ECLI:NL:RBZWB:2026:3388

ECLI:NL:RBZWB:2026:3388

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 25-04-2026
Zaaknummer C/02/445576 / JE RK 26-352
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Afwijzen verzoek GI tot verlenging OTS en MUHP wegens ontbreken belang want voogdij is beëindigd en GI is benoemd tot voogdes

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/445576 / JE RK 26-352

Datum uitspraak: 25 maart 2026

Beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,

gevestigd te Middelburg,

hierna te noemen: de GI.

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] .

[minderjarige 2] , .

geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de voogd] ,

hierna te noemen: de voogd,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de pleegvader] ,

hierna te noemen: de pleegvader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

[de pleegmoeder] ,

hierna te noemen: de pleegmoeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

[de partner van de pleegvader] ,

hierna te noemen: de partner van de pleegvader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

De kinderrechter merkt als informanten aan:

[de moeder] , hierna te noemen: de moeder, en [de vader], hierna te noemen: de vader, tezamen te noemen: de ouders,

wonende te [plaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 februari 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de pleegvader en zijn partner;

- de pleegmoeder;

- de ouders;

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI;

- een vertegenwoordiger van de Raad.

De voogd is niet ter zitting verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij op juiste wijze is opgeroepen.

Gelijktijdig is behandeld het verzoekschrift van de Raad tot beëindiging van de voogdij (zaaknummer C/02/436708 / FA RK 25-3126).

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover op 24 maart 2026 een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Bij beschikking van 31 december 2010 is [minderjarige 1] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 31 december 2010 en tot 11 februari 2011.

Op 29 november 2013 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengd met ingang van 11 februari 2013 en tot 11 februari 2014.

Op 18 september 2013 zijn de ouders ontheven van het gezag over [minderjarige 1] en is de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting benoemd tot voogdes over [minderjarige 1] . Bij beschikking van 25 november 2015 is de voogdij over [minderjarige 1] overgedragen aan [de voogd] en [persoon] .

Op 30 september 2011 is [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 30 september 2014 en tot 30 september 2015. De ondertoezichtstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van 20 september 2016 met ingang van 30 september 2016 en tot 30 september 2017.

Op 28 maart 2017 is de moeder ontheven van het gezag over [minderjarige 2] . Op dezelfde datum zijn [de voogd] en [persoon] benoemd tot voogd over [minderjarige 2] .

Mevrouw [persoon] (voorheen de voogdes) is overleden.

Bij beschikking van 17 oktober 2023 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland met ingang van 17 oktober 2023 en tot 17 oktober 2024. Tevens is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de pleegouders [de pleegmoeder] en [de pleegvader] , verleend met ingang van 17 oktober 2023 en tot 17 april 2024.

Bij beschikking van 21 maart 2024 heeft de kinderrechter de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een voorziening voor pleegzorg, te weten bij de pleegouders [de pleegmoeder] en [de pleegvader] , verlengd met ingang van 17 april 2024 en tot 17 oktober 2024.

Bij beschikking van 9 oktober 2024 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in de netwerkvoorziening voor pleegzorg als beschreven in rechtsoverweging 5.3. van die beschikking verlengd met ingang van 17 oktober 2024 en tot 17 oktober 2025.

Bij beschikking van 15 oktober 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in de netwerkvoorziening voor pleegzorg verlengd met ingang van 17 oktober 2025 en tot 17 april 2026.

Op grond van de voornoemde machtiging verblijven [minderjarige 2] en [minderjarige 1] bij pleegvader en zijn partner.

Bij afzonderlijke beslissing van heden heeft de rechtbank de pleegoudervoogdij van de voogd [de voogd] over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] beëindigd en de GI benoemd tot voogdes over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] .

3. De verzoeken en de beoordeling

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De kinderrechter zal het verzoek van de GI afwijzen nu bij afzonderlijke beslissing van heden de pleegoudervoogdij van de heer [de voogd] over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is beëindigd, de GI is belast met de voogdij en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Door die beslissing zijn de ondertoezichtstelling en de machtiging uithuisplaatsing van rechtswege geëindigd en daarom kunnen en hoeven die maatregelen niet meer te worden verlengd.

4. De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van De Pooter als griffier, en op schrift gesteld op 14 april 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand