RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/446109 / FA RK 26-1367
Datum uitspraak: 26 maart 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1] ,
verblijvende te [plaats 2] , [adres] in [accommodatie]
,
advocaat mr. V.C. Andeweg te Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [persoon] , specialist ouderengeneeskunde/behandelaar.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot verplichte opname en verblijf tot en met 10 maart 2026.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Op door de behandelend rechter aan hem gestelde vragen, zoals de vraag of hij in de zorgaccommodatie fijn woont, of hij weet waarom de rechtbank hem bezoekt en of hij in de zorgaccommodatie opgenomen wil blijven reageert betrokkene niet of alleen door het formuleren van niet begrijpelijke zinnen.
De specialist ouderengeneeskunde licht toe dat bij betrokkene in 2021 de ziekte van Alzheimer is gediagnostiseerd. Betrokkene is sinds september 2025 in de zorgaccommodatie opgenomen wegens zijn behoefte aan 24-uurs zorg, structuur en ondersteuning, die in de thuissituatie niet kon worden geboden. Het dementieel ziektebeeld verkeert inmiddels in een vergevorderd stadium. Betrokkene geeft wekelijks op verbale wijze aan naar huis, of althans weg te willen uit de zorgaccommodatie. Ook zoekt hij regelmatig, waaronder ook ’s nachts, naar mogelijkheden om zich naar buiten te begeven. Dit is hem al enkele malen gelukt, waardoor er risicovolle situaties ontstonden, omdat betrokkene buiten verkeersonveilig en dwaalgedrag vertoont. Zij staat daarom achter het verzoek.
De advocaat van betrokkene voert aan dat haar uit het voorgesprek met haar cliënte is gebleken dat hij de zorgaccommodatie als vreselijk ervaart, omdat hij over de vrijheid wenst te beschikken om te doen en laten wat hij wil. Zij stelt zich met deze toelichting namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening samen met een psychische stoornis, te weten de ziekte van Alzheimer.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene, die volledig is aangewezen op 24-uurs zorg, structuur en ondersteuning die hij in de zorgaccommodatie geboden krijgt, met enige regelmaat verbaal laat blijken uit de zorgaccommodatie weg te willen. Betrokkene laat geagiteerd gedrag en oplopende spanning en agressie zien wanneer hij daarin wordt belemmerd. Daarnaast is het meermalen voorgekomen dat betrokkene, zodra hij daartoe de kans zag, naar buiten is gegaan. Er was op die momenten sprake van ernstige risico’s voor betrokkene zelf en voor anderen, omdat betrokkene verkeersonveilig gedrag vertoonde en hij de weg terug naar de zorgaccommodatie niet wist te vinden.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging verlenen tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden, als verzocht.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor:
[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 26 september 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.