op een individuele afdeling niet langer nodig. De huidige leer- en behandeldoelen betreffen het adequaat signaleren van de eigen grenzen en het verstevigen van de copingvaardigheden. Eind januari 2026 is betrokkene opnieuw aangemeld voor verblijf in een reguliere leefgroep om zijn verdere behandeltraject binnen de huidige kliniek voort te zetten. Daarnaast beoogt het behandelteam aankomende periode wederom begeleid verlof aan te vragen. De verwachting is echter dat het resocialisatietraject van betrokkene aanzienlijke tijd in beslag zal nemen.

Ter terechtzitting heeft de deskundige daaraan toegevoegd dat de aanvraag voor begeleid verlof is geschreven en intern nog wordt getoetst. De nieuwe risicotaxatie heeft twee weken geleden plaats gevonden en is lager uitgevallen. Het risico bij begeleid verlof is laag, uit zorg is het risico hoog. Betrokkene is intrinsiek gemotiveerd en zet zich goed in. De deskundige hoopt dat betrokkene de komende periode het begeleid verlof goed zal doorlopen, waarna onbegeleid verlof kan worden aangevraagd. Daarnaast is de verwachting dat betrokkene op de leefgroep zal gaan verblijven met zicht op uitstroming op een transmurale afdeling. Op de lange termijn ziet de deskundige mogelijkheden voor betrokkene om uit te stromen naar zelfstandig wonen.

Betrokkene is inmiddels aangemeld voor een reguliere leefgroep. Langer verblijf op de crisisafdeling is niet langer geïndiceerd, omdat het heel goed gaat. Hoewel betrokkene weerstand heeft tegen en zorgen heeft over een verblijf op de leefgroep, ziet de deskundige dit als een goede stap om gereguleerd te oefenen met bepaalde situaties en mensen. De deskundige acht dit ook haalbaar en verantwoord. Er vindt bovendien overleg plaats met betrokkene, de behandelaren en de afdeling waar hij naar toe zal gaan.

4. Standpunten van partijen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting gebleven bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen.

Het standpunt van de verdediging

Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij het eens is met het advies van de tbs-instelling.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5. Het oordeel van de rechtbank

De tbs kan enkel worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op het advies van de tbs-instelling wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.

Het recidiverisico is nog aanwezig en wordt door de kliniek - bij het wegvallen van het tbs-kader - ingeschat als hoog.

De rechtbank heeft gezien dat verdachte een draai heeft gemaakt, gemotiveerd is en zich goed inzet tijdens zijn behandeling. De tbs-instelling ziet mede daardoor mogelijkheden voor betrokkene om de komende periode flinke stappen te zetten. Uit het advies van de kliniek blijkt dat het behandeltraject en het resocialisatietraject wel nog langere tijd in beslag zullen nemen en dat daarom de maatregel met twee jaar moet worden verlengd.

Gelet op hetgeen hierboven is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist. Ten aanzien van de termijn van de verlenging zal de rechtbank het advies van de tbs-instelling volgen en de tbs verlengen met twee jaar.

6. Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar.

Deze beslissing is genomen door mr. A.L. Hoekstra, voorzitter, en mrs. M.A.E. Dekker en E.G.F. Vliegenberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. van Biert, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 april 2026.

De voorzitter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.L. Hoekstra

Griffier

  • mr. J. van Biert

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand