ECLI:NL:RBZWB:2026:3352

ECLI:NL:RBZWB:2026:3352

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 24-03-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer C/02/401277 / FA RK 22-4053
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Overeenstemming ouders zorgregeling

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/401277 / FA RK 22-4053

datum uitspraak: 24 maart 2026

beschikking over een zorg- en contactregeling

in de zaak van

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat: mr. N.P.C.C. Langenberg in Breda,

tegen

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. M.A. Stoffijn, voorheen bijgestaan door [persoon] in Waalwijk,

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2017, hierna: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2021, hierna: [minderjarige 2] .

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- de in deze zaak gegeven beschikking van 16 december 2022 en alle daarin genoemde stukken;

- het advies van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) na melding UHA van 21 januari 2026

- de F9-formulieren van mr. Stoffijn van 14 januari 2026 en 27 januari 2026 met bijlage;

- de F9-formulieren van mr. Langenberg van 15 januari 2026 en 9 februari 2026.

2. De feiten

Bij voormelde beschikking heeft de rechtbank onder meer een voorlopige zorgregeling tussen de man en de minderjarigen vastgesteld en zijn ouders verwezen naar het UHA voor hulpverlening.

3. De verzoeken

De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de tussen partijen vastgestelde omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 1] te wijzigen en een omgangsregeling vast te stellen tussen de man en [minderjarige 2] zoals in randnummer 10 van het verzoek verwoord, inhoudende:

Eenmaal per veertien dagen vanaf vrijdagmiddag (na school) tot zondagmiddag 17.00 uur, waarbij de man de minderjarigen vrijdag ophaalt en de minderjarigen zondagmiddag bij de vrouw terugbrengt,

Alsmede een regeling ten aanzien van de feestdagen en vakanties:

1. In de Kerstvakantie zijn de minderjarigen de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man. Het jaar daaropvolgend zijn de minderjarigen de eerste week bij de man en de tweede week bij de vrouw;

2. Ditzelfde geldt ten aanzien van de meivakantie;

3. De herst- en voorjaarsvakantie verblijven de minderjarigen in het ene jaar in de voorjaarsvakantie bij de man en in het daaropvolgende jaar in de herfstvakantie;

4. De zomervakantie zal bij helfte worden verdeeld, waarbij de man in de even jaren de eerste keus heeft om die vakantie te plannen en in de oneven jaren de vrouw;

5. Op Vaderdag verblijven de minderjarigen bij hem en op Moederdag bij de vrouw;

althans een zodanige regeling vast te stellen als de rechtbank juist en redelijk acht.

De vrouw is het niet eens met de verzoeken van de man en verzoekt deze af te wijzen.

De vrouw verzoekt zelfstandig te bepalen, dat wordt vastgesteld dat de beschikking van de rechtbank Zeeland - West­Brabant d.d. 7 oktober 2021 en het daarvan onderdeel uitmakende ouderschapsplan d.d. maart 2021 worden gewijzigd, in die zin dat wordt bepaald dat [minderjarige 1] bij de man zal verblijven wekelijks op zondag van 10.30 tot 16.30 uur, waarbij de man voor het vervoer van [minderjarige 1] zal zorgdragen.

4. De beoordeling

De rechtbank stelt vast dat partijen in onderling overleg afspraken hebben kunnen maken over de contacten tussen de man en de minderjarigen, in die zin dat de man recht heeft op contact met de minderjarigen en hiervoor contact kan opnemen met de vrouw om contact met de minderjarigen te hebben bij de vrouw thuis. Beide partijen verzoeken de zaak schriftelijk af te doen. Beide partijen hebben hun inleidende verzoeken ingetrokken en verzoeken voornoemde afspraak op te nemen in de beschikking.

Dit betekent dat zal worden beslist als na te melden.

5. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de man en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht hebben op contact met elkaar bij de vrouw thuis. De man zal hiervoor contact opnemen met de vrouw om deze contactmomenten af te spreken;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in tegenwoordigheid van Rozendaal, als griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand